Psychologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/159

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

H1 - 8

Last updated 2:17 PM on 4/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

160 Terms

1
New cards

3 systemen van het geheugen

Zintuiglijk geheugen

Werkgeheugen

Langeduurgeheugen

2
New cards

Delen van het langeduurgeheugen

Impliciet/procedureel geheugen

Expliciet/declaratief geheugen

Semantisch geheugen

Episodisch/autobiografisch geheugen

3
New cards

Wat is chunking?

Je kan +/- 7 cijfers/letters/korte woorden herinneren

MAAR: Amerikaanse man kon 100 

Kapte string in kleine delen + linkte ze aan dingen uit zijn langeduur geheugen

4
New cards

Hoe kan je het autobiografisch geheugen bestuderen?

  • Associaties: Datering van herinneringen = niet-lineair dalende curve

  • Dagboekmethode

5
New cards

Studie van het autobiografisch geheugen aan de hand van dagboekaantekeningen

Wagenaar

→ 5 jaar lang belangrijkst voorval per dag opgeschreven, antwoord op 4 vragen + beoordeeld op =/= schalen

→ zichzelf vragen stellen (m aanwijzingen)

→ Wanneer: minst handige aanwijzing

     Wat = belangrijkste

MAAR: bedoeling geheugen te bestuderen (meeste mensen X bewust mee bezig); X intieme details



Gert Storms

→ Ook gedaan, met intieme dingen erbij (X bedoeling geheugen sturderen)

→ krijgt gebeurtenis moet zeggen wanneer?

→ ⅔ dingen herinnerd

Vergeetcurve:

2% precies gedateerd 

  • Gemiddelde dateringsfout: anderhalf jaar

  • Belangrijkste voorspellers van accuraatheid: 

    • opvallendheid 

    • aangenaamheid 

    • intimiteit 

    • Niet: emotionaliteit

  • Goed herinnerd: Familie, reizen, vrienden

  • Slechter herinnerd: weer, dromen, natuurfenomenen

6
New cards

Het geheugen van ooggetuigen

  • Onderzocht sinds jaren 70 

  • Waarschuwing voor onbetrouwbaarheid 

  • In VS 75.000 beschuldigingen/jaar o.b.v. ooggetuigenverklaringen 

  • Tussen 1992 en 2009 door DNA 225 vrijspraken, ¾ veroordeeld mede door ooggetuigen

7
New cards

Het geheugen van ooggetuigen: Onderzoeksmethoden

  • Experimenten 

    • voordeel: controleerbaarheid 

    • nadeel: ecologische validiteit

  • Veldexperimenten 

    • voordeel: veralgemeenbaarheid 

    • nadeel: storende variabelen 

Belangrijkste bevinding: geheugen is geen registratieapparaat !


8
New cards

Het geheugen van ooggetuigen: 3 stadia

1  Inprenten

2  Bewaren

3  Oproepen

Bij elk proces kan er iets fout gaan

9
New cards

Vertekeningen bij het inprenten: Duur

Memon et al.

Film m misdadiger

→ 12 sec of 45 sec te zien

→ fotos getoond, duid misdadiger aan

→ langer zien = + effectief

→ ook fotos zonder misdadiger

→ korter zien = + vals alarmen

10
New cards

Vertekeningen bij het inprenten: Geweld

Clifford + Scott

Betekenis dr argumenten/geweld op film

→ wat kwam erna?

→ geweld = - goede antwoord (- accuraatheid v herinneringen)

Mog oorzaak = stress

Implicatie: voorzichtig m getuigenissen bij geweld

11
New cards

Vertekeningen bij het inprenten: Karakteristieken van de observator

Hastorf + Cantrill

→ Studenten herinneren meer fouten v ander voetbalploeg + schatten ze erger in


Cross-race bias

Kans op misidentificatie 1,56x hoger  bij iemand van andere ras

Kans op correcte identificatie 1,40x hoger bij iemand van zelfde ras


Bruner + Postman

Speelkaarten kort getoond, welke gezien? (maar bep harten in zwart)

→ sommige proefpersonen zeiden dat ze paarse harten zagen 

(= mengvorm verwachting + werkelijkheid)

12
New cards

Wat is cross-race bias?

13
New cards

Beïnvloeding tijdens bewaring: Versterking

Loftus 

Film van auto-ongeluk

→ reeks vragen 

Incl. hoe snel … voorbij stopteken …  (A)
OF hoe snel … rechts afsloeg             (B)

→ was er een stopteken te zien?

A: 53% ja
B: 35% ja

Je kan herinneringen dus versterken

14
New cards

Beïnvloeding tijdens bewaring: Compromieherinneringen

Loftus 

Film “Diary of a student revolution” 

→ 8 demonstranten getoond

→ reeks vragen

Incl. was leider van 4 een man of vrouw?  (A)

OF was leider van 12 een man of vrouw?  (B)

→ Hoeveel demonstranten?

A: ‘4’ => 6.4
B: ‘12’ => 8.9

Opnieuw, kleur auto dat voetganger aanrijdt

→ vraag over blauwe voorbijrijdende auto (A)

OF voorbijrijdende auto (X kleur vermeldt) (B)

-> Kleur auto aanduiden

A: blauw/blauw-groen

B: groen v auto

15
New cards

Beïnvloeding tijdens bewaring: Creëren van niet-bestaande objecten

Loftus, Miller + Burns

Filmje, voetganger aangerende

A: Na stopteken

B: na gevarendriehoek

→ Reeks vragen

Incl: reed er een auto eerst voorbij, voor het stopteken?

OF reed er een auto eerst voorbij, voor de gevarendriehoek?


→ foto: welke heb je gezien op het filmpje?

Als gezien = suggereert in vraag => 50%< juiste dia

Als gezien =/= suggereert in vraag => 41% juiste dia (< dan toeval)

16
New cards

Wanneer heeft misleiding het grootste effect?

