* Freud * Psychische stoornissen * Onbewuste drijfveren Es,Ich en Uberich * Hulpverlening: leer jezelf kennen door je verleden te onderzoeken
6
New cards
Psychodynamische stroming
* Verruiming vanuit psychoanalyse * Gedrag wordt bepaald door onbewusten processen * Gedrag begrijpen is het zoeken naar verborgen motieven die het gedrag bepalen
7
New cards
Humanistische psychologie
* Maslow gevoel, zien, groei * Basisdrang naar groei en zelfactualisatie * Seligman: empirische onderbouwing * Sterk aanwezig in hulpverlening: de ander benaderen in hoe hij zich voelt en naar zichzelf kijkt
8
New cards
Positieve psychologie
Studie van positieve ervaringen en emoties, positief denken en positieve persoonlijkheidskenmerken
9
New cards
Cognitieve psychologie
* Beck en Piaget interpretatie * Innerlijke verwerkingsprocessen * Cybernetisch model * S (aandacht, perceptie, gedachten) → R→C * Verander wat niet functionerende processen
10
New cards
Biologische stroming
* Medici * Neurpsychologie * Genetica * Spiegelneuronen
11
New cards
Evolutiepsychologie
* Darwin & Mendel * Survival of the fittest: natuurlijk selectieproces * Oorspronkelijke functie van bepaald gedrag? * Hulpverlening: leer je natuur kennen
12
New cards
Waarneming
* Proces waarbij we prikkels ontvangen door zintuigen verwerken tot zinvolle gehelen
\
13
New cards
Waarnemen als gelaagd proces
Betekenisgevend verwerkingsproces:
* Prikkels worden waargenomen * Prikkels worden gestructureerd tot gehelen * Er wordt betekenis aan gegeven
14
New cards
Stap 1: Gewaarworden van een prikkel
* Ruwe prikkelopname wordt zenuwprikkels (klank, vorm kleur, geur, smaak) * Selectief proces * Structuur, intensiteit, hersenwerking, selectieve aandacht, eigen stijl * Hersenen bepalen prioriteit
15
New cards
Gewaarwording
* Ruwe opname van prikkels * Een prikkel is een gebeurtenis in de uitwendige of inwendige omgeving waarp\[ een organisme reageert * Een zintuig is een orgaan dat gevoelig is voor prikkels en erop reageert met elektrische signalen naar de hersenen * De hersenen verwerken de elektrische signalen tot een gewaarwording
16
New cards
Hoe nemen we op?
Afstandszintuigen
* Oog * Oor
\ Nabijheidszintuigen
* Tong en mond * Neus * Huid * Evenwichtsorgaan * Proprioceptie * Innerlijke en orgaangewaarwording
17
New cards
Waarnemen is een uitgesproken selectief proces
Structuur zintuigen en zenuwstelsel
* We kunnen bijvoorbeeld niet alles horen
Voldoende intensiteit van de prikkels
* Waarnemingsdrempel * PIjndrempel
We zien wat onze hersenen ervan maken
Selectieve aandacht
Eigen stijl van waarnemen
* Visueel of auditief ingesteld
18
New cards
Prikkelverwerking
Hersenen geven prioriteit
* VIP * Interessant * Nuttig * Saai
Hoe reageert een persoon?
Prioriteit die gegeven wordt klopt niet altijd
19
New cards
Stap 2: Structureren tot een geheel
* Gestaltwetten * Figuur vs achtergrond * Geheel is meer dan de som der delen
20
New cards
Gestaltpsychologie
* Vertrektpunt: hoe massa aan info verwerken? * UItgangspunt: eerst het geheel, dan de delen. * Selectie van de prikkels door het zien van een gestalt/een geheel * Vraag: wat bepaalt daarbij onze waarneming? * gestaltwetten
21
New cards
Wetmatigheden
* Gestaltwetten * Groeperingswetten * Constanties
22
New cards
Gestaltwetten
Wet 1: figuur vs achtergrond
* iets komt naar voor t.o.v. een achtergrond * Beeld * Geluid * De rest gaat naar achter en verdwijnt min of meer * Bewegingen worden aan een figuur toegekend
\ Wat is nodig om figuur en achtergrond te zien?
