1/97
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke gastro-intestinale en dermatologische bijwerkingen kunnen optreden bij het gebruik van amiodaron?
Het gebruik kan maagklachten en huidverschijnselen veroorzaken.
Welke specifieke oogheelkundige bijwerking kan amiodaron veroorzaken?
Het kan leiden tot cornea-afwijkingen.
Welk specifiek fenomeen veroorzaakt amiodaron in combinatie met zonlicht, en tot welke uiterlijke verandering leidt dit?
Het veroorzaakt fotosensibilisatie, wat leidt tot een blauwgrijze huid.
Welke overkoepelende endocriene en metabole orgaanafwijkingen kunnen door amiodaron worden geïnduceerd?
Het kan schildklierafwijkingen en leverafwijkingen veroorzaken.
Welke ernstige pulmonale bijwerking kan optreden als gevolg van amiodaron-toxiciteit?
Het kan leiden tot pulmonale toxiciteit.
Welke specifieke morfologische afwijking vertonen de P-toppen in afleiding II?
De P-toppen in afleiding II vertonen een notch.
Bij welk specifiek intracardiaal structureel fenomeen past de aanwezigheid van een notch in de P-top?
Dit fenomeen past bij dilatatie van het linker atrium.
Wat is de bevinding op het ECG met betrekking tot de amplitude van de QRS-complexen?
Er is sprake van hoge QRS-complexen.
Bij welke specifieke structurele verandering van het myocard passen deze hoge QRS-complexen?
Dit past bij linker ventrikelhypertrofie.
Welke repolarisatiestoornissen zijn er zichtbaar op het ECG en in welke specifieke afleiding is dit het meest prominent?
Er zijn ST-segmentdepressies zichtbaar, vooral in afleiding V6.
Wat suggereert de aanwezigheid van deze specifieke ST-segmentdepressies op het ECG?
Dit beeld suggereert een strainpatroon.
Welke overkoepelende symptomen horen bij het backward failure van de rechterventrikel?
Gestuwde halsvenen, perifeer oedeem, slechte eetlust, vergrote lever en ascitis.
Welke overkoepelende symptomen en klinische bevindingen horen bij het backward failure van de linkerventrikel?
Dyspneu d’effort, orthopneu, verplaatste heffende ictus, derde harttoon en crepitaties.
Welke overkoepelende symptomen en hemodynamische parameters horen bij het forward failure van de linkerventrikel?
Moeheid, duizeligheid, lage polsdruk en een snelle pols.
Op welk specifiek type falen wijzen de verminderde inspanningstolerantie en de uitgesproken moeheid?
De verminderde inspanningstolerantie en moeheid wijzen op forward failure.
Wat is het mechanisme achter het ontstaan van forward failure en tot welk gevolg leidt dit in het dagelijks leven?
Dit treedt op wanneer het hart onvoldoende bloed naar de systemische circulatie pompt. Dit leidt tot verminderde fysieke prestaties.
Op welk specifiek type falen wijzen de orthopneu, afgenomen eetlust, misselijkheid en het braken?
Orthopnoe, afgenomen eetlust, misselijkheid en braken wijzen op backward failure.
Wat is het pathofysiologische mechanisme achter het ontstaan van deze specifieke maag- en leverklachten?
De maag- en leverklachten ontstaan door leverstuwing en druk op de maag.
Wat houdt de functionele status NYHA klasse I in volgens de classificatie voor de ernst van symptomen?
NYHA I: Geen klachten in het dagelijks leven.
Wat houdt de functionele status NYHA klasse II in volgens deze classificatie?
NYHA II: Klachten bij flinke inspanning, wat zorgt voor een geringe beperking van dagelijkse activiteiten.
Wat houdt de functionele status NYHA klasse III in volgens deze classificatie?
NYHA III: Klachten bij normale dagelijkse activiteiten.
Wat houdt de functionele status NYHA klasse IV in volgens deze classificatie?
NYHA IV: Klachten bij geringe inspanning en in rust.
