Celbiologie en Metabolisme - Practicum Review

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
full-widthPodcast
1
Card Sorting

1/42

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de belangrijkste begrippen en structuren uit de biologie van de cel, inclusief celorganellen, membraantransport, metabolisme, cellulaire respiratie en celdeling.

Last updated 2:05 PM on 8/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

Oppervlakte-volumeverhouding

Een verhouding die verklaart waarom cellen niet onbeperkt kunnen groeien; hoe kleiner de cel, hoe groter deze verhouding, wat gunstig is voor de uitwisseling van voeding en gassen.

2
New cards

Celfractionatie

Een techniek waarbij weefsel wordt gehomogeniseerd en via differenti$$le centrifugatie opgesplitst in fracties om celonderdelen te scheiden op basis van grootte en dichtheid.

3
New cards

Celcompartimentalisatie

De interne opdeling van een cel in membraanomsloten ruimtes (organellen) met elk een eigen samenstelling en functie, wat zorgt voor effici$$ntere chemische reacties.

4
New cards

Endoplasmatisch reticulum (ER)

De "biosynthesefabriek" van de cel, bestaande uit ruw ER (betrokken bij eiwitsynthese) en glad ER (betrokken bij lipidesynthese, ontgifting en calciumopslag).

5
New cards

Golgi-apparaat

Een systeem van afgeplatte membraanzakjes (cisternae) dat producten van het ER modificeert, macromoleculen aanmaakt en materialen sorteert voor transport.

6
New cards

Lysosomen

Membraanblaasjes gevuld met enzymen die verantwoordelijk zijn voor de vertering van macromoleculen en celafval.

7
New cards

Endosymbiontentheorie

De theorie dat mitochondrinenchloroplastenoorspronkelijkvrijlevendebacterin en chloroplasten oorspronkelijk vrijlevende bacterin waren die door een vroege eukaryote cel werden opgenomen.

8
New cards

Extracellulaire matrix (ECM)

Een netwerk van eiwitten en macromoleculen buiten de cel dat zorgt voor structurele ondersteuning en het celgedrag kan be$$nvloeden via integrines.

9
New cards

Zona occludens (tight junctions)

Celverbindingen waarbij membranen van naburige cellen dicht tegen elkaar worden gedrukt om lekkage van extracellulaire vloeistof te voorkomen.

10
New cards

Desmosoom

Een verankerende verbinding (anchoring junction) die cellen stevig aan elkaar vastzet als een samenhangend weefsel.

11
New cards

Nexus (gap junction)

Cytoplasmatische kanalen tussen naburige cellen die rechtstreekse communicatie en uitwisseling van moleculen mogelijk maken.

12
New cards

Microtubuli

Holle, stijve buisjes opgebouwd uit tubuline-heterodimeren (enen) die betrokken zijn bij transport, celdeling en de structuur van cilia en flagella.

13
New cards

Actine (microfilamenten)

Ineengevlochten strengen van actinemoleculen die de celcortex vormen en essentieel zijn voor vormverandering en spierbeweging.

14
New cards

Treadmilling

Een proces van dynamische opbouw waarbij netto groei optreedt aan het ++-uiteinde en netto afbraak aan het --uiteinde van een filament.

15
New cards

Amylo$$de fibrillen

Celtoxische, abnormale eiwitassemblages die een rol spelen bij ziekten zoals Parkinson en prionziekten.

16
New cards

Biomoleculaire condensaten

Vloeibare, druppelvormige assemblages van eiwitten en nucle$$nezuren die ontstaan door vele zwakke interacties, zoals de nucleolus.

17
New cards

Fluid mosaic model

Het model dat de celmembraan beschrijft als een dynamische bilayer van fosfolipiden waarin een mozaekvanproteek van protenen is ingebed.

18
New cards

Amfipatisch

Een molecuul met zowel een hydrofiele (polaire) als een hydrofobe (niet-polaire) regio, zoals fosfolipiden en membraanprote$$nen.

19
New cards

Cholesterol

Een sterol dat dient als flu$$diteitsbuffer in de membraan; het beperkt beweging bij hoge temperaturen en voorkomt dichte pakking bij lage temperaturen.

20
New cards

Passief transport

Transport van stoffen door een membraan met de concentratiegradi$$nt mee, zonder verbruik van energie.

