economie woordjes 6767

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/165

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:32 PM on 6/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

166 Terms

1
New cards

econoom

Een econoom is een wetenschapper of expert die bestudeert hoe mensen, bedrijven en overheden omgaan met schaarste, en hoe zij keuzes maken rondom productie, distributie en consumptie.

2
New cards

welvaart

Welvaart is de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien met behulp van schaarse middelen.

3
New cards

inductie

Inductie is een manier van redeneren waarbij je op basis van een aantal specifieke waarnemingen of feiten komt tot een algemene regel, theorie of conclusie.

4
New cards

deductie

Deductie is een manier van redeneren waarbij je vanuit een algemene regel of theorie een logische conclusie trekt over een specifieke situatie.

5
New cards

substitutiegoederen

Substitutiegoederen zijn producten of diensten die elkaar kunnen vervangen omdat ze in dezelfde behoefte voorzien. Als de prijs van het ene product stijgt, stijgt de vraag naar het andere.

6
New cards

complementaire goederen

Complementaire goederen zijn producten of diensten die elkaar aanvullen en samen worden gebruikt. Als de prijs van het ene product stijgt, daalt de vraag naar het andere product.

7
New cards

GCI

De Global Competitiveness Index is een jaarlijkse ranglijst van het World Economic Forum die meet hoe productief en concurrerend landen zijn, gebaseerd op factoren zoals infrastructuur, innovatie en instellingen.

8
New cards

transactie

Een transactie is een economische overeenkomst of deal waarbij minstens twee partijen goederen, diensten, geld of andere waarden met elkaar uitwisselen.

9
New cards

productiekost

Productiekosten zijn alle kosten die een bedrijf maakt om een goed of dienst te produceren, zoals uitgaven aan grondstoffen, machines, loon van werknemers en huur van het bedrijfspand.

10
New cards

evenwichtsprijs

De evenwichtsprijs is de prijs waarbij de gevraagde hoeveelheid van een product precies gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid. Op dit punt is er geen tekort of overschot

11
New cards

consumentensurplus

Het consumentensurplus is het verschil tussen de maximale prijs die consumenten bereid zijn te betalen voor een product en de lagere, werkelijke prijs die ze ervoor moeten betalen.

12
New cards

producentensurplus

Het producentensurplus is het verschil tussen de marktprijs die een producent voor een product ontvangt en de minimale prijs die hij had willen accepteren om de kosten te dekken.

13
New cards

wet van de vraag

De wet van de vraag stelt dat als de prijs van een product stijgt, de gevraagde hoeveelheid daalt (en andersom), ervan uitgaande dat alle andere omstandigheden gelijk blijven.

14
New cards

wet van het aanbod

De wet van het aanbod stelt dat als de prijs van een product stijgt, de aangeboden hoeveelheid ook stijgt (en andersom), omdat producenten bij een hogere prijs meer winst kunnen maken.

15
New cards

allocatie

Allocatie (of middelenallocatie) is de verdeling van schaarse productiemiddelen (zoals natuur, arbeid en kapitaal) over de verschillende mogelijkheden om goederen en diensten te produceren.

16
New cards

innovatieve meetinstrumenten

Innovatieve meetinstrumenten zijn vernieuwende tools, methoden of technologieën (zoals big data-analyse of sentimentindices) die economen gebruiken om economische variabelen nauwkeuriger, sneller of actueler te meten dan met traditionele statistieken.

17
New cards

QALY

A QALY (Quality-Adjusted Life Year) is een meeteenheid die de levensverlenging én de kwaliteit van leven door een medische behandeling combineert. Eén QALY staat gelijk aan één jaar in perfecte gezondheid.

18
New cards

prosumenten

Prosumenten zijn consumenten die niet alleen goederen of diensten verbruiken, maar deze ook zelf actief produceren. Een bekend voorbeeld zijn huishoudens met zonnepanelen die stroom terugleveren.

