1/27
Een uitgebreide set flashcards over de omzetting van gen naar eiwit, inclusief eiwitfuncties, genstructuur en transcriptieprocessen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Tryptofaan synthetase
Een enzym dat verantwoordelijk is voor de synthese van het aminozuur tryptofaan.
Pepsine
Een enzym dat zorgt voor de degradatie van voedseleiwitten in de maag.
DNA polymerase
Het enzym dat verantwoordelijk is voor het kopiëren van DNA.
Proteïne kinase
Een enzym dat een fosfaatgroep op eiwitten plaatst.
Globulaire eiwitten
Eiwitten die meestal oplosbaar zijn in water, zoals immuunglobulinen, enzymen en hemoglobine.
Vezelvormige eiwitten
Niet-oplosbare eiwitten in water, zoals collageen, keratine en zijde.
Serum albumine
Een transporteiwit dat verantwoordelijk is voor het vervoer van lipiden.
Transferrine
Een transporteiwit dat Fe3+ transporteert.
Glucosecarrier
Een membraanoverspannend eiwit dat glucose in en uit de levercellen transporteert.
Kinesine
Een bewegingseiwit dat zorgt voor de beweging van organellen door interactie met microtubuli.
Ferritine
Een reserve-eiwit voor de stockage van Fe3+ in de lever.
Gen-regulatorische eiwitten
Eiwitten die binden op het DNA en de expressie aan of af zetten, zoals de Lactose repressor.
Het dogma van Crick (The Central Dogma)
Het proces waarbij informatie stroomt van DNA via transcriptie naar RNA en vervolgens via translatie naar een eiwit.
Exonen
De coderende gedeelten van een eukaryoot gen.
Intronen
De niet-coderende gedeelten van een gen die de exonen onderbreken.
RNA polymerase I
Het enzym dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van rRNA.
RNA polymerase II
Het enzym dat mRNA (eiwit-coderende genen) en bepaalde kleine RNA's maakt.
RNA polymerase III
Het enzym dat kleine RNA's zoals tRNA's maakt.
TATA box
Een promotorsequentie (5’−TATAAA−3’) die zich 25 nucleotiden upstream van de transcriptie-initiatieplaats bevindt.
CAAT box
Een promotorsequentie (5’−CCAAT−3’) die zich op −80 bp bevindt.
GC boxen
Sequenties (5‘−GGGCGG−3’) die voorkomen in de promotors van huishoudgenen.
Transcriptiefactoren
Eiwitten met een activatiedomein en een DNA-bindend domein die helpen bij de vorming van het transcriptie-initiatie complex.
Zink vinger motief
Een van de vier types DNA-bindende domeinen van een transcriptiefactor.
Kozak herkenningssite
Een specifieke sequentie op het mRNA ((GCC)RCCAUGG) die helpt bij de herkenning voor translatie.
7-methyl GTP (cap)
Een modificatie aan het 5′-uiteinde van hnRNA in omgekeerde oriëntatie om degradatie te voorkomen.
Poly-A tail
Een reeks van 100−200 A-residuen aan het 3′-uiteinde van mRNA die dient als signaal voor export en herkenning door ribosomen.
Spliceosoom
Een complex van ribonucleoproteïnen (snRNA en snRNPs) dat verantwoordelijk is voor het verwijderen van introns.
Alternatieve splicing
Een proces waarbij verschillende mRNA's en eiwitten gevormd kunnen worden uit hetzelfde pre-mRNA door variatie in de splicing van exonen.