1/103
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
marketingproces stap 1
De markt doorgronden
behoeften,wensen en vraag
besef dat er iets ontbreekt, concrete vorm die behoefte aanneemt, wanneer koopkracht voorhanden is
marketingaanbod bestaat uit:
producten, diensten en belevingen
marktmyopisch/ marktbijziendheid =
aanbieder te gefocust op product, niet meer op achterliggende behoefte —> probleem wanneer andere aanbieder de behoefte beter vervult
klanten kunnen keizen tussen ruim assortiment, keuze afhankelijk van:
waardeperceptie en klanttevredenheid
waardeperceptie =
vermogen van het product om aan een behoefte/wens te voldoen, in de ogen van de klant
klanttevredenheid =
mate waarin de waargenomen prestaties van een product voldoen aan de verwachtingen van de klant
als aanbieders te lage verwachtingen opwekken
stellen ze hun klanten tevreden maar trekken ze te weinig nieuwe aan
als aanbieders te hoge verwachtingen opwekken
stellen ze klanten teleur
ruil =
handeling waarbij een persoon het gewenste product van iemand verwerft door zelf iets anders in ruil aan te bieden
transactie =
wanneer er iets van waarde wordt geruild → meeteenheid van marketing
relaties
marketing is meer dan ruil en transacties, men wil relaties opbouwen en behouden
Markt =
een groep bestaande en potentiële afnemers van een product
grootte van een markt hangt af van:
aantal mensen dat uiting geeft aan deze behoefte
aantal mensen dat beschikt over benodigde middelen voor ruil
aantal mensen dat bereid is de middelen te ruilen voor wat ze verlangen
stap 2 marketingproces
Klantgerichte marketingstrategie ontwikkelen
3 vragen voor marketingstrategie
in welke behoeftes willen we voorzien?
welke klanten gaan we bedienen (doelmarkt)
hoe kunnen we klanten best bedienen (waardeaanbod)
waardeaanbod
serie van benefits of waarden die het bedrijf belooft te leveren aan de klanten om hun behoeften te bevredigen. Hierdoor onderscheiden bedrijven zich van elkaar
2 vragen voor waardeaanbod
hoe differentiëren
hoe positioneren
stap 3 marketingproces
marketingplan/ programma
marketingprogramma =
vertaalt strategie in actie, geeft beoogde waarde aan doelgroep en bouwt zo klantrelaties op → opstellen vanuit marketingstrategie → marketinginstrumenten (4 p’s)
4 p’s
product (marketingaanbod dat behoefte bevredigd)
prijs (hoeveel reken je vr het aanbod
plaats (hoe stel je het aanbod beschikbaar voor je klant)
promotie (hoe aanprijzen bij doelgroep)
extra p’s
people
process
physical evidence
overtuigingsprincipes van Cialdini =
Factoren die onbewust invloed hebben op een keuze
overtuigingsprincipes van Cialdini =
wederkerigheid
commitment en consistentie
sociale bewijskracht
sympathie
autoriteit
schaarste
eenheid
stap 4 marketingproces
klantrelaties opbouwen
CRM =
customer relationship management
hoe CRM?
superieure klantwaarde en tevredenheid leveren
selectief relatiemanagement =
specifiek richten op winstgevende klanten
relaties met partners managen =
marketeers werken samen om klantwaarde te creeeren en te leveren
stap 5 marketingproces
waarde van klanten realiseren
klantenaandeel =
het deel van aankopen in hun productcategorieën dat de klant bj hen doet
klantvermogen =
customer life equity = totale levenslange waarde van alle klanten van een bedrijf (geeft idee over toekomst) (hoe trouwer, hoe hoger)
tevreden klanten →
trouw → WOM → + klantenaandeel
productieconcept
→ klant wil beschikbare en betaalbare producten
→ aanbieder verbeterkt productie en distributie
wanneer voor productieconcept kiezen?
vraag is groter dan het aanbod
productiekosten zijn te hoog
productconcept
→ klant wil producten die het beste bieden
→ producent legt zich toe op productverbetering (marktmyopie)
verkoopconcept
→ klant koopt pas wanneer hij voldoende overtuigd is
→ producent is zeer actief op verkoop- en promotiegebied
inside-out perspectief
verkopen wat je maakt ipv maken wat de markt wilt
wanneer verkoopconcept?