19
New cards

nettovermogen

Nettovermogen is het totale bezit van een persoon of bedrijf minus de openstaande schulden. Het is met andere woorden het 'eigen vermogen' of de werkelijke financiële buffer die overblijft als alle verplichtingen zijn afbetaald.

20
New cards

invisble hand

De invisible hand is het mechanisme waarbij individuen die puur hun eigenbelang najagen, via het prijsmechanisme onbewust bijdragen aan de optimale welvaart van de gehele samenleving.

21
New cards

demonstratie-effect

Het demonstratie-effect is het verschijnsel waarbij consumenten hun consumptiegedrag en uitgavenpatroon aanpassen om het consumptieniveau van anderen (vaak een hogere sociale klasse) na te bootsen of te overtreffen.

22
New cards

ratrace

De ratrace is een metafoor voor een schijnbaar eindeloze, competitieve strijd in het werkende leven, waarbij mensen continu hard werken voor meer geld of status, maar door stijgende uitgaven nooit echt financieel of mentaal onafhankelijk worden.

23
New cards

ceteris paribus aanname

De ceteris paribus-aanname is een economische methode waarbij men de invloed van één variabele onderzoekt, onder de voorwaarde dat alle andere relevante factoren onveranderd blijven.

24
New cards

sensitiviteitsanalyse

Een sensitiviteitsanalyse is een methode waarmee wordt onderzocht hoe gevoelig de uitkomst van een berekening of model is voor veranderingen in de onderliggende aannames of variabelen.

25
New cards

laissez faire-beweging

De laissez-faire-beweging is een economische stroming die pleit voor een vrije markt zonder enige vorm van overheidsgrijpen, waarbij vraag en aanbod de economie reguleren.

26
New cards

wet van Say

De wet van Say is een klassieke economische theorie die stelt dat elk aanbod zijn eigen vraag creëert, waardoor er op macroniveau nooit langdurige overproductie kan bestaan.

27
New cards

theorie van comparatieve voordelen

De theorie van de comparatieve voordelen stelt dat landen handel moeten drijven in goederen waarin ze relatief het meest efficiënt zijn, zelfs als één land in alles absoluut productiever is.

28
New cards

moral hazard

Moral hazard (moreel wangedrag) is het verschijnsel waarbij mensen zich roekelozer of onverantwoordelijker gaan gedragen zodra ze verzekerd of beschermd zijn tegen de financiële risico's ervan.

29
New cards

radicale innovaties (schumpeter)

Radicale innovaties volgens Schumpeter zijn baanbrekende vernieuwingen die bestaande markten, technologieën en bedrijfsmodellen radicaal verstoren en vervangen door een proces dat hij 'creatieve destructie' noemt.

30
New cards

incrementele innovaties

Incrementele innovaties zijn stapsgewijze, kleinschalige verbeteringen of vernieuwingen van bestaande producten, diensten of processen om de efficiëntie, kwaliteit of prestaties ervan continu te verhogen.

31
New cards

BBP

Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is de totale geldwaarde van alle alle finale goederen en diensten die binnen de landsgrenzen van een land in een jaar worden geproduceerd.

32
New cards

NBP

Het Netto Binnenlands Product (NBP) is de totale productiewaarde binnen een land (BBP) minus de afschrijvingen, oftewel de waardevermindering van de gebruikte kapitaalgoederen in dat jaar.

33
New cards

BNP

Het Bruto Nationaal Product (BNP) is de totale marktwaarde van alle finale goederen en diensten die in een jaar worden geproduceerd door de productiefactoren van de inwoners van een land.

34
New cards

saldo factorinkomens

Het saldo factorinkomens is het verschil tussen de primaire inkomens (zoals loon en winst) die inwoners uit het buitenland ontvangen en de inkomens die aan het buitenland worden betaald.

35
New cards

toegevoegde waarde

De toegevoegde waarde is het verschil tussen de verkoopwaarde van een product of dienst en de kosten van de ingekochte grondstoffen, hulpstoffen en diensten van derden.

