Kaarten: BnB (4_5_6) | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/95

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:18 AM on 7/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

96 Terms

1
New cards

Deliberatieve Democratie (Kern)

Een alternatief voor louter stemmen; burgers wisselen argumenten uit en stellen deze bij om tot een oplossing te komen.

2
New cards

Transformatie van Preferenties

Het effect van praten of delibereren, waarbij voorkeuren veranderen, in tegenstelling tot louter het optellen van preferenties bij stemmen.

3
New cards

Rationaliteit (in DD)

Het principe waarbij men argumenteert op redelijke gronden, oog heeft voor het algemeen belang en openstaat voor overtuiging.

4
New cards

Ideale Setting (Utopie)

Hoewel het Parlement in principe de ideale setting is, primeren daar vaak partijbelangen en strategisch-electorale overwegingen.

5
New cards

Informele Fora

Plaatsen waar deliberatie informeel plaatsvindt, zoals online fora, sociale media (X/Twitter), op café of thuis.

6
New cards

Formele Fora

Formeel gecreëerde settings door het bestuur of initiatiefnemers, zoals een Burgerpanel of Deliberative Poll.

7
New cards

Kenmerk Formele Fora

Bestuur creëert een specifieke context zonder strategisch-electorale overwegingen en met een link naar besluitvorming.

8
New cards

Deliberative Poll (Fishkin)

Een methode waarbij louter toevallig gekozen burgers (met vergoeding als incentive) participeren, en waarbij de uitkomst individuele oordelen zijn.

9
New cards

Mini-public (Representativiteit)

Deelnemers zijn zoveel mogelijk een representatieve weergave van de bevolking.

10
New cards

Deliberatief (Mini-public)

Deelnemers komen tot conclusies na inwinnen van informatie en deelname aan een open discussie.

11
New cards

Burgerpanels

Oók wel 'deliberative mini-publics' genoemd.

12
New cards

G1000

Belgisch voorbeeld (2010-2011) met 704 participanten, volledig 'bottom-up' georganiseerd (ook financiering).

13
New cards

Zwakkere Outputkwaliteit G1000

Kritiekpunt bij de G1000: weinig doorwerking in beleid omdat formele besluitvormers niet betrokken waren.

14
New cards

Legitimiteit (4 Dimensies)

Criteria voor de evaluatie van burgerpanels: Inclusie, Kwaliteit van deliberatie, Doeltreffendheid, en Impact.

15
New cards

Inclusie

Evaluatiecriterium dat kijkt naar representativiteit (kenmerken of opvattingen), non-coverage, non-respons en gelijke kansen om zeg te doen.

16
New cards

Discourse Quality Index (DQI)

Een index die de kwaliteit van het gesprek weergeeft, met criteria zoals respect, gebruik van argumenten, en aandacht voor algemeen belang.

17
New cards

Doeltreffendheid

Evaluatiecriterium dat kijkt naar de verandering in voorkeuren en consensus.

18
New cards

Impact (DD)

Evaluatiecriterium dat kijkt naar de gevolgen voor de politieke besluitvorming.

19
New cards

Voordeel DD (Burgerkloof)

Verkleining van de kloof burger-politiek en versterking van het politieke zelfvertrouwen.

20
New cards

Voordeel DD (Kwaliteit Beleid)

Leidt tot kwalitatief betere resultaten, gebaseerd op het principe 'diversity trumps ability'.

21
New cards

Nadeel DD (Ideale Situatie)

De ideale gespreksituatie is een utopie (macht en coalities).

22
New cards

Nadeel DD (Schaalprobleem)

Deliberatie is moeilijk uit te voeren met grote groepen (geen grote schaal mogelijk).

23
New cards

Nadeel DD (Legitimiteit)

Deliberatie schept verwachtingen die niet ingelost kunnen worden, wat kan leiden tot een daling van de legitimiteit.

24
New cards

Mixed Deliberation

Een methode waarbij volksvertegenwoordigers deelnemen in 'mini-publics'.