voor unsought goods
marketingconcept
→ klant heeft behoeften/ wensen
→ producent moet behoeften/ wensen van doelmarkt begrijpen en beter bevredigen dan de concurrentie
outside-in perspectief
klantgestuurde marketing, juiste product voor behoefte vinden en niet andersom
maatschappelijke marketingconcept
→ klant heeft behoeften/ wensen
→ producent moet behoeften/ wensen van doelmarkt begrijpen en beter bevredigen dan de concurrentie zodat het welzijn van de samenleving en de consument beter wordt (evenwicht vinden)
marketingontwikkelingen
digitalisering
globalisering
ethische en sociale verantwoordelijkheid
groei v non-profit marketing
nadruk op relaties
commerciële marketing
waarde voor de klant creeëren met een winstoogmerk → voor economische groei
sociale marketing
marketing gebruiken om gedrag t veranderen ten voordele van de maatschappij
klant =
cocreator, promotor, ambassadeur…
CP
customer profit → welk deel van de klanten brengt veel winst op
CLV
Customer life value → trouwe klanten maken ipv one-time
CRV
Customer referral value → mensen vertrouwen anderen, WOM
CPV
Customer pariticpation value → cocreatie in welke mate
klantwaarde =
CLV + CRV
Niveaus marketingomgeving
macro (groot, geen invloed)
meso (directe externen, afnemers en leveranciers…geen invloed wel onderhandelen)
micro (binnen bedrijf)
Analysetechniek DESTEP
Macro-niveau, wat houdt men in het oog om te weten hoe ik mijn business organiseer:
Demographical (overbevolking, vergrijzing…)
Environmental (development goals)
Socio-cultural (immigratie, urbanisatie, rise of middle class)
Technological (nieuwe tech, nieuwe kansen)
Economical (factoren die koopkracht beïnvloeden)
Political/ legal (spelregels)
Vijfkrachtenmodel
Meso-niveau: interne rivaliteit analyseren = hoe sterk is de concurrentie binnen de bedrijfstak
dreiging nieuwe toetreders
onderhandelingsmacht afnemers
onderhandelingsmacht leveranciers
substitutiedreiging
omgevingsanalyse
meso-niveau: gebruik maken van key indices
(bv. hoeveel concurrenten, wat is ons marktaandeel, wat is de totale vraag…)
concurrentieanalyse
meso-niveau:
identificeer concurrenten
kijk naar hun doelstellingen, strategie, sterktes en zwaktes…
beoordeel welke concurrenten aan te vallen of te vermijden
reageren op de omgeving:
passief (omgeving analyseren en daar aan aanpassen)
proactief (omgeving proberen mee te beïnvloeden)
SWOT-analyse
strengths, weaknesses,opportunities en threats (SW op een rij zetten (micro) en OT analyseren (meso/macro))
confrontatiematrix
elke SW wordt in relatie gebracht met een OT (kansvelden en probleemvelden)
strategische planning =
korte + lange termijn: plan dat beschrijft hoe een bedrijf zich zal aanpassen om te profiteren van kansen in een constant veranderende omgeving
SBU plannen
plan voor een odnerdeel vh bedrijf: bv meerdere dranken binnen InBev
organisatieplan
plan voor het hele bedrijf
product-marktcombinatie plannen
plan voor 1 product binnen het bedrijf: bv 1 auto
stappen in strategische planning
missie bepalen
doelstellingen bepalen
portfolio v activiteiten samenstellen
strategie op niveau van BU, product, markt
Abell diagram
om missie te bepalen: 3D wie, hoe en wat
visie vs missie
visie is meer op de toekomst gericht, een missie geeft weer wat het bedrijf vandaag doet om dit te bereiken
SMART-doelstelling
na je SWOT analyse:
specifiek (concrete getalen)
meetbaar (beginpunt)
acceptabel (er is ambitie)
realistisch
tijdsdimensie
activiteitenportfolio
= verzameling v activiteiten en producten die samen het bedrijf vormen
analyse activiteitenportfolio
BCG growth matrix: x-as (marktaandeel) y-as (marktgroei)
BCG strategieën
build strategy (? naar star) investeren om marktaandeel te vergroten
