1/27
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen rondom emoties, de drie componenten, functies, fysiologische werking, emotionele intelligentie en culturele invloeden.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Emotie
Een kortdurende en intense reactie op een prikkel die we belangrijk vinden, uitgelokt door gebeurtenissen, gedachten of herinneringen.
Stemming
Een toestand van langere duur en minder intensiteit dan een emotie, waarbij de oorzaak vaak minder duidelijk is; ook wel humeur genoemd.
Temperament
De blijvende geneigdheid van een persoon om vaak bepaalde emoties of stemmingen te ervaren.
Affectief
Een begrip dat wordt gebruikt om te verwijzen naar het ervaren van emoties en stemmingen.
Subjectieve component
Een deel van een emotie bestaande uit een cognitief deel (beoordeling van de situatie) en een gevoel.
Fysiologische component
De lichamelijke veranderingen bij emoties (zoals versnelde hartslag, zweten of blozen) die door het zenuwstelsel in gang worden gezet.
Gedragscomponent
De expressie van een emotie via gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal of specifiek gedrag zoals juichen.
Arousal
De mate waarin het zenuwstelsel actief is, oftewel de mate van fysiologische opwinding.
Basisemoties
De zes universeel voorkomende emoties volgens Paul Ekman (1934): blijdschap, woede, verdriet, angst, walging en verrassing.
Adaptieve functie
De functie van emoties die gedrag stuurt in een richting die de overleving helpt, zoals beschreven door Charles Darwin (1809-1882).
Sociale functie
De functie waarbij emoties fungeren als communicatiemiddel en hulpmiddel bij interactie met anderen.
Cognitieve functie
De functie waarbij emoties het functioneren ondersteunen door verhoogde aandacht en een betere opslag van herinneringen.
Vecht-vlucht-reactie
Een reactie op stress waarbij het lichaam zich klaarmaakt voor actie via het sympatisch zenuwstelsel.
Tend-and-befriend-reactie
Een reactie op angst waarbij men zorgt voor het kroost (tend) en hulp zoekt bij de sociale groep (befriend), volgens Shelley Taylor (1946) vaak bij vrouwen.
Autonoom zenuwstelsel
Het deel van het zenuwstelsel dat de werking van organen zoals het hart, de longen en de spijsvertering regelt.
Sympatisch zenuwstelsel
Onderdeel van het autonoom zenuwstelsel dat in werking treedt bij inspanning of stress zodat lichamelijke activiteit mogelijk wordt.
Parasympatisch zenuwstelsel
Onderdeel van het autonoom zenuwstelsel dat zorgt voor rust, ontspanning en herstel in het lichaam.
Bevriesgedrag
Een reactie bij angst waarbij het individu verstijft en zich niet meer verroert wanneer er te veel twijfel is over hoe te reageren.
Still face experiment
Een onderzoekstest waarbij een moeder stopt met reageren op haar baby, wat de noodzaak van emotionele boodschappen in interactie aantoont.
Emotionele Intelligentie (EQ)
Het vermogen om op een efficiënte manier met eigen emoties en die van anderen om te gaan, geïntroduceerd door Daniel Goleman (1946).
Emotieregulatie
De vaardigheid om de fysiologische, subjectieve en expressieve componenten van emoties zelf bij te sturen of onder controle te houden.
Herbeoordelen
Een emotieregulatiestrategie waarbij men het idee over de situatie verandert, waardoor de subjectieve component en de intensiteit van de emotie wijzigen.
Uitingsregels (display rules)
Sociale regels of normen die voorschrijven hoe er binnen een cultuur met het uiten van emoties moet worden omgegaan.
Individualistische cultuur
Een cultuur waarin veel belang wordt gehecht aan persoonlijke keuzes en persoonlijke expressie, zoals huilen, minder een taboe is.
Collectivistische cultuur
Een cultuur waar de groep centraal staat en individuele emotionele expressie zoals huilen minder snel wordt aanvaard.
Emotionele besmetting
Het verschijnsel waarbij men emoties uit de directe omgeving onbewust overneemt.
Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
Een angststoornis die het gevolg is van het meemaken van ernstige, stressgevende situaties.
Rationeel
Een typering voor gedrag of denken dat gebaseerd is op een verstandelijke manier van denken in plaats van op emoties.