36
New cards

winst

Winst is het positieve financiële resultaat dat overblijft wanneer de totale opbrengsten (omzet) uit de verkoop van goederen of diensten groter zijn dan de totale gemaakte kosten.

37
New cards

NBB

De Nationale Bank van België (NBB) is de centrale bank van België, verantwoordelijk voor monetair beleid, de uitgifte van bankbiljetten en het toezicht op de financiële sector.

38
New cards

BTW

Belasting over de Toegevoegde Waarde (btw) is een algemene verbruiksbelasting die door de overheid wordt geheven op de verkoop van goederen en diensten, uiteindelijk betaald door de eindconsument.

39
New cards

informele economie

De informele economie omvat alle economische activiteiten, goederen en diensten die niet officieel worden geregistreerd door de overheid, waardoor er geen belasting over wordt betaald (zoals zwartwerk of vriendendiensten).

40
New cards

zwartwerk

Zwartwerk is het verrichten van betaalde arbeid die bewust niet wordt aangegeven bij de officiële instanties, waardoor er geen belastingen en sociale premies over worden betaald.

41
New cards

nationale rekeningen

De nationale rekeningen vormen een systematisch en kwantitatief overzicht van de totale economische activiteit van een land, waarmee transacties tussen gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland worden geregistreerd.

42
New cards

parafiscaliteit

Parafiscaliteit omvat overheidsheffingen (zoals sociale zekerheidsbijdragen) die, anders dan gewone belastingen, een specifieke economische of sociale bestemming hebben en vaak door parastatale instellingen worden geïnd en beheerd.

43
New cards

fiscaliteit

Fiscaliteit is het geheel van wetten, regels en systemen waarmee de overheid belastingen heft en int om haar overheidsuitgaven te financieren en maatschappelijke doelstellingen te realiseren.

44
New cards

deadweight loss

Deadweight loss (welvaartsverlies) is de afname van de totale maatschappelijke welvaart die ontstaat wanneer een markt door marktverstoringen, zoals belastingen, subsidies of monopolies, niet in een efficiënt evenwicht verkeert.

45
New cards

kaasschaafmethode

De kaasschaafmethode is een bezuinigingsstrategie waarbij alle afdelingen, diensten of begrotingsposten van een organisatie of overheid lineair met een vast, gelijk percentage moeten inkrimpen zonder prioriteiten te stellen.

46
New cards

kondratieff golf

Een Kondratieff-golf is een economische cyclus op lange termijn (40 tot 60 jaar) die wordt gedreven door ingrijpende technologische innovaties en resulteert in perioden van sterke groei en daaropvolgende stagnatie.

47
New cards

nominaal BBP

Het nominaal BBP is het Bruto Binnenlands Product berekend tegen de marktprijzen van het huidige jaar (lopende prijzen), waardoor er geen correctie is toegepast voor inflatie of prijsveranderingen

48
New cards

reële bbp

Het reële BBP is het Bruto Binnenlands Product gecorrigeerd voor inflatie, berekend tegen de prijzen van een vast basisjaar, om de werkelijke verandering in economische productievolumes te meten.

49
New cards

inflatie

Inflatie is een aanhoudende stijging van het algemene prijsniveau van goederen en diensten in een economie, wat leidt tot een daling van de koopkracht van het geld.

50
New cards

geldillusie

Geldillusie is de neiging van mensen om te kijken naar de nominale waarde van geld in plaats van de reële waarde (koopkracht), waardoor ze inflatie over het hoofd zien.

51
New cards

arbeidsproductiviteit

De arbeidsproductiviteit is de economische productie per eenheid ingezette arbeid, meestal gemeten als de hoeveelheid geproduceerde goederen of de toegevoegde waarde per gewerkt uur of per werknemer.

52
New cards

inclusieve instituties

Inclusieve instituties zijn politieke en economische instellingen die brede participatie van burgers mogelijk maken, eigendomsrechten beschermen, wetgeving objectief handhaven en gelijke kansen en innovatie stimuleren voor duurzame economische groei.