hold strategy (cash cow) onderhouden
harvest strategy (dogs,? en cows met slechte toekomst) snel geld eruit halen
desinvesteringsstrategie
Ansoff
Ansoff: x-as (bestaand→ nieuw (producten)) y-as (nieuw→betaand(markten))

groeistrategieën Ansoff
marktpenetratie: je hebt goed product en kent de markt, je gaat je aandeel vergroten
productontwikkeling: nieuw product op een bestaande markt brengen
marktontwikkeling: je hebt een bestaand product en brengt het op een nieuwe markt
Diversificatie: in totaal andere sector investeren
integratie: je neemt schakels in de keten over (achterwaarts, voorwaarts of horizontaal)
inkrimping: activiteiten afbouwen
STP
segmentatie, targeting, positionering
segmenten
er zijn te identificeren verschillen tussen segmenten
er zijn gelijkenissen tussen de leden binnen een segment
segment komt tot stand door:
breakdown method
build-upmethod
hoe segmenteren
a priori: vertrekt vanuit waarneembare kenmerken, daarna kijken of ze nog iets gemeens hebben
proactief: op basis van behoeften, wensen en voorkeuren en daarna kijjken wie op elkaar lijkt
soorten segmentatie
geografisch (waar)
demografisch (leeftijd, geloof…)
socio-economisch (portemonnee (beroep, studie, inkomen) en sociale klasse)
psychografisch (waarden, levensstijl…)
gedragssegmentatie attitude, loyaliteit, gelegenheid, gezocht voordeel)
Targeting via
DAMP
distinct (elk segment onderscheidend vd ander segmenten?)
accessible (knn we het segment bereiken)
measurable (kan het segment geidentificeerd en gemeten worden)
profitable (heeft het segment potentieel om winstgevend te zijn?)
wat maakt een segment aantrekkelijk?
marktgroei, winstgevendheid, grootte, competitie, cycliciteit → factoren score van 0 tot 10 en indelen in laag, medium en hoog
welke markt wil je targetten?
single segment concentration: 1p, 1m
selective specialization: meerdere soorten p’s op verschillende m’s
market specialization: 1m, >p’s
product specialization: 1p, > m’s
full market coverage: p’s op m’s
waarom differentiëren?
consument w overspoeld door info en maakt keuzes op eenvoudige associaties
Hoe differentiëren?
productverpakking, bereikbaarheid, gemak, assortiment…
USP’s benadrukken
wordt de beste in een attribuut
Positionering
realiseren ve positie ve product, organisatie… in de perceptie van klanten tov concurrenten (bepaald door perceptie consument!)
positioneringsdiagram
hor. (lage/ hoge servicegraad) vert. (onvoordelig/ voordelig)
waardeaanbod

positioning statement
Voor (doelgroep en behoefte) is (ons merk) het (productconcept) dat (verschil)
learned associations
door meerdere blootstellingen aan een eig. ve product en een kenmerk, pas je die eigenschap toe aan andere producten met dat kenmerk
Duale processen
rationeel systeem (traag, weloverwogen) vs emotioneel systeem (snel, automatisch)
anchoring en framing
alles naast elkaar zetten en zelf al iets naar voor schuiven
availability
overschatten hoe belangrijk iets is opv hoe makkelijk het in ons geheugen komt
social proof/ bandwagon
kijken naar wat vrienden of familie doen
Nudging
cognitief (inspelen op denkprocessen, gezond op ooghoogte, stickers…) vs affectief (mooie verpakking, healthy eating calls… op gevoel)
motivatieproces
Need → tension → drive → action

hedonistische motivatie vs utilitaire motivatie
voor plezier vs functioneel (star wars vs docu)
biogeen vs psychogeen
aangeboren vs aangeleerd
cognitief leren
kennis verwerven door actief info te verwerken
associatief leren
verbanden leggen tussen prikkels, herhaling (bv klassieke conditionering)
sociaal leren
nieuw gedrag aanleren door anderen te observeren (celebrity endorsement, ugc, influencer marketing)