1/83
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
l'amministrazione
het (dagelijks) beheer, het bestuur
amministrativo, amministrativa
overheids-, bestuurlijk, ambtelijk
l'amministratore, l'amministratrice
de bestuurder, de beheerder
amministrare
besturen, beheren
l'organizzazione
de organisatie
l'istituzione
de instelling, de oprichting
l'ente
de instelling
gli enti pubblici
de openbare instellingen
l'associazione
de vereniging, het genootschap
il membro
het lid
i servizi
de diensten, de dienstverlening
l'assistenza sociale
het maatschappelijk werk, de sociale dienst
I servizi dell'assistenza sociale sono organizzati molto bene.
De dienstverlening van de sociale dienst is heel goed georganiseerd.
la burocrazia
de bureaucratie
il municipio
het gemeentehuis, het stadhuis
l'ufficio
het kantoor, het bureau, de taak, het ambt
l'autorità pubblica
het openbaar gezag
la pubblica amministrazione
de overheid
il sindaco
de burgemeester
la carica
de functie, het ambt
in carica
in functie, dienstdoend
l'incarico
de taak, de opdracht
L'ispettore ha ricevuto l'incarico di controllare le operazioni.
De inspecteur heeft de opdracht gekregen om de werkzaamheden te controleren.
incaricare qualcuno di qualcosa
iemand iets opdragen
la nomina
de benoeming
nominare (a)
benoemen (tot)
svolgere
verrichten, uitvoeren
lo svolgimento
de uitvoering, het verloop
l'inchiesta
de enquête, het onderzoek
Chi è stato incaricato di svolgere l'inchiesta?
Aan wie is het opgelegd om de enquête uit te voeren?
la commissione d'inchiesta
de onderzoekscommissie
il compito
de taak, de opdracht
principale
voornaamste, hoofd-
la potenza
de macht, de invloed
la funzione
de functie, de betrekking
il comune
de gemeente
Ogni provincia è divisa in comuni.
Elke provincie is verdeeld in gemeenten.
comunale
gemeentelijk, gemeente-
la giunta
de raad
l'anagrafe
het bevolkingsregister
l'ufficio dello stato civile
de burgerlijke stand
federale
federaal, bonds-
La Germania è una repubblica federale.
Duitsland is een federale republiek.
la regione
de regio, het gewest, de streek
l'Italia è divisa in 20 regioni.
Italië is verdeeld in 20 regio's.
regionale
regionaal, gewestelijk, provinciaal
l'amministrazione regionale
de regionale overheid
il certificato
het bewijs, de akte, de verklaring
il certificato di nascita
de geboorteakte
il certificato di residenza
het uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie
il certificato di nullaosta
de verklaring van geen bezwaar
il certificato di buona condotta
de verklaring van goed gedrag
la dichiarazione
de verklaring, de aangifte
la misura
de maatregel
Queste misure sono prese dall'amministrazione regionale.
Deze maatregelen zijn genomen door de regionale overheid.
la provincia (le province)
de provincie
Quante province ha la vostra regione?
Hoeveel provincies heeft jullie regio?
il capoluogo
de hoofdstad (van een regio)
il campanilismo
het chauvinisme, overdreven waardering voor de plaats waar men geboren is
residente (m./f.) (Adj.)
woonachtig, wonend
Io sono un'italiana residente all'estero.
Ik ben een Italiaanse die woonachtig is in het buitenland.
l'abitante
de inwoner, de inwoonster
Quanti abitanti ha questa città?
Hoeveel inwoners heeft deze stad?
il cittadino/la cittadina
de (staats)burger, de inwoner
È ora che diventiamo tutti cittadini d'Europa.
Het is tijd om allemaal burgers van Europa te worden.
libero, libera
vrij
la residenza
de woonplaats, het wettige adres
fisso, fissa
vast, permanent
Renzo non ha mai avuto una residenza fissa.
Renzo heeft nooit een vaste woonplaats gehad.
la polizia
de politie
il poliziotto/la poliziotta
de politieagent/e
la polizia stradale
de verkeerspolitie
la multa
de boete
Perché la polizia stradale vi ha fatto la multa?
Waarom heeft de verkeerspolitie jullie een boete gegeven?
la manifestazione
de betoging, de manifestatie, het evenement
A quella manifestazione c'erano molti poliziotti.
Er waren veel politieagenten bij dat evenement.
la questura
het hoofdbureau van de politie
il presidio
de politiepost
l'organo
het orgaan
La questura è l'organo principale della polizia in ogni provincia.
Het hoofdbureau van de politie is het hoofdorgaan van de politie in elke provincie.
il commissariato
het politiebureau
Dobbiamo andare subito al commissariato a denunciare il fatto.
We moeten onmiddellijk naar het politiebureau gaan om het feit te melden.
il commissario
de commissaris
l'ispettore, l'ispettrice
de inspecteur