Wat is het doel en de betekenis van het verrichte echocardiogram in deze ernstige casus?
Het echocardiogram bevestigt de ernst van de situatie.
Wat toont het echocardiogram met betrekking tot de wanddikte van de linkerventrikel?
De linkerventrikel is hypertrofisch.
Hoeveel bedraagt de ejectiefractie op het echocardiogram en wat valt hierover op te zeggen?
De ejectiefractie is met 40% duidelijk verminderd.
Wat is de status en de functie van de rechterventrikel op het echocardiogram?
De rechterventrikel is vergroot en functioneert matig.
Wat is de primaire structurele diagnose van de aortaklep op het echocardiogram?
De aortaklep vertoont een ernstige stenose.
Wat zijn de exacte hemodynamische en anatomische parameters van de aortaklepstenose op het echocardiogram?
De maximale gradiënt over de klep bedraagt 90 mmHg en het klepoppervlak is slechts 0,7 cm².
Wat is de status van de vena cava inferior op het echocardiogram?
De vena cava inferior is verwijd en collabeert niet.
Waarop wijst deze specifieke status van de vena cava inferior bij deze patiënte?
Dit wijst op een verhoogde centrale veneuze druk.
Wat is de status van de overige hartkleppen op het echocardiogram?
De overige hartkleppen zijn intact.
Wat toont het laboratoriumonderzoek aan met betrekking tot de organen bij deze patiënte?
Het laboratoriumonderzoek toont een lichte verslechtering van de nierfunctie zonder verdere afwijkingen.
Wat is de meest waarschijnlijke hoofd- en nevendiagnose bij deze 27-jarige vrouw?
De meest waarschijnlijke diagnose is een ernstige aortaklepstenose met secundair hartfalen.
Welke specifieke anatomische variant is, gezien haar jonge leeftijd, de meest waarschijnlijke onderliggende oorzaak van de stenose?
Gezien de jonge leeftijd is een aangeboren oorzaak, zoals een bicuspide aortaklep, het meest waarschijnlijk.
Met welk progressief pathologisch proces kan deze aangeboren oorzaak eventueel gecombineerd zijn?
Dit is eventueel in combinatie met degeneratie.
Welke andere overkoepelende etiologische oorzaken voor het ontstaan van een aortaklepstenose worden genoemd?
Andere mogelijke oorzaken voor een aortaklepstenose zijn pure degeneratie en een post-inflammatoire oorzaak.
Van welke anatomische zijde van het hart is het hoorbare geruis op basis van de diagnose het meest waarschijnlijke afkomstig?
Het geruis is op basis van de diagnose het meest waarschijnlijk afkomstig van de linkerkant van het hart.
Wat is de anatomische punctum maximum locatie waar dit geruis het luidst hoorbaar is?
Het geruis is het luidst hoorbaar ter hoogte van de tweede intercostaalruimte rechts.
Wat is de infauste prognose en levensverwachting van de patiënte wanneer er geen behandeling plaatsvindt?
Zonder behandeling bedraagt de levensverwachting van de patiënte slechts ongeveer een jaar.
Welke overkoepelende heelkundige en interventionele behandelingen zijn mogelijk bij een ernstige aortaklepstenose?
Mogelijke behandelingen voor een aortaklepstenose zijn klepplastiek, een prothese en percutane klepvervanging (TAVI).
Voor welke specifieke chirurgische behandelstrategie wordt er bij deze patiënte gekozen?
Er wordt gekozen voor een chirurgische aortaklepvervanging via klepplastiek.
Welk specifiek type kunstklep zou op basis van haar jonge leeftijd normaal gesproken de beste duurzaamheid bieden?
Het plaatsen van een mechanische klep zou het beste passen bij haar leeftijd.
Welke therapeutische consequentie heeft een mechanische klep en welke grote impact heeft dit op haar levensloop?
Een mechanische klep vereist echter levenslang antistollingsgebruik. Dit langdurige antistollingsgebruik bemoeilijkt een toekomstige zwangerschap.