Loftus, Miller & Burns 

OV1: misleiding net na observatie 

          misleiding net voor bevraging 

OV2: bevraging na 20 minuten 

  na 1 dag 

  na 2 dagen 

  na 1 week

Hoofdeffect van OV2  (langer → - accuraat)

Misleiding net na observatie minder effect

17
New cards

Oproepen van informatie: Context

Godden + Baddeley

→ leden duikschool leren woordenlijst

Onder water
Of boven water

→ bevraagd

Onder water
Of boven water

18
New cards

Oproepen van informatie: Bewoording van bevraging

Loftus

Rek m pijnstillers, vraagt als iemand een koopt

→ Waarom? Hoe vaak? Hoeveel verschillende al gebruikt?

Verwoording:   1, 2, 3? => 3,3

            1, 5, 10? => 5,2

‘Frequently’ => 2,2

‘Occasionally’ => 0,7


Loftus + Zanni

Filmpje aanrijding

→ reeks vragen

Incl. Herinner je de gebroken koplamp? => 15% ja 

OF Herinner je een gebroken koplamp? => 7% ja

→ Opnieuw gevraagd, later 

Incl. Herinner je de gebroken koplamp? => 20% ja 

OF Herinner je een gebroken koplamp? => 6% ja


Loftus + Palmer

Filmpje aanrijding

→ reeks vragen

Incl. When they contacted each other => 30,8

OF When they hit each other => 34,0
OF When they bumped into each other => 38,1

OF When they collided with each other => 39,3

OF When then smashed into each other => 40,8

19
New cards

Metakennis

  • Heel veel informatie opgeslagen 

  • Metakennis 

  • Flashbulb memories 

E.g. Waar was je bij 9/11?
Antw kloppen soms X

  • Hoe betrouwbaar is metakennis in de context van ooggetuigenverklaringen?

20
New cards

Wat zijn Flashbulb memories?

21
New cards

Inplanten van herinneringen

Loftus + Pickrell
Proefpersoon gevraagd of ze herinneren d ze verloren waren in winkelcentrum

→ 25% beweren te herinneren (als plausibel details)


Garry, Manning + Loftus
F1: Lijst m dingen, aangeven of ooit voorgevallen

F2: oefening levendig voorstellingen, d iets uit lijst gebeurt was (“andere studie”)

F3: Vragenlijst opnieuw: vinken ^gebeurtenis aan


Heaps + Nash
→ geloven ooit bijna verdronken

Porter et al.


→ geloven d ooit aangevallen dr dier tot bloeden toe

25 tot 30% ‘succes’ bij inplanten van herinnering 

22
New cards

Inplanten van herinneringen: The perfect ending to the perfect day

Brown, Ellis + Loftus

→ beoordelen advertenties

Incl vr Disneyland

→ weet je nog d X er was?

→ Bugs Bunny op ad: herinneren hem MAAR is geen Disney karakter dus kan niet

23
New cards

Inplanten van herinneringen: Wie is er kwetsbaar?

Hyman & Billings: wie is er kwetsbaar

  • Mensen die vaardig zijn in het creëren van mentale beelden

  • Mensen die goed hypnotiseerbaar zijn

  • Mensen met dissociatieve tendens

24
New cards

Verdrongen herinneringen: The myth of repressed memory

Loftus & Ketcham (1994) The myth of repressed memory


George Franklin: beschuldigd v moord v vriendin v dochter toen ze 7 jaar waren

→ Pas later ‘herinnerd’ dr dochter (als therapie deed)

→ later vrijgesteld


25
New cards

Verdrongen herinneringen: opvattingen

  • Vooral in de VS grote controverse over ‘verdrongen herinneringen’

  • Therapeuten versus geheugen onderzoekers

Freud I: Herinnering te pijnlijk → verdwijnt uit bewustzijn

Freud Later: K wel terug herinnerd worden, maar zin X echt, vertalen een soort verlangen

Miller: Verdrongen herinnering gebeuren vaak

Loftus: Bestaat X !!

26
New cards

Verdrongen herinneringen: 2 partijen

  • Therapeuten: veilige omgeving om te uiten wat pijnlijk is

  • Geheugenexperten: k aangepraat worden; verwachtingen v therapeuten spelen rol

Williams

→ 38% v vrouwen herinnerde X d misbruikt als kind

27
New cards

De Monty Hall Dilemma

Marilyn vos Savant: je verdubbelt de kans om de prijs te winnen als je je keuze verandert. 

Granburg + Brown

68 studenten, 50x beurten

Hoogste scores -> 25 $ 

1e beurt: 90% blijven 

Laatste 10 beurten: 45% blijven bij keuze

Herbranson + Schroeder

Met duiven

Correct -> eten

1e dagen: 36% veranderen

Na 30 dagen: 96% veranderen

Zelfde m mensen

Correct -> geld

1e beurten: 57% veranderen

Na 200 beurten: 66% veranderen

-> Mensen leren niet bij??

28
New cards

Falende beloningen: biologische beperkingen bij conditionering

Breland + Breland

Dieren trainen 

-> Instinctieve drift: instincten > getraind gedrag

29
New cards

Falende beloningen: Onverwacht gedrag bij kinderen

Miller + Estes

Kinderen voor scherm, getekende gezichten getoond m 1 =/=

Groep 1: hoeveel correct

Groep 2: elk juist antwoord -> 1 cent

Groep 3: elk juist antwoord -> ½ $

Hoeveel correct?