25
New cards

Verplichte Publieke Motivering

De politiek geeft (in tweerichtingsverkeer) aan waarom de uitkomsten van deliberatie al dan niet gevolgd worden.

26
New cards

Veto Powers

Mini-publics kunnen beslissingen opschorten als ze vinden dat de politiek uitkomsten verkeerd toepast (iteratieve deliberatie).

27
New cards

Ostbelgien Model

Combineert regelmatige burgerpanels en een vaste burgerraad (beide via loting), waarbij het Parlement verplicht moet reageren op aanbevelingen.

28
New cards

Federaal Model (De Croo)

Voorzieningen voor deliberatieve structuren, zoals Gemengde Commissies (Kamerleden + gelote burgers) en Burgerpanels.

29
New cards

Citizens' Initiative Review

Een proces in Oregon (US) waarbij 24 uitgelote burgers een verklaring opstellen met basisfeiten en argumenten pro/contra een referendum.

30
New cards

Actieve Openbaarheid

Het principe dat de overheid zelf het initiatief neemt om de bevolking systematisch, correct, tijdig, evenwichtig en op verstaanbare wijze voor te lichten.

31
New cards

Passieve Openbaarheid

Het openbaar maken van documenten op vraag van de burger.

32
New cards

Inlichtingsplicht

De overheid moet inlichten over beleid, regelgeving, dienstverlening en rechten inzake openbaarheid van bestuur.

33
New cards

Voorlichtingsambtenaar

Op Vlaams niveau de functionaris die zorgt voor tijdige, systematische en begrijpelijke informatie, en verantwoordelijk is voor het wegwijsdocument en jaarverslag.

34
New cards

Transparantie & Legitimiteit

Empirisch onderzoek toont aan dat transparantie niet altijd leidt tot hogere legitimiteit.

35
New cards

Routine Trade-off

Beleidsbeslissingen over alledaagse afwegingen (bv. sluiting bibliotheek om non-profit te steunen).

36
New cards

Taboo Trade-off

Beleidsbeslissingen waarbij fundamentele waarden worden afgewogen; hierbij leiden negatieve effecten van transparantie.

37
New cards

Overheidscommunicatie

Een publieke taak omdat burgers zonder informatie niet kunnen deelnemen aan het politieke debat en bijdragen aan de democratie.

38
New cards

Interne Communicatie

Communicatie binnen één overheid of tussen overheden.

39
New cards

Externe Communicatie (3 Soorten)

Informatief (feiten laten spreken), Educatief (probleem (h)erkennen), en Persuasief (overtuigen).

40
New cards

Communicatie (Gedragswijziging)

Als communicatie gericht is op wijziging van houding/gedrag heeft het vaak langetermijn doelstellingen en geen direct voordeel.

41
New cards

Schokeffect

Aandacht trekken door het opzettelijk schaden van maatschappelijke normen en waarden met als doel het algemeen bewustzijn te verhogen en gedrag te beïnvloeden.

42
New cards

Geïllustreerde Waarschuwingen

Blijken effectiever dan tekstuele waarschuwingen; ze trekken en behouden sterker de aandacht.

43
New cards

Trend: Passief → Actief

Evolutie van passieve Regeringsmededelingen naar een aanbod van meerdere boodschappen dat een actieve rol van de ontvanger vereist.

44
New cards

Trend: Sluitstuk → Onderdeel Beleid

Communicatie is verschoven van een sluitstuk (resultaten communiceren) naar een inherent onderdeel van de beleidsvoering.

45
New cards

Trend: Broadcasting → Narrowcasting

Evolutie van Persvoorlichting (broadcasting) naar Narrowcasting (een gediversifieerde aanpak).

46
New cards

Bestuur als Ontvanger

Het bestuur ontvangt informatie van de burger direct of indirect, op eigen vraag of ongevraagd.

47
New cards

Gevaren Bestuur als Ontvanger

Het risico op onvolledige informatie of informatie met ongelijke waarde.