53
New cards

extractieve instituties

Extractieve instituties zijn politieke en economische instellingen die de macht en rijkdom concentreren bij een kleine elite ten koste van de rest van de samenleving, wat innovatie en economische groei remt.

54
New cards

werkzaamheidsgraad

De werkzaamheidsgraad (of werkgelegenheidsgraad) is het percentage van de bevolking op de beroepsactieve leeftijd (meestal 20 tot 64 of 15 tot 64 jaar) dat daadwerkelijk een betaalde baan heeft.

55
New cards

ecologische voetafdruk

De ecologische voetafdruk is een getal dat weergeeft hoeveel biologisch productieve grond- en wateroppervlakte één persoon, organisatie of land per jaar gebruikt om zijn consumptieniveau te behouden en afval te verwerken.

56
New cards

groene groei

Groene groei is een economische strategie gericht op het stimuleren van economische groei en ontwikkeling, terwijl tegelijkertijd natuurlijke hulpbronnen worden behouden en de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd.

57
New cards

totaal belastbaar inkomen

Het totaal belastbaar inkomen is het bruto-inkomen van een belastingplichtige verminderd met de aftrekbare kosten en fiscale aftrekposten, dat als grondslag dient voor de berekening van de verschuldigde inkomstenbelasting.

58
New cards

lorenz-curve

De Lorenz-curve is een grafische weergave van de inkomens- of vermogensongelijkheid binnen een samenleving, die de relatie toont tussen het cumulatieve percentage van de bevolking en hun cumulatieve aandeel in het totale inkomen.

59
New cards

gini-coefficiënt

De Gini-coëfficiënt is een statistische maatstaf tussen 0 en 1 om inkomens- of vermogensongelijkheid te meten, waarbij 0 staat voor volkomen gelijkheid en 1 voor volkomen ongelijkheid.

60
New cards

emerging economies

Emerging economies (opkomende economieën) zijn landen met een lage tot gemiddelde inkomensgrote die een snelle economische groei en industrialisatie doormaken, en steeds sterker geïntegreerd raken in de wereldwijde financiële markten.

61
New cards

relatieve armoedstaven

Relatieve armoede is een toestand waarin het inkomen van een huishouden onder een bepaald percentage (vaak 60%) van het mediaan nationaal inkomen ligt, waardoor men niet volwaardig kan deelnemen aan de samenleving.

62
New cards

absolute armoetstaven

Absolute armoede is een toestand waarin het inkomen van een huishouden ontoereikend is om te voorzien in de meest fundamentele menselijke basisbehoeften, zoals voedsel, veilig drinkwater, kleding, huisvesting en gezondheidszorg.

63
New cards

sufficiency-doctrine

De sufficiency-doctrine (genoegzaamheidsdoctrine) is een economische en filosofische benadering die stelt dat welzijn niet draait om oneindige consumptie of groei, maar om het hebben van voldoende middelen om in basisbehoeften te voorzien binnen ecologische grenzen.

64
New cards

ex ante maatregelen

Ex-ante maatregelen zijn beleidsmaatregelen, regels of acties die vooraf — dus vóórdat een bepaalde gebeurtenis, handeling of economisch proces plaatsvindt — worden genomen om gewenste effecten te stimuleren of risico's te voorkomen.

65
New cards

ex post maatregelen

Ex-post maatregelen zijn beleidsmaatregelen of acties die achteraf — dus nádat een bepaalde gebeurtenis, handeling of economisch proces heeft plaatsgevonden — worden genomen om de gevolgen te corrigeren, compenseren of evalueren.

66
New cards

matheuseffect

Het matheuseffect is het sociologische en economische fenomeen waarbij wie al veel heeft (zoals geld, status of kansen) steeds meer krijgt, terwijl wie weinig heeft relatief steeds minder overhoudt.

67
New cards

conjunctuurbeleid

Conjunctuurbeleid is het overheidsbeleid dat via monetaire of budgettaire maatregelen probeert de economische schommelingen (zoals hoog- en laagconjunctuur) te dempen om zo stabiele economische groei en werkgelegenheid te realiseren.

