1/38
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Executieve functies (EF)
Reeks cognitieve vaardigheden die nodig zijn voor doelgericht gedrag (vb: planning, timemanagement, responsinhibitie,…)
cognitief-energetisch model, over ADHD
theoretisch verklaringsmodel voor ADHD
onderzoekt hoe mensen met ADHD reageren tijdens taken die mentale inspanning vereisen
amygdala
betrokken bij emotieregulatie en verwachten van emoties
hippocampus
belangrijk voor geheugen en emotionele reacties
3 delen van basala ganglia
spelen rol bij bewegingscontrole, emotieregulatie en cognitieve functies
prefrontale cortex
betrokken bij hogere cognitieve functies, waaronder plannen, organisatie, impulscontrole en beslissingen nemen
striatum en ruimer genomen basale ganglia
subcorticaal gebied van de hersenen dat rol speelt bij beweging reguleren, motivatie en beloningsverwerking
cerebellum
het rekenmachine van ons brein; achterin de hersenen
dopamine
neurotransmitter die betrokken is bij verschillende aspecten van cognitie en motivatie
(veranderingen erin: problemen met aandacht, impulsiviteit en motivatie)
noradrenaline
belangrijke rol bij aandacht, alertheid en stressrespons
(veranderingen erin: aandachtsproblemen en hyperactiviteit)
dorsale fronto-stratiale circuits
buitenste deel, belangrijk voor functie van controle hebben over je gedrag
orbitofrontostriatale circuits
binnenste deel van banen zijn betrokken bij gevoeligheid voor beloning
frontocerebellaire circuits
verbindingen tussen prefrontale cortex en cerebellum, belangrijk voor timing
EF-training, executive function-training
Uitvoerende functies verbeteren door middel van gestructureerde oefeningen en strategieën. Enkel effectief bij inzetten op transfer naar dagelijks leven.
cognitieve gedragstherapie (CGT)
gericht op leren omgaan met en verminderen van symptomen en gevolgen ervan
koelkastmoeder
het koele omgangsgedrag van vooral de moeder verantwoordelijk was voor het autistische gedrag van het kind
4 A's van Bleuler; primaire symptomen schizofrenie
Affectvervlakking, autisme, ambivalentie, associatieverstoring
Syndroom van Rett
medische diagnose (met ruggengraatverkromming en ademhalingsmoeilijkheden) waarbij autistische gedragingen voorkomen. Is GEEN autisme
desintegratiesyndroom
kinderen die plots na 2 tot 4 jaar terugval vertonen in vaardigheden, maar het is groot vraagteken of het wel autisme is omdat de symptomen van autisme vanaf de kindertijd aanwezig moeten zijn
syndroom van asperger
werd vaak weerhouden voor mensen met normale begaafdheid zonder taalontwikkelingsachterstand
(te weinig interbeoordelaarsbetrouwbaarheid)
PDD-NOS (pervasive developmental disorder - not otherwise specified)
Pervasieve ontwikkelingsstoornis. Werd ook weerhouden voor kinderen die niet beantwoorden aan klassiek beeld van autisme
beperkte sociale-emotionele wederkerigheid
a. moeite met initiëren en beantwoorden van sociale interacties
b. beperkte reacties op sociale signalen
c. verminderd vermogen om gevoelens en gedachten te delen, zoals door gespreksuitwisseling of emotioneel inlevingsvermogen
beperkingen in het non-verbale communicatieve gedrag
a. ongewone oogcontacten, gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal of gebaren
b. moeite met begrijpen of gebruik van non-verbale signalen (zoals gezichtsuitdrukkingen)
c. gebrek aan afstemming tussen verbale en non-verbale communicatie
beperkingen in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties
a. moeite met het aanpassen van gedrag aan verschillende sociale situaties
b. moeite met vrienden maken
c. gebrek aan interesse in leeftijdsgenoten of beperkte interesse in sociale relaties
het afzijdige type
(4 types volgens Lorna Wing)
- leggen nauwelijks contact
- weren contact af, komen onverschillig over
- instrumenteel contact
- vaak lagere intelligentie
het passieve of meegaande type
(4 types volgens Lorna Wing)
- geen spontane toenadering naar anderen
- accepteren wel toenadering
- acceptabele speelpartners omdat ze volgen
het actief bizarre type
(4 types volgens Lorna Wing)
- heel actief in sociaal contact
- contact is vreemd, naïef, bizar, ongepast
- nemen initiatief om te spelen, maar dringen hun idee op
- vaker normaal begaafd
het stijf formalistische type
(4 types volgens Lorna Wing)
- sociale problemen heel subtiel
- overmatig beleefd en vormelijk
- sociale naïviteit
- gebrek aan empahie
- vaker hoogbegaafd
stimming
zelfstimulerend gedrag
verwijst naar herhalende bewegingen, geluiden of handelingen die mensen maken om zichzelf te kalmeren of te prikkelen
centrale coherentie
(1 van de 3 cognitieve verklarende theorieën; anders denken bij ASS)
het grote geheel overzien en de juiste betekenis geven -> gebrek aan samenhangdenken
theory of mind
(1 van de 3 cognitieve verklarende theorieën; anders denken bij ASS)
het innerlijke van de ander begrijpen en er rekening mee houden, en daarnaast ook het eigen innerlijk van jezelf herkennen, kunnen verwoorden en ernaar handelen
waarnemen
wat we voor waar aannemen; wat we zien is niet wat er is, maar wat we onbewust aannemen dat er is
de voorspellingsfout
het brein verwerkt geen prikkels, het verwerkt wel wat afwijkt van de prikkels die het voorspeld had
hyperreactief
autistisch brein blijft verrast wanneer niet-autistisch brein dat niet meer is
hyporeactief
autistisch brein blijft te weinig verrast als het dat wel moet zijn
een voorspellend brein
is een brein dat slim gist welke van de verklaringen in een gegeven context het meest waarschijnlijk en geloofwaardig is
voorspellend brein is context gevoelig in het omgaan met voorspellingsfouten
de mate waarin na een fout zijn model zal aanpassen, is afhankelijk van de zekerheid die het heeft over de zintuigelijke input als zijn eigen model (A. ruis, B. variatie)
Inhibitievermogen
Vermogen om gedrag te kunnen remmen, na te denken voor je iets doet en onderscheid kunnen maken tussen prikkels
Dual pathway-model
Beschrijft twee afzonderlijke routes in de hersenen: het uitvoerend pad,(doelgerichte controle en planning) en het motivationele pad ( beloning en motivatiegedreven gedrag)