Psychologische thema's examen

0.0(0)
Studied by 9 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/114

Last updated 7:31 PM on 1/17/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

115 Terms

1
New cards
Het methodisch karakter
Fase 1 observatie

Fase 2 hypothesevorming

Fase 3 voorspelling

Fase 4 toetsing

Fase 5 evaluatie
2
New cards
Evaluatie concrete methodes

1. Verzamelen van gegevens
* observatie
* Vragenlijsten
* Tests
2. Leggen van verbanden
* gevalstudie
* correlatie-onderzoek
* Experiment
3
New cards
Stromingen in de Psychologie
* Behaviorisme
* Psychoanalyse
* Psychodynamische stroming
* Humanistische psychologie
* Cognitieve stroming
* Biologische stroming
* Evolutiepsychologie
4
New cards
Behaviorisme
* Watson Gedrag
* Psychologie als positieve wetenschap
* Pedagogisch optimisme
* S-R-C
5
New cards
Psychoanalyse
* Freud
* Psychische stoornissen
* Onbewuste drijfveren Es,Ich en Uberich
* Hulpverlening: leer jezelf kennen door je verleden te onderzoeken
6
New cards
Psychodynamische stroming
* Verruiming vanuit psychoanalyse
* Gedrag wordt bepaald door onbewusten processen
* Gedrag begrijpen is het zoeken naar verborgen motieven die het gedrag bepalen
7
New cards
Humanistische psychologie
* Maslow gevoel, zien, groei
* Basisdrang naar groei en zelfactualisatie
* Seligman: empirische onderbouwing
* Sterk aanwezig in hulpverlening: de ander benaderen in hoe hij zich voelt en naar zichzelf kijkt
8
New cards
Positieve psychologie
Studie van positieve ervaringen en emoties, positief denken en positieve persoonlijkheidskenmerken
9
New cards
Cognitieve psychologie
* Beck en Piaget interpretatie
* Innerlijke verwerkingsprocessen
* Cybernetisch model
* S (aandacht, perceptie, gedachten) → R→C
* Verander wat niet functionerende processen
10
New cards
Biologische stroming
* Medici
* Neurpsychologie
* Genetica
* Spiegelneuronen
11
New cards
Evolutiepsychologie
* Darwin & Mendel
* Survival of the fittest: natuurlijk selectieproces
* Oorspronkelijke functie van bepaald gedrag?
* Hulpverlening: leer je natuur kennen
12
New cards
Waarneming
* Proces waarbij we prikkels ontvangen door zintuigen verwerken tot zinvolle gehelen

\
13
New cards
Waarnemen als gelaagd proces
Betekenisgevend verwerkingsproces:

* Prikkels worden waargenomen
* Prikkels worden gestructureerd tot gehelen
* Er wordt betekenis aan gegeven
14
New cards
Stap 1: Gewaarworden van een prikkel
* Ruwe prikkelopname wordt zenuwprikkels (klank, vorm kleur, geur, smaak)
* Selectief proces
* Structuur, intensiteit, hersenwerking, selectieve aandacht, eigen stijl
* Hersenen bepalen prioriteit
15
New cards
Gewaarwording
* Ruwe opname van prikkels
* Een prikkel is een gebeurtenis in de uitwendige of inwendige omgeving waarp\[ een organisme reageert
* Een zintuig is een orgaan dat gevoelig is voor prikkels en erop reageert met elektrische signalen naar de hersenen
* De hersenen verwerken de elektrische signalen tot een gewaarwording
16
New cards
Hoe nemen we op?
Afstandszintuigen

* Oog
* Oor

\
Nabijheidszintuigen

* Tong en mond
* Neus
* Huid
* Evenwichtsorgaan
* Proprioceptie
* Innerlijke en orgaangewaarwording
17
New cards
Waarnemen is een uitgesproken selectief proces
Structuur zintuigen en zenuwstelsel

* We kunnen bijvoorbeeld niet alles horen

Voldoende intensiteit van de prikkels

* Waarnemingsdrempel
* PIjndrempel

We zien wat onze hersenen ervan maken

Selectieve aandacht

Eigen stijl van waarnemen

* Visueel of auditief ingesteld
18
New cards
Prikkelverwerking
Hersenen geven prioriteit

* VIP
* Interessant
* Nuttig
* Saai

Hoe reageert een persoon?

