1/26
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Efficacy
Maximale effect (Emax) dat een agonist kan veroorzaken bij volledige receptorbezetting. Zegt iets over de kracht van het effect, niet over de dosering.
EC50
Concentratie van een agonist die 50% van het maximaal haalbare effect teweegbrengt. Maatstaf voor de potentie.
Potency
De hoeveelheid (concentratie) drug die nodig is om een bepaald effect te bereiken. Hoe lager de EC50, hoe hoger de potentie.
Antagonist
Een stof die bindt aan een receptor zonder deze te activeren, en daarmee de binding van een agonist blokkeert. Heeft een intrinsieke activiteit van 0.
G-proteïne-gekoppelde receptoren (GPCR)
Metabotrope receptoren met 7 transmembraandomeinen. Koppelen aan G-eiwitten (Gs, Gi, Gq) om secundaire boodschappers te activeren/remmen.
Nuclear receptors
Receptoren in het cytosol of de kern (type I en II). Worden geactiveerd door lipofiele liganden en werken als transcriptiefactoren voor genexpressie.
Kinase-linked receptors
Receptoren (zoals RTK's) die bij binding dimeriseren en autofosforylatie ondergaan, wat leidt tot een signaalcascade (bijv. via Ras/Raf/MAPK).
Ligand-gated ion channels
Ionotrope receptoren (bijv. nAChR). Binding van een ligand zorgt direct voor het openen van een kanaal voor ionen (Na+, K+, Cl- of Ca2+). Milliseconde respons.
Gs en pathway
Stimulerend G-eiwit. Activeert Adenylaatcyclase → ↑ cAMP → activatie Protein Kinase A (PKA).
Gi en pathway
Inhiberend G-eiwit. Remt Adenylaatcyclase → ↓ cAMP. De βγ-subunit kan ook ionkanalen beïnvloeden.
Gq en pathway
G-eiwit dat Fosfolipase C (PLC) activeert → splitsing PIP2 in IP3 en DAG → ↑ intracellulair Ca2+.
Ca2+
Secundaire boodschapper die vrijkomt uit het ER via IP3-receptoren. Cruciaal voor spiercontractie, neurotransmissie en enzymactivatie.
cGMP
Secundaire boodschapper gevormd door Guanylaatcyclase. Activeert PKG en zorgt o.a. voor relaxatie van glad spierweefsel (vasodilatatie).
PKA
Protein Kinase A. Wordt geactiveerd door cAMP en fosforyleert doeleiwitten (zoals enzymen of ionkanalen) om een cellulair effect te geven.
IP3 en productie
Inositoltrisfosfaat, geproduceerd door PLC-splitsing van PIP2. Bindt aan receptoren op het ER om Ca2+ vrij te maken.
AA
Arachidonzuur. Vetzuur dat uit membraanfosfolipiden wordt geknipt door Fosfolipase A2 (PLA2); precursor voor prostaglandinen en leukotriënen.
DAG
Diacylglycerol. Blijft in het membraan na PIP2-splitsing en activeert Protein Kinase C (PKC) in aanwezigheid van Ca2+.
PIP2
Fosfatidylinositol-4,5-bisfosfaat. Een membraanfosfolipide dat door PLC wordt gesplitst in de secundaire boodschappers IP3 en DAG.
PLC
Fosfolipase C. Enzym geactiveerd door Gq-receptoren; verantwoordelijk voor de productie van IP3 en DAG uit PIP2.
cAMP
Cyclisch AMP. Secundaire boodschapper gevormd uit ATP door Adenylaatcyclase. Activeert PKA en wordt afgebroken door fosfodiësterase (PDE).
Binding constant Kb
De dissociatieconstante van een antagonist. Hoe kleiner de Kb, hoe groter de affiniteit van de antagonist voor de receptor.
Farmacokinetisch antagonisme
Situatie waarbij een stof de effectieve concentratie van een drug verlaagt door absorptie te verminderen, of metabolisme/uitscheiding te versnellen.
Functioneel antagonisme
Twee agonisten die via verschillende receptoren een tegengesteld fysiologisch effect hebben (bijv. histamine vs adrenaline op de bronchiën).
Competitief antagonisme
Antagonist bindt reversibel op dezelfde plek als de agonist. Effect: Rechtsverschuiving van de curve (hogere EC50), maar Emax blijft gelijk.
Non-competitief antagonisme
Antagonist bindt irreversibel of op een allosterische plek. Effect: Verlaging van de Emax; de agonist kan de blokkade niet "overwinnen".
Inverse agonist
Een stof die bindt aan een receptor met constitutieve activiteit (spontaan actief) en deze activiteit onder het basale niveau verlaagt.
Multiple receptor state model
Model dat stelt dat receptoren bestaan in een evenwicht tussen rusttoestand (R) en actieve toestand (R*