Groep 2 = Groep 3

Groep 1 > Groep 2+3

⇒ Betalen werkte slechter 

30
New cards

Falende beloningen: Onverwacht gedrag bij volwassenen

Glucksberg

Volwassenen: oplossing voor probleem

Kaars op ooghoogte zetten + laten branden met duimspijkers + lucifers (in / uit doos)

Hypothese: betaalde conditie = hoofdeffect

Resultaten: beter als niet in doos

Als niet in doos, maakt X uit of betaald

Als in doos, niet-betaalde conditie > betaalde conditie

31
New cards

Wet van het effect

Bekrachtiging ⇒ kans v gedrag stijgt

→ Skinner heeft het geoptimaliseerd

MAAR vooral getest op dieren/kinderen/psych patiënten

32
New cards

Beloningen en problemen oplossen

Schwartz

Duiven in kooi, voor rooster

Lamp links boven

Leren knoppen gebruiken om licht te ‘sturen’, licht moet naar onder rechts

Bekrachtigd m eten

Duif leert stereotiep gedrag (bep pad altijd, maar maakt eig X uit)

-> Blijft tot 61 dagen na training

Opnieuw met proefpersonen

Nog sterker stereotiep gedrag


Opnieuw, met nieuwe condities

1: eerst leerfase met slechts 50% van de 70 mogelijke paden 

2: geen leerfase, daarna: uitzoeken welke 35 paden ‘correct’ waren 

Resultaat: C1 veel trager (uitbetaling werkt oplossen tegen)


DUS beloning werkt herhaling in de hand en leidt aandacht af

33
New cards

Beloningen en problemen oplossen: Joodse parabel

Joodse schoenmaker in centrum, racisten sturen kinderen -> elke keer d iemand binnen komt racistische dingen roepen

Man beloont kinderen m ½ $

Volgende dag m ¼ $
Volgende dag 5 cent

-> komen X terug

Begin: intrinsieke motivatie

→ + extrinsieke bekrachtiging

⇒ - intrinsieke motivatie

34
New cards

Extrinsieke en intrinsieke motivatie

Deci

1

Na 4 weken wordt groep 1 betaald, maar X zeggen tegen groep 2

Na 7 weken terug X betaald


Geometrische puzzels oplossen → hoeveel extra maken in ‘vrije tijd’

DUS extrinsieke motivatie kan intrinsieke motivatie ondermijnen


Ryan + Deci

Onderscheid tussen verschillende vormen van extrinsieke motivatie

Extern gereguleerd gedrag: gedrag gesteld om tegemoet te komen aan externe

dwang / voor het verkrijgen van een beloning

Geïntrojecteerd gedrag: gedrag gesteld om schuld- en angstgevoelens te vermijden /

ego te versterken

Regulatie door identificatie: gedrag gesteld dat door persoon zelf als belangrijk

beschouwd wordt

Geïntegreerde regulatie: gedrag volledig geassimileerd met waarden + behoeften

van de persoon, maar wel om een bepaalde doel te bereiken

Naarmate gedrag meer intern gedetermineerd is, wordt het effectiever, zorgt het voor vrijwillige volharding + verhoogd subjectief welbevinden

Zelfdeterminatietheorie: kans op een zelf-gedetermineerde leefstijl vergroot naarmate de 3 basisbehoeften (competentie, autonomie, verbondenheid) meer voldaan zijn. 

35
New cards

Punished by rewards

Als expliciete beloning, ⇒ - motivatie dan als belang benadrukt, e.g. bij studeren of lezen.

Lepper, Greene + Nisbett

Kinderen vrije speeltijd

1: aangekondigde beloning bij spelen m bep speelgoed

2: onaangekondigde beloning

3: geen beloning

Dag 2: hoeveel spelen m een ander nieuwe speelgoed? 

Resultaat: C1 < C2 = C3

= ondermijnende effect van beloningen


Rothe

Pay for performance-principe

Perry, Engbers + Yun

Weinig empirisch + langdurig onderzoek naar het effect van “pay for performance” 

Geen duidelijke evidentie voor

  • Betere prestaties 

  • Stijgende motivatie 

Wel evidentie voor 

  • Meer werkongevallen 

  • Meer onethisch gedrag


Kohn

Beloningen motiveren mensen wel, maar om beloningen te krijgen

Gevaar van competitie: sommigen krijgen dan geen beloning, en dat kan als straf

genomen worden

Mensen die wel beloond worden, kunnen zich in de toekomst minder

verantwoordelijk voelen voor prestaties in soortgelijke situaties.

36
New cards

Punished by rewards: Extrinsieke incentive bias

Chip Heath

MBA studenten: waarden ordenen volgens belang voor zichzelf

Ordenen volgens belang v medestudenten/managers/loketbedienden

Bij zelf: intrinsieke motivatie hoger ingeschat

+ straf => - populair op school

+ beloond => voelen -altruïstisch, - bereid te delen met anderen, - bereid anderen te helpen

37
New cards

Skinner bij =/= culturen

Intrinsieke motivatie werkt voornamelijk in op kwalitatieve verschillen

Extrinsieke motivatie werkt voornamelijk in op kwantitatieve verschillen


Iyengar + Lepper

Bij + oz: nadruk op link tussen motivatie en keuzevrijheid/zelfbeschikking

-> Maar is keuzevrijheid even belangrijk in elke cultuur?

Kinderen moeten anagrammen maken

Hoelang werken ze in ‘vrije tijd’ verder aan?

Opnieuw: computerspel, 1st instellen

Hoe leuk vonden ze het? Zouden ze opnieuw willen?

Resultaat: Aziatisch amerikaanse kinderen zetten keuze v iemand in dezelfde gemeenschap bovenaan

38
New cards

Skinner: voor + tegen

2 Strekkingen:

1  Skinner: X vrije wil; product van genetische erfenis, persoonlijke geschiedenis + de setting waarin men zich bevindt

2  Anderen: wel vrije wil/zelfbeschikking = !!

39
New cards

Wat is leren? Wat zijn de 2 vormen?

