1/100
Comprehensive vocabulary flashcards pairing German and Dutch terms, nouns, verbs, days of the week, country names, and reading comprehension vocabulary from the notes.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
de camping
der Campingplatz - die Campingplätze
de caravan
der Wohnwagen - die Wohnwagen
het meer
der See
het strand
der Strand - die Strände
het uitstapje
der Ausflug - die AusflĂĽge
de vakantie
der Urlaub / die Ferien
de vakantiewoning
die Ferienwohnung - die Ferienwohnungen
de week
die Woche - die Wochen
de auto
das Auto - die Autos
het hotel
das Hotel - die Hotels
het kamp
das Camp
het museum
das Museum - die Museen
de tent
das Zelt - die Zelte
het vakantiehuis
das Ferienhaus - die Ferienhäuser
de wifi
das WLAN
de zee
das Meer
het zwembad
das Schwimmbad - die Schwimmbäder
de zomervakantie
die Sommerferien
helpen
helfen
kamperen
zelten
laten
lassen
leuk vinden
SpaĂź machen
lezen
lesen
lopen
laufen
nemen
nehmen
overnachten
ĂĽbernachten
rijden
fahren
slapen
schlafen
spreken
sprechen
televisie kijken
fernsehen - ferngesehen
vergeten
vergessen
vallen
fallen
vinden
finden fand - gefunden
vliegen
fliegen
worden, zullen
werden
zien
sehen gesehen
aankomen
ankommen - kam an - angekommen
afspreken
sich treffen - getroffen
beginnen
anfangen
bevallen
gefallen - gefallen
bezichtigen
besichtigen
dragen
tragen
er is, er zijn
es gibt - es gab
eten
essen - gegessen
geven
geben
daar
dort
daarna
danach
dan
dann
eerst
zuerst
evenveel
genauso viel
iedere dag
jeden Tag
laatste
letzte
mooi
schön
naar
nach
omdat
weil
stom
blöd
toen
als
veel - meer - het meest
viel - mehr - am meisten
want
denn
weinig - minder - het minst
wenig - weniger - am wenigsten
België
Belgien
Denemarken
Dänemark
Frankrijk
Frankreich
Italië
Italien
Luxemburg
Luxemburg
Nederland
die Niederlande
Oostenrijk
Ă–sterreich
Spanje
Spanien
Zwitserland
die Schweiz
op maandag
am Montag
op dinsdag
am Dienstag
op woensdag
am Mittwoch
op donderdag
am Donnerstag
op vrijdag
am Freitag
op zaterdag
am Samstag
op zondag
am Sonntag
in het weekend
am Wochenende
ehemalig
voormalig
die FĂĽhrung
rondleiding
stimmen
kloppen
der Ort
de plek, het oord
der Ersatzteil
het reserveonderdeel
knapp
bijna
nicht nur … sondern auch
niet alleen … maar ook
die Entscheidung
de beslissing
begeistern
enthousiast maken
der Kunde
de klant
das Gerät
het apparaat
deswegen
daarom
die Strecke
de route
die Ausdauer
de conditie
sich erholen
zich ontspannen
sich eignen
geschikt zijn
unterschiedliche
verschillende
die Erkenntnis
het inzicht
die SehenswĂĽrdigkeit
de bezienswaardigheid
die Quelle
de bron
Achtung
let op
verpassen
missen
flieĂźen
stromen