Marketing

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/103

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:37 AM on 8/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

104 Terms

1
New cards

marketingproces stap 1

De markt doorgronden

2
New cards

behoeften,wensen en vraag

besef dat er iets ontbreekt, concrete vorm die behoefte aanneemt, wanneer koopkracht voorhanden is

3
New cards

marketingaanbod bestaat uit:

producten, diensten en belevingen

4
New cards

marktmyopisch/ marktbijziendheid =

aanbieder te gefocust op product, niet meer op achterliggende behoefte —> probleem wanneer andere aanbieder de behoefte beter vervult

5
New cards

klanten kunnen keizen tussen ruim assortiment, keuze afhankelijk van:

waardeperceptie en klanttevredenheid

6
New cards

waardeperceptie =

vermogen van het product om aan een behoefte/wens te voldoen, in de ogen van de klant

7
New cards

klanttevredenheid =

mate waarin de waargenomen prestaties van een product voldoen aan de verwachtingen van de klant

8
New cards

als aanbieders te lage verwachtingen opwekken

stellen ze hun klanten tevreden maar trekken ze te weinig nieuwe aan

9
New cards

als aanbieders te hoge verwachtingen opwekken

stellen ze klanten teleur

10
New cards

ruil =

handeling waarbij een persoon het gewenste product van iemand verwerft door zelf iets anders in ruil aan te bieden

11
New cards

transactie =

wanneer er iets van waarde wordt geruild → meeteenheid van marketing

12
New cards

relaties

marketing is meer dan ruil en transacties, men wil relaties opbouwen en behouden

13
New cards

Markt =

een groep bestaande en potentiële afnemers van een product

14
New cards

grootte van een markt hangt af van:

  1. aantal mensen dat uiting geeft aan deze behoefte

  2. aantal mensen dat beschikt over benodigde middelen voor ruil

  3. aantal mensen dat bereid is de middelen te ruilen voor wat ze verlangen

15
New cards

stap 2 marketingproces

Klantgerichte marketingstrategie ontwikkelen

16
New cards

3 vragen voor marketingstrategie

  1. in welke behoeftes willen we voorzien?

  2. welke klanten gaan we bedienen (doelmarkt)

  3. hoe kunnen we klanten best bedienen (waardeaanbod)

17
New cards

waardeaanbod

serie van benefits of waarden die het bedrijf belooft te leveren aan de klanten om hun behoeften te bevredigen. Hierdoor onderscheiden bedrijven zich van elkaar

18
New cards

2 vragen voor waardeaanbod

  1. hoe differentiëren

  2. hoe positioneren

19
New cards

stap 3 marketingproces

marketingplan/ programma

20
New cards

marketingprogramma =

vertaalt strategie in actie, geeft beoogde waarde aan doelgroep en bouwt zo klantrelaties op → opstellen vanuit marketingstrategie → marketinginstrumenten (4 p’s)

21
New cards

4 p’s

  • product (marketingaanbod dat behoefte bevredigd)

  • prijs (hoeveel reken je vr het aanbod

  • plaats (hoe stel je het aanbod beschikbaar voor je klant)

  • promotie (hoe aanprijzen bij doelgroep)

22
New cards

extra p’s

  • people

  • process

  • physical evidence

23
New cards

overtuigingsprincipes van Cialdini =

Factoren die onbewust invloed hebben op een keuze

24
New cards

overtuigingsprincipes van Cialdini =

  • wederkerigheid

  • commitment en consistentie

  • sociale bewijskracht

  • sympathie

  • autoriteit

  • schaarste

  • eenheid

25
New cards

stap 4 marketingproces

klantrelaties opbouwen

26
New cards

CRM =

customer relationship management

27
New cards

hoe CRM?

superieure klantwaarde en tevredenheid leveren

28
New cards

selectief relatiemanagement =

specifiek richten op winstgevende klanten

29
New cards

relaties met partners managen =

marketeers werken samen om klantwaarde te creeeren en te leveren

30
New cards

stap 5 marketingproces

waarde van klanten realiseren

31
New cards

klantenaandeel =

het deel van aankopen in hun productcategorieën dat de klant bj hen doet

32
New cards

klantvermogen =

customer life equity = totale levenslange waarde van alle klanten van een bedrijf (geeft idee over toekomst) (hoe trouwer, hoe hoger)

33
New cards

tevreden klanten →

trouw → WOM → + klantenaandeel

34
New cards

productieconcept

→ klant wil beschikbare en betaalbare producten

→ aanbieder verbeterkt productie en distributie

35
New cards

wanneer voor productieconcept kiezen?

