Kaarten: LE FRANCAIS DE L'IMMOBILIER (VASTGOED HOGENT) | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/301

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

302 Terms

1
New cards

à ses torts

in zijn nadeel

2
New cards

un état de lieux

een plaatsbeschrijving

3
New cards

La directeur est en réunion.

De directeur is in vergadering.

4
New cards

des biens immobiliers

vastgoed

5
New cards

avoir recours à

zijn toevlucht nemen tot

6
New cards

la périmètre

de omtrek

7
New cards

une enchère

een verkoop per opbod

8
New cards

une incohérence

een gebrek aan samenhang

9
New cards

un tentative

een poging

10
New cards

le montant

het bedrag

11
New cards

concéder

toewijzen, verlenen

12
New cards

une décote

een vermindering

13
New cards

le résidentiel

de markt van de particuliere woningen

14
New cards

une tendance

een tendens

15
New cards

révéler

onthullen

16
New cards

un effondrement

een instorting

17
New cards

chuter

vallen

18
New cards

l'occupation

de bewoning

19
New cards

sommaire

beknopt

20
New cards

un surcote

een meerwaarde

21
New cards

un rez-de-chaussée surélevé

verhoogde benedenverdieping

22
New cards

un seuil

een drempel

23
New cards

une chaudière murale

een wandketel

24
New cards

un chauffe-eau

een boiler

25
New cards

un interrupteur

een schakelaar (voor licht)

26
New cards

une citerne à mazout

een mazouttank (ketel)

27
New cards

une pompe à chaleur

een warmtepomp

28
New cards

une salle à manger

een eetkamer

29
New cards

un dressoir

een buffetkast

30
New cards

un stratifié

een laminaat

31
New cards

une cuisinière

een fornuis

32
New cards

un evier

een gootsteen, pompbak

33
New cards

une commode

een ladenkast

34
New cards

une étagère

een plank (een plankenkast)

35
New cards

une garde-robe

een kleerkast

36
New cards

un placard

een kast

37
New cards

une bidet

een lavabo

38
New cards

un commettant

een opdrachtgever

39
New cards

convenir

overeenkomen

40
New cards

prendre cours

aanvangen

41
New cards

une indemnité

een schadevergoeding

42
New cards

endéans un délai

binnen een termijn

43
New cards

percevoir

innen, ontvangen

44
New cards

s'engager fermement à

zich stellig verbinden tot

45
New cards

une inexécution du contrat

een niet-uitvoering van het contract

46
New cards

une résolution du contrat

een ontbinding van het contract

47
New cards

collaborer

samenwerken

48
New cards

écaillé

afgebladderd

49
New cards

fendu

gespleten

50
New cards

ébréché

met stukken eruit

51
New cards

taché

bevlekt

52
New cards

une fissure

een scheur

53
New cards

Fissuré

gescheurd

54
New cards

détériorer

beschadigen

55
New cards

la serrurerie

het beslag

56
New cards

dépareillé

onvolledig

57
New cards

effectuer le relevé

de meterstand opnemen

58
New cards

émettre des réserves

voorbehoud maken

59
New cards

un accusé de réception

een bevestiging van ontvangst

60
New cards

un joint

een dichting

61
New cards

le rebouchage

het dichten

62
New cards

le cas échéant

als het geval zich voordoet

63
New cards

un toit

een dak

64
New cards

une porte coulissante

een schuifdeur

65
New cards

un rebord

een vensterbank

66
New cards

une clôture

een omheining

67
New cards

une véranda

een veranda

68
New cards

une conduite

een leiding

69
New cards

un éclairage

een verlichting

70
New cards

un lave-vaisselle

een afwasmachine

71
New cards

un congélateur

een diepvriezer

72
New cards

décoloré

verkleurd, verbleekt

73
New cards

dépareillé

onvolledig

74
New cards

étendre

uitbreiden

75
New cards

par courrier recommandé

per aangetekende brief

76
New cards

une indemnité de résiliation

een opzeggingsvergoeding

77
New cards

la superficie du terrain

de oppervlakte van het terrein

78
New cards

la proximité des commerces

de nabijheid van winkels

79
New cards

Pardon, je ne vous ai pas bien compris.

Sorry, ik heb u niet goed begrepen.

80
New cards

La connexion à été coupée.

De verbinding werd verbroken.

81
New cards

J'attends encore un coup de téléphone.

Ik verwacht nog een telefoontje.

82
New cards

Monsieur X ne répond pas.

Meneer X neemt niet op.

83
New cards

Le X vous convient?

Schikt X u? (datum)

84
New cards

De la part de qui?

Namens wie?

85
New cards

Il sera la vers X heures.

Hij zal daar rond X uur zijn.

86
New cards

Puis-je lui laisser un message?

Kan ik hem/haar een boodschap te achterlaten?

87
New cards

un intermédiaire

een tussenpersoon

88
New cards

la conclusion d'une vente

het sluiten van een verkoop

89
New cards

constituer

samenstellen

90
New cards

diffuser

verspreiden

91
New cards

afficher

tonen

92
New cards

louer

huren/verhuren

93
New cards

négocier

onderhandelen

94
New cards

le certificat d'urbanisme

het stedenbouwkundig attest

95
New cards

la toiture

het dakwerk

96
New cards

un prêt hypothécaire

een hypotheeklening

97
New cards

juger

beoordelen

98
New cards

acquérir

verwerven

99
New cards

assumer

aanvaarden, aannemen

100
New cards

le médiateur

de bemiddelaar