methode begrippen L-P

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/37

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:21 AM on 7/31/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

38 Terms

1
New cards

latente variabele

Construct. Dit is een theoretische variabele, deze is dus niet waarneembaar (empirisch), bv intelligentie. aan de hand van een indicator kunnen we deze omzetten in een empirische variabele

2
New cards

literatuurstudie

Het op een doelgerichte manier verzamelen, beoordelen en synthetiseren van het geheel van kennis dat rond een bepaald thema is verzameld.

3
New cards

longitudinaal onderzoek

Bij dit soort onderzoek worden metingen bij dezelfde individuen op een aantal achtereenvolgende tijdstippen herhaald. Er zijn dus meerdere meetmomenten bij dezelfde steekproef. Zo kan men de verandering in tijd meten.

4
New cards

maatschappelijk relevant

Een probleem is maatschappelijk relevant als de oplossing bijdraagt in de toekomst

5
New cards

manifeste variabele

Het is een empirisch waarneembaar variabele, deze kan je dus direct meten, in tegenstelling tot een latente variabele

6
New cards

manipulatie-check

Het controleren of de AV accuraat gemanipuleerd werd door de OV te manipuleren

7
New cards

matchen

Het systematisch gelijkstellen van bepaalde kenmerken van onderzoekselementen bij het verdelen van die onderzoekselementen. Er zijn twee soorten matchen: frequentiematchen (deelnemers opsplitsen in twee homogene deelgroepen) en precisiematchen (deelnemers verdelen in paren)

8
New cards

meetniveau

Variabelen worden ingedeeld op basis van de bewerkingen die met de uitkomsten van de variabelen mogen worden uitgevoerd. Er zijn 4 meetniveaus: nominaal, ordinaal, interval en ratio-interval

9
New cards

meten

Het vaststellen van de waarde van een variabele voor een onderzoekselement

10
New cards

moderator

Een variabele die bepaalt hoe/wanneer het verband tussen OV en AV optreedt.

11
New cards

multiple baseline design

Een single - subject research. Men kijkt naar hoe de interventie samenhangt met de veranderingen in het gedrag.

12
New cards

niet-equivalente controlegroep design

Behoort tot het quasi - experimentele design. Randomiseren of matchen is niet gelukt of niet mogelijk. Resultaten worden verklaard door selectie en/of interactie.

13
New cards

niet-proportionele gestratificeerde steekproef

Een gestratificeerde steekproef waarin met geen rekening houdt met de verhoudingen van de populatie

14
New cards

nominaal meetniveau

Het eenvoudigste meet model. Het gaat slechts om het benoemen van hetgeen we meten. Voorbeeld: ja/nee vragen

15
New cards

observatiesysteem

Dit is een methode die men gebruikt om te observeren. Een observatiesysteem moet steeds uitputtend en uitsluitend zijn. Voorbeelden: intervalsysteem; frequentiesysteem

16
New cards

onafhankelijke variabele

De verklarende variabele, men onderzoekt de invloed hiervan op de afhankelijke variabele

17
New cards

onderzoekselement

Op wie of wat het onderzoek theoretisch betrekking heeft (individuen, paren, groepen)

18
New cards

onderzoeksontwerp

Brede term dat de operationele definitie van de onderzoekselementen, de variabelen en de selectie van het onderzoeksdesign omvat

19
New cards

onderzoeksproces

Bestaat uit de volgende stappen:

  1. probleemstelling

  2. theoretisch kader

  3. onderzoeksvragen en hypothesen

  4. onderzoeksontwerp

  5. gegevensverzameling

  6. gegevensanalyse

  7. interpretatie

  8. rapportering

20
New cards

onderzoeksprotocol

Stappenplan dat de onderzoeker doorloopt om op zijn vraag een antwoord te krijgen

21
New cards

one group pretest posttest design

Behoort tot de pre-experimentele designs. Een groep wordt bestudeerd op 2 momenten, een keer voor de interventie en een keer na de interventie. Belangrijke veranderingen in de resultaten worden geacht het geval te zijn van de interventie. Geen controle of vergelijkingsgroep wordt toegepast

22
New cards

one shot case study

Behoort tot de pre-experimentele designs. Een groep wordt bestudeerd op een moment na de behandeling. De resultaten worden vergeleken met de algemene verwachtingen van wat de resultaten zouden zijn mocht de interventie niet hebben plaatsgevonden. Geen controle of vergelijkingsgroep worden toegepast.