21
New cards

Actief transport

Transport van stoffen tegen de concentratiegradi$$nt in, waarvoor energie (vaak uit ATP) en carrier-eiwitten nodig zijn.

22
New cards

Secundair actief transport

Transport waarbij de elektrochemische gradintvanhetenemolecuul(bv.nt van het ene molecuul (bv. ext{Na}^+)wordtgebruiktomeenandermolecuultegenzijngradi) wordt gebruikt om een ander molecuul tegen zijn gradint in te verplaatsen.

23
New cards

Exocytose

Het proces waarbij de cel stoffen uitscheidt door fusie van vesikels met de plasmamembraan.

24
New cards

Receptor-gemedieerde endocytose

Specifieke opname van moleculen (bv. LDL) via cargoreceptoren en de vorming van vesikels met een clathrine-coat.

25
New cards

Catabolisme

De afbraak van complexe moleculen naar eenvoudigere moleculen, waarbij energie wordt vrijgezet (bv. cellulaire respiratie).

26
New cards

Anabolisme

De opbouw van complexe moleculen uit eenvoudigere moleculen, wat gepaard gaat met het verbruik van energie.

27
New cards

Vrije energie (G)

Het deel van de energie in een systeem dat arbeid kan leveren bij constante temperatuur en druk; een reactie is spontaan als G<0G < 0.

28
New cards

ATP (Adenosine Tri Phosphate)

Het belangrijkste energierijke carrier-molecuul in de cel dat exergone reacties koppelt aan endergone reacties.

29
New cards

Enzymen

Biokatalysatoren die de activatie-energie (EAE_A) van een reactie verlagen zonder de GG van de reactie te veranderen.

30
New cards

Competitieve inhibitie

Inhibitie waarbij een stof met een gelijkaardige structuur als het substraat bindt op de actieve site van een enzym.

31
New cards

Glycolyse

Een keten van reacties in het cytosol die glucose omzet in twee pyruvaatmoleculen, met een netto opbrengst van 22 ATP en 22 NADH.

32
New cards

Fermentatie

Een proces waarbij door reductie van pyruvaat NAD+\text{NAD}^+ wordt geregenereerd, zodat de glycolyse en ATP-productie kunnen doorgaan zonder zuurstof.

33
New cards

Citroenzuurcyclus (Krebscyclus)

Een cyclus van 8 stappen in de mitochondrilematrixdieacetylCoAvolledigafbreekttotle matrix die acetyl-CoA volledig afbreekt tot ext{CO}_2engereduceerdecoenzymen(en gereduceerde co-enzymen ( ext{NADH},, ext{FADH}_2$$) produceert.

34
New cards

Proton Motive Force (PMF)

De H+\text{H}^+-gradi$$nt over het binnenste mitochondriale membraan die wordt gebruikt om het enzym ATP-synthase aan te drijven.

35
New cards

Mitose

Een vorm van celdeling die resulteert in twee dochtercellen die genetisch identiek zijn aan de ouder-cel.

36
New cards

Meiose

Een reductiedeling waarbij gameten worden gevormd met de helft van het aantal chromosomen van de oorspronkelijke cel.

37
New cards

Zusterchromatiden

Twee identieke kopie$$n van een gedupliceerd chromosoom die aan elkaar vastzitten bij het centromeer.

38
New cards

Crossing-over

De uitwisseling van genetisch materiaal tussen niet-zusterchromatiden van homologe chromosomen tijdens profase I van de meiose.

39
New cards

MPF (maturation-promoting factor)

Een complex van cycline en cycline-afhankelijke kinase (Cdk) dat de cel aanzet tot de overgang van de G2G_2-fase naar de mitose.

40
New cards

Peptidoglycaan

Het netwerk van suikers en aminozuren dat de celwand van prokaryoten (bacteri$$n) vormt.

41
New cards

Gram-negatieve bacteri$$n

Bacteri$$n met een celwand met weinig peptidoglycaan en een extra buitenmembraan dat lipopolysachariden (LPS) bevat.

42
New cards

Conjugatie

De directe overdracht van DNA tussen twee prokaryote cellen die tijdelijk met elkaar verbonden zijn via pili.

43
New cards

Plasmide

Een klein, circulair, zelfreplicerend DNA-molecuul bij prokaryoten, zoals het R-plasmide dat codeert voor antibioticaresistentie.