1/30
Flashcards voor het vak Psychopathologie, met kernbegrippen over classificatie, diagnostiek en diverse psychische stoornissen zoals depressie, ASS, ADHD en schizofrenie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Psychische stoornis
Gedrag dat wordt gekenmerkt door een duidelijke lijdensdruk en een disfunctioneren in het dagelijks leven.
Comorbiditeit
Het gelijktijdig voorkomen van twee of meer psychische aandoeningen bij één persoon, wat voorkomt bij ongeveer 45% van de mensen met een psychiatrische diagnose.
Lifetime prevalentie
Het percentage mensen in een populatie dat ooit in hun leven aan een bepaalde psychiatrische stoornis heeft geleden.
Syndroom
Een verzameling van meerdere symptomen die samen een specifiek patroon vormen, zoals depressie of anorexia.
Anhedonie
Een kernsymptoom van depressie waarbij er sprake is van een duidelijke vermindering van interesse en plezier in bijna alle activiteiten.
Kindling
Een fenomeen bij bipolaire stoornissen waarbij episodes vaker optreden en de cyclusduur afneemt naarmate de ziekte vordert.
Bipolaire I-stoornis
Een diagnose die wordt gesteld zodra iemand ten minste één manische episode heeft doorgemaakt.
Bipolaire II-stoornis
Een diagnose gekenmerkt door het voorkomen van hypomanische episodes en depressieve episodes, maar zonder volledige manische episodes.
Antipsychiatrie
Een beweging uit de jaren 1960/70, met figuren zoals Szasz en Rosenhan, die kritiek uitte op psychiatrische diagnoses als een vorm van sociale controle.
Labeling theory
De theorie dat het stigma van een psychiatrische diagnose ertoe kan leiden dat al het gedrag van een patiënt wordt geïnterpreteerd in het licht van dat label.
Theory of Mind (ToM)
Het cognitieve vermogen om het innerlijke van een ander te begrijpen en daar rekening mee te houden; vaak beperkt bij mensen met ASS.
Centrale coherentie
De cognitieve vaardigheid om losse waarnemingen samen te voegen tot een betekenisvol geheel, wat bij autisme vaak bemoeilijkt is.
Inhibitie
Het vermogen om gedrag, gedachten of reacties te remmen; volgens Barkley de centrale stoornis bij ADHD.
Dual pathway model
Een model van ADHD door Sonuga-Barke dat twee routes in de hersenen beschrijft: het uitvoerende pad en het motivationele pad.
Tolerantie
Een farmacologisch kenmerk van verslaving waarbij het lichaam steeds meer van een middel nodig heeft om het gewenste effect te bereiken.
Craving
De onweerstaanbare drang of hunkering naar een verslavend middel, vaak uitgelokt door triggers of stress.
Agorafobie
Intense angst voor openbare of gesloten ruimtes waar ontsnappen moeilijk lijkt of hulp niet beschikbaar is bij een paniekaanval.
Obsessies
Recidiverende, ongewenste gedachten, impulsen of voorstellingen die duidelijke angst of lijdensdruk veroorzaken, typerend voor OCD.
Compulsies
Repetitieve handelingen of psychische activiteiten die worden uitgevoerd om de spanning van een obsessie te verminderen.
Exposure en Responsepreventie (ERP)
De gouden standaardbehandeling voor OCD waarbij de patiënt wordt blootgesteld aan angstwekkende stimuli zonder de dwanghandeling uit te voeren.
Thought-action fusion
De cognitieve vervorming bij OCD waarbij men gelooft dat het hebben van een gedachte gelijkstaat aan het uitvoeren ervan.
Wanen
Sterke, onwrikbare irrationele overtuigingen (zoals achtervolgingswanen) die niet gecorrigeerd worden door bewijs van het tegendeel.
Hallucinaties
Waarnemingen zonder aanwijsbare externe stimuli, waarvan auditieve hallucinaties (stemmen horen) het meest voorkomen bij schizofrenie.
Negatieve symptomen
Symptomen van schizofrenie waarbij er iets aan het normale functioneren wordt weggenomen, zoals sociale isolatie of apathie.
De 3P's van persoonlijkheidsstoornissen
Criteria voor de diagnose: Pathologisch (afwijkend/lijden), Persisterend (langdurig aanwezig) en Pervasief (zich uitend op diverse domeinen).
Borderline persoonlijkheidsstoornis
Een stoornis gekenmerkt door een patroon van instabiele relaties, een instabiel zelfbeeld en emotionele impulsiviteit.
Automutilatie
Zelfbeschadigend gedrag dat bij borderline vaak wordt gebruikt als uiting van woede of als middel om gevoelens te verdoven.
Anorexia Nervosa (Restrictieve type)
Vorm van anorexia waarbij gewichtsverlies primair wordt bereikt door vasten, diëten en overdreven sporten, zonder eetbuien.
Bulimia Nervosa
Eetstoornis gekenmerkt door herhaalde episoden van eetbuien gevolgd door ongepast compensatiegedrag zoals braken.
ARFID
Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder; een voedingsstoornis waarbij voedsel wordt vermeden zonder focus op gewicht of lichaamsbeeld.
PICA
Een voedingsstoornis waarbij men gedurende ten minste 1 maand niet-eetbare stoffen zoals aarde of papier consumeert.