1/10
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Hechting
De emotionele band tussen een kind en zijn verzorger. Een veilige hechting biedt de basis voor een gezonde sociale en emotionele ontwikkeling.
Secure attachment (Veilige hechting)
Het kind heeft vertrouwen in de beschikbaarheid van de verzorger. Wanneer ze angstig zijn, zoeken ze troost en worden ze gemakkelijk gekalmeerd.
Insecure-avoidant attachment (Onveilig-vermijdende hechting)
Het kind lijkt de verzorger te negeren of te vermijden. Dit is vaak een verdedigingsmechanisme waarbij het kind leert emoties te onderdrukken omdat de verzorger eerder afwijzend was.
Insecure-resistant attachment (Onveilig-afwerende/ambivalente hechting)
Het kind is erg behoeftig en angstig, maar reageert boos of afwijzend als de verzorger troost biedt. Dit komt vaak door een inconsistente reactie van de ouder.
Disorganized/disoriented attachment (Gedesorganiseerde hechting)
Het kind vertoont tegenstrijdig of verward gedrag, zoals bevriezen of weglopen bij toenadering. Dit komt vaak voor in situaties waar de verzorger een bron van angst is.
Strange-situation test (Vreemde-situatie test)
Een beroemd experiment van Mary Ainsworth waarbij een kind kortstondig wordt gescheiden van de ouder en geobserveerd wordt bij de hereniging om de hechtingsstijl te bepalen.
Gender identity (Genderidentiteit)
Het persoonlijke, innerlijke gevoel van iemand over hun eigen gender (bijvoorbeeld man, vrouw, of non-binair), ongeacht het biologische geslacht.
Prosocial behavior (Prosociaal gedrag)
Vrijwillig gedrag dat bedoeld is om anderen te helpen, zoals delen, troosten of samenwerken.
Overimitation (Overimitatie)
De neiging van kinderen om alle handelingen van een volwassene nauwkeurig te kopiëren, zelfs de handelingen die overduidelijk onnodig zijn om een doel te bereiken.
Parenting styles (Opvoedstijlen)
De verschillende manieren waarop ouders hun kinderen opvoeden. De bekendste stijlen zijn autoritair, autoritatief (democratisch), permissief en onverschillig.
Emerging adulthood (Opkomende volwassenheid)
De levensfase tussen de adolescentie en de volledige volwassenheid (meestal tussen de 18 en 29 jaar), waarin identiteitsexploratie en zelfgerichtheid centraal staan.