  • vraag is groter dan het aanbod

  • productiekosten zijn te hoog

36
New cards

productconcept

→ klant wil producten die het beste bieden

→ producent legt zich toe op productverbetering (marktmyopie)

37
New cards

verkoopconcept

→ klant koopt pas wanneer hij voldoende overtuigd is

→ producent is zeer actief op verkoop- en promotiegebied

38
New cards

inside-out perspectief

verkopen wat je maakt ipv maken wat de markt wilt

39
New cards

wanneer verkoopconcept?

voor unsought goods

40
New cards

marketingconcept

→ klant heeft behoeften/ wensen

→ producent moet behoeften/ wensen van doelmarkt begrijpen en beter bevredigen dan de concurrentie

41
New cards

outside-in perspectief

klantgestuurde marketing, juiste product voor behoefte vinden en niet andersom

42
New cards

maatschappelijke marketingconcept

→ klant heeft behoeften/ wensen

→ producent moet behoeften/ wensen van doelmarkt begrijpen en beter bevredigen dan de concurrentie zodat het welzijn van de samenleving en de consument beter wordt (evenwicht vinden)

43
New cards

marketingontwikkelingen

  • digitalisering

  • globalisering

  • ethische en sociale verantwoordelijkheid

  • groei v non-profit marketing

  • nadruk op relaties

44
New cards

commerciële marketing

waarde voor de klant creeëren met een winstoogmerk → voor economische groei

45
New cards

sociale marketing

marketing gebruiken om gedrag t veranderen ten voordele van de maatschappij

46
New cards

klant =

cocreator, promotor, ambassadeur…

47
New cards

CP

customer profit → welk deel van de klanten brengt veel winst op

48
New cards

CLV

Customer life value → trouwe klanten maken ipv one-time

49
New cards

CRV

Customer referral value → mensen vertrouwen anderen, WOM

50
New cards

CPV

Customer pariticpation value → cocreatie in welke mate

51
New cards

klantwaarde =

CLV + CRV

52
New cards

Niveaus marketingomgeving

  1. macro (groot, geen invloed)

  2. meso (directe externen, afnemers en leveranciers…geen invloed wel onderhandelen)

  3. micro (binnen bedrijf)

53
New cards

Analysetechniek DESTEP

Macro-niveau, wat houdt men in het oog om te weten hoe ik mijn business organiseer:

  • Demographical (overbevolking, vergrijzing…)

  • Environmental (development goals)

  • Socio-cultural (immigratie, urbanisatie, rise of middle class)

  • Technological (nieuwe tech, nieuwe kansen)

  • Economical (factoren die koopkracht beïnvloeden)

  • Political/ legal (spelregels)

54
New cards

Vijfkrachtenmodel

Meso-niveau: interne rivaliteit analyseren = hoe sterk is de concurrentie binnen de bedrijfstak

  1. dreiging nieuwe toetreders

  2. onderhandelingsmacht afnemers

  3. onderhandelingsmacht leveranciers

  4. substitutiedreiging

55
New cards

omgevingsanalyse

meso-niveau: gebruik maken van key indices
(bv. hoeveel concurrenten, wat is ons marktaandeel, wat is de totale vraag…)

56
New cards

concurrentieanalyse

meso-niveau:

  1. identificeer concurrenten

  2. kijk naar hun doelstellingen, strategie, sterktes en zwaktes…

  3. beoordeel welke concurrenten aan te vallen of te vermijden

57
New cards

reageren op de omgeving:

  • passief (omgeving analyseren en daar aan aanpassen)

  • proactief (omgeving proberen mee te beïnvloeden)

58
New cards

SWOT-analyse

strengths, weaknesses,opportunities en threats (SW op een rij zetten (micro) en OT analyseren (meso/macro))

59
New cards

confrontatiematrix

elke SW wordt in relatie gebracht met een OT (kansvelden en probleemvelden)

60
New cards

strategische planning =

korte + lange termijn: plan dat beschrijft hoe een bedrijf zich zal aanpassen om te profiteren van kansen in een constant veranderende omgeving

61
New cards

SBU plannen

plan voor een odnerdeel vh bedrijf: bv meerdere dranken binnen InBev

62
New cards

organisatieplan

plan voor het hele bedrijf

63
New cards

product-marktcombinatie plannen

plan voor 1 product binnen het bedrijf: bv 1 auto

64
New cards

stappen in strategische planning

  1. missie bepalen

  2. doelstellingen bepalen

  3. portfolio v activiteiten samenstellen

  4. strategie op niveau van BU, product, markt

65
New cards

Abell diagram

om missie te bepalen: 3D wie, hoe en wat

66
New cards

visie vs missie

visie is meer op de toekomst gericht, een missie geeft weer wat het bedrijf vandaag doet om dit te bereiken

67
New cards

SMART-doelstelling

na je SWOT analyse:

  • specifiek (concrete getalen)

  • meetbaar (beginpunt)

  • acceptabel (er is ambitie)

  • realistisch

  • tijdsdimensie

68
New cards

activiteitenportfolio

= verzameling v activiteiten en producten die samen het bedrijf vormen

69
New cards

analyse activiteitenportfolio

BCG growth matrix: x-as (marktaandeel) y-as (marktgroei)

