1/95
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Deliberatieve Democratie (Kern)
Een alternatief voor louter stemmen; burgers wisselen argumenten uit en stellen deze bij om tot een oplossing te komen.
Transformatie van Preferenties
Het effect van praten of delibereren, waarbij voorkeuren veranderen, in tegenstelling tot louter het optellen van preferenties bij stemmen.
Rationaliteit (in DD)
Het principe waarbij men argumenteert op redelijke gronden, oog heeft voor het algemeen belang en openstaat voor overtuiging.
Ideale Setting (Utopie)
Hoewel het Parlement in principe de ideale setting is, primeren daar vaak partijbelangen en strategisch-electorale overwegingen.
Informele Fora
Plaatsen waar deliberatie informeel plaatsvindt, zoals online fora, sociale media (X/Twitter), op café of thuis.
Formele Fora
Formeel gecreëerde settings door het bestuur of initiatiefnemers, zoals een Burgerpanel of Deliberative Poll.
Kenmerk Formele Fora
Bestuur creëert een specifieke context zonder strategisch-electorale overwegingen en met een link naar besluitvorming.
Deliberative Poll (Fishkin)
Een methode waarbij louter toevallig gekozen burgers (met vergoeding als incentive) participeren, en waarbij de uitkomst individuele oordelen zijn.
Mini-public (Representativiteit)
Deelnemers zijn zoveel mogelijk een representatieve weergave van de bevolking.
Deliberatief (Mini-public)
Deelnemers komen tot conclusies na inwinnen van informatie en deelname aan een open discussie.
Burgerpanels
Oók wel 'deliberative mini-publics' genoemd.
G1000
Belgisch voorbeeld (2010-2011) met 704 participanten, volledig 'bottom-up' georganiseerd (ook financiering).
Zwakkere Outputkwaliteit G1000
Kritiekpunt bij de G1000: weinig doorwerking in beleid omdat formele besluitvormers niet betrokken waren.
Legitimiteit (4 Dimensies)
Criteria voor de evaluatie van burgerpanels: Inclusie, Kwaliteit van deliberatie, Doeltreffendheid, en Impact.
Inclusie
Evaluatiecriterium dat kijkt naar representativiteit (kenmerken of opvattingen), non-coverage, non-respons en gelijke kansen om zeg te doen.
Discourse Quality Index (DQI)
Een index die de kwaliteit van het gesprek weergeeft, met criteria zoals respect, gebruik van argumenten, en aandacht voor algemeen belang.
Doeltreffendheid
Evaluatiecriterium dat kijkt naar de verandering in voorkeuren en consensus.
Impact (DD)
Evaluatiecriterium dat kijkt naar de gevolgen voor de politieke besluitvorming.
Voordeel DD (Burgerkloof)
Verkleining van de kloof burger-politiek en versterking van het politieke zelfvertrouwen.
Voordeel DD (Kwaliteit Beleid)
Leidt tot kwalitatief betere resultaten, gebaseerd op het principe 'diversity trumps ability'.
Nadeel DD (Ideale Situatie)
De ideale gespreksituatie is een utopie (macht en coalities).
Nadeel DD (Schaalprobleem)
Deliberatie is moeilijk uit te voeren met grote groepen (geen grote schaal mogelijk).
Nadeel DD (Legitimiteit)
Deliberatie schept verwachtingen die niet ingelost kunnen worden, wat kan leiden tot een daling van de legitimiteit.
Mixed Deliberation
Een methode waarbij volksvertegenwoordigers deelnemen in 'mini-publics'.
Verplichte Publieke Motivering
De politiek geeft (in tweerichtingsverkeer) aan waarom de uitkomsten van deliberatie al dan niet gevolgd worden.
Veto Powers
Mini-publics kunnen beslissingen opschorten als ze vinden dat de politiek uitkomsten verkeerd toepast (iteratieve deliberatie).
Ostbelgien Model
Combineert regelmatige burgerpanels en een vaste burgerraad (beide via loting), waarbij het Parlement verplicht moet reageren op aanbevelingen.
Federaal Model (De Croo)
Voorzieningen voor deliberatieve structuren, zoals Gemengde Commissies (Kamerleden + gelote burgers) en Burgerpanels.
Citizens' Initiative Review
Een proces in Oregon (US) waarbij 24 uitgelote burgers een verklaring opstellen met basisfeiten en argumenten pro/contra een referendum.
Actieve Openbaarheid
Het principe dat de overheid zelf het initiatief neemt om de bevolking systematisch, correct, tijdig, evenwichtig en op verstaanbare wijze voor te lichten.
Passieve Openbaarheid
Het openbaar maken van documenten op vraag van de burger.
