1/360
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
un compte
rekening, account
un comte
graaf
un conte
sprookje
cru
rauw / gedacht, geloofd
crû
gegroeid
le manche
heft, greep, steel
une manche
mouw
la Manche
het Kanaal (Calais)
le mode
de wijze
la mode
de mode
ou
of
où
waar
un pécheur/une pécheresse
zondaar
pécher
zondigen
un péché
zonde
un pêcheur/une pêcheuse
visser
pêcher
vissen
la pêche
de visvangst
une pêche
perzik
la poste
postkantoor
plus tôt
vroeger, eerder
plutôt
eerder, bij voorkeur, liever
public, publique
openbaar, overheids-
le public
het publiek
une tache
vlek
tacher
vlekken maken
une tâche
taak
tâcher de
proberen
le tour
de ronde
la tour
de toren
le travail
het werk
voir
zien
voire
zelfs, laat staan
accentuer
versterken
mettre l'accent
benadrukken
acheter
kopen, aankopen, inkopen
vendre
verkopen
amener
voor zaken & personen (mee)brengen (naar spreker), brengen van x naar y
ramener
mee terugbrengen (naar spreker)
emmener
voor zaken & personen (van spreker weg), meenemen, wegbrengen
apporter
enkel voor zaken, (mee)brengen
rapporter
meebrengen (van plaats x), terugbrengen
emporter
enkel voor zaken, meenemen
remporter
(overwinning) behalen
appeler
roepen, bellen
s'appeler
heten
augmenter
vermeerderen, vergroten
hausser
naar boven doen
la hausse
stijging
baisser
verminderen, zakken, dalen
baiser
neuken
un baiser
(liefdes)kus
un bisou, une bise
kusje
embrasser
kussen, omhelzen
s'embrasser
elkaar kussen, elkaar omhelzen
bouillir
koken (vloeistof)
cuisiner
koken (eten)
cuire
bakken
battre
slaan, verslaan, verbreken (record)
se battre
vechten
combattre
bestrijden
abattre
neerslaan, verzetten
convaincre
overtuigen
vaincre
overwinnen
conquérir
veroveren
faire confiance à/avoir confiance en, se fier à qqn
iemand/iets vertrouwen
confier qqch à qqn
iets aan iemand toevertrouwen
se confier à qqn
iemand in vertrouwen nemen
faire une confidence
iets vertrouwelijks zeggen
se méfier de
iemand / iets wantrouwen, niet vertrouwen
conseiller qqch à qqn
aanraden
consulter
raadplegen
dépenser
uitgeven, besteden
dépendre
afhangen van
écouter
beluisteren, luisteren naar
entendre
horen
être au courant de qqch
op de hoogte zijn
être / se montrer à la hauteur de qqch
(het) aankunnen
fonder
oprichten, stichten
fondre
smelten
il faut
het/men moet
il vaut mieux
het is beter/je kunt beter
passer
doorbrengen, voorbijgaan, doorgaan, oversteken, erdoor kunnen
se passer
gebeuren
se passer de qqch
iets kunnen missen
prouver
bewijzen
éprouver
ondervinden, ervaren
retourner
teruggaan
revenir
terugkomen
rentrer
naar huis gaan, thuiskomen
signer
handtekenen, ondertekenen
soussigné
ondergetekende
désigner
aanwijzen
dessiner
tekenen
suivre
volgen
succéder à
opvolgen
tenir compte de qqch/qqn
rekening houden met
rendre compte de qqch
verslag uitbrengen van
se rendre compte (de/que)
iets beseffen
regarder
kijken