1/78
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
allebei
both
allemaal
all
elkaar
each other
het geld
money
gratis
free
huren
to rent
lang
long
makkelijk
easy
meeste
most
moeilijk
difficult
de ouder
parent
het procent
percent
sparen
to save
streng
strict
studeren
to study
de studie
study
uitstappen
to get off
vinden
to find
de vrijheid
freedom
wachten
to wait
de was
laundry
de wasmachine
washing machine
zelfstandig
independent
de zomer
summer
Hoe is je studie?
How is your study going?
Mijn studie is wel moeilijk.
My studies are quite difficult.
Zeg, maar wat doe jij hier?
Tell me, what are you doing here?
Je studeert toch in Groningen?
You study in Groningen, right?
Woon je niet op kamers?
Don't you live in student accommodation?
Ja, maar het is weekend. Dus ik ga naar mijn ouders, de was doen.
Yes, but it's the weekend. So I'm going to my parents' to do the laundry.
Ja het is echt te gek.
Yes, it is really amazing.
Ik heb heel leuke huisgenoten.
I have very nice housemates.
We koken en eten vaak samen.
We often cook and eat together.
Ik heb zoveel vrijheid.
I have so much freedom.
Op jezelf wonen is echt fijn.
Living on your own is really nice.
Ja, maar je hebt geen wasmachine, en je moet ook zelf schoonmaken en koken.
Yes, but you don't have a washing machine, and you also have to clean and cook yourself.
O, dat maakt me echt niet uit.
Oh, that really doesn't matter to me.
Ik ben liever zelfstanig.
I prefer to be independent.
Nou, ik vind het wel prima hoor, bij mijn ouders wonen.
Well, I'm actually fine with living with my parents.
Mijn ouders zorgen voor het eten en zo.
My parents take care of the food and things like that.
Ze zijn niet streng.
They are not strict.
En hoe moet ik dan een kamer vinden?
And how am I supposed to find a room then?
In de meeste steden zijn heel weinig kamers voor studenten.
In most cities, there are very few rooms for students.
Op kamers wonen is ook heel duur.
Renting a room is also very expensive.
Bij mijn ouders woon ik gratis.
I live with my parents for free.
Ik kan nu lekker geld sparen.
I can save money nicely now.
In de zomer ga ik drie weken op vakantie.
I am going on vacation for three weeks in the summer.
Ik moet hier uitstappen.
I have to get off here.
Ik wacht op de trein.
I am waiting for the train.
Op jezelf wonen is echt fijn.
Living on your own is really nice.
Ik woon nog bij mijn ouders.
I still live with my parents.
Deze woning is veel minder duur.
This house is much less expensive.
Ik woon op mezelf.
I live on my own.
In Almere moetje lang wachten op een woning.
In Almere, you have to wait a long time for a home.
Maar in Amsterdam is dat nog meer.
But in Amsterdam, that is even more.
In Rotterdam wonen veel mensen, maar in Amsterdam wonen nog meer mensen.
Many people live in Rotterdam, but even more people live in Amsterdam.
Yasin en Axel zijn studenten. Ze studeren allebei.
Yasin and Axel are students. They are both studying.
In de zomer is het meestal mooi weer.
In the summer, the weather is usually nice.
Hij komt altijd laat. We moeten vaak op hem wachten.
He is always late. We often have to wait for him.
Tom ontmoet Cherrie in de trein. Ze zijn vrienden en ze praten met.
Tom meets Cherrie on the train. They are friends and they talk.
Ik betaal geen huur.
I don't pay rent.
Mijn docent is heel aardig en niet streng.
My teacher is very nice and not strict.
Mensen moeten lang op een huurwoning wachten; ongeveer negen jaar.
People have to wait a long time for a rental home; about nine years.
Ze kan geen woning vinden.
She cannot find a home.
Mensen hebben allemaal een huis nodig.
Everyone needs a home.
Sinan heeft weinig geld. Hij huurt een goedkope woning.
Sinan has little money. He rents a cheap home.
Mijn moeder woont alleen en ze doet alles zelf. Ze is heel zelfstandig.
My mother lives alone and she does everything herself. She is very independent.
Mijn studie is heel moeilijk. Ik moet veel leren.
My studies are very difficult. I have a lot to learn.
In de meeste dorpen wonen veel oude mensen.
Many old people live in most villages.
Mijn broer wil op vakantie, dus hij moet geld sparen.
My brother wants to go on vacation, so he has to save money.
Ik zoek al heel lang naar een nieuwe woning. Het is heel moeilijk.
I have been looking for a new home for a very long time. It is very difficult.
Mahmoud en Alex zien elkaar in de trein.
Mahmoud and Alex see each other on the train.
Alex huurt een kleine kamer in het centrum.
Alex rents a small room in the city center.
In de zomer is het meestal warm buiten.
In the summer, it is usually warm outside.
Ik ben mijn telefoon kwijt. Ik kan hem niet vinden.
I have lost my phone. I can't find it.
De studenten luisteren allemaal naar de docent.
The students are all listening to the teacher.
Mijn moeder en ik werken allebei in een restaurant. We vinden ons werk leuk.
My mother and I both work in a restaurant. We enjoy our work.
De les is makkelijk. Ik begrijp alles.
The lesson is easy. I understand everything.
Mijn kinderen hebben veel kleding en sporten veel. Ik doe vijf keer per week de was.
My children have a lot of clothes and play a lot of sports. I do the laundry five times a week.