Inlichtingsplicht
De overheid moet inlichten over beleid, regelgeving, dienstverlening en rechten inzake openbaarheid van bestuur.
Voorlichtingsambtenaar
Op Vlaams niveau de functionaris die zorgt voor tijdige, systematische en begrijpelijke informatie, en verantwoordelijk is voor het wegwijsdocument en jaarverslag.
Transparantie & Legitimiteit
Empirisch onderzoek toont aan dat transparantie niet altijd leidt tot hogere legitimiteit.
Routine Trade-off
Beleidsbeslissingen over alledaagse afwegingen (bv. sluiting bibliotheek om non-profit te steunen).
Taboo Trade-off
Beleidsbeslissingen waarbij fundamentele waarden worden afgewogen; hierbij leiden negatieve effecten van transparantie.
Overheidscommunicatie
Een publieke taak omdat burgers zonder informatie niet kunnen deelnemen aan het politieke debat en bijdragen aan de democratie.
Interne Communicatie
Communicatie binnen één overheid of tussen overheden.
Externe Communicatie (3 Soorten)
Informatief (feiten laten spreken), Educatief (probleem (h)erkennen), en Persuasief (overtuigen).
Communicatie (Gedragswijziging)
Als communicatie gericht is op wijziging van houding/gedrag heeft het vaak langetermijn doelstellingen en geen direct voordeel.
Schokeffect
Aandacht trekken door het opzettelijk schaden van maatschappelijke normen en waarden met als doel het algemeen bewustzijn te verhogen en gedrag te beïnvloeden.
Geïllustreerde Waarschuwingen
Blijken effectiever dan tekstuele waarschuwingen; ze trekken en behouden sterker de aandacht.
Trend: Passief → Actief
Evolutie van passieve Regeringsmededelingen naar een aanbod van meerdere boodschappen dat een actieve rol van de ontvanger vereist.
Trend: Sluitstuk → Onderdeel Beleid
Communicatie is verschoven van een sluitstuk (resultaten communiceren) naar een inherent onderdeel van de beleidsvoering.
Trend: Broadcasting → Narrowcasting
Evolutie van Persvoorlichting (broadcasting) naar Narrowcasting (een gediversifieerde aanpak).
Bestuur als Ontvanger
Het bestuur ontvangt informatie van de burger direct of indirect, op eigen vraag of ongevraagd.
Gevaren Bestuur als Ontvanger
Het risico op onvolledige informatie of informatie met ongelijke waarde.
Adviesraad (Brans et al. 2010)
Een (semi-)permanente, publiek gefinancierde instantie die niet-bindend advies over beleid geeft en een zekere mate van onafhankelijkheid kent.
Advies (Aard)
Het advies is meestal gebaseerd op consensus en is niet-bindend.
Raadplegen (Ladder)
Burgers worden geconsulteerd zonder verbintenis; het bestuur bepaalt de agenda.
Adviseren (Ladder)
Burgers kunnen problemen en oplossingen aandragen, maar het bestuur kan nog steeds afwijken (mits argumentatie).
Verplichte Adviestermijn (SAR)
Voor vereist advies bij Vlaamse Strategische Adviesraden (SAR) geldt een termijn van vier weken.
Motief: Kennis/Expertise
Input levert de nodige kennis opdat beleidsverantwoordelijken optimale beslissingen kunnen nemen.
Motief: Draagvlak/Legitimiteit
Input laat toe om te zien of er voldoende draagvlak is, creëert vertrouwen en draagt bij aan de legitimiteit.
Strategische Adviesraden (Vb.)
Voorbeelden op Vlaams niveau zijn SERV, Vlor, Minaraad en SARC.
Lay-delegation
Een type samenstelling waarbij het middenveld vertegenwoordigd is, op basis van een gedelegeerde visie.
Academic-self-representation
Een type samenstelling waarbij deskundigen (academici) zichzelf vertegenwoordigen.
Invloed (Instrumenteel Effect)
Advies leidt tot nieuw of aangepast beleid.
Invloed (Agenda-setting Effect)
Advies leidt tot politieke of maatschappelijke discussie en wordt opgepikt door media.
Ervaren Invloed
De invloed op beleidsvorming wordt door de raadsleden als eerder beperkt ervaren.
Kritiek (Intern)
Raadsleden signaleren problemen zoals te weinig tijd, geen compromis, of te late betrokkenheid in het proces.
Kritiek (Extern/Disfuncties)
Adviesraden kunnen fungeren als een alibi- of bufferfunctie of leiden tot vertraging en complexiteit.
Gecoro (Lokaal)
De Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening, aanwezig in 98% van de gemeenten en verplicht.
Jeugdraad (Lokaal)
De meest voorkomende lokale adviesraad (100% van de gemeenten) en verplicht.