Leren = blijvende verandering van gedrag/mentale processen als gevolg v ervaring

(X maturatie, instinct, reflex)

2 vormen van leren:

1  Klassieke / Pavloviaanse conditionering

2  Operante / Instrumentele conditionering

40
New cards

Klassieke conditionering: Ivan Pavlov

Ivan Pavlov (1849 – 1936) 

  • onderzocht spijsvertering 

  • Nobelprijs 1904 

  • Honden: buis in muil: hoeveel speeksel geproduceerd
    -> als eten zien aankomen: speeksel produceren (fysiologisch X zin want nog X nodig; gebeurt 1e keer X)

= ‘Associatief leerproces’

-> Nobel-voordracht over ‘psychische reflex’

Vandaag: Klassieke Conditionering

41
New cards

Klassieke conditionering: Passief proces

Belgeluid = voorwaardelijke prikkel
=> Orëntatie

Na conditionering:
Speeksel = voorwaardelijke reactie

Voedsel = onvoorwaardelijke prikkel
=> Speeksel

Na conditionering:
Speeksel = onvoorwaardelijke reactie

42
New cards

Klassieke conditionering: Aversieve conditionering

Belgeluid = voorwaardelijke prikkel

Elektrische schok = onvoorwaardelijke prikkel

Na conditionering:

Spierspanning + vertraagde hartslag = voorwaardelijke reactie

Versnelde hartslag = onvoorwaardelijke reactie

43
New cards

Klassieke conditionering: Verwerving

Verwerving van een voorwaardelijke reactie:

Begin: + sterke stijging
-> blijft stijgen, maar - sterk

44
New cards

Klassieke conditionering: Uitdoving

Voorwaardelijke prikkel -> X onvoorwaardelijke prikkel

Gedrag sterft uit (maar X vergeten!)

45
New cards

Klassieke conditionering: Spontaan herstel

Aanwakkering na een tijdje zonder prikkel

46
New cards

Klassieke conditionering: Prikkelveralgemening

47
New cards

Klassieke conditionering: Prikkeldiscriminatie

48
New cards

Klassieke conditionering: Hogere-orde-conditionering

49
New cards

Klassieke conditionering: Watson + Kleine Albert

Conditionering op kind v 9 maand

-> rat / konijn / hond / aap / harige masker => X reactie

-> hamer op ijzeren staat => schrikreactie

-> rat / konijn / hond / aap / harige masker + hamer op ijzeren staaf => schrikreactie

-> rat / konijn / hond / aap / harige masker => schrikreactie

= veralgemening

-> uitdoven? (X uitgetest)

50
New cards

Klassieke conditionering: Universeel fenomeen

  • Voedselconditionering als tegenargument voor temporele contiguïteit 

(e.g. eten voor chemo => misselijkheid gekoppeld aan eten)

  • Conditionering na 1 koppeling 

(e.g. m auto slippen in regen => angst bij rijden in regen)

  • Coyotes & schapen (Garcia)

-> schapenvlees m stof d coyotes ziek maakt => - schapenverlies

51
New cards

Klassieke conditionering: Kan je een willekeurige voorwaardelijke prikkel koppelen aan een onvoorwaardelijke prikkel?

(Garcia + Koelling)

-> Dorstige ratten afzonderlijk in een kooi
-> kunnen vocht likken uit een flesje 

-> likken gekoppeld aan 

  • lichtflits + geluid (VP)
    bepaalde smaak (VP) 

-> 2de fase: na likken 

  • X-stralen (OP) 

  • elektrische schok (OP) 

Test: hoeveel likken?


=> Sommige combinaties werken niet

52
New cards

Klassieke conditionering: Reclame

(Plaud & Martini)

-> mannelijke proefpersonen: foto’s van naakte/halfnaakte vrouwen 

-> conditioneringsfase: 3 sessies à 15 aanbiedingen 

15 sec VP: neutrale objecten (koffietafel, spaarpot) 

30 sec OP: seksuele stimuli 

afhankelijke variabele: peniszwelling bij zien van de VP 

=> suggereren dat reclame werkt …

53
New cards

Operante conditonering: Edward Thorndike

Edward Thorndike (1874 – 1949) 

  • instinctieve en intelligente gedrag van kippen -> kippen vervangen door katten 

-> katten in puzzelbox als hongerig
-> bak m eten buiten, kat probeert te krijgen
-> toevallig trekken aan touw => deur open
-> opnieuw: elke keer sneller, tot direct aan touw trekken

54
New cards

Operante conditonering: Wet van het effect

positieve gevolgen versterken het gedrag

negatieve gevolgen verzwakken het gedrag

55
New cards

Operante conditonering: Temporele contiguïteit

‘temporele contiguïteit’ tussen gedrag + gevolgen 

= moet een snelle gevolg zijn, anders banden X gelegd

Operante conditionering bijzonder populair vanaf einde WOI 

Behaviorisme: the black box

56
New cards

Operante conditonering: Burrhus Frederic Skinner

Burrhus Frederic Skinner (1904-1990)

  • ‘Skinner Box’   

  • Verbal behavior: taal geleerd volgens zelfde principes

  • Walden II 

  • Effecten van beloning en straf 

    • Leerde duiven ‘pingpongen’ 

    • Bijen sporen explosieven op 

    • Alzheimermodellen testen 

  • Enorme invloed op psychologie

57
New cards

Operante conditonering: Positieve versus negatieve bekrachtiging

= beide beloningen

Positieve bekrachtiging = iets aangenaams toedienen

Negatieve bekrachtiging = iets onaangenaams wegnemen

58
New cards

Operante conditonering: Uitdoving

Gedrag -> bekrachtiging ⇒ kans op gedrag +

Gedrag -> X bekrachtiging ⇒ - kans op gedrag

59
New cards

Operante conditonering: Intermittente bekrachtiging

Begin: elke keer gewenst gedrag vertonen => beloning

Later: maar ⅔ keer of ½ keer of ⅓ keer

=> X uidoving


=/= intervalschema’s:

