1/25
Flashcards met de betekenissen van de woorden en uitdrukkingen uit Deel 1 Snoepen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
het beslag
mengsel van meel, melk …
mennen
trek- en rijdieren met de teugels besturen
het bivak
plaats waar militairen, bergbeklimmers … onder de blote hemel of in tenten overnachten
gekonfijt
ingelegd in suiker of een andere stof die voedingsmiddelen goed bewaart
uitspannen
losmaken
de huif
linnen doek die als overdekking over hoepels is gespannen
de specerij
deel van een plant dat smaak en geur geeft aan eten
wezenloos
zonder gevoel, verstand of uitdrukking
achteruitdeinzen
van schrik een ontwijkende beweging naar achteren maken
het koudvuur
gangreen: het afsterven van weefsel
bijdehand
slim
gerieflijk
comfortabel
de chirurgijn
chirurg of dokter in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd
het gemor
gemompel van ontevredenheid
de verrukking
opgetogenheid, enthousiasme
individueel
afzonderlijk, persoonlijk
de mythe
een onzinverhaal dat als waar aangenomen wordt
de substantie
grondstof, stof waaruit iets bestaat
systematisch
stelselmatig; geordend, volgens een vast of logisch patroon
het isolement
afzondering
fysiek
wat met het lichaam te maken heeft
expliciet
heel duidelijk, uitdrukkelijk
tolerant
verdraagzaam
origineel
oorspronkelijk, onvervalst, niet van iemand afgekekend
mysterieus
geheimzinnig, raadselachtig
in de huid kruipen van
zich inleven in, zich verplaatsen in