Functionele Raden
Lokale adviesraden gericht op een specifiek beleidsdomein (bv. Cultuurraad of Sportraad).
Categoriale Raden
Lokale adviesraden gericht op een specifieke doelgroep (bv. Seniorenraad of Jeugdraad).
Kritiek: Participatie-elite
Leden van lokale adviesraden zijn vaak mannelijke, hooggeschoolde, autochtone 50+'ers.
Kritiek: Eigenbelang
Actoren uit het middenveld worden veelal lid uit eigenbelang (in plaats van algemeen belang).
Input Analyse
Legitimiteitsanalyse die de nadruk legt op participatie, zoals inclusiviteit en representativiteit.
Throughput Analyse
Legitimiteitsanalyse die de nadruk legt op deliberatie, zoals de kwaliteit van het proces (dialoog, procedureregels, taakgerichtheid).
Output Analyse
Legitimiteitsanalyse die de nadruk legt op het beleidsresultaat (uitkomst), zoals relevantie en bruikbaarheid van de adviezen.
Diepterelatie
De relationele analyse die kijkt naar de relatie tussen de adviesraad en de bredere bevolking.
Mechanisms of Direct Democracy (MDDs)
Publiek erkende instellingen waar burgers rechtstreeks aan de stembus beslissen over kwesties (niet via verkiezingen).
Typologie MDD (Bindend)
Onderscheid tussen een adviserende (consultatieve) en een bindende uitkomst.
Typologie MDD (Initiatief)
Onderscheid tussen een MDD die top-down (bestuur) of bottom-up (burgers) werd geïnitieerd.
Meebeslissen (Ladder DD)
De meest intensieve vorm, waarbij beleidsontwikkeling en besluitvorming door burgers zelf plaatsvindt en de resultaten worden overgenomen.
Motief MDD (Macht Executieve)
Het gebruik van MDDs dient om de macht van de executieve te beperken en een machtsbalans te creëren.
Motief MDD (Strategisch)
De politieke elite gebruikt MDDs om een onderwerp van de politieke agenda te schrappen of burgers te laten beslissen over issues die "too hot to handle" zijn.
Oorzaak Stijging MDD
De kloof tussen burger en politiek/politieke partijen en een verandering in waarden (meer belang voor zelfexpressie).
Nadeel MDD (Compromis)
Het gebruik van MDDs bemoeilijkt compromis en verlengt het onderhandelingsproces.
Nadeel MDD (Minderheden)
Het risico op de "Tirannie van de meerderheid", waarbij er geen ruimte is voor minderheden.
Koningskwestie 1950
Een voorbeeld van een informatieve volksraadpleging in België over de terugkeer van Leopold III.
MDD Centraal Niveau België
Geen voorzieningen op federaal vlak.
GW-bezwaren (Bindend Ref.)
De Grondwettelijke bezwaren tegen een bindend referendum (Art. 33 en 36, machten gaan uit van de Natie/wetgevende macht).
Vlaams Referendum (Voorwaarde)
Het referendum moet niet-bindend zijn en mag enkel gaan over gewestelijke bevoegdheden.
Volksraadpleging Lokaal (Wet 1995)
De wet introduceerde lokale volksraadplegingen, geldig enkel bij een deelname-quorum van 40% van de kiezers.
Volksraadpleging Lokaal (Wet 1999)
De eis van een deelname-quorum werd vervangen door een handtekeningenquorum (bijv. 10% van de kiezers in grote gemeenten).
Lokale Uitsluitingen
Volksraadplegingen zijn niet toegestaan over persoonlijke, of budgettaire aangelegenheden ('uitsluitend en rechtstreeks').
VAV
De Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen (opgericht in 1997) met een adviserende taak over volksraadplegingen.
Vraagformulering Lokaal
De vraag moet te beantwoorden zijn met ja of neen en enkel materies van gemeentelijk belang betreffen.
Oosterweeldossier (2009)
Lokale volksraadpleging in Antwerpen; met een opkomst van 34,75% (te laag voor het toenmalige 40% quorum).
Participatory Democracy Theory
De theorie die de nadruk legt op de educatieve waarde van politieke participatie voor burgers.
External Efficacy
Een effect van MDDs: het gevoel dat men invloed kan uitoefenen op de politiek.
Effect MDD op Stemgedrag
Empirisch onderzoek toont gemengde resultaten aan (positief, negatief, of geen effect op toekomstig stemgedrag).
Zwitserland (Bestaan vs. Gebruik)
Het bestaan van MDD's verhoogt politiek vertrouwen, maar het gebruik ervan kan politiek wantrouwen verhogen.
Pseudo-participatie
De vraag of het bestaan van MDD-mechanismen (zonder dat ze gebruikt worden) al genoeg is om vertrouwen op te wekken.