1/30
Vocabulary practice flashcards covering academic terms, Latin phrases, and ICT terminology from the lecture sources.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
De concessie
Een tegemoetkoming of toegeving om tot een overeenkomst te bekomen.
Het imperialisme
Het streven naar machtsuitbreiding en het stichten van een wereldrijk door te overheersen.
De instantie
Een overheidsorgaan of officiële organisatie die bepaalde taken uitvoert.
Institutioneel
Betrekking hebbend op instellingen, instituten of gevestigde organisaties.
Patriarchaal
Systeem waarin mannen/vaders de leidinggevende of dominante rol hebben.
De polyglot
Iemand die veel verschillende talen spreekt en een hoge taalbeheersing heeft.
De retoriek
De kunst van het effectief spreken of overtuigen.
De transfoob
Iemand die angst heeft voor transgenders.
De xenofoob
Iemand die een angst heeft voor vreemdelingen & buitenlanders.
Ex cathedra
Voor een publiek lesgeven zonder interactie.
Id est
Dat is, dat wil zeggen.
Ad hoc
Specifiek voor een bepaald geval.
Ad valvas
Op het mededelingenbord.
Ad rem
Gevat, raak
In se
In wezen, op zich.
In spe
Toekomstig.
In casu
In dat geval.
In extenso
In zijn geheel, volledig.
A posteriori
Achteraf beschouwd.
Ab ovo
Vanaf het allereerste begin.
Tabula rasa
Met een schone lei beginnen.
Sui generis
Met een eigen bijzondere aard.
Contradictio in terminis
Interne tegenspraak.
Quod erat demonstrandum
Wat moest aangetoond worden.
Nomofobie
Angst als je je smartphone thuis bent vergeten.
Digitale detox
Afgezonderd van technologie, zoals verblijven in hotels zonder wifi.
E-zine
Wekelijks verstuurde publicatie, zoals Tech Buzz Weekly.
Ghosten
Niets meer van zich laten horen.
Digitale natives
Mensen/generatie voor wie internet alomtegenwoordig is.
Shopaholic
Verslaafd zijn aan shoppen.
Digitale kloof
Moeite hebben met overstappen naar de digitale wereld.