Welke invasieve tandheelkundige vervolgbehandeling moet de patiënte een tijd later ondergaan?
De patiënte moet een tijd later een wortelkanaalbehandeling ondergaan bij de tandarts.
Tot welke specifieke cardiale risicogroep behoort de patiënte vanwege haar chirurgische voorgeschiedenis?
Omdat zij een kunstklep heeft, behoort zij tot een risicogroep voor het ontwikkelen van endocarditis.
Wat is de exacte medische definitie van endocarditis?
Endocarditis is een ernstige ontsteking van de binnenbekleding van het hart of de hartkleppen.
Welke preventieve maatregel wordt er genomen voorafgaand aan de tandheelkundige behandeling?
Ter voorkoming van endocarditis krijgt zij preventieve antibiotica toegediend.
Welke overkoepelende vaste indicaties voor het starten van antibioticaprofylaxe worden in de tekst genoemd?
Kunstkleppen, een voorgeschiedenis met endocarditis, onbehandelde cyanotische hartafwijkingen en de aanwezigheid van een LVAD.
Op welke specifieke afdeling is de 68-jarige man uit casus 4 opgenomen en met welke primaire diagnose?
Een 68-jarige man is opgenomen op de hartbewaking in verband met recent gediagnosticeerd ernstig hartfalen.
Welke metabole en vasculaire aandoeningen heeft de patiënt in zijn medische voorgeschiedenis?
Hij heeft diabetes mellitus type 2 en hypercholesterolemie in de voorgeschiedenis, waarvoor de huisarts hem behandelt.
Heeft de patiënt in het verleden of voorafgaand aan de opname ooit typische ischemische borstklachten gehad?
De patiënt heeft nooit pijn op de borst gehad.
Met welke acute respiratoire en cardiale symptomen presenteerde de patiënt zich 2 dagen geleden op de spoedeisende hulp?
Hij presenteerde zich 2 dagen geleden op de spoedeisende hulp wegens benauwdheid bij platliggen en vochtretentie in de benen.
Wat waren de specifieke structurele en functionele bevindingen op het eerste echocardiogram wat betreft de linkerventrikel?
Een eerste echocardiogram toonde een gedilateerde linkerventrikel met een slechte systolische functie.
Wat was de status van de rechterventrikel en de hartkleppen op dit eerste echocardiogram?
De functie van de rechterventrikel was redelijk en er waren geen belangrijke klepproblemen.
Welke overkoepelende klinische voorbeelden horen bij de oorzaak coronairlijden (CAD)?
Myocardinfarct, angina of angina-aritmieën.
Welke overkoepelende diagnostische methoden worden ingezet om coronairlijden (CAD) op te sporen?
Invasieve coronair angiografie, CT-coronairen, echocardiografie.
Welke overkoepelende klinische voorbeelden horen bij de oorzaak hypertensie?
Hartfalen met behouden systolische functie, maligne hypertensie of acuut pulmonair oedeem.
Welke specifieke diagnostische methode wordt ingezet bij de oorzaak hypertensie?
24-uurs ambulante bloeddrukmeting.
Welke overkoepelende klinische voorbeelden horen bij de oorzaak hartklepziekte?
Primaire klepziekte (zoals aortaklepstenose), secundaire klepziekte (zoals functionele regurgitatie) of congenitale klepziekte.
Welke overkoepelende diagnostische methoden worden ingezet bij het vermoeden van een hartklepziekte?
(Transoesofageale) echocardiografie.
Welke overkoepelende klinische voorbeelden horen bij de oorzaak aritmieën?
Atriale en ventriculaire tachyaritmieën.
Welke specifieke diagnostische methode wordt ingezet voor het diagnosticeren van aritmieën?
Ambulant ECG.
Welke overkoepelende klinische voorbeelden horen bij de oorzaak cardiomyopathie (CMP)?
Gedilateerde hypertrofie, peripartum Takotsubo syndroom of toxines (alcohol, cocaïne, ijzer, koper).