Prioriteit die gegeven wordt klopt niet altijd
19
New cards
Stap 2: Structureren tot een geheel
* Gestaltwetten
* Figuur vs achtergrond
* Geheel is meer dan de som der delen
20
New cards
Gestaltpsychologie
* Vertrektpunt: hoe massa aan info verwerken?
* UItgangspunt: eerst het geheel, dan de delen.
* Selectie van de prikkels door het zien van een gestalt/een geheel
* Vraag: wat bepaalt daarbij onze waarneming?
* gestaltwetten
21
New cards
Wetmatigheden
* Gestaltwetten
* Groeperingswetten
* Constanties
22
New cards
Gestaltwetten
Wet 1: figuur vs achtergrond

* iets komt naar voor t.o.v. een achtergrond
* Beeld
* Geluid
* De rest gaat naar achter en verdwijnt min of meer
* Bewegingen worden aan een figuur toegekend

\
Wat is nodig om figuur en achtergrond te zien?

* Spanningsveld
* Figuur en achtergrond moeten voldoende verschillen
* Geen spanningsveld: camouflage = opgaan in de achtergrond

\
* Wet 2: het geheel is meer dan de som van de delen
* Het geheel verleent betekenis aan de delen
* Verandert een deel, dan verandert het geheel
23
New cards
Groeperingswetten
* Wet van de nabijheid
* Wat dicht bijeen staat wordt als een eenheid gezien
* Wet van de gelijkenis
* Wat op elkaar lijkt wordt als samenhorend gezien
* Wet van geslotenheid
* Een onvolledige waarneming vullen we aan tot een volledige
* Wet van de continuïteit
* Wat een doorlopend patroon lijkt te vormen, wordt als een geheel gezien
* Wet van de eenvoud
* Mensen voelen zich aangetrokken tot de meest eenvoudige figuur
24
New cards
Constanties
Waarnemingsconstantie

* Je blijft je figuur als constant zien, het verandert niet als je perspectief verandert.
* Bv. een deur die open staat is nog steeds even breed als een deur die dicht staat.
* Bv. een persoon die normaal altijd lacht en eens een slechte dag heeft, gaan we niet meteen als een “slecht persoon”.
25
New cards
Stap 3: Zin of betekenis geven: Elke waarneming is eigenlijk een prikkelwereld die vaag is maar eenmaal we een beeld hebben gebruiken we dat als mal voor onze volgende ervaring
Bottom up

* Niks extra nodig
* Vanuit de gewaarwording, instroom van informatie
* Organisatie prikkelgeheel, opbouwen van een betekenisvol geheel
* Patronen, objecten herkennen

\
Top down

* extra nodig om te kunnen interpreteren
* Uitgangspunt: de prikkels geven onvoldoende informatie en worden verrijkt met een mentaal model

