1/48
Begrippen van Marketing & Communicatie H2 Product
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Product
Geheel van materiële en immateriële eigenschappen van een goed of dienst. Dit betreft alles wat kan worden aangeboden op een markt, waarmee in een specifieke behoefte kan worden voorzien, voor consumptie, verbruik, gebruik of attentie.
A-merk
(Fabrikanten)merkartikel met een hoge geografische verkrijgbaarheid, een hoge bekendheid en een (constant) hoog ervaren prijs- en kwaliteitsniveau.
Assortiment
Geheel van productgroepen, producten, productvarianten en merken (al dan niet onder merknaam) dat door een organisatie wordt aangeboden.
B-merk
(Fabrikanten)merkartikel met een beperkte geografische verkrijgbaarheid, een lage bekendheid met een veelal lager ervaren prijs- en kwaliteitsniveau dan een a-merk.
C-merk
Gemerkt (fabrikanten)artikel vooral in de sfeer van frequent gekochte consumptiegoederen met een laag ervaren prijs- en kwaliteitsniveau, een geringe naamsbekendheid en een gering marktaandeel in een bepaald geografisch gebied.
Complementaire goederen
Goederen die in aanvulling op elkaar worden gebruikt.
Consistentie van het assortiment
Onderlinge relatie en de mate van samenhang binnen de verschillende productgroepen met betrekking tot het behoeftepatroon, het eindgebruik, de distributiekanalen, de technologie, enzovoort.
Consumptiegoederen
Alle goederen die door finale afnemers worden verbruikt of gebruikt.
Convenience goods
Product met gewoonlijk een lage waarde per eenheid, dat consumenten veelvuldig, snel en met zeer weinig inspanning willen kopen.
Dienstencontinuüm
Schaal waarmee wordt geaccentueerd dat het product of het aanbod van organisaties zelden uitsluitend uit goederen of diensten bestaat. De positie van het aanbod op de schaal geeft aan voor hoeveel procent het aanbod bestaat uit diensten en voor hoeveel procent uit goederen.
Diepte van het assortiment
Aantal verschillende artikelen binnen een artikelgroep.
Duurzame consumptiegoederen
Goederen die door consumenten worden aangewend voor langdurig en veelvuldig gebruik.
Duurzame productiegoederen
Goederen die worden aangewend in productiehuishoudingen, waarbij hetzelfde goed gedurende diverse productieprocessen kan worden gebruikt (bijvoorbeeld machines)
Expressieve productfunctie
Functie van het product ter vervulling van de expressieve behoeften van de afnemer.
Fysiek product
Verzameling fysieke eigenschappen van een product.
Handelsmerk
Wettelijke term, ter bescherming van de exclusieve rechten van de aanbieders van een product met betrekking tot het gebruik van een merk. Het is een manier om verkochte producten te onderscheiden van andere producten en zich daardoor een eigen plaats op de markt te verschaffen.
Hoogte van het assortiment
Gemiddeld prijsniveau van de producten in het assortiment.
Imago
Totaal van de al dan niet denkbeeldige, subjectieve voorstellingen, ideeën, gevoelens en ervaringen door een persoon of groep personen ten aanzien van een bepaald object (merk, product, persoon of organisatie).
Indifferente goederen
(Onafhankelijke goederen) Goederen waarvoor geldt dat de vraag naar het ene goed in het geheel niet of nauwelijks meetbaar wordt beïnvloed door of verband houdt met de vraag naar het andere goed.
Industriële goederen
Alle goederen die gebruikt worden in een productiehuishouding.
Inferieure goederen
Producten waarvoor geldt dat de (relatieve) bestedingen daaraan zullen dalen naarmate het inkomen van de afnemers toeneemt.
Instrumentele productfunctie
Functie van het product ter vervulling van de functionele en technische behoeften van de afnemer.
Luxe goederen
Producten waarvoor geldt dat de (relatieve) bestedingen daaraan snel toeneemt naarmate het inkomen van de afnemers stijgt.
Merk
Ieder teken, zoals een benaming, tekening, cijfer of vorm, dat in staat is de producten te onderscheiden en dat in materiële zin een zekere betekenis kan hebben.
Noodzakelijke goederen
Producten waarvoor geldt dat de (relatieve) bestedingen daaraan langzamer toenemen naarmate het inkomen van de afnemers stijgt.
Productmix
Feitelijke inzet, combinatie en afstemming van de productinstrumenten ten behoeve van een specifieke doelgroep door een bepaalde organisatie.
Shopping goods
Product dat wordt gekocht na vergelijking van verschillende alternatieven.
Specialty goods
Product waarvoor een koper bereid is zich een speciale aankoopinspanning te getroosten.
Substitutiegoederen
Goederen die uitwisselbaar zijn en in plaats van elkaar kunnen worden gebruikt.
Totaalproduct
Uitgebreide product plus de door de consument daaraan toegekende en afgeleide eigenschappen.
Uitgebreid product
Beschouwing van het product als alle fysiek waarneembare eigenschappen plus een aantal toegevoegde eigenschappen.
Unsought goods
Goederen die onbekend zijn of die mensen liever niet willen, maar wel moeten kopen.
Productieverwantschap
Hiervan is sprake bij producten die op dezelfde manier zijn geproduceerd of gemaakt.
Koopverwantschap
Geldt voor producten die je op dezelfde manier koopt.
Consumptie- of gebruiksverwantschap
Deze producten hebben met elkaar te maken of kunnen niet zonder elkaar.
Upgrading
Het niveau wordt verhoogd, bijvoorbeeld door prijsverhogingen.
Downgrading
Het niveau wordt verlaagd, bijvoorbeeld door prijsverlagingen.
Trading up
Er kunnen een of meer artikelen worden toegevoegd met een prijs die relatief hoger ligt dan de rest van het assortiment.
Trading down
Er kunnen een of meer artikelen worden toegevoegd met een prijs die relatief lager ligt dan de rest van het assortiment.
Kannibalisatie
De verkoop van het nieuwe product gaat ten koste van soortgelijke producten in het assortiment.
Saneren
Slecht lopende producten gaan eruit, nieuwe producten komen erin.
Restyling
Het hele assortiment wordt ineens over een andere boeg gegooid.
Line extension of brand extension
Het gebruik van een gevestigde merknaam voor een nieuw artikel in dezelfde productcategorie.
Joint promotion
Een promotie opgezet door twee of meer merken waarbij een tijdelijk voordeel aan de consument wordt aangeboden.
Co-branding
Een voor de buitenwereld duidelijk herkenbare samenwerking tussen verschillende merken.
Aanboddifferentiatie
De aanbieder biedt verschillen aan in het assortiment op eigen initiatief.
Vraagdifferentiatie
De consument vraagt om een verschil in het assortiment, waarna er assortimentsverschillen worden aangebracht.
Merkvoorkeur
Als mensen voor een bepaald merk kiezen.
Merktrouw
Als mensen gedurende een langere tijd voor hetzelfde merk kiezen.