48
New cards

Adviesraad (Brans et al. 2010)

Een (semi-)permanente, publiek gefinancierde instantie die niet-bindend advies over beleid geeft en een zekere mate van onafhankelijkheid kent.

49
New cards

Advies (Aard)

Het advies is meestal gebaseerd op consensus en is niet-bindend.

50
New cards

Raadplegen (Ladder)

Burgers worden geconsulteerd zonder verbintenis; het bestuur bepaalt de agenda.

51
New cards

Adviseren (Ladder)

Burgers kunnen problemen en oplossingen aandragen, maar het bestuur kan nog steeds afwijken (mits argumentatie).

52
New cards

Verplichte Adviestermijn (SAR)

Voor vereist advies bij Vlaamse Strategische Adviesraden (SAR) geldt een termijn van vier weken.

53
New cards

Motief: Kennis/Expertise

Input levert de nodige kennis opdat beleidsverantwoordelijken optimale beslissingen kunnen nemen.

54
New cards

Motief: Draagvlak/Legitimiteit

Input laat toe om te zien of er voldoende draagvlak is, creëert vertrouwen en draagt bij aan de legitimiteit.

55
New cards

Strategische Adviesraden (Vb.)

Voorbeelden op Vlaams niveau zijn SERV, Vlor, Minaraad en SARC.

56
New cards

Lay-delegation

Een type samenstelling waarbij het middenveld vertegenwoordigd is, op basis van een gedelegeerde visie.

57
New cards

Academic-self-representation

Een type samenstelling waarbij deskundigen (academici) zichzelf vertegenwoordigen.

58
New cards

Invloed (Instrumenteel Effect)

Advies leidt tot nieuw of aangepast beleid.

59
New cards

Invloed (Agenda-setting Effect)

Advies leidt tot politieke of maatschappelijke discussie en wordt opgepikt door media.

60
New cards

Ervaren Invloed

De invloed op beleidsvorming wordt door de raadsleden als eerder beperkt ervaren.

61
New cards

Kritiek (Intern)

Raadsleden signaleren problemen zoals te weinig tijd, geen compromis, of te late betrokkenheid in het proces.

62
New cards

Kritiek (Extern/Disfuncties)

Adviesraden kunnen fungeren als een alibi- of bufferfunctie of leiden tot vertraging en complexiteit.

63
New cards

Gecoro (Lokaal)

De Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening, aanwezig in 98% van de gemeenten en verplicht.

64
New cards

Jeugdraad (Lokaal)

De meest voorkomende lokale adviesraad (100% van de gemeenten) en verplicht.

65
New cards

Functionele Raden

Lokale adviesraden gericht op een specifiek beleidsdomein (bv. Cultuurraad of Sportraad).

66
New cards

Categoriale Raden

Lokale adviesraden gericht op een specifieke doelgroep (bv. Seniorenraad of Jeugdraad).

67
New cards

Kritiek: Participatie-elite

Leden van lokale adviesraden zijn vaak mannelijke, hooggeschoolde, autochtone 50+'ers.

68
New cards

Kritiek: Eigenbelang

Actoren uit het middenveld worden veelal lid uit eigenbelang (in plaats van algemeen belang).

69
New cards

Input Analyse

Legitimiteitsanalyse die de nadruk legt op participatie, zoals inclusiviteit en representativiteit.

70
New cards

Throughput Analyse

Legitimiteitsanalyse die de nadruk legt op deliberatie, zoals de kwaliteit van het proces (dialoog, procedureregels, taakgerichtheid).

71
New cards

Output Analyse

Legitimiteitsanalyse die de nadruk legt op het beleidsresultaat (uitkomst), zoals relevantie en bruikbaarheid van de adviezen.

72
New cards

Diepterelatie

De relationele analyse die kijkt naar de relatie tussen de adviesraad en de bredere bevolking.