\
Afhankelijk van factoren

* Kennis en ervaring, referentiekader, sociale druk
* Context
* Verwachtingen
* Behoeften
* Pygmalion effect
26
New cards
Hoe benaderen we de realiteit?
* Cognitieve psychologie: uitgangspunt
* Tekort aan informatie vanuit de pure prikkel voor een functionele waarneming
* Zintuigelijk informatie uit verschillende kanalen geïntegreerd in één zinvolle waarneming
* Cognitieve verwerkingsprocessen bepalen wat we zien, geven betekenis
* Interpretatie van de werkelijkheid
* Aftoetsen van hypotheses
* Belang van de context en de subjectieve waarnemer
27
New cards
Betekenisgeving
* Cognitieve verwerkingsprocessen in twee richtingen bepalen onze waarneming en geven er betekenis aan
* Bottom-up
* Top-down
28
New cards
Bottom-up factoren
* Vanuit de gewaarwording, instroom van informatie
* Organisatie prikkelgeheel, opbouwen van een betekenisvol geheel
* Patronen, objecten herkennen
29
New cards
Top-down factoren
* \
* De context, ons referentiekader is daarbij erg belangrijk
* Wat we zien is een interpretatie van de realiteit, gebaseerd op onze hypotheses
30
New cards
Bottom-up vs top-down
Bottom up processing:

Taking sensory information and then assembling and integrating it

→ What am I seeing?

\
Top-down processing:

Using models, ideas, and expectations tot interpret sensory information

→ Is that something I’ve seen before?
31
New cards
Wat speelt mee in de interpretatie?

1. Kennis en ervaring

Gevaar van kennis = labeling/interpreteren


2. Het eigen referentiekader

Belang van cultuur, opvoeding, … bij onze perceptie


3. De context

Waar je bent heeft een invloed op je interpretaties, wat je ziet heeft een invloed op je interpretatie


4. Verwachtingen en gewoonten

Verwachtingen en gewoonten kunnen meespelen in je interpretatie

Pygmalion effect = als iemand zich gaat gedragen naar de verwachting die gezaghebbende andere van hem/haar hebben/ Zowel positief als negatief.


5. Eigen behoeften

Afhankelijk van je eigen behoeften ga je de situatie anders waarnemen


6. Sociale druk
32
New cards
Voorbeeld alle stappen waarnemingsproces
Stap 1: Gewaarwording

* Ik zie vormen

Stap 2: Structureren tot geheel

* Ik zie een gekleurde prent

Stap 3: Betekenis geven

* Ik zie een gekleurde prent van een zeepaardje
33
New cards
Waarneming als instrument
Objectiviteit van de waarneming:

* Gericht en voorbereid observeren
* Je houden aan waargenomen feiten
* Onderscheid maken tussen waarneming en interpretatie
* Bewust zijn van de factoren die je waarneming beïnvloeden
34
New cards
Belang van spiegelneuronen
* Imitatiegedrag
* Anderen begrijpen
* Kunnen leren van anderen
35
New cards
Belang van spiegelneuronen
* Imitatiegedrag
* Anderen begrijpen
* Kunnen leren van anderen
36
New cards
Waarnemingsproblemen
* Ontwikkelingssttoornissen
* Zintuigelijke opname: hyper- of hypogevoelig
* Prikkeleverwerking
* Psychotische toestanden
* HallucinatiesAnde
37
New cards
Andere waarnemingsstoornissen
* Zintuigelijke stoornissen
* Fantoomwaarnemingen

\
38
New cards
De opbouw van het geheugen
* Zintuigelijke geheugen
* Korte- termijngeheugen
* Lange-termijngeheugen
39
New cards
Zintuigelijk geheugen
* Soort verlenging van de zintuigen in de hersenen
* Prikkel blijft heel even bewaard
* Relevatie: komen tot globale waarneming
* Gerichte aandacht → korte-termijngeheugen
40
New cards
Zien
= Iconisch geheugen

* het beeld dat even op ons netvlies blijft plakkenHoren
41
New cards
Horen
= echoïsch geheugen