* Spanningsveld * Figuur en achtergrond moeten voldoende verschillen * Geen spanningsveld: camouflage = opgaan in de achtergrond
\ * Wet 2: het geheel is meer dan de som van de delen * Het geheel verleent betekenis aan de delen * Verandert een deel, dan verandert het geheel
23
New cards
Groeperingswetten
* Wet van de nabijheid * Wat dicht bijeen staat wordt als een eenheid gezien * Wet van de gelijkenis * Wat op elkaar lijkt wordt als samenhorend gezien * Wet van geslotenheid * Een onvolledige waarneming vullen we aan tot een volledige * Wet van de continuïteit * Wat een doorlopend patroon lijkt te vormen, wordt als een geheel gezien * Wet van de eenvoud * Mensen voelen zich aangetrokken tot de meest eenvoudige figuur
24
New cards
Constanties
Waarnemingsconstantie
* Je blijft je figuur als constant zien, het verandert niet als je perspectief verandert. * Bv. een deur die open staat is nog steeds even breed als een deur die dicht staat. * Bv. een persoon die normaal altijd lacht en eens een slechte dag heeft, gaan we niet meteen als een “slecht persoon”.
25
New cards
Stap 3: Zin of betekenis geven: Elke waarneming is eigenlijk een prikkelwereld die vaag is maar eenmaal we een beeld hebben gebruiken we dat als mal voor onze volgende ervaring
Bottom up
* Niks extra nodig * Vanuit de gewaarwording, instroom van informatie * Organisatie prikkelgeheel, opbouwen van een betekenisvol geheel * Patronen, objecten herkennen
\ Top down
* extra nodig om te kunnen interpreteren * Uitgangspunt: de prikkels geven onvoldoende informatie en worden verrijkt met een mentaal model
* Cognitieve psychologie: uitgangspunt * Tekort aan informatie vanuit de pure prikkel voor een functionele waarneming * Zintuigelijk informatie uit verschillende kanalen geïntegreerd in één zinvolle waarneming * Cognitieve verwerkingsprocessen bepalen wat we zien, geven betekenis * Interpretatie van de werkelijkheid * Aftoetsen van hypotheses * Belang van de context en de subjectieve waarnemer
27
New cards
Betekenisgeving
* Cognitieve verwerkingsprocessen in twee richtingen bepalen onze waarneming en geven er betekenis aan * Bottom-up * Top-down
28
New cards
Bottom-up factoren
* Vanuit de gewaarwording, instroom van informatie * Organisatie prikkelgeheel, opbouwen van een betekenisvol geheel * Patronen, objecten herkennen
29
New cards
Top-down factoren
* \ * De context, ons referentiekader is daarbij erg belangrijk * Wat we zien is een interpretatie van de realiteit, gebaseerd op onze hypotheses
30
New cards
Bottom-up vs top-down
Bottom up processing:
Taking sensory information and then assembling and integrating it
→ What am I seeing?
\ Top-down processing:
Using models, ideas, and expectations tot interpret sensory information
→ Is that something I’ve seen before?
31
New cards
Wat speelt mee in de interpretatie?
1. Kennis en ervaring
Gevaar van kennis = labeling/interpreteren
2. Het eigen referentiekader
Belang van cultuur, opvoeding, … bij onze perceptie
3. De context
Waar je bent heeft een invloed op je interpretaties, wat je ziet heeft een invloed op je interpretatie
4. Verwachtingen en gewoonten
Verwachtingen en gewoonten kunnen meespelen in je interpretatie
Pygmalion effect = als iemand zich gaat gedragen naar de verwachting die gezaghebbende andere van hem/haar hebben/ Zowel positief als negatief.