Ratio + vast
Interval + vast
Ratio + variabel
Interval + variabel

60
New cards

Operante conditonering: Primaire en secundaire bekrachtigers

Combinatie: Neutrale stimulus verwerft de status van bekrachtiger 

Primaire bekrachtigers: v nature belonend, basisbehoeften (e.g. eten bij honger) 

-> (Klassieke cond)

Secundaire bekrachtigers: in begin neutraal (e.g. geld) -> leiden tot beloning

-> (Operante cond)

61
New cards

Operante conditonering: Shaping

Aanleren van ongewoon gedrag: Shaping

-> laag beginnen (vr beloning) -> lat hoger leggen -> etc. (gedrag opbouwen)

62
New cards

Operante conditonering: Chaining

Aanleren van complexe sequentie van gedragingen: Chaining

Beginnen ‘van achter’, laatste gedrag wordt bekrachtigd, andere gedrag die voorafgaat aan laatste gedrag koppelen

63
New cards

Operante conditonering: Discriminatieve controle

Licht + gewenst gedrag => bekrachtigen

X licht + gewenst gedrag => X bekrachtigen

=> Enkel gedrag bij licht

64
New cards

Operante conditonering: Token economy

Gewenst gedrag => token => sparen => ruilen vr beloning

65
New cards

Operante conditonering: APOPO

Afrikaanse buidelratten -> landmijnen opsporen

  • excellente reukzin 

  • licht 

  • sub-Sahara als habitat 

2009: 93.900 m2 in Mozambique 

  • 41 mijnen 

  • 54 andere explosieven 

  • geen andere via metaaldetectie 

  • 0.33 keer vals alarm per 100 m2

  • ⇔ signaaldetectietheorie


Training 

Fase 1: klikgeluid via Pavlov (klik = secundaire bekrachtiger; klik gevolgd dr eten)

Fase 2: geurdetectie via Skinner in kooi 
gat van 2 cm doorsnede 
2gr aarde+5 druppels TNT  onder gat
kop 2sec in gat => klik+eten 
-> kop 5sec in gat => klik+eten

fase 3: discriminatietraining 
3 gaten waarvan 1 met TNT 
kop 5sec in juiste gat => klik+eten
60 tot 90 beurten/dag tot 100% correct 
max. 1 vals alarm 
NOOIT overslaan

fase 4: 75x300 cm met thee eitjes onder zandvlakte

fase 5: veldtraining op 28 ha doorzocht in opp. 3x10m 
ratten aan koord 
bij detectie: klik (+ voedsel?) 
bij fout: weggetrokken

66
New cards

Operante conditonering: Opsporing TBC door ratten

18/20 ratten doorstaan training 

Via microscoop 

  • betrouwbaarheid 40-60% 

  • 40 stalen/dag 

individuele rat 

  • betrouwbaarheid 72-100% 

  • 40 stalen op 7 minuten

  • tot 1680 stalen/dag

67
New cards

Operante conditonering: Straf

Positieve straf: iets onaangenaams toedienen

Negatieve straf: iets aangenaams wegnemen


Vaak toegepast:

  • verkeersboetes 

  • straffen van kinderen door ouders 

  • straffen op school

Riskant:

wel onmiddellijke gedragsverandering 

maar minder efficiënt bij intermitente toepassing dan bekrachtiging 

Waarom? 

  • gedrag niet onderdrukt als dreiging weg is

  • discriminatief leren: is straffer aanwezig? 

  • moet snel toegediend worden (boetes??) 

Fysiek straffen? 

  • in VSA: 19/20 ouders (+ kans d doorgeven dr generaties)

  • in literatuur tegengestelde bevindingen 


-> Beter incompatibel gedrag te belonen

(e.g. student die veel praat belonen als aandachtig luistert)

68
New cards

Operante conditonering: Bijgeloofexperimenten

Door het wet van het effect is er + kans d gedrag opnieuw gaan doen als denken d beloning oplevert

30 jaar na Thorndike: exp. Guthrie & Horton 

puzzelbox met camera 

‘persoonlijke’ strategieën (e.g. altijd m hoofd of altijd m staart indrukken)

Skinner: ‘superstition in the pigeon’ 

hongerige duif in Skinnerbox 

elke 15 sec een voedselkorrel 

na enkele minuten: ‘persoonlijk ritueel’ 

alsof er causaal verband is 

Skinner in de les


Wagner & Morris:

kleuters 3 jaar kiezen ‘te verdienen’ speelgoedje 

kamer met spiegelwand 

robot spuwt knikkers 

genoeg knikkers => speelgoedje 

knikker na 15 sec (of na 30 sec) 

6 dagen, telkens 8 minuten 

Resultaat: ¾ bijgelovig  (grimassen, neus aanraken, heupwiegen)


Ono:

volwassen in taak van 40 min 

tafel met 3 hendeltjes lichtje + teller aan de muur 

“niets speciaals doen, enkel punten verzamelen”

2 condities: punten 

na vast tijdsinterval 

na variabel interval 

observatie achter de spiegel 

Resultaat: veel bijgelovig gedrag

soms permanent, soms tijdelijk 

vaak met hendeltjes


Morse & Skinner:

duiven in kooi leren op knop pikken via intermittente bekrachtiging 

af & toe (onsystematisch): lamp ged. 2 min 

Resultaat: sommige duiven meer pikken bij lamp 

andere minder 

soms verandert het patroon 

licht = discriminatieve stimulus

69
New cards

Operante conditonering: Zelherkenning bij dieren?

