Casus 7 tot en met 10

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/181

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:26 PM on 5/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

182 Terms

1
New cards

Wat zijn de algemene kenmerken van de patiënt in deze casus?

26-jarige patiënt.

2
New cards

Wat is de hulpvraag van de patiënt?

Hulp om minder somber te worden en beter slapen.

3
New cards

Welke psychische klachten ervaart de patiënt sinds enkele maanden?

Toenemende somberheid.

4
New cards

Hoe hebben de stemmingsklachten van de patiënt zich in de loop der tijd ontwikkeld?

Voorheen al lichte stemmingsklachten, maar sinds ongeveer een jaar een significante verslechtering.

5
New cards

Welke somatische en vegetatieve symptomen heeft de patiënt met betrekking tot eten en slapen?

Slechte eetlust, slecht slapen en 5 kg gewichtsverlies.

6
New cards

Wat is de traumatische voorgeschiedenis van de patiënt van één jaar geleden?

Gebruik van LSD, waarna een ernstige psychotische episode optrad.

7
New cards

Welke overtuiging ontstond er tijdens de psychotische episode van de patiënt?

De overtuiging dat hij een einde aan zijn leven moest maken.

8
New cards

Op welke manier heeft de patiënt een suïcidepoging ondernomen en wat was de afloop?

Suïcidepoging ondernomen door van de derde etage te springen. De val werd deels gebroken door een auto, waardoor de patiënt de poging overleefde.

9
New cards

Hoe hebben de suïcidale gedachten en intenties van de patiënt zich na de psychose ontwikkeld?

Sinds het verdwijnen van de psychotische symptomen heeft de patiënt geen suïcidale gedachten of intenties meer gehad.

10
New cards

Hoe is de slaapkwaliteit van de patiënt sinds het traumatische voorval?

De slaapkwaliteit is sindsdien verstoord.

11
New cards

Wat gebeurt er regelmatig rond middernacht tijdens de slaap van de patiënt?

Wordt regelmatig rond middernacht wakker door nachtmerries waarin hij het traumatische voorval herbeleeft.

12
New cards

Waarom heeft de patiënt moeite met inslapen?

Uit angst voor deze nachtmerries.

13
New cards

Welke eerdere behandeling heeft de patiënt twee jaar geleden gevolgd en wat was het resultaat?

Gedurende drie maanden cognitieve gedragstherapie gevolgd. Dit werd ervaren als niet effectief en is vroegtijdig gestopt.

14
New cards

Wat was de eerste indruk van de huisarts bij het lichamelijk onderzoek?

Helder bewustzijn, maakt oogcontact, wat vlakke indruk, normale spraak, geen wanen/hallucinaties en een coherent verhaal.

15
New cards

Welke aandoeningen staan er op de differentiaaldiagnose voor deze psychische klachten?

Depressie, aanpassingsstoornis (aanpassing na heftige life event), PTSS, angst en burn-out.

16
New cards

Wat is het doel van het afnemen van de 4DKL-test als aanvullend onderzoek?

Om ernst en aard van de psychische klachten in kaart te brengen.

17
New cards

Welke oorzaken moeten via aanvullend onderzoek worden uitgesloten bij depressieve klachten?

Somatische oorzaken voor de depressieve klachten (zoals een traag werkende schildklier die ten grondslag kan liggen aan depressie).

18
New cards

Wat is de gestelde werkdiagnose?

Depressie.

19
New cards

Aan welke algemene symptoomcriteria moet worden voldaan voor de diagnose depressieve stoornis?

Aanwezigheid van ten minste vijf van de specifieke symptomen gedurende het grootste deel van de dag, gedurende een periode van meer dan twee weken.

20
New cards

Welke specifieke symptomen behoren tot de criteria voor een depressieve stoornis?

  • Sombere stemming.

  • Duidelijke vermindering van interesse of plezier in vrijwel alle activiteiten.

  • Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige schuld.

  • Suïcidale gedachten of plannen.

  • Verandering gewicht/slaap.

  • Psychomotorische agitatie of remming (vermoeidheid of energieverlies)

  • Verminderd concentratievermogen of besluiteloosheid.

21
New cards

Welke typen interventies worden ingezet bij de behandeling van deze werkdiagnose?

Psycho-educatie, psychologische interventie (POH-GGZ, psycholoog GGZ) en antidepressiva (escitalopram (SSRI)).

22
New cards

Welke ontdekking werd er gedaan over de patiënt na de psychologische interventie?

Na de psychologische interventie bleek de patiënt ADHD te hebben.

