1/119
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
lo stato
de staat
territoriale
territoriaal, grond-, land-
il territorio
het territorium, het grondgebied
Lo stato ha il diritto di difendere il suo territorio.
De staat heeft het recht om zijn grondgebied te verdedigen.
statale
staats-, rijks-, overheids-
repubblicano, repubblicana
republikeins
la repubblica
de republiek
La repubblica è una forma di governo democratico molto antica.
De republiek is een hele oude democratische regeringsvorm.
populistico, populistica
populistisch
il populismo
het populisme
difendere (difeso)
verdedigen, beschermen
il popolo
het volk
la democrazia
de democratie
democratico, democratica
democratisch
la maggioranza
de meerderheid
la maggioranza parlamentare
de parlementaire meerderheid
la maggioranza assoluta
de absolute meerderheid
la minoranza
de minderheid
il dominio
de overheersing, de heerschappij
La democrazia vuol dire dominio del popolo.
Democratie betekent heerschappij van het volk.
la monarchia
de monarchie
La monarchia esiste ancora in diversi paesi europei.
De monarchie bestaat nog in verscheidene Europese landen.
il/la fascista
de fascist
fascista
fascistisch
il fascismo
het fascisme
il dittatore
de dictator
la dittatura
de dictatuur
sollevarsi
in opstand komen
politico, politica
politiek
la politica
de politiek
il politico, la politica
de politicus
l'esponente
de representant/e, vertegenwoordiger/-ster
spiare
bespieden, bespioneren
la spia
de spion/ne, de verklikker/verklikster
Vorrei sapere quante spie lavorano in questo ministero.
Ik wil weten hoeveel spionnen er in dit ministerie werken.
lo spionaggio
de spionage
il/la presidente
de president/e
Chi è ora presidente della repubblica?
Wie is er nu president van de republiek?
il presidente del consiglio
de minister-president, de premier
la guardia del corpo
de lijfwacht
Il presidente è accompagnato da una guardia del corpo.
De president wordt begeleid door een lijfwacht
il senato
de senaat, de Eerste Kamer
Il senato ha sede a Palazzo Madama.
De Senaat is gevestigd in Palazzo Madama.
avere sede in/a
gevestigd zijn in
il senatore/la senatrice
de senator, het Eerste Kamerlid
il ministero
het ministerie, het departement
Mi può dire per favore dov'è la sede del Ministero degli Esteri?
Kunt u mij vertellen waar de zetel van het ministerie van Buitenlandse Zaken is?
il/la portavoce
de woordvoerder
il capo del governo
de minister-president, de premier
il governo
de regering
governare
regeren
Per governare ci vuole maggioranza parlamentare.
Om te regeren is er parlementaire meerderheid nodig.
il potere
de macht, de bevoegdheid, het gezag
il sistema
het systeem (meervoud: i sistemi)
cadere
vallen, ten val komen, vervallen
Il governo è caduto di nuovo.
Het kabinet is alweer gevallen.
il governo dimissionario
het demissionair kabinet
la caduta
de val
interpellare
om opheldering/advies vragen
la collusione
de (geheime) overeenkomst, de onderhandse overeenkomst
corrotto, corrotta
corrupt, omkoopbaar
Secondo l'opinione pubblica questo sistema è troppo corrotto.
Volgens de publieke opinie is dit systeem te corrupt.
la corruzione
de corruptie, de omkoping
corruttibile
omkoopbaar, corrupt
corrompere (corrotto)
omkopen
il budget
de begroting, het budget
il ministro
de minister
ritirarsi da
zich terugtrekken uit
Dopo gli scandali delle ultime settimane il ministro si è ritirato dalla politica.
Na de schandalen van vorige week heeft de minister zich teruggetrokken uit de politiek
il candidato/la candidata
de kandidaat/de kandidate
presentare la candidatura
zich kandidaat stellen
candidarsi
zich kandidaat stellen, kandideren
pronunciarsi
zich uitspreken, zijn mening te kennen geven
parlamentare
parlementair, parlements-
il parlamento
het parlement, de volksvertegenwoordiging
la sede
de zetel, het hoofdkantoor
in sede di
tijdens
il dibattito
de openbare discussie, het debat
la Camera dei deputati
de Tweede Kamer
La Camera dei deputati italiana conta attualmente 630 membri.
De Italiaanse Tweede Kamer telt momenteel 630 leden.
la mozione di sfiducia
de motie van wantrouwen
l'interrogazione parlamentare
de vraag in het parlement, de kamervraag
l'opposizione
de oppositie
Il governo ha grosse difficoltà, perché l'opposizione è molto forte.
De regering heeft het heel moeilijk, want de oppositie is erg sterk.
il deputato/la deputata
de afgevaardigde, de gedeputeerde
Il parlamento italiano è composto dalla Camera dei deputati e dal Senato.
Het Italiaanse parlement bestaat uit de Tweede en de Eerste Kamer.
il partito
de (politieke) partij
In questo momento i partiti al governo sono tre.
Momenteel zitten er drie partijen in de regering
i verdi
de groenen
socialista
socialistisch
il/la socialista
de socialist/e
la femminista
de feministe
Non credo che darò il mio voto alle femministe.
Ik denk niet dat ik op de feministen ga stemmen
il femminismo
het feminisme
votare (per/contro)
kiezen, (voor/tegen) stemmen
Votare è un diritto, ma anche un obbligo civile.
Stemmen is een recht, maar ook een burgerplicht.
il voto
de stem, de stemming
il suffragio
het stemrecht, het kiesrecht
le elezioni
de verkiezingen
A chi darai il tuo voto alle prossime elezioni?
Op wie ga jij stemmen bij de volgende verkiezingen?