maar: Thompson & Contie opnieuw m 10 duiven en geen enkele deden ^^

70
New cards

Conditionering: Andere vormen van leren

  • Cognitief leren: Tolman

Ratten door doolhof -> eten; extra wanden bouwen -> X helemaal naar begin gaan (= bestaan v ‘Cognitieve kaart’)

  • Inzichtelijk leren: Köhler

Chimpansee, banaan net uit bereik -> stok gebruiken/dozen opstapelen

  • Observationeel leren: Bandura

Agressief gedrag nabootsen tegenover een pop

71
New cards

Operante conditonering: Invloed van Skinner op het behaviorisme

  • einde 19de en begin 20ste eeuw: introspectie 

-> John Watson's behavioristische principes 

  • Invloed van B.F. Skinner 

  • pas vanaf jaren ‘60 verzet tegen taboes 

  • Maar: in psychotherapie: evidence-based sterker dan ooit (steeds gebruik)

72
New cards

Wat is psychologie?

Roediger et al.: Psychologie = de wetenschappelijke studie van de mentale processen en gedrag

Zimbardo et al.: Psychologie = de empirische studie van het gedrag en de mentale processen


Psychologie betwist ongefundeerde uitspraken van pseudowetenschappelijke aard 

73
New cards

APA

= American Psychological Association
= beroepsvereniging, + geza, 48 divisies (+ divers, verscheiden)
-> Gedrag ook bestudeert dr economie, sociologie, criminologie,...
MAAR =/= methoden

74
New cards

Wat is pseudowetenschap?

= elke poging om fenomenen uit de natuurlijke wereld te verklaren die niet gebaseerd is op empirische observatie of op de wetenschappelijke methode 

  • VS: 40-75% geloven in telepathie, helderziendheid,...

  • Studie van Daryl Bem: beweert dat mensen toekomst kunnen voorspellen
    Mannelijke proefpersonen voor computerscherm
    ‘Correcte antwoord’ gekozen door computer na antwoord gegeven door proefpersoon
    Foute keuze => X te zien
    Juiste keuze => erotische scène
    58% maakte juiste keuze (> dan verwacht, DUS toekomst voorspelbaar!)
    MAAR: opnieuw gedaan, altijd =/= resultaten

  • Na 90 jaar geen enkele wetenschappelijke evidentie voor extra sensory perception

75
New cards

Het Freud probleem

  • Minder dan 10% van de APA-leden onderschrijven ideeën van Freud 

  • Nog minder onderschrijven de ideeën van Jung

76
New cards

3 belangrijke kenmerken van wetenschappelijk onderzoek

1 Systematisch empirisme

2 Publiek verifieerbare kennis

3 Toetsbare theorieën

77
New cards

3 belangrijke kenmerken van wetenschappelijk onderzoek: Systematisch empirisme

= onderzoeksbenadering vertrekt van sensorische ervaring en observatie als onderzoeksgegevens (moet duidelijk zijn te zien/horen)

  • Geen gezagsargumenten

Vb. Galilei ziet manen rond Jupiter met telescoop
-> Gezagsargument Francesco Sizi (SLIDE)

  • Gebrek aan systematisch empirisme:
    Vb. Benjamin Rush: aderlatingen bij gele koorts (X systematisch, als X genezen dan was het ‘te laat’)
    Popper: kritiek op psychoanalyse van Freud omdat X systematisch

78
New cards

3 belangrijke kenmerken van wetenschappelijk onderzoek: Publiek verifieerbare kennis

  • eis van repliceerbaarheid 

  • zelfde procedure → zelfde resultaten 

  • peer review

79
New cards

3 belangrijke kenmerken van wetenschappelijk onderzoek: Toetsbare theorieën

  • Falsifieerbaarheid = fouten moeten aantoonbaar zijn (vb. X ‘God bestaat niet’)

  • ? Psychoanalyse van Freud
    Vb. Nixon: Watergate -> Aftreding
    -> Freud: stijgende lijn, dan president, 'oedipale drang naar falen’’, zat in opvoeding
    = verklaring komt achteraf
    -> X toetsbaar

Vb. Syndroom Gilles de la Tourette
-> door verhouding vader/moeder

  • Toetsbaarheid varieert met tijd (kan mogelijk toetsbaar worden)

80
New cards

5 stappen van de wetenschappelijke methode

1 Hypothese

2 Gecontroleerde test

3 Objectieve gegevens verzamelen

4 Analyseren van de resultaten

5 Publiceren, bekritiseren + repliceren van resultaten

81
New cards

5 stappen van de wetenschappelijke methode: Hypothese

= een uitspraak die het resultaat van een wetenschappelijke studie voorspelt


Operationele definities = exacte procedures om experimentele condities en metingen van resultaten vast te leggen (termen zo goed mogelijk uitleggen)

82
New cards

5 stappen van de wetenschappelijke methode: Gecontroleerde test

Onafhankelijke variabele = de variabele die door de onderzoeker gemanipuleerd wordt

Randomisatie = enkel gebruik maken van toeval voor het vastleggen van de aanbiedingsvolgorde van de stimuli of toewijzen van proefpersonen aan condities

83
New cards

5 stappen van de wetenschappelijke methode: Objectieve gegevens verzamelen

Gegevens (data) = informatie verzameld door de onderzoeker voor het testen van de hypothese 

Afhankelijk variabele = het gemeten resultaat van een studie; de responsen van deelnemers in een studie

84
New cards

5 stappen van de wetenschappelijke methode: Analyseren van de resultaten

= gebaseerd op statistische analyse van de resultaten: aanhouden of verwerpen van de hypothese

85
New cards

5 stappen van de wetenschappelijke methode: Publiceren, bekritiseren + repliceren van resultaten

86
New cards

7 types psychologisch onderzoek

1 Naturalistische observatie

2 Gevalstudie

3 Interview

4 Survey

5 Psychologische tests

6 Correlationele studies

7 Experimentele methode

87
New cards

Types psychologisch onderzoek: Naturalistische observatie

= vaak eerste stap in meer gecontroleerd onderzoek 

vb. kijken naar geweld op TV 

  • !: passen mensen (of dieren) gedrag aan wanneer ze geobserveerd worden?