68
New cards

monetair beleid

Monetair beleid is het geheel van maatregelen dat een centrale bank neemt om de hoeveelheid geld in omloop en de rentevoet te beïnvloeden, met als doel prijsstabiliteit en economische groei te garanderen.

69
New cards

bugettair beleid

Budgettair beleid (of fiscaal beleid) is het geheel van maatregelen waarbij de overheid haar overheidsuitgaven en belastingen aanpast om de economie te sturen, conjunctuurschommelingen op te vangen en maatschappelijke doelen te bereiken.

70
New cards

chartaal geld

Chartaal geld is het wettige, tastbare betaalmiddel dat door de centrale bank wordt uitgegeven en bestaat uit bankbiljetten en munten die in omloop zijn buiten de banken.

71
New cards

giraal geld

Giraal geld is direct opeisbaar tegoed op een betaalrekening bij een bank, waarmee via digitale overschrijvingen, betaalkaarten of apps giraal betalingsverkeer kan worden afgewikkeld.

72
New cards

emissierecht

Een emissierecht is een verhandelbaar certificaat dat de houder de wettelijke toestemming geeft om een specifieke hoeveelheid broeikasgassen (zoals één ton CO2) uit te stoten binnen een bepaald gebied.

73
New cards

geldvraag

Geldvraag is de totale hoeveelheid geld die consumenten en bedrijven in een economie in liquide vorm (als chartaal of giraal geld) in bezit willen houden voor transactie-, voorzorgs- of speculatiedoeleinden.

74
New cards

geldaanbod

Geldaanbod is de totale hoeveelheid chartaal en giraal geld die in een economie in omloop is in handen van het publiek (gezinnen en bedrijven, exclusief de bankensector).

75
New cards

inflatie

Inflatie is een aanhoudende stijging van het algemene prijsniveau van goederen en diensten in een economie, wat leidt tot een daling van de koopkracht van het geld.

76
New cards

deflatie

Deflatie is een aanhoudende daling van het algemene prijsniveau van goederen en diensten in een economie, wat leidt tot een stijging van de koopkracht van het geld.

77
New cards

prijsindex

Een prijsindex is een procentueel getal dat de wijziging van het prijsniveau van een bepaald pakket goederen en diensten uitdrukt ten opzichte van de prijzen in een gekozen basisjaar.

78
New cards

CPI

De consumentenprijsindex (CPI) is een indexcijfer dat de prijsontwikkeling weergeeft van een representatief pakket aan goederen en diensten dat een gemiddeld huishouden aanschaft voor consumptie, gebruikt om inflatie te meten.

79
New cards

automatische indexering

Automatische indexering is een systeem waarbij lonen, sociale uitkeringen of pensioenen automatisch worden aangepast aan de stijging van de levensduurte (inflatie) om de koopkracht van de bevolking te beschermen.

80
New cards

potentiële BBP

Het potentiële bbp is de maximale economische productie die een land op lange termijn kan realiseren als alle beschikbare productiefactoren (arbeid en kapitaal) volledig en efficiënt worden benut zonder inflatie te veroorzaken.

81
New cards

outputgap

De outputgap is het verschil tussen het werkelijk gerealiseerde bruto binnenlands product (bbp) en het potentiële bbp van een economie, wat duidt op onder- of overbezetting van de productiecapaciteit.

82
New cards

recessie

Een recessie is een periode van economische krimp waarbij het bruto binnenlands product (bbp) gedurende minstens twee opeenvolgende kwartalen daalt, wat vaak leidt tot stijgende werkloosheid en dalende consumentenbestedingen.

83
New cards

minsky moment

De Minsky-moment-theorie stelt dat een lange periode van economische stabiliteit en optimisme leidt tot overmatige schuldenopbouw en speculatie, wat uiteindelijk een plotselinge, diepe financiële crisis veroorzaakt.

