1/41
Pedagogiek III
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Tijdloosheid
Niet te koppelen aan een bepaalde levensfase en levensgebeurtenis
Ouderschap
Essentiële en extentiële verandering in het leven met enorme gevolgen
Fase 1 (Erna Furman)
Iets word door een volwassenen voor het kind gedaan
Fase 2 (Erna Furman)
De volwassenen en het kind doet het samen
Fase 3 (Erna Furman)
Aanmoediging van volwassene doet het kind het zelf
Fase 4 (Erna Furman)
Kind doet het zelf, zonder stimulans en aanmoediging
Interne dialoog
In onszelf vragen stellen
Intrapsychische proces
Observeren, reflecteren, afwegen, keuze maken, handelen
Basal levensvoorwaarden
Voedsel, kleding, veiligheid en verzorging
Balans-denken
Versimpelt de complexe werkelijkheid en roept veel vragen op.
Interpunctie vraagstuk
Verschil van de visie van de deelnemers aan een communicatiereeks
Metapositie
De positie van waaruit je naar jezelf kijkt en bespreekbaar maakt wat je over jezelf en aan de wederzijdse beïnvloeding waarneemt
Ouderbetrokkenheid
De betrokkenheid van de professional op de ouders
KOPP-Kinderen
Kinderen van ouders met psychiatrische problemen
Oudergerichtheid
Onderzoekend naar ouders en hun omstandigheden
Autoritaire opvoedingsstijl
Strenge benadering waarin ouders hoge eisen stellen en strikte gehoorzaamheid verwachten
Permissieve opvoedingsstijl
(toegeeflijke) opvoedstijl ben je als ouder warm en betrokken, maar stel je weinig regels of grenzen
Traditionele opvoedingsstijl
Ouders verwachten strikte gehoorzaamheid en respect. Er is weinig ruimte voor discussie of inbreng van het kind. Regels zijn wet, en er wordt streng gecontroleerd of het kind zich hieraan houdt
Autoritatieve opvoedingsstijl
Er duidelijke regels, maar luistert de opvoeder ook naar de wensen van het kind. Er is veel aandacht voor wat het kind nodig heeft. Het kind krijgt ruimte om zelf te ontdekken en keuzes te maken.
Interpunctievraagstuk
Interpretatie en betekenis die verschillende partijen geven aan eenzelfde communicatie, wat kan leiden tot misverstanden
Drie componenten van attitude
Cognitief, affectief en conactief
Latentiekind
een relatief rustige fase waarin het kind zich geleidelijk fysiek, cognitief, emotioneel en psychisch ontwikkelt.
Circulair proces
Alles kan gezien worden als oorzaak en gevolg
Informeel netwerk
familie, vrienden, kennissen en buren
Formeel netwerk
de professionals die ouders tegenkomen op bijvoorbeeld het
consultatiebureau, in de kinderopvang of op school
IVRK
Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind
WGBO
Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Behandeld expliciet de rechten en
plichten van ouders van minderjarigen
Hyper parenting
Vanuit de maakbaarheidsvisie. Ouder is onzeker vanwege alle beschikbare kennis, hoge verwachtingen en soms onrealistische verwachtingen.
Wachsanlassen
Ouders geven ruimte aan autonomie van het kind, laat hem lekker zijn gang gaan
Langeveld: Visie
Jonge kinderen worden opgevoed door omgang te hebben: ouders oefenen bewust invloed uit die het kind helpen mondig te worden. Omgang gaat later over in gezag uitoefenen altijd wel gericht op zelfverantwoordelijke zelfbepaling
Rousseau
De kindertijd is een speciale tijd, gun het kind zijn spel, opvoeding moet niet autoritair zijn, geef het kind de ruimte’
Beekman
De opvoeder moet het kind onderscheidingsvermogen bijbrengen en een bereidheid tot levenslang leren. Opvoeder leert het kind tolerantie voor andere groepen en minderheden in de samenleving. Persoonlijke opvoeding is belangrijk. De sfeer in het gezin is belangrijker dan de pedagogische handelingen.
Meirieu
Opvoeden is strijd. Waarden en normen van ouders en kinderen botsen soms. Door en in deze confrontatie ontstaat juist de ontwikkeling
Juul
Kinderen leren vooral door nabootsing. Straffen en belonen zijn daarom niet nodig.
Dewey
Zelfstandig leren denken belangrijker dan aannemen van bestaande kennis en feiten. Door te doen leren kinderen denken
Pestalozzi
Kinderen moeten leren om met anderen mee te leven en affectie te tonen.
Attitude (is aangeleerd)
Een duurzaam, aangeleerd systeem van positieve of negatieve kennis, waardering (= gevoelens) en geneigdheid tot handelen ten aanzien van objecten en ideeën.
Moraliserende
Belerend, andere vertellen wat juist gedrag is
Congruent
Dat je zegt wat je doet en doet wat je zegt, dat je houding past bij wat je zegt.
Normatieve professionaliteit
Nadenken over hoe productiviteit en efficiency kunnen samengaan met moreel commitment en existentiële betekenis.
Montessori
Ouders gaan in op interesse van het kind - gevoelige perioden- opvoeders moeten vooral vertrouwen geven
Herbart
Kinderen niet je normen en waarden opleggen maar hun uitdagen tot zelfverwerkelijking