88
New cards

Types psychologisch onderzoek: Gevalstudie

= uitvoerige studie van 1 persoon of 1 geval 

vb. Freud's psychoanalyse

  • !: gevaar van getuigenverklaringen  -> toepasbaar op mensen in algemeen?

vb. Neuropsychologie (vaak gevalstudie omd - # mensen m bep stooornis)

Vb. man m staaf dr hoofd bleef leven maar karakterverschillen => je kan blijven leven
(moeilijk opnieuw uittesten)

89
New cards

Types psychologisch onderzoek: Interview

= directe bevraging 

  • training: neutraliteit ! 

vb. bij 1500 jongeren duidelijk verband tussen kijken naar geweld + agressief gedrag

  • !: verband =/= causaliteit

90
New cards

Types psychologisch onderzoek: Survey

= verzamelen van steekproef van opinies

vb. Telephonisch survey naar stemgedrag zei dat Truman zou verliezen MAAR aselect, X representatief (voornamelijk rijke mensen hadden telephoon)

  • + kritiek op steekproeven
    -> W.E.I.R.D. participants (Western Educated Industrialized Rich Democratic)
    Maakt soms X uit, maar vb. bij sociaal gedrag wel (veel studenten = WEIRD)

91
New cards

Types psychologisch onderzoek: Psychologische tests

A cognitieve tests 

vb. schoolvorderingen, intelligentietests 

  • Individueel (vb. WAIS, 1,5u lang) / collectief (vb. Raven Progressive Matrices, wordt moeilijker + vragen = - taalafhankelijk)

B persoonlijkheids- en attitudetests 

vb. vragenlijsten, projectieve technieken

  • Projectieve technieken: vage opgave, resultaat zegt iets over jou (vb. Rorschach / TAT / Szondi), controversieel, rekent op objectiviteit v onderzoeker, eigen gedachten/stoornis projecteren

92
New cards

Psychologische onderzoek: Kwaliteit van een test beoordelen

  1. standaardisatie: ‘hoe moet ik precies meten?’ (doe ik het altijd op dezelfde manier?) 

  2. betrouwbaarheid: ‘hoe precies is de meting?’ (hoe sterk correleert test met zichzelf?)

  3. validiteit: ‘meet de test wat men beoogt te meten? (hoe sterk correleert test met een criterium?) -> vb. Rekentest m vraagstukken rekent ook taalvaardigheid

93
New cards

Types psychologisch onderzoek: Correlationele studies

= uitgedrukt in correlatiecoëfficiënt (R)

  • -1.0 ≤ r ≤ +1.0
    -1.0: perfect omgekeerd verband
    0.0: geen enkel verband
    +1.0: perfect verband

vb. intelligentie en studieresultaten (pos verband, maar ook andere bepalende factoren)

vb. pearson en erfelijkheid TBC (foute causaliteit, eig besmettelijk)

vb. tienerzwangerschappen in taiwan 

vb. dyslexie en oogbewegingen (dyslexie => + oogbeweging, maar gedacht d omgekeerd)

94
New cards

Types psychologisch onderzoek: Experimentele methode

  • correlationele studies beperken zich tot beschrijving van een bestaande toestand

  • in een experiment manipuleert de onderzoeker de werkelijkheid

  • het doel van het ingrijpen: causaliteit achterhalen

vb. Goldberger en pellagra 

  • Pellagra: duizeligheid, vermoeidheid, braken, diarree, zweren, soms dodelijk

  • Oorzaak: levend micro-organisme? (cfr. cholera)
    -> Goldberger: insufficiënte voeding: te veel koolhydraten te weinig proteïnen 

  • Voor beide hypothesen correlationele evidentie

  • Goldberger ging verder: manipulatie: injecteerde zichzelf met bloed van een zieke, slikte neus- en keelslijmen van een zieke, slijm zweren + 4cm2 urine + 4cm2 stoelgang 

-> nadien herhaling van het experiment op gevangenen

  • => bewijs tegen hypothese micro-organismen

95
New cards

Gevalstudie: Elizabeth Warrington

warrington & shallice (1984) 4 patiënten met herpes simplex encephalitis

  • Problemen m natuurlijke concepten, maar artefacten herkennen X probleem

warrington & mccarthy (1987) 1 patiënt met omgekeerd ziektebeeld

  • Problemen m artefacten, maar natuurlijke concepten herkennen X probleem

Besluit: semantische informatie van natuurlijke concepten artefacten functioneel onafhankelijk

-> Caramazza: verklaring 1: informatie op andere plaats in de hersenen bewaard op verschillende momenten belangrijk doorheen de evolutie

-> Warrington: verklaring 2: de 2 soorten hebben verschillende centrale kennisstructuren:
    artefacten = functioneel + natural kinds = perceptueel 

-> Wat met Instrumenten/lichaamsdelen?

  • Lichaamsdelen = natuurlijke concepten, MAAR herkent als artefact (omd ! = functionaliteit)

  • Instrumenten = artefacten, MAAR herkent als natuurlijke concepten (omd ! = zintuigelijk)

=> verklaard dr theorie v Warrington maar X v Carramazza

96
New cards

Corrolationele studie: Willem Claeys

5 persoonlijkheidstrekken: extraversie vriendelijkheid gewetensvolheid neuroticisme algemene cultuur 

-> hoe zijn deze best te meten (beste voorspelling van gedrag) ?