Welke specifieke diagnostische methode wordt ingezet voor het aantonen van een cardiomyopathie (CMP)?
Cardiale MRI (CMR).
Welke overkoepelende klinische voorbeelden horen bij de oorzaak congenitale hartziekte?
Shuntlaesie of Tetralogie van Fallot.
Welke specifieke diagnostische methode wordt ingezet bij een congenitale hartziekte?
Cardiale MRI (CMR).
Welke overkoepelende klinische voorbeelden horen bij de oorzaak infectie?
Virale myocarditis, HIV of de ziekte van Lyme.
Welke overkoepelende diagnostische methoden worden ingezet om een infectie aan te tonen?
Cardiale MRI (CMR), endomyocardaal biopt (EMB), serologie.
Welke klinische en uiterlijke indruk maakt de patiënt tijdens de artsenvisite na zijn verslechtering?
Tijdens de artsenvisite maakt de patiënt een klinisch zieke indruk en is hij bleek.
Wat zijn de exacte waarden van de vitale functies (pols en bloeddruk) tijdens deze visite?
De vitale functies tonen een polsfrequentie van 105 slagen per minuut en een bloeddruk van 85/67 mmHg.
Bij welke combinatie van klinische syndromen past dit totale klinische beeld?
Dit klinische beeld past bij een sinustachycardie, een cardiogene shock en overvulling.
Wat is de exacte fysiologische definitie en het metabole gevolg van een cardiogene shock?
In een cardiogene shock wordt er onvoldoende bloed rondgepompt om de weefsels van zuurstof te voorzien.
Welke overkoepelende parameters uit het lichamelijk onderzoek zijn diagnostisch voor een cardiogene shock?
Hypotensie door een verlaagd hartminuutvolume (CO), ijskoude armen en benen, een verminderde diurese (weinig plassen), een verlaagde polsdruk en een verlengde capillary refill van 6 seconden.
Welke overkoepelende parameters uit het bloed- en klinisch onderzoek zijn diagnostisch voor een cardiogene shock en overvulling?
Een verhoogd lactaat in het veneuze bloedgas, een verhoogd creatinine (wat duidt op nierfunctieverslechtering en orgaanfalen), leverproefstoornissen met verhoogde leverenzymen, en perifere oedemen en een verhoogde centrale veneuze druk (CVD).
Welke specifieke klasse van geneesmiddelen, met dobutamine als voorbeeld, wordt er toegediend en met welk doel?
Er worden selectieve β_1-adrenerge agonisten, zoals dobutamine, toegediend om het hartminuutvolume te vergroten.
Wat is het exacte werkingsmechanisme van dobutamine op het myocard?
Dobutamine stimuleert de contractiliteit van het myocard, waardoor de cardiale output toeneemt.
Welke specifieke medicatieklasse, met furosemide als voorbeeld, wordt er gelijktijdig gestart en waarom?
Er wordt een lisdiureticum, zoals furosemide, toegediend ter verbetering van de vochtbalans.
Via welk fysiologisch mechanisme en welke uitscheiding werkt furosemide in het lichaam?
Furosemide voert overtollig vocht (zoals oedeem of ascites) af via de diuretische werking.
Welk klinisch effect heeft deze diuretische werking op de symptomen van de patiënt?
Dit verlicht de symptomen van overvulling en benauwdheid.
Wat is het gecombineerde resultaat van deze medicamenteuze interventies op de circulatie en de vochtbalans?
Na de start van deze medicatie verbetert de circulatie aanzienlijk en raakt de patiënt al het overtollige vocht kwijt.
Wat is het directe effect van diuretica op de vullingsstatus van het hart in stap 1 van het afbouwschema?
Diuretica verminderen de overvulling van het hart.
Wat gebeurt er met de intracardiale druk aan het einde van de vullingsfase in stap 2 van het afbouwschema?
De druk in de hartkamers aan het einde van de diastole neemt af.
Welke fysiologische verschuiving vindt er plaats in de hartspiervezels in stap 3 van het afbouwschema?
