1/28
Deze flashcard-set bevat de belangrijkste termen, definities en klinische verschijnselen met betrekking tot CVA (beroertes), hersenletsel en neuroplasticiteit zoals besproken in de cursus Pathologie 2.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)
Een verzamelterm voor alle vormen van hersenletsel die na de geboorte ontstaan, onderverdeeld in traumatische (bijv. verkeersongeval) en niet-traumatische oorzaken (bijv. CVA, tumor).
Cerebro Vasculair Accident (CVA)
Een plotseling optredende klinische verschijnsel van een focale stoornis in de hersenen die langer dan 24uur duurt of leidt tot de dood, veroorzaakt door een vasculaire stoornis.
Ischemisch infarct
Vorm van CVA waarbij een bloedvat wordt afgesloten door een embool of trombose; dit beslaat ongeveer 80% van alle gevallen.
Hemorrhagisch infarct
Vorm van CVA veroorzaakt door een ruptuur van een bloedvat (bloeding); dit beslaat ongeveer 20% van alle gevallen.
Transient Ischemic Attack (TIA)
Een periode van neurologische uitval waarbij de verschijnselen binnen maximaal 24uur volledig verdwijnen.
Embool
Een bloedklonter die elders in het lichaam (bijv. het hart of een grote arterie) ontstaat, afbreekt en vervolgens een kleiner bloedvat in de hersenen blokkeert.
Trombose
Afsluiting van een bloedvat door voortschrijdende arteriosclerose ter plaatse in een klein of groot intracerebraal bloedvat.
Cirkel van Willis
Een ring van vaatverbindingen (anastomose) onderaan de hersenen die dient als beschermingsmechanisme voor de bloedvoorziening.
ACA-infarct (A. Cerebri Anterior)
Infarct gekenmerkt door contralaterale parese waarbij het been meer is aangedaan dan de arm (OL>BL) en vaak resulteert in een frontaal syndroom.
Frontaal syndroom
Klinisch beeld gekenmerkt door stoornissen in executieve functies (plannen, kritisch denken), gedragsveranderingen (apathie of ontremming) en impulsiviteit.
MCA-infarct (A. Cerebri Media)
Infarct gekenmerkt door contralaterale parese van de mondhoek en de arm (arm>been), sensibele uitval en vaak taalstoornissen.
Contralaterale homonieme hemianopsie
Het verlies van de linker- of rechterhelft van het gezichtsveld in beide ogen, vaak optredend na een laesie achter het chiasma opticum.
Centrum van Broca
Harsengebied verantwoordelijk voor de expressie van taal; een beschadiging hier leidt tot motorische afasie.
Centrum van Wernicke
Hersengebied verantwoordelijk voor de betekenisverwerking van taal; een beschadiging hier leidt tot sensorische afasie.
Dysarthrie
Een spraakstoornis (geen taalstoornis) veroorzaakt door problemen in de hersenstam, het cerebellum, craniale zenuwen of bulbaire spieren.
Astereognosie
Een corticale uitvalsverschijnsel waarbij patiënten voorwerpen niet kunnen herkennen enkel op basis van tast.
Prosopagnosie
Het onvermogen om gezichten van bekende personen te herkennen.
Neglect (Hemineglect)
Het negeren of niet opmerken van de contralesionale zijde (meestal links bij een laesie in de rechterhemisfeer), variërend van visueel tot motorisch.
Apraxie
Een stoornis waarbij de patiënt niet (meer) weet hoe handelingen uitgevoerd moeten worden, ondanks intacte motoriek.
ACP-infarct (A. Cerebri Posterior)
Infarct dat leidt tot visuele stoornissen zoals corticale blindheid, visuele hallucinaties en kleuragnosie.
Syndroom van Wallenberg
Ook bekend als dorsolaterale medulla syndroom; symptomen zijn o.a. vertigo, nystagmus, heesheid en ipsilaterale hemi-ataxie.
Ataxie
Het centrale symptoom van cerebellaire dysfunctie, gekenmerkt door grote, ongecoördineerde bewegingen en het doorschieten van bewegingen.
Locked-in syndroom (LIS)
Toestand door letsel in de hersenstam (a. basilaris) waarbij tetraplegie optreedt en spraak onmogelijk is, maar het bewustzijn en de cognitie volledig intact zijn.
FAST-test
Een snelle screeningmethode voor CVA bestaande uit: Face (mondhoek), Arm (krachtsverlies), Speech (taal), en Time (tijdstip/snelheid van handelen).
Thrombolyse
Medische behandeling voor een ischemisch infarct waarbij binnen 4uur stolseloplossende medicatie intraveneus of intra-arterieel wordt toegediend.
Thrombectomie
Een interventie waarbij de thrombus mechanisch wordt verwijderd als thrombolyse niet succesvol is.
Proportional recovery rule
De regel die stelt dat neurologisch herstel na een CVA vaak beperkt is tot ongeveer 70% van het aanvankelijke functieverlies.
Neuroplasticiteit
Het vermogen van de hersenen om nieuwe synapsen te vormen, neurale verbindingen aan te leggen of de functie van neuronen te veranderen bij leren of na letsel.
Salience matters
Een principe van neuroplasticiteit dat stelt dat een trainingstaak relevant en betekenisvol moet zijn voor de persoon om hersenveranderingen te stimuleren.