Nederlands schooltaalwoorden examen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/56

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:42 PM on 6/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

57 Terms

1
New cards

aansporen

aanmoedigen

2
New cards

de aansporing

zelfstandig naamwoord aansporen

3
New cards

aanwenden

gebruiken, toepassen

4
New cards

contrasteren

een tegenstelling vormen

5
New cards

het contrast

zelfstandig naamwoord contrasteren

6
New cards

contrasterend

bijvoeglijk naamwoord constrasteren

7
New cards

creëren

ontwerpen, maken

8
New cards

de creatie

zelfstandig naamwoord creëren

9
New cards

de deskundigheid

de expertise

10
New cards

deskundig

bijvoeglijk naamwoord deskundigheid

11
New cards

de invalshoek

standpunt

12
New cards

motiveren

onderbouwen

13
New cards

de motivatie

zelfstanig naamwoord motiveren

14
New cards

gemotiveerd

bijvoeglijk naamwoord motiveren

15
New cards

onpartijdig

neutraal

16
New cards

de onpartijdigheid

zelfstandig naamwoord onpartijdig

17
New cards

ontleden

in delen snijden

18
New cards

de ontleding

zelfstandig naamwoord ontleden

19
New cards

de overweging

de twijfel, nadenken om iets te doen

20
New cards

overwegen

werkwoord de overweging

21
New cards

pleiten

met woorden iets verdedigen

22
New cards

relatief

betrekkelijk

23
New cards

relativeren ( = accepteren, afzwakken , niet veel belang aan hechten )

werkwoord relatief

24
New cards

de relativiteit

zelfstandig naamwoord relatief

25
New cards

voordragen

ten gehore brengen, vertellen

26
New cards

de voordracht

zelfstandig naamwoord voordragen

27
New cards

vormgeven

ontwerpen

28
New cards

de vormgeving

zelfstandig naamwoord vormgeven

29
New cards

associëren met

verbinden, linken aan

30
New cards

de associatie

zelfstandig naamwoord associëren

31
New cards

associatief

bijvoeglijk naamwoord associëren

32
New cards

doorsnee

gemiddeld, gewoon

33
New cards

frequent

regelmatig, vaak

34
New cards

de frequentie

zelfstandig naamwoord frequent

35
New cards

inschatten

vooraf proberen te bedenken

36
New cards

de inschatting

zelfstandig naamwoord inschatten

37
New cards

integreren

mengen, verenigen, samenvoegen

38
New cards

de integratie

zelfstandig naamwoord integreren

39
New cards

minimaliseren

als klein/ onbelangrijk voorstellen

40
New cards

de minimalisatie

zelfstandig naamwoord minimaliseren

41
New cards

miniem

bijvoeglijk naamwoord minimaliseren

42
New cards

het motto

de leuze, de spreuk

43
New cards

opleveren

brengen, voortbrengen

44
New cards

opteren

kiezen voor , verkiezen

45
New cards

de optie

zelfstandig naamwoord opteren

46
New cards

optioneel

bijvoeglijk naamwoord opteren

47
New cards

de parallel

de gelijkenis

48
New cards

parallel

bijvoeglijk naamwoord de parallel

49
New cards

stroken met

overeenkomen met, passen bij

50
New cards

uitsluitend

enkel, alleen maar

51
New cards

de uitsluiting

zelfstandig naamwoord uitsluitend

52
New cards

uitsluiten

werkwoord uitsluitend

53
New cards

vertonen

laten zien, tonen, voorstellen

54
New cards

de vertoning ( theater )

zelfstandig naamwoord vertonen

55
New cards

voortkomen uit

voortvloeien uit, het gevolg zijn van

56
New cards

de wending

de verandering

57
New cards

wendbaar

bijvoeglijk naamwoord de wending