Diervoeding Hond en Kat

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/32

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van diervoeding voor honden en katten, inclusief nutriëntenleer, energiestofwisseling en specifieke voedingsbehoeften per levensfase.

Last updated 5:25 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

33 Terms

1
New cards

Nutriënten

Chemische verbindingen, organische moleculen of minerale elementen in voedingsmiddelen die onmisbaar zijn voor het functioneren van het lichaam.

2
New cards

Monosachariden

Enkelvoudige suikers die makkelijk kunnen worden geabsorbeerd, zoals glucose, galactose en fructose.

3
New cards

Oligosachariden

Korte ketens van monosachariden die vaak dienen als vezelbron voor het dieet, zoals fructo-oligosachariden.

4
New cards

Bèta-glucanen

Polysachariden met bèta-verbindingen die niet door enzymen van het dier kunnen worden opgesplitst en de vezels in het dieet vormen (bijv. cellulose, pectine).

5
New cards

Voedingsvezels

Niet-verteerbare koolhydraten die de darmfunctie bevorderen en reguleren door de transitietijd te normaliseren en de maaglediging te vertragen.

6
New cards

Fermentatie

Het proces waarbij bacteriën in de dikke darm koolhydraten afbreken in een zuurstofarme omgeving om energie te genereren.

7
New cards

Essentiële aminozuren

Aminozuren die niet door het lichaam zelf kunnen worden aangemaakt en dus via de voeding moeten worden opgenomen.

8
New cards

Taurine

Een essentieel aminozuur voor katten dat alleen voorkomt in dierlijke weefsels en belangrijk is voor de galzoutsynthese, het hart en het netvlies.

9
New cards

Biologische waarde (BW)

Een maatstaf voor de kwaliteit van een eiwit, bepaald door het aminozurenprofiel en de eiwitverteerbaarheid.

10
New cards

Triglyceriden

De voornaamste bestanddelen van vetten, opgebouwd uit vetzuren en glycerol.

11
New cards

Omega-3 en Omega-6

Twee types essentiële vetzuren waarbij een goed evenwicht in de verhouding belangrijk is voor de gezondheid.

12
New cards

Vitaminen

Complexe organische substanties die in kleine hoeveelheden nodig zijn voor groei en gezondheid, maar zelf geen energetische waarde hebben.

13
New cards

Antivitamines

Stoffen die leiden tot afbraak of inactivatie van vitaminen, zoals thiaminase (voor thiamine) en avidine (voor biotine).

14
New cards

Macromineralen

Anorganische substanties zoals calcium en magnesium die in relatief grote hoeveelheden (gram/dag of pph) nodig zijn.

15
New cards

Probiotica

Levende micro-organismen die gunstig inwerken op de darmflora en de immuunweerstand versterken.

16
New cards

Prebiotica

Onverteerbare voedingsbestanddelen die de groei en activiteit van gezondheidsbevorderende bacteriën in de dikke darm stimuleren.

17
New cards

Bruto-energie (BE)

De totale hoeveelheid chemische energie aanwezig in voeder, gemeten via volledige oxidatie in een bomcalorimeter.

18
New cards

Verteerbare energie (VE)

De bruto-energie minus de energie die verloren gaat via de feces.

19
New cards

Metaboliseerbare energie (ME)

De energie van voeder die daadwerkelijk in het organisme kan worden omgezet, berekend als VEurinaire energieVE - \text{urinaire energie}.

20
New cards

Netto-energie (NE)

De energie die in het lichaam beschikbaar is voor onderhoud, productie en activiteit, berekend als MEextra warmteverliesME - \text{extra warmteverlies}.

21
New cards

Calorie (cal)

De hoeveelheid warmte noodzakelijk om de temperatuur van 1 g1 \text{ g} water met 1 °C1 \text{ °C} te verhogen; 1 kcal=4,18 kJ1 \text{ kcal} = 4,18 \text{ kJ}.

22
New cards

Daily Energy Requirement (DER)

De dagelijkse energiebehoefte van een dier voor vitale functies, activiteit, groei en productie.

23
New cards

Metabolisch gewicht

Het gewicht uitgedrukt als G0,75G^{0,75}, aangezien warmteproductie evenredig is met de driekwart macht van het gewicht.

24
New cards

Volledig diervoeder

Een mengvoeder dat door zijn samenstelling toereikend is als dagrantsoen en alle vereiste voedingsstoffen in de juiste verhouding bevat.

25
New cards

Body Condition Score (BCS)

Een visuele en tactiele methode om de lichaamsconditie van een dier te beoordelen, variërend van uitgehongerd tot obees.

26
New cards

Theobromine

De stof in chocolade die giftig is voor honden en symptomen zoals braken, snelle hartslag en epileptische aanvallen kan veroorzaken.

27
New cards

Neofilie

De neiging van katten om een nieuw dieet te verkiezen boven een dieet dat zij gewoon zijn.

28
New cards

Eclampsie

Ook bekend als melkziekte of zoogkramp; een gevaarlijke toestand bij teven veroorzaakt door hypocalcemie tijdens de lactatieperiode.

29
New cards

Colostrum

De eerste melk (biest) na de geboorte, rijk aan antistoffen, energie en nutriënten, met een laxerend effect voor neonati.

30
New cards

ATP (Adenosinetrifosfaat)

De belangrijkste energieleverancier in het lichaam, opgebouwd uit adenosine en drie fosfaatgroepen.

31
New cards

Maandagziekte

Een aandoening bij atletische honden gekenmerkt door hevige spierpijnen door ophoping van melkzuur en beschadiging van spiercellen.

32
New cards

Hyperplastische obesitas

Een vorm van vetzucht waarbij het aantal vetcellen toeneemt, vaak ontstaan tijdens de adolescentie.

33
New cards

Hepatische lipidose

Leververvetting; een ernstige aandoening bij zeer zwaarlijvige katten die plotseling stoppen met eten.