1/31
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Stem cell fate wordt niet alleen gestuurd door groeifactoren en biochemische signalen
Ook biomechanical cues zijn belangrijk, zoals:
ECM stiffness
topography
cell shape
mechanical forces zoals stretch, pressure en shear stress
Deze signalen beïnvloeden cytoskelet, nucleus en genexpressie
Daardoor kunnen ze self-renewal, proliferatie en differentiatie sturen
Principe: stamcellen “voelen” hun mechanische omgeving; daarom kan je stem cell fate sturen door het biomateriaal en de fysieke micro-omgeving te ontwerpen.
Cyclic strain = herhaald uitrekken en ontspannen van cellen
Kan stem cells richting mechanisch belaste weefsels sturen, zoals:
bone/osteogenic differentiation
muscle/myogenic differentiation
tendon/tenogenic differentiation
Voorbeeld uit de les: cyclic strain kan osteogenic markers verhogen
→ bv. collagen I, osteocalcin, osteopontin
Principe: herhaalde mechanische rek geeft cellen een “bewegingssignaal” dat differentiatie naar steun- en bewegingsweefsels kan stimuleren.
Which forces often support cartilage (kraakbeen) formation?
Fluid shear stress can induce endothelial differentiation
What is the effect of shear stress on MSCs?
Dynamic loading = herhaalde mechanische belasting
→ bv. stretch, druk, shear stress of contractie
Dit bootst de natuurlijke omgeving van weefsels na
→ spieren trekken samen, kraakbeen krijgt druk, bloedvaten voelen flow
Cellen reageren op deze krachten via mechanotransduction
→ verandering in cytoskelet, genexpressie en differentiatie
Daardoor kan dynamic loading betere weefselorganisatie en maturatie geven
Principe: dynamic loading helpt omdat cellen in vivo ook voortdurend mechanische signalen voelen; door die na te bootsen, kan je realistischer en functioneler weefsel maken.
Topography = de micro-/nanostructuur van het oppervlak
→ bv. groeven, vezels, patronen of reliëf
Cellen voelen deze structuren via adhesies en cytoskelet
Daardoor kunnen cellen:
zich uitlijnen langs groeven of vezels
een andere vorm aannemen
hun cytoskelet anders organiseren
andere differentiatie-signalen activeren
Voorbeeld: parallelle patronen kunnen cellen elongeren en aligneren
→ nuttig voor spier-, zenuw- of peesachtige weefsels
Principe: topografie geeft cellen fysieke richtingaanwijzers; de vorm en oriëntatie van cellen kunnen daardoor hun gedrag en differentiatie beïnvloeden.
Alle cellen worden verwijderd
→ minder kans op immuunreactie
De natuurlijke ECM blijft over
→ behoudt 3D-structuur, stiffness en organ-specifieke signalen
Die matrix kan opnieuw bezaaid worden met nieuwe cellen
→ scaffold voor tissue engineering/regeneratie
Voordeel: de ECM lijkt meer op echt weefsel dan een kunstmatige matrix
Principe: decellularized tissues zijn nuttig omdat ze een natuurlijke scaffold vormen die cellen helpt organiseren en differentiëren richting het juiste weefsel.
Cardiac repair vraagt niet alleen de juiste cellen
De scaffold moet ook mechanisch lijken op myocardium
→ vergelijkbare stiffness en elasticiteit
Als de matrix te stijf of te zacht is, gedragen cellen zich minder goed
→ slechtere overleving, organisatie of differentiatie
Vooral cardiomyocytes moeten kunnen samentrekken in een passende mechanische omgeving
Principe: bij hartregeneratie moet het biomateriaal de mechanica van echt hartweefsel nabootsen; anders functioneren de cellen niet optimaal.
Diseased tissue heeft vaak een abnormale micro-omgeving
→ andere ECM, stiffness, ontsteking en signalen
Fibrosis = littekenvorming met te veel collageen/ECM
→ weefsel wordt stijver en minder functioneel
Deze stijve/fibrotische niche kan correcte differentiatie blokkeren
→ bv. muscle stem cells differentiëren minder goed naar spier
Daardoor herstelt het weefsel slechter, zelfs als er stamcellen aanwezig zijn
Principe: regeneratie hangt niet alleen af van goede stamcellen, maar ook van een gezonde niche; fibrose maakt de omgeving te stijf en verstoort normale differentiatie.