70
New cards

BCG strategieën

  • build strategy (? naar star) investeren om marktaandeel te vergroten

  • hold strategy (cash cow) onderhouden

  • harvest strategy (dogs,? en cows met slechte toekomst) snel geld eruit halen

  • desinvesteringsstrategie

71
New cards

Ansoff

Ansoff: x-as (bestaand→ nieuw (producten)) y-as (nieuw→betaand(markten))

<p>Ansoff: x-as (bestaand→ nieuw (producten)) y-as (nieuw→betaand(markten))</p><p></p>
72
New cards

groeistrategieën Ansoff

  • marktpenetratie: je hebt goed product en kent de markt, je gaat je aandeel vergroten

  • productontwikkeling: nieuw product op een bestaande markt brengen

  • marktontwikkeling: je hebt een bestaand product en brengt het op een nieuwe markt

  • Diversificatie: in totaal andere sector investeren

  • integratie: je neemt schakels in de keten over (achterwaarts, voorwaarts of horizontaal)

  • inkrimping: activiteiten afbouwen

73
New cards

STP

segmentatie, targeting, positionering

74
New cards

segmenten

  • er zijn te identificeren verschillen tussen segmenten

  • er zijn gelijkenissen tussen de leden binnen een segment

75
New cards

segment komt tot stand door:

  • breakdown method

  • build-upmethod

76
New cards

hoe segmenteren

  • a priori: vertrekt vanuit waarneembare kenmerken, daarna kijken of ze nog iets gemeens hebben

  • proactief: op basis van behoeften, wensen en voorkeuren en daarna kijjken wie op elkaar lijkt

77
New cards

soorten segmentatie

  • geografisch (waar)

  • demografisch (leeftijd, geloof…)

  • socio-economisch (portemonnee (beroep, studie, inkomen) en sociale klasse)

  • psychografisch (waarden, levensstijl…)

  • gedragssegmentatie attitude, loyaliteit, gelegenheid, gezocht voordeel)

78
New cards

Targeting via

DAMP

  • distinct (elk segment onderscheidend vd ander segmenten?)

  • accessible (knn we het segment bereiken)

  • measurable (kan het segment geidentificeerd en gemeten worden)

  • profitable (heeft het segment potentieel om winstgevend te zijn?)

79
New cards

wat maakt een segment aantrekkelijk?

marktgroei, winstgevendheid, grootte, competitie, cycliciteit → factoren score van 0 tot 10 en indelen in laag, medium en hoog

80
New cards

welke markt wil je targetten?

  • single segment concentration: 1p, 1m

  • selective specialization: meerdere soorten p’s op verschillende m’s

  • market specialization: 1m, >p’s

  • product specialization: 1p, > m’s

  • full market coverage: p’s op m’s

81
New cards

waarom differentiëren?

consument w overspoeld door info en maakt keuzes op eenvoudige associaties

82
New cards

Hoe differentiëren?

productverpakking, bereikbaarheid, gemak, assortiment…

83
New cards

USP’s benadrukken

wordt de beste in een attribuut

84
New cards

Positionering

realiseren ve positie ve product, organisatie… in de perceptie van klanten tov concurrenten (bepaald door perceptie consument!)

85
New cards

positioneringsdiagram

hor. (lage/ hoge servicegraad) vert. (onvoordelig/ voordelig)

86
New cards

waardeaanbod

<p></p>
87
New cards

positioning statement

Voor (doelgroep en behoefte) is (ons merk) het (productconcept) dat (verschil)

88
New cards

learned associations

door meerdere blootstellingen aan een eig. ve product en een kenmerk, pas je die eigenschap toe aan andere producten met dat kenmerk

89
New cards

Duale processen

rationeel systeem (traag, weloverwogen) vs emotioneel systeem (snel, automatisch)

90
New cards

anchoring en framing

alles naast elkaar zetten en zelf al iets naar voor schuiven

91
New cards

availability

overschatten hoe belangrijk iets is opv hoe makkelijk het in ons geheugen komt

92
New cards

social proof/ bandwagon

kijken naar wat vrienden of familie doen

93
New cards

Nudging

cognitief (inspelen op denkprocessen, gezond op ooghoogte, stickers…) vs affectief (mooie verpakking, healthy eating calls… op gevoel)

94
New cards

motivatieproces

Need → tension → drive → action

<p>Need → tension → drive → action</p>
95
New cards
96
New cards

hedonistische motivatie vs utilitaire motivatie

voor plezier vs functioneel (star wars vs docu)

97
New cards

biogeen vs psychogeen

aangeboren vs aangeleerd

98
New cards

cognitief leren

kennis verwerven door actief info te verwerken

99
New cards

associatief leren

verbanden leggen tussen prikkels, herhaling (bv klassieke conditionering)

100
New cards

sociaal leren

nieuw gedrag aanleren door anderen te observeren (celebrity endorsement, ugc, influencer marketing)