5. Eigen behoeften
Afhankelijk van je eigen behoeften ga je de situatie anders waarnemen
6. Sociale druk
32
New cards
Voorbeeld alle stappen waarnemingsproces
Stap 1: Gewaarwording
* Ik zie vormen
Stap 2: Structureren tot geheel
* Ik zie een gekleurde prent
Stap 3: Betekenis geven
* Ik zie een gekleurde prent van een zeepaardje
33
New cards
Waarneming als instrument
Objectiviteit van de waarneming:
* Gericht en voorbereid observeren * Je houden aan waargenomen feiten * Onderscheid maken tussen waarneming en interpretatie * Bewust zijn van de factoren die je waarneming beïnvloeden
34
New cards
Belang van spiegelneuronen
* Imitatiegedrag * Anderen begrijpen * Kunnen leren van anderen
35
New cards
Belang van spiegelneuronen
* Imitatiegedrag * Anderen begrijpen * Kunnen leren van anderen
* Soort verlenging van de zintuigen in de hersenen * Prikkel blijft heel even bewaard * Relevatie: komen tot globale waarneming * Gerichte aandacht → korte-termijngeheugen
40
New cards
Zien
= Iconisch geheugen
* het beeld dat even op ons netvlies blijft plakkenHoren
41
New cards
Horen
= echoïsch geheugen
* 4 sec.Korte
42
New cards
Kenmerken KTG
* Actief: aandacht is essentieel * Filterfunctie * Beperkt in tijdspanne * Beperkt in capaciteit * Verlengen door herhaling * Aansluitend begrip: werkgeheugen
43
New cards
Lange termijn geheugen
* Info bewerken voor opname in het \`LTG * Dit noemen we coderen: de info omvormen tot een herinnering * Kan door: * Herhalen van info * Associatie * Leer- en onthoudsstrategieën toepassen * Geheugensteuntjes
44
New cards
Opname in het LTG
* Door codering wordt een geheugenspoor gevormd * Dit proces van opslaan en vastzetten noemen we consolidatie * Essentieel hersendeel van de opbouw van het geheugenspoor: hippocampus
45
New cards
Het expliciet geheugen
* Is expliciet aanwezig * Benoembaar: we kunnen het onder woorden brengen * Twe vormen: * Semantisch geheugen: feiten, begrippen en betekenissen * Priming: het sneller herkennen van, of reageren op een bepaalde stimulus als men deze eerder heeft waargenomen * Conditionering
* Misleiden cues: verbale dominantie * Fantasieën: herinneringsvervalsing aanpraten, fictionele gebeurtenissen * Confabulate: zelf aanvullen van gaten in het geheugen
51
New cards
Twee vormen
* Primair → naar buiten * Ervaren van prikkels, alertheid, gerichte aandacht, reageren op onze omgeving * Secundair → naar binnen * reflecterende bewustzijn zelfbesef
52
New cards
3 functies van het bewustzijn
* Selectieve aandacht * Bufferruimte tussen andere functies * Manipulatie van ons mentale model
53
New cards
Het bewustzijn
Het vermogen om te kunnen ervaren of waarnemen, oftewel een beleving of besef hebben van jezelf en je omgeving
54
New cards
Bewuste omgang
Alle dingen die wel aanwezig zijn maar waar je niet met je aandacht mee bezig bent.
* Incentive theorie: prikkel stuurt onbewust aan om behoefte bevrediging te activeren * Toenaderingsgedrag: naar object * Vermijdingsgedrag: weg van object * Compromis: beide toegeven
\- Straf: iets aangenaam wegnemen (buiten de klas gezet)
82
New cards
Uitdoven (Pavlov)
Gedrag verdwijnt zelf
83
New cards
OS
Ongeconditioneerde Stimulus
84
New cards
OR
Ongeconditioneerder Respons
85
New cards
NS
Neutrale Stimulus
86
New cards
CS
Gecondtioneerde Stimulus
87
New cards
CR
Geconditioneerde Respons
88
New cards
Zelfbeeld
Complex en impliciet geheel van opvattingen plus waarderingen over onszelf, tot stand gekomen door interactie met de wereld. Bepaalt hoe we met onszelf en anderen omgaan.
89
New cards
Kenmerken zelfbeeld
Het zelfbeeld als gestalt.
* Vele kleine opvattingen over onszelf * Geheel is hier groter dan * Verandering
Cognitieve en affectieve schema's
* Stabiel en veranderlijk * Schema opvattingen over je zelfbeeld gevoelens daarvan die zo reactie/gedrag bepalen * Bril mijn visie over dingen gebeurtenissen en mezelf
90
New cards
Cognitief aspect
* kennis over onszelf * hoe zie ik mezelf * ik ben, … * uiterlijk, persoonlijkheid * gewoonten, W&N