* 4 sec.Korte
42
New cards
Kenmerken KTG
* Actief: aandacht is essentieel
* Filterfunctie
* Beperkt in tijdspanne
* Beperkt in capaciteit
* Verlengen door herhaling
* Aansluitend begrip: werkgeheugen
43
New cards
Lange termijn geheugen
* Info bewerken voor opname in het \`LTG
* Dit noemen we coderen: de info omvormen tot een herinnering
* Kan door:
* Herhalen van info
* Associatie
* Leer- en onthoudsstrategieën toepassen
* Geheugensteuntjes
44
New cards
Opname in het LTG
* Door codering wordt een geheugenspoor gevormd
* Dit proces van opslaan en vastzetten noemen we consolidatie
* Essentieel hersendeel van de opbouw van het geheugenspoor: hippocampus
45
New cards
Het expliciet geheugen
* Is expliciet aanwezig
* Benoembaar: we kunnen het onder woorden brengen
* Twe vormen:
* Semantisch geheugen: feiten, begrippen en betekenissen
* Priming: het sneller herkennen van, of reageren op een bepaalde stimulus als men deze eerder heeft waargenomen
* Conditionering
46
New cards
Basisfuncties van het geheugen
* Coderen opslaan
* Bewaren
* Herinneren-opslaan
47
New cards
Coderen
* D.m.v. verwerkingsprocessen
* Verbaal coderen → chunking
* Organiseren → gestalt
* beeldcodering
* verwerkingsniveau
48
New cards
Bewaren van info (consolidatie)
* Reminiscentie: verleden tripleren door prikkels
* Ebbinghause: vergeetcurve
* Penfield: trigger voor activeren engram -→ epileptici
* → Proust: smaak/gevoel voor herinneren
49
New cards
Herinneren ophalen
Visie 1: herinnering = kopie ervaring

* Flitslicht → PTSS → Psychogene

motivatie. emotie. context

associatie + cue

\
Visie 2: reconstructie, stukje verleden + heden → herinneringservaring

noden, verwachtingen & gevoelens

herinneringsvorming

→ wat speelt mee:

* verwacht, verlangens, behoeften & referentie kader
50
New cards
Barlett Loftus
* Misleiden cues: verbale dominantie
* Fantasieën: herinneringsvervalsing aanpraten, fictionele gebeurtenissen
* Confabulate: zelf aanvullen van gaten in het geheugen
51
New cards
Twee vormen
* Primair → naar buiten
* Ervaren van prikkels, alertheid, gerichte aandacht, reageren op onze omgeving
* Secundair → naar binnen
* reflecterende bewustzijn zelfbesef
52
New cards
3 functies van het bewustzijn
* Selectieve aandacht
* Bufferruimte tussen andere functies
* Manipulatie van ons mentale model
53
New cards
Het bewustzijn
Het vermogen om te kunnen ervaren of waarnemen, oftewel een beleving of besef hebben van jezelf en je omgeving
54
New cards
Bewuste omgang
Alle dingen die wel aanwezig zijn maar waar je niet met je aandacht mee bezig bent.

→ Automatische piloot.

Je kunt je er wel. op gaan focussen

Schemerzone
55
New cards
Onbewuste omgang

1. Onbewust handelen

→ Verdingen ervaringen blijven werkzaam in gedrag, dromen, keuzes
2. Onbewust waarnemen

→ Subliminale waarneming

Komt tot uiting door priming: onbewust voorbereid stellend gedrag

* repetitie
* romantisch
* perceptuele verdediging: afblokken dreigende prikkel


3. Onbewust beslissen

→ intuïtie
* belang bij snelle complexe beslissingen
56
New cards
Motivatie vanuit behoefte

Drive need theorie
* Behoefte (need) → motivatie (drive) → gedrag stellen
* Freud: 2 driften:
* Eros: levensdrift/lust
* Thanatos: doodsdrift
57
New cards
Motivatie vanuit prikkel/situatie
* Incentive theorie: prikkel stuurt onbewust aan om behoefte bevrediging te activeren
* Toenaderingsgedrag: naar object
* Vermijdingsgedrag: weg van object
* Compromis: beide toegeven
58
New cards
Motivatie vanuit het cognitieve
* Prestatiebehoefte: slagen + gevoel falen - gevoel
* Prestatiemotivatie: behoefte geactiveerd door taak
59
New cards
Gecontroleerde motivatie
Identificatie: persoonlijke waarden aangeven