84
New cards

securization

Securitization (of effectisering) is het financiële proces waarbij illiquide activa, zoals hypotheken of leningen, worden samengevoegd en omgevormd tot verhandelbare waardepapieren (effecten) voor beleggers op de kapitaalmarkt.

85
New cards

hypotecaire lening

Een hypothecaire lening is een langlopende geldlening voor de aankoop van vastgoed, waarbij de onroerende zaak (zoals een huis of pand) als onderpand dient voor de kredietverstrekker.

86
New cards

obligaties

Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening die een overheid of bedrijf aangaat, waarbij de koper recht heeft op periodieke rente (coupon) en terugbetaling van de hoofdsom.

87
New cards

CDO

Een Collateralized Debt Obligation (CDO) is een complex gestructureerd financieel product waarbij verschillende leningen (zoals hypotheken of obligaties) worden gebundeld en herverpakt in risicoklassen (tranches) voor verkoop aan beleggers.

88
New cards

subprime klanten

Subprime klanten zijn kredietnemers met een lagere kredietwaardigheid en een verhoogd risico op wanbetaling, vaak door een geschiedenis van betalingsproblemen, schulden of een laag en onregelmatig inkomen.

89
New cards

roubini

Nouriel Roubini is een econoom die bekendstaat om zijn voorspelling van de kredietcrisis van 2008 en zijn theorieën over systeemrisico's en het ontstaan van economische zeepbellen.

90
New cards

to go short

To go short (short gaan) is een beleggingsstrategie waarbij financieel product wordt geleend en direct verkocht, met de verwachting dit later goedkoper terug te kopen en zo winst te maken.

91
New cards

to go long

To go long (long gaan) is een beleggingsstrategie waarbij een financieel product wordt gekocht met de verwachting dat de waarde ervan in de toekomst zal stijgen, om het daarna met winst te verkopen.

92
New cards

too big to fail

Too big to fail is het principe waarbij een financiële instelling zo groot of verweven is dat haar faillissement de hele economie zou ontwrichten, waardoor de overheid zich gedwongen voelt haar te redden.

93
New cards

speculatie

Speculatie is het kopen of verkopen van activa (zoals aandelen of vastgoed) met een hoog risico, uitsluitend gericht op het maken van snelle winst door verwachte prijsveranderingen op korte termijn.

94
New cards

vermogensmarkten

Vermogensmarkten zijn markten waar vraag en aanbod van financieel kapitaal (zowel kortlopend als langlopend geld) elkaar ontmoeten voor investeringen en financiering, onderverdeeld in de geldmarkt en de kapitaalmarkt.

95
New cards

joint-stock-company

Een joint-stock company (naamloze vennootschap) is een onderneming die eigendom is van aandeelhouders, waarbij het kapitaal is verdeeld in verhandelbare aandelen en de eigenaren beperkte aansprakelijkheid hebben voor de schulden.

96
New cards

KMO

Een kmo (kleine of middelgrote onderneming) is een bedrijf met minder dan 250 werknemers en een jaaromzet van maximaal 50 miljoen euro of een balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro.

97
New cards

BVBA

Een bvba (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) was een Belgische bedrijfsvorm waarin de vennootschap eigen rechtspersoonlijkheid had en de aandeelhouders slechts aansprakelijk waren tot hun inbreng. (Inmiddels vervangen door de bv).

98
New cards

dirigisme

Dirigisme is een economisch systeem waarin de overheid een sterke, sturende en regulerende rol speelt in de economie, zonder de particuliere eigendom of het kapitalisme volledig af te schaffen.

99
New cards

coase theorema

Het Coase-theorema stelt dat als private partijen efficiënt en zonder transactiekosten kunnen onderhandelen over de toewijzing van middelen, zij externe effecten zelfstandig marktconform oplossen, ongeacht wie de wettelijke eigendomsrechten bezit.

100
New cards

arbeidscontract

Een arbeidscontract is een juridisch bindende overeenkomst waarin een werknemer zich verplicht om tegen betaling van loon gedurende een bepaalde of onbepaalte tijd arbeid te verrichten in dienst van een werkgever.