23
New cards

ongestructureerde observatie

Het te observeren gedrag ligt niet vast. Er zijn geen categorieën.

24
New cards

operationaliseren

Proces waarbij een abstract (theoretisch) concept wordt omgezet in concreet meetbare variabele. Men zet de theorie om in empirie

25
New cards

operationele definitie

Beschrijft hoe een concept in een onderzoek gemeten of vastgesteld wordt.

26
New cards

panel onderzoek

Vorm van marktonderzoek waarbij aan een vaste representatieve groep mensen regelmatig inlichtingen, metingen worden gevraagd. Eenmalig getrokken steekproef die meerdere malen wordt gebruikt

27
New cards

parallel betrouwbaarheid

Bij deze vorm van betrouwbaarheid worden vergelijkbare versies van een instrument gebruikt. De overeenkomst tussen de uitkomsten op twee versies van het instrument geeft dan een indicatie van de betrouwbaarheid.

28
New cards

placebo-effect

Het niet specifieke effect of het verwachtingseffect. Een positief effect dat te zien is bij het toedienen van een niet-actieve stof. Het placebo-effect wordt naar men aanneemt veroorzaakt door het vertrouwen, het geloof, de hoop en de verwachting die ontstaan door de behandelaar.

29
New cards

populatie

Het geheel van de onderzoekselementen waarover men een uitspraak wil doen in het onderzoek. Het is dus totaal aantal mogelijke onderzoekseenheden

30
New cards

positivisme

Een benadering die ervan uit gaat dat de sociale realiteit te bestuderen en te verklaren valt door middel van de methodologie uit de natuurwetenschappen, dus enkel met waarneembare en objectieve fenomenen

31
New cards

posttest only control group design

Er zijn twee groepen die gerandomiseerd of gematcht werden, een groep krijgt de experimentele conditie, de andere de controle conditie. Beide worden gemeten na de interventie.

32
New cards

predictieve validiteit

Heeft betrekking op de vraag in hoeverre een test kan voorspellen wat het volgens de theorie moet kunnen voorspellen. Kun je naar aanleiding van de testscore voorspellen hoe de participant zich in de werkelijkheid gaat gedragen?

33
New cards

pre-experimenteel design

Een van de eenvoudigste vormen van onderzoeksdesign. In dergelijk onderzoek wordt ofwel een groep ofwel meerdere groepen geobserveerd volgend op een interventie waarvan men verwacht dat deze verandering zal veroorzaken (voorbeelden: one Group pre test post test design)

34
New cards

pretest-posttest control group design

Er zijn twee groepen die gerandomiseerd of gematcht werden, een groep krijgt de experimentele conditie, de andere de controle conditie. Beide groepen worden voorgemeten voor de interventie en nagemeten na de interventie.

35
New cards

probleemstelling

Formulering van een probleem met de bedoeling het te gaan oplossen. Dit is de eerste stap in het onderzoeksproces. De probleemstelling bepaalt het onderzoeksdesign en de conclusies die men kan trekken.

36
New cards

proportioneel gestratificeerde steekproef

Een vorm van een gestratificeerde steekproef (= een steekproeftrekking waarbij je de populatie gaat opdelen in strata (groepen) op basis van gedeelde kenmerken. Vervolgens kies je daar aselect de deelnemers uit). Bij proportioneel betekent het dat de verhouding van de steekproef overeenkomt met de verhouding van de populatie.

37
New cards

prospectief onderzoek

Eerst wordt een steekproef van onderzoeksobjecten getrokken en worden daarop metingen of waarnemingen gedaan.

38
New cards

proxy

Een variabele die op zichzelf niet direct relevant is, maar dat dient in plaats van een niet - waarneembare variabele. Om een goede proxy te zijn moet een variabele en een proxy een nauwe correlatie hebben.