Integratie: activiteit slaat aan bij eigen waarden

Intrinsieke: activiteit geeft plezier en voldoening
60
New cards
Zelfdeterminatie theorie ABC
A: Autonomie: vrijheid kiezen

B: Verbondenheid:

* ik hoor eerbij
* ik voel mij veilig
* anderen zorgen voor mij

C: Competentie:

* Flow: balans tussen uitdaging en vaardigheden
* Gerichte FB
61
New cards
Neurobiologisch

1. Snel en automatisch beoordelen van situatie + automatische selectie emotie

→amygdala
2. Autonome lichaamsverandering: expressie, houding

→ afscheiding van hormonen (hypothalamus)
3. Waarnemen en beleven van lichaamsverandering

→ (gevoel) somatosensorische hersengebieden

Lichaamsveranderingen: expressie

→ gelaat

* gezicht FB
* paraatheidsfunctie
* communicatieve functie

Lichaamshouding

* Communicatieve functie

Stem
62
New cards
4 niveaus
* Stofwisseling, reflexen imuun
* Vermijding & toenaderingsreactie
* Driftleven, primaire behoeften
* Emoties en gevoelens
63
New cards
3 soorten emoties
* Primaire: 4B’s: Boos, Bang, Blij, Bedroefd + 4: Verrast, walging, vertrouwen, verwachting
* Sociale emoties: Empathie, schaamte, schuld, dankbaar
* Achtergrondemoties: Actuele toestand info, energiek, vermoeid, gefocust, stil
64
New cards
Denken
Hormonaal bepaald
65
New cards
Ritme
* Verdriet vertraagt
* Euforie versnelt
66
New cards
Inhoud
* Bevestiging zoeken voor emotie
* Gekoppelde herinneringen oproepen
* Emotie hierdoor verlengt
67
New cards
Affectregulatie
Leren omgaan met emoties

→ Overregulatie: te sterke controle

* Te veel/snel ingrijpen → neurose = geremd kind

→ Onderregulatie: te weinig begrenzing

* Niet ingrijpen

→ borderline

→ afhankelijk van anderen

→ geen rehgulatiesysteem
68
New cards
2 grondvormen leerproces

1. Automatisch leren

a. Habituatie

b. Priming

c. Associatief leren

d. Cognitief leren: inofrmatieverwerkend

e. Sociaal leren


2. Inzichtelijk leren (problem solving)

a. Inzicht

b. Denkprocessen
69
New cards
Habituatie
Geleidelijke wennen aan herhaaldelijke prikkel
70
New cards
Priming
Sneller herkennen/reageren op eerdere waarneming
71
New cards
Associatief leren
Stimulus -→ respons
72
New cards
Cognitief leren
Automatisch proces

→ denkprocessen die relatie stimulus

(latent mentaal leren)

* beloning is niet meerwaarde om te leren
* leren is niet noodzakelijk zichtbaar in gedrag
* leren is kennis opbouwen niet enkel gedrag
73
New cards
Sociaal leren
Observeren of modelleren

Automatisch proces

→ kijken naar gedrag van anderen

→ kijken of leren van anderen

vb. spiegelneuten, besmettelijke emotie

mondeling = omvattender dan plaatsvervangend
74
New cards
Inzicht
Inzichtelijke processen:

* Plots AHA
* Blijvend inzicht
* Sterk karakter
* Herstructureren van probleemsituatie
* Samenhang tussen gegevens
75
New cards
Denkprocessen

1. automatische processen

AB: Habituatie en priming

C: Associatief KC en OC

D: Cognitief informatieverwerkend

E: Sociaal modelleren
76
New cards
2 manieren conditionering
* Klassieke conditionering: OS→OR NS+OS →OR CS → CR

