1/69
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Enytrocyten
Rode Bloedcelllen
90% Hemoglobine
± 65% water
± 120 dagen levensduur

Leukocyten
Witte Bloedcelllen
Geen hemoglobine
Granulocyten
WBC
Neutrofielen (±65%)
Eosinofielen (±3%)
Basofielen (<1%)
Neutrofielen
Te hoog (Neutrofilie): Dit duidt vaak op een actieve bacteriële infectie, zware lichamelijke stress, ontstekingen

Eosinofielen
Parasitaire infecties en allergische reacties

Basofielen
bij allergische aandoeningen

Agranulocyten
WBC
Lymfocyten (± 20%)
Monocyten (±10%)
Monocyten
Ruimen bacteriën, virussen en dode of beschadigde cellen of weefsel op. (Fagocyteren indringers) Helpen ook bij het activeren van andere afweercellen en het opruimen van ontstekingen.
Worden macrofagen

Lymfocyten
T-lymfocyten: na stimulatie door andere witte bloedcellen → vernietigen indringers
B-lymfocyten: na stimulatie door vreemde indringers → ‘antistoffen’ produceren
Plasmacellen: Ovale cellen. Productie antistoffen

Plasma
vloeibare gele fractie die ontstaat wanneer de cellen bezonken zijn
Serum
vloeibare gele fractie nadat het stollingsproces een bloedklonter heeft gevormd (bevat geen stollingsfactoren meer )
Anticoagulantia
Citraat : bindt Ca → stollingstesten, transfusie.
Fluoride: bindt Ca, remt glycolyse → glucosebepaling
Heparine: inhibeert activatie van trombine → pH-bepaling
EDTA (ethyleendiaminetetra-acetaat), bindt Ca → morfologisch onderzoek
Hemopoiëse
Alle bloedcellen ontstaan uit één pluripotente hemopoiëtische stamcel door differentiatie en delingen.
Bloed gevormd in rode beenmerg (platte beenderen en epifysen van lange beenderen)
Erythropoiëse
RBC ontstaan uit pro-erythroblast → mitose, verlies kernmateriaal, Hb gevormd + omschakeling basofiel → eosinofiel karakter (paars → rood op kleuring)
Reticulocyt : jonge erythrocyt (reticulum, vitaalkleuring) → door pseudopodia tussen 2 endotheelcellen naar circulatie
Aspecifieke afweer Leukocyten
Fagocytose (granulocyten, monocyten)
Specifieke afweer leukocyten
Productie specifieke antistoffen (Lymfocyten)
Trombocyten
Bloedplaatjes
Bloedstelping (hemostase) → hechting subendotheliaal collageen → factoren komen vrij en doen plaatjes sammenklonteren
Fibrogeen slaat neer tot fibrine


neutrofiele Granulocyt
Trombocyten
Enrytocyten (RBC)
Eosinofiele Granulocyt
Lymfocyte (Agranulocyt)
Gesegmenteerde neutreofiele Granulocyt
Basofiele Granulocyt
Monocyt (Agranulocyt)
Hematocriet
% cellen T.o.v totale bloedbeeld
Bepalen door onstolbaar bloed te centrifugeren
Referentiewaarde:
Hond: 42-57%
Kat: 33-46%
Paard: 36-43%
Hemoglobine
Kleirstof bloed, drager O2
Gemeten door hemolyse (RBC spectrofotometrish openbarsten)
Referentiewaarde (mmol/L):
Hond: 8,8 - 11,7
Kat: 5,0 - 8,1
Paard: 7,5 - 8,7
MCV (Mean corpuslar Volume)
Gemiddelde volume RBC
Fl = Femtoliter
(HCT% / RBC (10^6/microliter)) x 10
Normocytair
Normale waarde MCV
Normale grootte RBC
Microcytair
Lage waarde MCV
Kleine RBC
Macrocytair
Verhoogde waarde MCV
Grootte RBC
MCH (Mean Cellular Hemoglobine)
Gemiddelde hemoglobine concentratie per rode BC
pg = picogram
MCH
(HGB (g/dl) / RBC (10^6/microliter)) x 10
MCHC = Mean Cellular Hemoglobine Concentration
Procentuelle verhouding van hemoglobine tot volledige inhoud RBC
%
(HGB (g/dl) / HCT%) x 100
Normochroom
Normale Hemoglobine inhoud (MCHC)
Hypochroom
Daling MCHC
Minder hemoglobine per RBC
Hyperchroom
Stijging MCHC
Meer Hb per RBC
Anemie
Te laag Hb of HCT
Oorzaak = bloedverlies, hemolyse, onvoldoende erythropoiëse
Incides van Wintrobe
Meetgrootheden van RBreeks
MCV
MCH
MCHC
Regeneratieve anemie
Lichaam compenseerd door aanmaak RBC = verhoogde erythropoiëse
Door bloedverlies of hemolyse
anisocytose (verschillende groottes RBC)
Polychromasie '(Cellen met basofiele inclusies)
Normoblasten (Gekernde voorloper RBC)
Niet-regeneratieve anemie
Onvoldoende erythropoiëse
Ijzergebrek (chronisch bloedverlies, bloedzuigende infecties)
Problemen t.h.v. beenmerg (Door tumoren, vergiftigingen, bestraling, hormonale afwijking,…)
Normocytaire anemie
Acute bloeding of hemolyse
Microcytaire anemie
Ijzertekort
Macrocytaire anemie
Gestegen beenmerg activiteit
Vaak bij regeneratieve anemie

