Pathologie 2: Neuropathologie - CVA Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/28

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcard-set bevat de belangrijkste termen, definities en klinische verschijnselen met betrekking tot CVA (beroertes), hersenletsel en neuroplasticiteit zoals besproken in de cursus Pathologie 2.

Last updated 6:23 PM on 6/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

29 Terms

1
New cards

Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)

Een verzamelterm voor alle vormen van hersenletsel die na de geboorte ontstaan, onderverdeeld in traumatische (bijv. verkeersongeval) en niet-traumatische oorzaken (bijv. CVA, tumor).

2
New cards

Cerebro Vasculair Accident (CVA)

Een plotseling optredende klinische verschijnsel van een focale stoornis in de hersenen die langer dan 24uur24\,uur duurt of leidt tot de dood, veroorzaakt door een vasculaire stoornis.

3
New cards

Ischemisch infarct

Vorm van CVA waarbij een bloedvat wordt afgesloten door een embool of trombose; dit beslaat ongeveer 80%80\% van alle gevallen.

4
New cards

Hemorrhagisch infarct

Vorm van CVA veroorzaakt door een ruptuur van een bloedvat (bloeding); dit beslaat ongeveer 20%20\% van alle gevallen.

5
New cards

Transient Ischemic Attack (TIA)

Een periode van neurologische uitval waarbij de verschijnselen binnen maximaal 24uur24\,uur volledig verdwijnen.

6
New cards

Embool

Een bloedklonter die elders in het lichaam (bijv. het hart of een grote arterie) ontstaat, afbreekt en vervolgens een kleiner bloedvat in de hersenen blokkeert.

7
New cards

Trombose

Afsluiting van een bloedvat door voortschrijdende arteriosclerose ter plaatse in een klein of groot intracerebraal bloedvat.

8
New cards

Cirkel van Willis

Een ring van vaatverbindingen (anastomose) onderaan de hersenen die dient als beschermingsmechanisme voor de bloedvoorziening.

9
New cards

ACA-infarct (A. Cerebri Anterior)

Infarct gekenmerkt door contralaterale parese waarbij het been meer is aangedaan dan de arm (OL>BLOL > BL) en vaak resulteert in een frontaal syndroom.

10
New cards

Frontaal syndroom

Klinisch beeld gekenmerkt door stoornissen in executieve functies (plannen, kritisch denken), gedragsveranderingen (apathie of ontremming) en impulsiviteit.

11
New cards

MCA-infarct (A. Cerebri Media)

Infarct gekenmerkt door contralaterale parese van de mondhoek en de arm (arm>beenarm > been), sensibele uitval en vaak taalstoornissen.

12
New cards

Contralaterale homonieme hemianopsie

Het verlies van de linker- of rechterhelft van het gezichtsveld in beide ogen, vaak optredend na een laesie achter het chiasma opticum.

13
New cards

Centrum van Broca

Harsengebied verantwoordelijk voor de expressie van taal; een beschadiging hier leidt tot motorische afasie.

14
New cards

Centrum van Wernicke

Hersengebied verantwoordelijk voor de betekenisverwerking van taal; een beschadiging hier leidt tot sensorische afasie.

15
New cards

Dysarthrie

Een spraakstoornis (geen taalstoornis) veroorzaakt door problemen in de hersenstam, het cerebellum, craniale zenuwen of bulbaire spieren.

16
New cards

Astereognosie

Een corticale uitvalsverschijnsel waarbij patiënten voorwerpen niet kunnen herkennen enkel op basis van tast.

17
New cards

Prosopagnosie

Het onvermogen om gezichten van bekende personen te herkennen.

18
New cards

Neglect (Hemineglect)

Het negeren of niet opmerken van de contralesionale zijde (meestal links bij een laesie in de rechterhemisfeer), variërend van visueel tot motorisch.

19
New cards

Apraxie

Een stoornis waarbij de patiënt niet (meer) weet hoe handelingen uitgevoerd moeten worden, ondanks intacte motoriek.

20
New cards

ACP-infarct (A. Cerebri Posterior)

Infarct dat leidt tot visuele stoornissen zoals corticale blindheid, visuele hallucinaties en kleuragnosie.

21
New cards

Syndroom van Wallenberg

Ook bekend als dorsolaterale medulla syndroom; symptomen zijn o.a. vertigo, nystagmus, heesheid en ipsilaterale hemi-ataxie.

22
New cards

Ataxie

Het centrale symptoom van cerebellaire dysfunctie, gekenmerkt door grote, ongecoördineerde bewegingen en het doorschieten van bewegingen.

23
New cards

Locked-in syndroom (LIS)

Toestand door letsel in de hersenstam (a. basilaris) waarbij tetraplegie optreedt en spraak onmogelijk is, maar het bewustzijn en de cognitie volledig intact zijn.

24
New cards

FAST-test

Een snelle screeningmethode voor CVA bestaande uit: Face (mondhoek), Arm (krachtsverlies), Speech (taal), en Time (tijdstip/snelheid van handelen).

25
New cards

Thrombolyse

Medische behandeling voor een ischemisch infarct waarbij binnen 4uur4\,uur stolseloplossende medicatie intraveneus of intra-arterieel wordt toegediend.

26
New cards

Thrombectomie

Een interventie waarbij de thrombus mechanisch wordt verwijderd als thrombolyse niet succesvol is.

27
New cards

Proportional recovery rule

De regel die stelt dat neurologisch herstel na een CVA vaak beperkt is tot ongeveer 70%70\% van het aanvankelijke functieverlies.

28
New cards

Neuroplasticiteit

Het vermogen van de hersenen om nieuwe synapsen te vormen, neurale verbindingen aan te leggen of de functie van neuronen te veranderen bij leren of na letsel.

29
New cards

Salience matters

Een principe van neuroplasticiteit dat stelt dat een trainingstaak relevant en betekenisvol moet zijn voor de persoon om hersenveranderingen te stimuleren.