Wat leidt ertoe dat een prikkel een ontlokker wordt van een bepaald gedrag?
* Operante conditionering: S→R→C

Hoe komen we tot gedrag?
77
New cards
KO kenmerken
* Uitdoving & spontaan herstel
* Prikkelgeneratie & discriminatie
* Conditionering van hogere orde
78
New cards
KO voorwaarden
* Regelmatige koppeling NS & OS
* Juiste vologrde
* Korte tijdspanne NS & OS CONTIGUÏTEIT CONTINGENTIE
* Zinvolle samenhang
79
New cards
KO opvoeding
Bestaande reactie koppelen aan nieuwe prikkel (rituelen)
80
New cards
KO behandeling
EXPOSURE: geleidelijke infiltratie/flooding

VERSLAVING: aversieve conditionering
81
New cards
Conditioneringsprincipes OC
* Bekrachtiging: gedrag toenemen

Positieve prikkel: positiefs toevoegen (compliment gegeven)

Negatieve prikkel: onaangenaam weggenomen (huiswerk weggenomen)

* Straf: gedrag verminderen

\+ Straf: iets onaangenaams toevoegen (extra huiswerk)

\- Straf: iets aangenaam wegnemen (buiten de klas gezet)
82
New cards
Uitdoven (Pavlov)
Gedrag verdwijnt zelf
83
New cards
OS
Ongeconditioneerde Stimulus
84
New cards
OR
Ongeconditioneerder Respons
85
New cards
NS
Neutrale Stimulus
86
New cards
CS
Gecondtioneerde Stimulus
87
New cards
CR
Geconditioneerde Respons
88
New cards
Zelfbeeld
Complex en impliciet geheel van opvattingen plus waarderingen over onszelf, tot stand gekomen door interactie met de wereld. Bepaalt hoe we met onszelf en anderen omgaan.
89
New cards
Kenmerken zelfbeeld
Het zelfbeeld als gestalt.

* Vele kleine opvattingen over onszelf
* Geheel is hier groter dan
* Verandering

Cognitieve en affectieve schema's

* Stabiel en veranderlijk
* Schema opvattingen over je zelfbeeld gevoelens daarvan die zo reactie/gedrag bepalen
* Bril mijn visie over dingen gebeurtenissen en mezelf
90
New cards
Cognitief aspect
* kennis over onszelf
* hoe zie ik mezelf
* ik ben, …
* uiterlijk, persoonlijkheid
* gewoonten, W&N
91
New cards
Affectief aspect
Beleving: hoe zie ik mezelf

* gevoel eigenwaarde

→Hoog zelfbeeld

→ Laag zelfbeeld
92
New cards
Looking glass self
Hoe denk ik dat anderen mij zien?
93
New cards
Homeostase
Belang van algemeen samenhangend en stabiel ZB
94
New cards
Stabiele zelfbeeld
Minder nood vergelijking anderen
95
New cards
Vergelijking anderen
opzoeken naar exactheid

* vergelijken gelijken
* goed voelen
* zelfverheffing
* neerwaarts vergelijken
96
New cards
Zelfperceptietheorie BEM
Onszelf leren kennen door waarneming eigen gedrag. Wat leid ik over mijzelf af uit mijn gedrag?
97
New cards
Werking 3 manieren:
Selectiviteit, vergelijking, attributie
98
New cards

1. Selectiviteit
* Ervaringen zoeken die zelfbeeld bevestigen
* Vermijden situaties die 2B tegenspreken
* Filteren ervaringen
* A. Blootstelling ervaring
* B. Waarneming geheugen
* C. Zelfattributie
99
New cards
2\. vergelijkingen
* onszelf
* anderen (sociaal)
100
New cards
Dissonantie
Spanning in zelfbeeld (Festinger) verminderen door opvattingen aanpassen aan ervaring = verandering ZB

Ervaringen aanpasse aan opvattingen = behoud ZB