1/68
Een set van 100 flashcards met belangrijke termen en definities uit de embryologie van de geslachtsorganen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Uterus
Het vrouwelijke voortplantingsorgaan waarin de ontwikkeling van de embryo en foetus plaatsvindt.
Broad ligament
Een ligament dat de uterus in de bekkenholte ondersteunt.
Ovary
Het vrouwelijke geslachtsorgaan dat eicellen produceert en vrouwelijke geslachtshormonen afscheidt.
Embryologie
De tak van de biologie die de ontwikkeling van embryo's bestudeert.
Interne genitalia
De geslachtsorganen die zich binnen het lichaam bevinden.
Externe genitalia
De geslachtsorganen die zich aan de buitenkant van het lichaam bevinden.
Aangeboren afwijkingen
Fysieke of functionele afwijkingen die bij de geboorte aanwezig zijn.
Week 0
De fase waarin het geslacht van een embryo al is bepaald bij bevruchting.
Week 4-6
Fase van ontwikkeling van genitale plooien en migratie van primordiale geslachtscellen.
Week 7
Fase waarin de indifferente gonaden (geslachtsklieren) zich ontwikkelen.
Genitale plooien
Structuren die zich ontwikkelen in de vroege stadia van embryonale ontwikkeling.
Primordiale geslachtscellen
De eerste geslachtscellen die zich ontwikkelen en migreren in het embryo.
Dooierzak
Een structuur die voeding biedt aan het zich ontwikkelende embryo.
Genital ridge
Het gebied waar de geslachtsklieren zich ontwikkelen.
Duct
Een buisvormige structuur die vloeistoffen transporteert.
Differentiatie
Het proces waarbij cellen zich ontwikkelen tot verschillende gespecialiseerde cellen.
Testes (teelballen)
Het mannelijke geslachtsorgaan dat sperma en mannelijke hormonen produceert.
Ovaria (eierstokken)
Het vrouwelijke geslachtsorgaan dat eicellen en vrouwelijke hormonen produceert.
Testis Determining Factor (TDF)
Een factor die de ontwikkeling van testes aanstuurt.
Y-gen
Het geslachtshormoon dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van mannelijke geslachtskenmerken.
Wolff-ducten
De structuren die zich ontwikkelen in het mannelijk voortplantingssysteem.
Müller-ducten
De structuren die zich ontwikkelen in het vrouwelijk voortplantingssysteem.
Scrotum
De huidzak die de testes omvat en beschermt.
Penis
Het mannelijke voortplantingsorgaan dat urine en sperma transporteert.
Vagina
Het vrouwelijke voortplantingsorgaan en het geboortekanaal.
Hypospadie
Een aangeboren afwijking waarbij de urethra meer caudaal uitmondt dan normaal.
Lieskanaal
Een kanaal in de liesstreek dat vaak betrokken is bij de afdaling van de testes.
Communicatie abdominale holte
Wanneer er een doorgang is tussen de lies en de buikholte.
Hydrocele
Een ophoping van vloeistof in het scrotum.
Cryptorchisme
De aandoening waarbij de testes niet volledig zijn gedaald in het scrotum.
Maligne ontaarding
Kankerachtige ontwikkeling van weefsel.
Lig. ovarium proprium
Een ligament dat de ovaria verbindt met de uterus.
Lig. teres uteri
Een ligament dat de uterus ondersteunt en helpt bij de positie.
Migratie van geslachtscellen
De beweging van primordiale geslachtscellen naar de genitale plooien.
Indifferente fase
De periode waarin de gonaden niet gespecificeerd zijn als mannelijk of vrouwelijk.
Gubernaculum
Een structuur die helpt bij de afdaling van de gonaden.
Glans penis
De gevoelige top van de penis.
Clitoris
Het vrouwelijke genitale orgaan dat gevoelig is en een rol speelt in de seksuele opwinding.
Labia majora
De buitenste huidplooien van de vulva.
Labia minora
De binnenste huidplooien van de vulva.
Rond week 10
De fase waarin de verschillen in externe genitalia beginnen te verschijnen.
Inductie
Het proces waarbij de ontwikkeling van structuren wordt gestimuleerd.
Afwijkingen door onvolledige fusie
Problemen die ontstaan door incomplete samensmelting van embryonale structuren.
Afwijkingen
Fysieke variaties van de normale embryologische ontwikkeling.
Corpus clitoris
Het overeenkomstige deel van de clitoris met de schaft.
Raphe
De lijn of verbinding die de linker en rechter delen van de penis en scrotum scheidt.
Schemas van classificatie
De verschillende manieren waarop embryologische structuren geclassificeerd kunnen worden.
Aangepaste ontwikkelingsmodellen
Modellen die specifiek zijn voor de ontwikkeling van genitals bij mannen en vrouwen.
Psychosociale aspecten van ontwikkeling
De factoren die de psychologische en sociale ontwikkeling beïnvloeden.
Genetische factoren
De erfelijke onderdelen die de ontwikkeling sturen.
Omgevingsfactoren
De externe invloeden die de embryonale ontwikkeling kunnen beïnvloeden.
Embryonale stadium
De fase waarin het embryo de eerste stadia van ontwikkeling doorloopt.
Groeifases
De verschillende stadia waarin het embryo groeit en zich ontwikkelt.
Anatomische variaties
Afwijkingen in de normale anatomie die tijdens de ontwikkeling kunnen optreden.
Foetale ontwikkeling
De fase van ontwikkeling na het embryonale stadium.
Functionele ontwikkeling
De ontwikkeling van specifieke functies binnen de geslachtsorganen.
Secundaire geslachtskenmerken
De eigenschappen die ontstaan tijdens de puberteit en niet direct aan de voortplanting gerelateerd zijn.
Oestrogenen
Vrouwelijke geslachtshormonen die door de eierstokken worden geproduceerd.
Androgenen
Mannelijke geslachtshormonen die door de testes worden geproduceerd.
Volwassen ontwikkelingsstadia
De fases waarin het lichaam volwassen en functioneel is.
Fusie van ductus paramesonephricus
Het proces waarbij de ductus paramesonephricus zich samenvoegt om de uterus te vormen.
Holte van de uterus
De lege binnenruimte binnen de uterus waar een embryo zich kan ontwikkelen.
Embryonale fysiologie
De studie van de functies van een embryo.
Hormoonhuishouding
De balans van hormonen die de ontwikkeling en functies van geslachtsorganen reguleert.
Chirurgische correctie
Een medische procedure om aangeboren afwijkingen te corrigeren.
Vervolgstudies
Onderzoek dat volgt op de initiële studie om verdere informatie te verzamelen.
Educatieve doeleinden
Doelen die gericht zijn op leren en kennisoverdracht.
Academische samenwerking
De samenwerking tussen verschillende academische instellingen voor onderzoek.
Wetenschappelijk onderzoek
De systematische studie van de natuur en het testen van hypothesen.