Normocytair normochrome anemie
Acute bloedingen
Microcytaire hypochrome anemie
Ijzergebrek

Anisocytose
RBC verschillen van grootte
Fragmentocyten
afwijkingen bloedvaten

Echinocyten
vertonen uitstulpingen, bij erge uremie (= ureum en andere afvalstoffen stapelen op in bloed, nieren functioneren onvoldoende)

Acanthocyten
scherpe uitsteeksels, bij bepaalde tumoren

Target cells
gekleurd in centrum, bij Pb-vergiftiging

Microsferocyten
kleine kogelvormige rbc, bij AIHA (Auto-Immune Hemolytic Anemia, eigen RBC aanvallen en vernietigen)

Rouleax / Geldrolvorming
Normaal bij paarden

Howell-Jollly lichaampjes
Resten van kernen in jonge RBC

Heinz-lichaampjes
Lichtbrekende korrels tgv toxines (paracetamol, uien,…)

Parasieten (in/tussen RBC)
Dirofilaria

Parasieten Babesia canis
Overgedragen door teken
symptomen:
koorts
bloedarmoede
roodbruine urine

Leukocytose
verhoogd totaal aantal leukocyten (WBC)
Lymfocyten
↑ lymfocyten
Oorzaken:
Virale infecties
Leukemie
Monocytose
↑ monocyten
Oorzaken:
Chronische infecties/ontstekingen
Corticosteroïden
Leukemie
Eosinofillie
↑ eosinofielen
Oorzaken:
Allergische aandoeningen
Parasitaire infecties
Neutrofillie
↑ neutrofielen
Oorzaken:
Bacteriële infecties
Stress
Corticosteroïden
Inspanning/excitatie
Leukemie
Leukopenie
↓ totaal aantal leukocyten
Lymfopenie
↓ lymfocyten
Oorzaken:
FIV (kat)
Stress
Corticosteroïden
Beenmergonderdrukking
Monocytopenie
↓ monocyten
Heeft meestal weinig diagnostische betekenis
Eosinopenie
↓ eosinofielen
Oorzaken:
Stress
Corticosteroïden
Neutropenie
↓ neutrofielen
Oorzaken:
Beenmergonderdrukking
Ernstige bacteriële infecties
Chronisch verbruik van neutrofielen (lokaal of systemisch septisch proces)
Linksverschuiving
Toename van onrijpe neutrofielen = staven.
Oorzaak:
Acute, ernstige ontsteking
Ernstige bacteriële infectie
Waarom?
Het beenmerg moet snel veel neutrofielen produceren en geeft daarom ook onrijpe vormen vrij.
Rechstverschuiving
Toename gesegmenteerde neutrofielen zonder toename staven.
Oorzaken:
Corticosteroïden
Chronische stress
Vertraagde afvoer van neutrofielen uit de circulatie
Homeostase
Stollingsfactor in contact met vreemd oppervlak → geactiveerde stoffen → fibrogeen → fibrine → fibrinedraden = netwerk dat bloedplaatjesprop zal verstevigen
Hemofilie
Bloedingsneiging
Trombofilie
Stollingsneiging
PT = protombinetijd
Onderzoek extrinstieke route hoe lang get duurt voor het onstaan van een stolsel. Gemeten in seconde.
Citraatplasma → weefselfactor (tromboplastine) toevoegen + toevoegen Ca2+
Protrombine → trombine → fibrine → fibrinedraden
APTT = geactiveerde partiele tromboplastine tijd
Instintrieke route. Tijd gemeten in seconde.
Citraatplasma mengen met activator van FXII (kaoline) + fosfolipidemengsel → toevoegen Ca2+
Protrombine → trombine → fibrine → fibrinedraden
Bloedtransfusie
Vers bloed = veel onnodige componenten
RBC + stollingsfactoren + plasma-eiwitten
Enkel RBC = voor verhoging O2-bindende capaciteit
Ingevroren plasma = bevat stollingsfactor
Bij stollingsproblemen
Cyropercipitaat = rijk aan fibrogeen + specifieke stollingsfactoren
Bij stollingsproblemen
Bloedgroepen
Antigenen (eiwitten) op membraan RBC → natuurlijke antistoffen tegen andere antigenen in andere bloedgroepen mogelijk
Neonatale iso-erythrolyse (veulen)
Het veulen krijgt via het colostrum antistoffen van de merrie tegen zijn eigen rode bloedcellen.
Ontstaan
Veulen erft bloedgroep van hengst.
Merrie bezit die bloedgroep niet.
Merrie wordt tijdens vorige dracht/geboorte gesensibiliseerd.
Merrie maakt antistoffen.
Veulen drinkt colostrum.
Antistoffen vernietigen RBC's van het veulen.
Symptomen
Veulen wordt gezond geboren maar krijgt na enkele dagen: zwakte, anemie, icterus, tachycardie, soms sterfte
Agglutinatie
antigen aanwezig