RecFar L1 & 2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/26

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:25 PM on 4/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

27 Terms

1
New cards

Efficacy

Maximale effect (Emax) dat een agonist kan veroorzaken bij volledige receptorbezetting. Zegt iets over de kracht van het effect, niet over de dosering.

2
New cards

EC50

Concentratie van een agonist die 50% van het maximaal haalbare effect teweegbrengt. Maatstaf voor de potentie.

3
New cards

Potency

De hoeveelheid (concentratie) drug die nodig is om een bepaald effect te bereiken. Hoe lager de EC50, hoe hoger de potentie.

4
New cards

Antagonist

Een stof die bindt aan een receptor zonder deze te activeren, en daarmee de binding van een agonist blokkeert. Heeft een intrinsieke activiteit van 0.

5
New cards

G-proteïne-gekoppelde receptoren (GPCR)

Metabotrope receptoren met 7 transmembraandomeinen. Koppelen aan G-eiwitten (Gs, Gi, Gq) om secundaire boodschappers te activeren/remmen.

6
New cards

Nuclear receptors

Receptoren in het cytosol of de kern (type I en II). Worden geactiveerd door lipofiele liganden en werken als transcriptiefactoren voor genexpressie.

7
New cards

Kinase-linked receptors

Receptoren (zoals RTK's) die bij binding dimeriseren en autofosforylatie ondergaan, wat leidt tot een signaalcascade (bijv. via Ras/Raf/MAPK).

8
New cards

Ligand-gated ion channels

Ionotrope receptoren (bijv. nAChR). Binding van een ligand zorgt direct voor het openen van een kanaal voor ionen (Na+, K+, Cl- of Ca2+). Milliseconde respons.

9
New cards

Gs en pathway

Stimulerend G-eiwit. Activeert Adenylaatcyclase → ↑ cAMP → activatie Protein Kinase A (PKA).

10
New cards

Gi en pathway

Inhiberend G-eiwit. Remt Adenylaatcyclase → ↓ cAMP. De βγ-subunit kan ook ionkanalen beïnvloeden.

11
New cards

Gq en pathway

G-eiwit dat Fosfolipase C (PLC) activeert → splitsing PIP2 in IP3 en DAG → ↑ intracellulair Ca2+.

12
New cards

Ca2+

Secundaire boodschapper die vrijkomt uit het ER via IP3-receptoren. Cruciaal voor spiercontractie, neurotransmissie en enzymactivatie.

13
New cards

cGMP

Secundaire boodschapper gevormd door Guanylaatcyclase. Activeert PKG en zorgt o.a. voor relaxatie van glad spierweefsel (vasodilatatie).

14
New cards

PKA

Protein Kinase A. Wordt geactiveerd door cAMP en fosforyleert doeleiwitten (zoals enzymen of ionkanalen) om een cellulair effect te geven.

15
New cards

IP3 en productie

Inositoltrisfosfaat, geproduceerd door PLC-splitsing van PIP2. Bindt aan receptoren op het ER om Ca2+ vrij te maken.

16
New cards

AA

Arachidonzuur. Vetzuur dat uit membraanfosfolipiden wordt geknipt door Fosfolipase A2 (PLA2); precursor voor prostaglandinen en leukotriënen.

17
New cards

DAG

Diacylglycerol. Blijft in het membraan na PIP2-splitsing en activeert Protein Kinase C (PKC) in aanwezigheid van Ca2+.

18
New cards

PIP2

Fosfatidylinositol-4,5-bisfosfaat. Een membraanfosfolipide dat door PLC wordt gesplitst in de secundaire boodschappers IP3 en DAG.

19
New cards

PLC

Fosfolipase C. Enzym geactiveerd door Gq-receptoren; verantwoordelijk voor de productie van IP3 en DAG uit PIP2.

20
New cards

cAMP

Cyclisch AMP. Secundaire boodschapper gevormd uit ATP door Adenylaatcyclase. Activeert PKA en wordt afgebroken door fosfodiësterase (PDE).

21
New cards

Binding constant Kb

De dissociatieconstante van een antagonist. Hoe kleiner de Kb, hoe groter de affiniteit van de antagonist voor de receptor.

22
New cards

Farmacokinetisch antagonisme

Situatie waarbij een stof de effectieve concentratie van een drug verlaagt door absorptie te verminderen, of metabolisme/uitscheiding te versnellen.

23
New cards

Functioneel antagonisme

Twee agonisten die via verschillende receptoren een tegengesteld fysiologisch effect hebben (bijv. histamine vs adrenaline op de bronchiën).

24
New cards

Competitief antagonisme

Antagonist bindt reversibel op dezelfde plek als de agonist. Effect: Rechtsverschuiving van de curve (hogere EC50), maar Emax blijft gelijk.

25
New cards

Non-competitief antagonisme

Antagonist bindt irreversibel of op een allosterische plek. Effect: Verlaging van de Emax; de agonist kan de blokkade niet "overwinnen".

26
New cards

Inverse agonist

Een stof die bindt aan een receptor met constitutieve activiteit (spontaan actief) en deze activiteit onder het basale niveau verlaagt.

27
New cards

Multiple receptor state model

Model dat stelt dat receptoren bestaan in een evenwicht tussen rusttoestand (R) en actieve toestand (R*