Het myocard komt op een gunstiger en effectiever werkpunt van de Frank-Starlingcurve te liggen.
Wat is het gevolg van deze gunstige verschuiving op de pompfunctie en de noodzaak tot inotrope ondersteuning in stap 4 van het afbouwschema?
De contractiliteit verbetert, waardoor het hart zelfstandig voldoende cardiale output genereert en inotrope steun overbodig wordt.
Welk mechanisch effect heeft de daling van druk en volume op de atrioventriculaire kleppen in stap 5 van het afbouwschema?
De daling van druk en volume heft de overrekking van de klepringen bij de mitralis- en tricuspidalisklep op.
Hoe beïnvloedt de verbeterde klepcompetentie de uiteindelijke bloeduitstroom uit de linkerkamer in stap 6 van het afbouwschema?
De kleppen sluiten beter, wat de efficiëntie van de uitstroom vergroot en het effectieve slagvolume van de linkerventrikel maximaliseert.
Wat kan er definitief gebeuren nadat deze opeenvolgende fysiologische mechanismen succesvol zijn doorlopen?
Na het doorlopen van deze fysiologische mechanismen kan de dobutamine volledig worden afgebouwd.
Wat toont het aansluitend verrichte coronairangiogram aan met betrekking tot de kransslagaders?
Een aansluitend coronairangiogram toont significante stenosen in alle drie de grote coronairarterieën.
Wat is de achterliggende oorzaak van de sterk verminderde linkerventrikelfunctie bij deze patiënt?
Het is zeer waarschijnlijk dat de verminderde linkerventrikelfunctie wordt veroorzaakt door dit coronairlijden.
Kan dit specifieke ischemische schadebeeld ook ontstaan zonder dat de patiënt ooit een acuut transmoeraal infarct heeft gehad?
Dit ziektebeeld kan ook optreden zonder dat er voorafgaand een myocardinfarct heeft plaatsgevonden.
Wat is de exacte medische term voor een verminderde linkerventrikelfunctie die veroorzaakt wordt door chronisch coronairlijden?
Een verminderde linkerventrikelfunctie als gevolg van coronairlijden heet een ischemische cardiomyopathie.
Hoe reageert de patiënt op de lange termijn op de ingestelde optimale medicamenteuze behandeling voor hartfalen?
Ondanks optimale instelling op hartfalenmedicatie gaat de patiënt steeds verder achteruit.
In welke terminale fase belandt de patiënt uiteindelijk en hoe reageert hij op de maximale dosering inotropica?
De patiënt belandt opnieuw in een cardiogene shock en verslechtert ondanks het ophogen van inotropica.
Welke therapeutische categorie is noodzakelijk wanneer medicijnen zoals dobutamine geen effect meer sorteren?
Als dobutamine of andere inotropica onvoldoende effect sorteren, is mechanical circulatory support noodzakelijk.
Welke overkoepelende kortstondige of tijdelijke opties zijn er beschikbaar voor mechanische circulatieondersteuning?
Kortstondige of tijdelijke opties hiervoor zijn een intra-aortale ballonpomp of een LVAD.
Wanneer is een LVAD specifiek geïndiceerd als een permanente, zogeheten 'destination' levensverlengende therapie?
Wanneer een patiënt er zo slecht aan toe is dat hij niet meer in aanmerking komt voor een harttransplantatie, kan een LVAD als permanente levensverlengende therapie worden ingezet.
Wat is een LVAD vanuit een medisch-technologisch oogpunt en hoe wordt het ingebracht?
Een LVAD is een mechanisch hulpmiddel dat chirurgisch wordt geïmplementeerd.
Wat is het exacte mechanische werkingsmechanisme van de LVAD en hoe ondersteunt het de circulatie bij ernstig falen?
Het apparaat neemt de functie van de linkerventrikel over door bloed actief van het hart naar de aorta te pompen. Hiermee ondersteunt het de systemische circulatie bij patiënten met ernstig systolisch hartfalen waarbij de linkerkamer te weinig kracht heeft.