1/16
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de functie van de Lateral Line?
De functie van de Lateral Line is lateroflexie (zijdelingse buiging).
Uit hoeveel lagen/lijnen bestaat de Lateral Line? En hoe heten ze?
Vanuit de knie splitst de Lateral Line zich in twee lagen (lijnen).
De Superficial Lateral Line: SLL (oppervlakkige laag)
De Deep Lateral Line: DLL (diepe laag)
Wanneer is de Superficial Lateral Line actief?
De superficial laterial line is actief tijdens flexie van de wervelkolom
Wanneer is de Deep Lateral Line actief?
De Deep Laterial Line is actief tijdens extensie van de wervelkolom?
Wat gebeurd er bij een gezonde beweging van de wervelkolom met de LL?
Bij een gezonde beweging van de wervelkolom, wisselen extensie en flexie steeds af: hierbij wisselt de activiteit van de SLL en de DLL ook steeds af. Tijdens iederen/elke beweging.
Wat gebeurd er als de twee lagen van de LL in balans functioneren?
Wanneer de twee lagen van de LL in balans functioneren, bevind de wervelkolom zich in een neutrale positie: de SLL en de DLL zijn daarom antagonisten.
Zijn de DLL en de SLL elkaars antagonisten?
Ja, de SLL en de DLL zijn elkaars antagonisten.
Waar zorgen de SLL, SDL en de SVL voor?
De SLL, SDL en de SVL zorgen voor de lichaamshouding
Waar zorgen de DLL, DDL en de DVL voor?
De DLL, DDL en de DVL zorgen voor lichaamsstabiliteit en balans
Vul de missende woorden in
Wanneer de SLL actief is (lateroflexie tijdens …), is het achterbeen in … (… naar …)
Wanneer de SLL actief is (lateroflexie tijdens flexie), is het achterbeen in extensie (gestrekt naar voren)
Vul de missende woorden in
Wanneer de DLL actief is (lateroflexie tijdens …), is het achterbeen in … (… naar …)
Wanneer de DLL actief is (lateroflexie tijdens extensie), is het achterbeen in flexie (gebogen naar achteren)
Benoem de structuren van de Lateral Line
SLL
m. Tensor Fascia Lata (TFL)
m. Cutaneus Trunci
m. Brachiocephalicus (BCP)
DLL
m. Gluteus Superficialis
m. Obliquus Abdominis Externus (schuine buikspieren)
m. Intercostales Externus
m. Intercostalis Internus
m. Splenius Capitis et Cervicis
Wat gebeurt er bij een statische contractie (een samentrekking waarbij de spier wel aanspant en kracht levert, maar niet van lengte verandert) van één of beide lagen van de LL?
Bij een statisch contractie van één of beide lagen van de LL, geeft een holle zijde aan de kant van de contractie en een bolle zijde aan de andere kant.
Meestal is er sprake van een statische contractie van óf de SLL óf de DLL, en niet van beide lagen
Wat gebeurd er als de SLL zich in een statische contractie bevind?
De zijde van de contractie is hol.
Het voorbeen aan de zijde van de contractie is beperkt in retractie (het naar achteren bewegen van het voorbeen), door contractie van de BCP (m. BrachioCePhalicus).
Hierdoor heeft het paard een stijve hals.
De rug is meer is flexie.
Wat gebeurd er als het paard met een rechter SLL in contractie op de linkervolte draaft?
Wanneer het paard met een rechter SLL in contractie op de linkervolte draaft, zal het rechter achterbeen buiten de massa worden gezet vanwege contractie van de TFL (m. Tensor Fascia Lata).
Het paard valt hierdoor meer op de voorhand.
Het achterbeen zal eerder een stuwende beweging laten zien, als gevolg van extensie
Wat gebeurd er als de DLL zich in een statische contractie bevind?
De zijde van de contractie is hol.
Het paard heeft aan deze zijde moeite met zelfgedragenheid, omdat de wervelkolom in extentie functioneert.
Het achterbeen zal een verkortte pas maken, omdat de m. Gluteus Superficialis hypertoon is (verhoogde spierspanning).
De ontwikkeling van de m. Splenius is aan de zijde van de contractie verminderd; er is sprake van atrofie.
Hierdoor zal het paard de hals in extensie dragen en moeite hebben met nageeflijkheid, mede doordat de romp tussen de schouderbladen naar ventraal zakt (zakt naar de grond)(sprake van een verlies van draagkracht en het ontbreken van een zogeheten schoftlift).
Zijdelingse buiging in het midcervicale gebied is beperkt (middelste deel van de hals).
Vlak voor de schoft zie je vaak een dip.
Wat gebeurd er als het paard met een rechter DLL in contractie op de rechter- en linkervolte draaft?
Wanneer een paard met een rechter DLL in contractie op de rechtervolte draaft
Zal het paard rechter buiging vermijden
Vanwege extensie in het midden van de hals als gevolg van hypertonie van de m. Splenius
Als een paard met een rechter DLL in contractie op de linkervolte draaft
Zal het paard zijn rechter achterbeen buiten de masse zetten omdat het paard niet linksom kan buigen.