📚😅Gesch: leerdoelen en begrippen!

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/50

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:10 AM on 2/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

51 Terms

1
New cards

Hoe was het belangrijkste doel van Nederland na 1945?

Het land moest worden opgebouwd na de oorlog; dit heet wederopbouw.

2
New cards

Noem vier kenmerken van Nederland in de jaren 50.

Zuinig leven, verzuiling, sterk rollenpatroon en veel sociale controle.

3
New cards

Wat was verzuiling?

De samenleving was verdeeld in groepen op basis van geloof of politieke mening.

4
New cards

Welke vier zuilen waren er?

Katholieken, protestanten, socialisten en liberalen.

5
New cards

Waarom zorgde verzuiling voor sociale controle?

Mensen bleven in hun eigen groep en letten op elkaar.

6
New cards

Hoe leefden gezinnen in de jaren 50?

Grote gezinnen, vader werkte, moeder was huisvrouw.

7
New cards

Wat was de rolverdeling in het gezin in de jaren 50?

De man werkte buitenshuis en de vrouw zorgde voor huishouden en kinderen.

8
New cards

Hoe werd in de jaren 50 omgegaan met geld?

Mensen leefden zuinig en hadden weinig luxe.

9
New cards

Hoe werd in de jaren 50 omgegaan met werk en vrije tijd?

Veel werken en weinig vrije tijd.

10
New cards

Hoe werd in de jaren 50 gedacht over seks?

Seks hoorde alleen binnen het huwelijk.

11
New cards

Waardoor veranderde Nederland vanaf de jaren 60?

Door meer welvaart, televisie, ontzuiling en jongerenprotesten.

12
New cards

Hoe werd in de jaren 60 omgegaan met geld?

Mensen kregen meer geld en kochten meer luxe spullen.

13
New cards

Hoe werd in de jaren 60 omgegaan met werk en vrije tijd?

Meer vrije tijd en jongeren kregen een eigen cultuur.

14
New cards

Hoe werd in de jaren 60 gedacht over seks?

Mensen dachten vrijer over seks; seks voor het huwelijk werd normaler.

15
New cards

Noem vier oorzaken van culturele verandering vanaf de jaren 60.

Meer welvaart, massamedia, ontzuiling en jongerenopstand.

16
New cards

Noem drie oorzaken van ontkerkelijking.

Meer onderwijs, meer welvaart en invloed van televisie.

17
New cards

Noem drie gevolgen van ontkerkelijking.

Minder mensen naar de kerk, minder sociale controle en meer vrijheid.

18
New cards

Noem drie voorbeelden van amerikanisering.

Jeans dragen, rockmuziek luisteren en Amerikaanse films kijken.

19
New cards

Waarom ontstonden jeugdculturen?

Jongeren hadden meer geld en wilden anders zijn dan hun ouders.

20
New cards

Wat waren kenmerken van nozems?

Leren jassen, brommers en rockmuziek.

21
New cards

Wat waren kenmerken van provo’s?

Protestacties tegen overheid en autoriteit.

22
New cards

Wat waren kenmerken van hippies?

Vrede, liefde en vrijheid.

23
New cards

Hoe zorgde jongerenopstand voor meer vrijheid?

Jongeren kregen meer inspraak en invloed in de samenleving.

24
New cards

Wat is democratisering?

Mensen kregen meer inspraak in school, werk en politiek.

25
New cards

Wat was de rol van vrouwen in de jaren 50?

Vrouwen waren huisvrouw en afhankelijk van hun man.

26
New cards

Wat was het doel van de eerste feministische golf?

Vrouwen wilden stemrecht.

27
New cards

Wat was het doel van de tweede feministische golf?

Gelijke kansen in werk, opleiding en loon.

28
New cards

Hoe veranderde het huwelijk vanaf de jaren 60?

Mensen gingen vaker scheiden en kozen later voor trouwen.

29
New cards

Hoe veranderde het gezin vanaf de jaren 60?

Gezinnen werden kleiner en meer vrouwen gingen werken.

30
New cards

Hoe veranderde werk voor vrouwen vanaf de jaren 60?

Meer vrouwen kregen een baan buitenshuis.

31
New cards

Hoe veranderde opleiding voor vrouwen vanaf de jaren 60?

Meer vrouwen gingen naar middelbare school en universiteit.

32
New cards

Is de emancipatie van vrouwen voltooid?

Niet helemaal; vrouwen hebben meer rechten maar nog niet overal gelijke kansen.

33
New cards

Wat is wederopbouw?

De periode na 1945 waarin Nederland opnieuw werd opgebouwd.

34
New cards

Wat is consumptiemaatschappij?

Een samenleving waarin mensen veel spullen kopen die niet nodig zijn om te leven.

35
New cards

Wat zijn massamedia?

Radio en televisie die veel mensen tegelijk bereiken.

36
New cards

Wat is amerikanisering?

Invloed van Amerikaanse cultuur op Nederland.

37
New cards

Wat is ontzuiling?

Het verdwijnen van de invloed van de zuilen.

38
New cards

Wat zijn jeugdculturen?

Groepen jongeren met eigen kleding, muziek en ideeën.

39
New cards

Wat is rollenpatroon?

Vaste taakverdeling tussen man en vrouw.

40
New cards

Wat betekent emanciperen?

Opkomen voor gelijke rechten.

41
New cards

Wat is feminisme?

Beweging voor gelijke rechten van vrouwen.

42
New cards

Wat is de tweede feministische golf?

Beweging in de jaren 60 en 70 voor gelijke kansen.

43
New cards

Wat is Dolle Mina?

Vrouwenactiegroep in de jaren 70 voor gelijke rechten.

44
New cards

Wat is pluriforme samenleving?

Samenleving met mensen van verschillende culturen.

45
New cards

Wat zijn migranten?

Mensen die naar een ander land verhuizen.

46
New cards

Wat zijn gastarbeiders?

Buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland kwamen werken.

47
New cards

Wat is de Mammoetwet?

Onderwijswet uit 1963 met mavo, havo en vwo.

48
New cards

Wat is babyboom?

Periode na 1945 waarin veel kinderen werden geboren.

49
New cards

Wat is secularisatie?

Minder invloed van de kerk in de samenleving.

50
New cards

Wat is individualisering?

Mensen maken steeds vaker hun eigen keuzes.

51
New cards

Wat is globalisering?

De wereld raakt steeds meer met elkaar verbonden.