3 metingen: 

  1.  “klassieke” persoonlijkheidsvragenlijsten 

-> 14 vragen per schaal, geselecteerd via psychometrische methoden
-> telkens beantwoorden op een 7-puntenschaal
-> somscores per schaal

  1. vrije zelfbeschrijving
    -> “beschrijf uzelf, zo volledig mogelijk, a.d.h.v. 10 vrij te kiezen adjectieven. zeg niet hoe u zou willen zijn, maar hoe u echt bent. gebruik hiervoor algemeen gekende woorden”
    -> elk van deze adjectieven is beoordeeld door 10 experts voor elk van de 5 schalen

-> gewichten (o.b.v. deze beoordelingen) worden opgeteld om score te bekomen

  1. één-itemmethode
    -> slechts 1 vraag per te meten variable: “hoe …. bent u?”
    -> 5 schalen als volgt omschreven: levendig (extraversie) sociaal (vriendelijkheid) punctueel (gewetensvolheid) gespannen (neuroticisme) gecultiveerd (algemene cultuur)
    -> telkens 7-puntenschaal

criteriumgegevens (datgene wat de onderzoeker wil voorspellen): 

  • 5 gedragingen per dimensie 

  • toegepast op verschillende situaties vb thuis onmiddellijk opstaan bij wakker worden 

  • ingevuld door 3 mensen: vader moeder vriend

=> zouden allemaal (hoog) moeten correleren

resultaten: 

(r² = % verschillen in variabele A dat kan voorspeld worden door variabele B en vice versa)

  • intercorrelaties van de 3 zelfrapporteringsmethoden tussen .50 en .70, ongeacht gebruikte methode 

  • correlaties tussen zelfrapporteringsmethoden en gedragsciteria .15 tot .30, ongeacht gebruikte methode (slechts) 2.25 tot 9% variantie verklaard !

  • validiteit van de 3 methoden is het hoogst indien de vrije zelfbeschrijvingsmethode eerst wordt aangewend

Techniek wordt gebruikt vb. bij sollicitaties, maar voorspelt weinig

97
New cards

Corrolationele studie: Kuppens et al.

2 componenten in geluksgevoel: 

A  cognitieve evaluatie van algemene levenstevredenheid

B  affectieve component positieve emoties/negatieve emoties 

=> Samenhang?

Onderzoek: 

bijna 10.000 proefpersonen 

46 landen (alle werelddelen) 

90% tussen 18 en 27 jaar, 2% jonger, 8% ouder

A  Algemene levenstevredenheid

5 vragen telkens te beoordelen op 7-puntenschaal 

-> “als ik mijn leven opnieuw zou beginnen, dan zou ik bijna niets veranderen”

B  Emoties

6 positieve (pleasant, happy, pride, gratitude, cheerful, love) 

8 negatieve (sad, anger, unpleasant, guilt, shame, worry, stress, jealousy) 

-> hoe frequent ervaren afgelopen week (9-puntenschaal)

  • 2 indices per land:

Individualisme / Collectivisme

Zelfexpressie / Overleving

Besluit:

levenstevredenheid hangt 

op positieve manier samen met positieve emoties 

op negatieve manier samen met negatieve emoties 

maar 

negatieve emoties hebben sterker effect in individualistische landen

positieve emoties hebben sterker effect in landen met hoge zelfexpressie

DUS

positieve en negatieve emoties universeel als wenselijk, resp. onwenselijk, ervaren 

MAAR levenstevredenheid ook gekleurd door culturele waarden

98
New cards

Experimentele studie: Klein + Hodges

Stereotype van de man: actiegericht, moeilijkheden bij ‘lezen’ van anderen 

-> Misschien is zwakkere empathie van mannen gewoon resultaat van zwakkere motivatie?

Gefilmd interview: jonge vrouw die net gezakt is voor toelatingsexamen voor doctoral school -> 5 minuten herbekijken; becommentariëren gedachten & gevoelens
-> 4 ‘stops’

107 proefpersonen (17 – 42 jaar oud) 

53 vrouwen 

54 mannen 

eerst beschrijving van laatste teleurstellend studieresultaat

video van gesprek met vrouw bekijken m 4 stops

-> telkens beschrijving gevoelens en gedachten

2 condities 

betaalde conditie: 2 $, 1 $ of niets 

controleconditie

‘blinde’ beoordelaars !! 

=> ‘dubbel blinde’ studie (beoordelaars weten niets + proefpersonen ook niet)

Onafhankelijke variabelen = geslacht + punten

Resultaten:

vrouwen betere inschattingen dan mannen 

= hoofdeffect (v geslachtsvariabele)

meer accurate inschattingen in de betaalde conditie 

= hoofdeffect (v betaling)

significant interactie-effect 

-> duidelijk verschil tussen en in controleconditie 

-> geen verschil tussen en in de betaalde conditie


verschil in empathie tussen en niet genetisch bepaald wel motivationeel bepaald

99
New cards

Experimentele studie: Emily Rosa

Therapeutic touch = energetisch veld manipuleren zonder aanraking

21 therapeuten: 1 tot 27 jaar ervaring 

Hand boven L/R (op toeval bepaald) -> voelen of niet?

14 therapeuten met 10 proefbeurten 

7 therapeuten met 20 proefbeurten

= Onafhankelijke variabele binnen proefpersoenen gemanipuleerd

Toeval = 50% kans 

Resutaat <50%

-> geen correlatie tussen prestatie en # jaar ervaring

100
New cards

Ethische kwesties

  • Ethische code bij beroepsverenigingen

  • Informed consent
    = vrijwillig / betaling / ‘credit points’

  • Experimenten mogen soms nu X meer (e.g. Milgram)

  • Dieronderzoek:

    • erfelijke en omgevingsinvloeden makkelijker manipuleren

    • ontwikking = sneller

    • gelijkaardige processen