Kaarten: Frans vocabulaire produits et services | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/305

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:17 PM on 8/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

306 Terms

1
New cards

une activité

een activiteit

2
New cards

exercer une activité

een activiteit uitoefenen

3
New cards

avoir pour activité

als activiteit hebben

4
New cards

étendre ses activités

zijn activiteiten uitbreiden

5
New cards

une classification

een classificatie

6
New cards

une classification des entreprises

een bedrijfsclassificatie

7
New cards

des critères de classification

classificatiecriteria

8
New cards

un secteur d'activité

een sector

9
New cards

Le secteur primaire/secondaire/tertiaire

de primaire/secundaire/tertiaire sector

10
New cards

le secteur marchand

de prof

11
New cards

le secteur non marchand

de non-profitsector

12
New cards

être actif / présent dans un secteur

actief/ aanwezig zijn in een sector

13
New cards

une branche d'activité

een bedrijfstak

14
New cards

une matière première

een grondstof

15
New cards

une mine

een mijn

16
New cards

un mineur

een mijnwerker

17
New cards

la pêche

de visvangst

18
New cards

pêcher

vissen

19
New cards

un pêcheur

een visser

20
New cards

un agriculteur

een landbouwer

21
New cards

l'agriculture (f.)

de landbouw

22
New cards

agricole

landbouw

23
New cards

le secteur agricole

de landbouwsector

24
New cards

cultiver

bewerken

25
New cards

un cultivateur

een landbouwer

26
New cards

cultiver la terre

De grond/aarde bewerken

27
New cards

une exploitation

een (ontginnings)bedrijf

28
New cards

exploiter

ontginnen, exploiteren

29
New cards

un exploitant

een ondernemer, exploitant

30
New cards

une transformation

een verwerking

31
New cards

transformer (qqc) en (qqc)

(iets) verwerken tot (iets)

32
New cards

l'industrie de transformation

de verwerkingsindustrie

33
New cards

une exploitation agricole

een landbouwbedrijf

34
New cards

une exploitation forestière

bosbouwbedrijf

35
New cards

une exploitation minière

een mijnbouwbedrijf

36
New cards

la transformation de matières premières

de verwerking van grondstoffen

37
New cards

un processus

een proces

38
New cards

un processus de production

een productieproces

39
New cards

un processus de transformation

een transformatieproces

40
New cards

un processus de fabrication

een fabricatieproces

41
New cards

un constructeur

een fabrikant

42
New cards

construire

bouwen

43
New cards

la construction

de bouw

44
New cards

un constructeur automobile

een autofabrikant

45
New cards

fabriquer, produire

vervaardigen, fabriceren

46
New cards

un fabricant

een fabrikant

47
New cards

une fabrication

Een vervaarding, fabricatie

48
New cards

une industrie

een industrie

49
New cards

l'industrie extractive

de ontginningsnijverheid

50
New cards

l'industrie de pointe

de hightechindustrie

51
New cards

l'industrie agro-alimentaire

de voedingsmiddelenindustrie

52
New cards

un bâtiment

een gebouw

53
New cards

bâtir

bouwen

54
New cards

un bâtisseur

een bouwer

55
New cards

le secteur du bâtiment

de bouwsector

56
New cards

la chimie

de chemie

57
New cards

un chimiste

een chemicus

58
New cards

un assemblage

een assemblage

59
New cards

assembler

in elkaar zetten

60
New cards

un assembleur

een monteur

61
New cards

l'assemblage d'ordinateurs

het in elkaar zetten van computers

62
New cards

distribuer

verdelen, verstrekken

63
New cards

un distributeur

een verdelen, distributeur

64
New cards

la distribution

de distrubitie

65
New cards

distribuer des biens

goederen verdelen

66
New cards

la grande distribution

de grootdistributie

67
New cards

le commerce

de handel

68
New cards

un commerçant

een handelaar

69
New cards

faire du commerce

handel drijven

70
New cards

fixer un objectif commercial

een commercieel doel stellen

71
New cards

un grossiste

een groothandelaar

72
New cards

un détaillant

een kleinhandelaar

73
New cards

un grande surface, un supermarché

een grootwarenhuis, grote supermarkt

74
New cards

un service

een dienst

75
New cards

offrir/ fournir des services

diensten verlenen

76
New cards

rendre service

dienst verlenen, van dienst zijn

77
New cards

un service payant

een betalende dienst

78
New cards

un service marchand

een commerciële dienst

79
New cards

un service non marchand

een niet-commerciële dienst

80
New cards

un prestataire de services

een dienstverlener

81
New cards

une entreprise prestataire de services

een dienstverlenend bedrijf

82
New cards

une agence

een agentschap

83
New cards

une agence publicitaire/ de publicité

een reclamebureau

84
New cards

une agence immobilière

een makelaarskantoor

85
New cards

une agence bancaire

een bankagentschap

86
New cards

une assurance

een verzekering

87
New cards

(s') assurer

(zich) verzekeren

88
New cards

un assureur

een verzekeraar

89
New cards

une compagnie d'assurances

verzekeringsmaatschappij

90
New cards

un courtier d'assurances

een verzekeringsmakelaar

91
New cards

une banque

een bank

92
New cards

unn banquier

een bankier

93
New cards

une banque de données

een databank, database

94
New cards

une chaîne

een keten, ketting, band

95
New cards

une chaîne d'hôtels

een hotelketen

96
New cards

une chaîne d'hôtels

een hotelketen

97
New cards

une chaîne de magasins

een winkelketen

98
New cards

l'enseignement (m.)

het onderwijs

99
New cards

enseigner

onderwijzen

100
New cards

un enseignant

een onderwijzer