73
New cards

Mechanisms of Direct Democracy (MDDs)

Publiek erkende instellingen waar burgers rechtstreeks aan de stembus beslissen over kwesties (niet via verkiezingen).

74
New cards

Typologie MDD (Bindend)

Onderscheid tussen een adviserende (consultatieve) en een bindende uitkomst.

75
New cards

Typologie MDD (Initiatief)

Onderscheid tussen een MDD die top-down (bestuur) of bottom-up (burgers) werd geïnitieerd.

76
New cards

Meebeslissen (Ladder DD)

De meest intensieve vorm, waarbij beleidsontwikkeling en besluitvorming door burgers zelf plaatsvindt en de resultaten worden overgenomen.

77
New cards

Motief MDD (Macht Executieve)

Het gebruik van MDDs dient om de macht van de executieve te beperken en een machtsbalans te creëren.

78
New cards

Motief MDD (Strategisch)

De politieke elite gebruikt MDDs om een onderwerp van de politieke agenda te schrappen of burgers te laten beslissen over issues die "too hot to handle" zijn.

79
New cards

Oorzaak Stijging MDD

De kloof tussen burger en politiek/politieke partijen en een verandering in waarden (meer belang voor zelfexpressie).

80
New cards

Nadeel MDD (Compromis)

Het gebruik van MDDs bemoeilijkt compromis en verlengt het onderhandelingsproces.

81
New cards

Nadeel MDD (Minderheden)

Het risico op de "Tirannie van de meerderheid", waarbij er geen ruimte is voor minderheden.

82
New cards

Koningskwestie 1950

Een voorbeeld van een informatieve volksraadpleging in België over de terugkeer van Leopold III.

83
New cards

MDD Centraal Niveau België

Geen voorzieningen op federaal vlak.

84
New cards

GW-bezwaren (Bindend Ref.)

De Grondwettelijke bezwaren tegen een bindend referendum (Art. 33 en 36, machten gaan uit van de Natie/wetgevende macht).

85
New cards

Vlaams Referendum (Voorwaarde)

Het referendum moet niet-bindend zijn en mag enkel gaan over gewestelijke bevoegdheden.

86
New cards

Volksraadpleging Lokaal (Wet 1995)

De wet introduceerde lokale volksraadplegingen, geldig enkel bij een deelname-quorum van 40% van de kiezers.

87
New cards

Volksraadpleging Lokaal (Wet 1999)

De eis van een deelname-quorum werd vervangen door een handtekeningenquorum (bijv. 10% van de kiezers in grote gemeenten).

88
New cards

Lokale Uitsluitingen

Volksraadplegingen zijn niet toegestaan over persoonlijke, of budgettaire aangelegenheden ('uitsluitend en rechtstreeks').

89
New cards

VAV

De Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen (opgericht in 1997) met een adviserende taak over volksraadplegingen.

90
New cards

Vraagformulering Lokaal

De vraag moet te beantwoorden zijn met ja of neen en enkel materies van gemeentelijk belang betreffen.

91
New cards

Oosterweeldossier (2009)

Lokale volksraadpleging in Antwerpen; met een opkomst van 34,75% (te laag voor het toenmalige 40% quorum).

92
New cards

Participatory Democracy Theory

De theorie die de nadruk legt op de educatieve waarde van politieke participatie voor burgers.

93
New cards

External Efficacy

Een effect van MDDs: het gevoel dat men invloed kan uitoefenen op de politiek.

94
New cards

Effect MDD op Stemgedrag

Empirisch onderzoek toont gemengde resultaten aan (positief, negatief, of geen effect op toekomstig stemgedrag).

95
New cards

Zwitserland (Bestaan vs. Gebruik)

Het bestaan van MDD's verhoogt politiek vertrouwen, maar het gebruik ervan kan politiek wantrouwen verhogen.

96
New cards

Pseudo-participatie

De vraag of het bestaan van MDD-mechanismen (zonder dat ze gebruikt worden) al genoeg is om vertrouwen op te wekken.