1/195
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
in het algemeen
en general
kopen
acheter
verkopen
vendre
betalen
payer
kosten
coûter
… nodig hebben
avoir besoin de …
een winkelkarretje
un charoit
een aankoop
un achat
een boodschap
une course
boodschappen doen
faire des courses
zwaar
lourd, lourde
een lijst
une liste
een boodschappenlijst
une list des courses
een prijs
un prix
duur
cher, chère
gratis
gratuit, gratuite
het geld
l’argent (m)
het zakgeld
l’argent de poche (m)
geld
des sous (m)
een kaart
une carte
een bankkaart
une carte bancaire
een afdeling, een rek
un rayon
een kassa
une caisse
een euro
un euro
een cent
un cent
een kilo
un kilo (de)
een gram
un gramme
honderd gram…
cent grammes de…
een stuk
un morceau
in blokjes
en cubes
een sneetje
une tranche
half
demi, demie
een halve kilo
un demi-kilo
een liter
un litre
een pak
un paquet
een blik
une boîte
een doos
une boîte
een fles
une bouteille (de)
een pak
une brique (de)
een pot
un pot
een bakje
une barquette
een bussel, bos
une botte
een zak
un sac
Anders nog iets?
Et avec ça?
een ding
une chose
Wilt u nog iets?
Vous voulez encore quelque chose?
Nee, bedankt!
Non, merci!
Hoeveel kost het?
ça fait combien?
Het kost … euro
ça fait … euros
de maaltijden en de gerechten
les repas et les plats
een kaart
une carte
een menu
un menu
een menukaart
une carte des menus
een verscheidenheid
une variété
een recept
une recette
een restaurant
un restaurant
een rekening
une addition
gekookt
cuit, cuite
gieten
verser
klutsen
battre
plaatsen, zetten
mettre
toevoegen
ajouter
mengen
mélanger
afkoelen
refroidir
klaarmaken
préparer
met zorg
avec soin
een maaltijd
un repas
een specialiteit
une spécialité
een ontbijt
un petit dejeuner
een middagmaal
un déjeuner
een vieruurtje
un quatre-heures
een avondmaal
un dîner
lunchen
déjeuner
dineren
dîner
een gerecht, een schotel
un plat
een voorgerecht
une entrée
een hoofdgerecht
un plat de résistance
een hoofdgerecht
un plat principal
een dessert
un dessert
picknick
un piquenique
slecht
mauvais, mauvaise
goed
bon, bonne
Smakelijk!
Bon appétit!
Het is lekker.
C’est bon.
voor
pour
voor mij
pour moi
Ik heb zin in …
J’ai envie de …
nemen
prendre
een keuze
un choix
een optie
une option
willen
vouloir
Ik zou … willen.
Je voudrais …
het voedsel
le nourriture
de honger
la faim
honger hebben
avoir faim
eten
manger
een brood
un pain
een boterham
une tartine
een stokbrood
une baquette
een croissant
un croissant