23
New cards

Welke medicatie krijgt de patiënt voor deze nieuw ontdekte aandoening?

Ritalin.

24
New cards

Wat is de status van het document over benauwdheid op het moment van printen?

Dit KLC is nog niet aan bod gekomen op het moment van printen. De versie uit 2023-2024 is toegevoegd voor de volledigheid.

25
New cards

Wat zijn de demografische gegevens van de patiënt in de tweede casus?

Mevrouw, 34 jaar oud, woont samen met haar echtgenoot en twee kinderen. Ze is recent bevallen van haar zoon.

26
New cards

Wat is de reden van komst van deze patiënte?

Pijn in de linker schouder en lichte benauwdheid.

27
New cards

Wat is er bekend over de medische voorgeschiedenis van de patiënte met betrekking tot haar schouder?

Bekend met eerdere schouderklachten.

28
New cards

Welke medicatie gebruikt de patiënte momenteel?

Gebruikt de anticonceptiepil sinds fijf maanden; verder geen medicatie.

29
New cards

Wat is de fysieke status van de patiënte bij binnenkomst?

Overgewicht, maar verder gezond.

30
New cards

Welke specifieke klachten uit de patiënte tijdens het eerste consult?

Benauwdheid, pijn aan de linker schouder en linkerzijde van de borstkas (ter hoogte van de longen).

31
New cards

Wat zijn de duur en het beloop van de klachten voorafgaand aan het eerste consult?

Klachten bestaan ongeveer twee weken en zijn geleidelijk ontstaan. Gedurende deze periode voelde patiënte zich "niet lekker".

32
New cards

Hoe wordt de schouderpijn gekarakteriseerd en wanneer is deze aanwezig?

Omschreven als spierpijnachtig, aanwezig in zowel rust als bij beweging. De schouderklachten traden als eerste op.

33
New cards

Hoe wordt het beloop en de intensiteit van de benauwdheid gekarakteriseerd?

Volgde later na de schouderpijn. Is continu aanwezig, lichte intensiteit (niet heel heftig), verergert bij inspanning (zoals het oplopen van twee trappen).

34
New cards

Hoe verloopt het klachtenpatroon 's nachts in vergelijking met overdag?

Klachten zijn 's nachts niet anders dan overdag.

35
New cards

Welke negatieve symptomen worden vermeld in de anamnese met betrekking tot ademhalen, hoesten en de ledematen?

Ademhalen doet geen pijn. Geen hoestklachten. Geen oedeem van de enkels of kuiten.

36
New cards

Welke relevante medische gebeurtenissen zijn bekend uit de familieanamnese?

Zus heeft een operatie ondergaan aan een trombosebeen, waarbij een longembolie optrad als complicatie.

37
New cards

Wat is de hulpvraag van de patiënte en waaraan denkt zij zelf?

Duidelijkheid over de oorzaak van de aanhoudende benauwdheid en pijn. Denkt zelf niet aan een specifieke aandoening.

38
New cards

Wat is de algemene indruk van de patiënte tijdens het lichamelijk onderzoek?

Oogt vermoeid.

39
New cards

Wat zijn de waarden en kenmerken van de vitale parameters tijdens het eerste consult?

Temperatuur: 36,0°C. Polsfrequentie: 102 slagen per minuut (verhoogd). Ademfrequentie: Normaal. Zuurstofsaturatie: 99% (opmerking: betrouwbaarheid kan beïnvloed zijn door het dragen van nepnagels).

40
New cards

Wat zijn de bevindingen bij auscultatie van het cor?

Normale harttonen, geen hartruis.

41
New cards

Welke bevindingen en onzekerheden zijn er bij auscultatie van de pulmo?

Normaal ademgeruis, met uitzondering van een lichte afwijking links basaal. Het is onduidelijk en niet goed te beoordelen of er sprake is van crepitaties of een andere afwijking.

42
New cards

Hoe wordt de percussie van de longen doorgaans toegepast in de praktijkvoering?

Percussie van de longen wordt in de praktijk doorgaans niet routinematig uitgevoerd.

43
New cards

Welke aandoeningen vormen de differentiaaldiagnose bij benauwdheid?

Pneumonie, pneumothorax (klaplong kan bovenin bij de schouder pijn geven), myogeen, hyperventilatie, longembolie en pleuritis.

44
New cards

Welke diagnostische mogelijkheden zijn er respectievelijk binnen en buiten de praktijk?

In de praktijk kan een CRP-test worden gedaan; buiten de praktijk een X-thorax.

45
New cards

Wat is het resultaat van de uitgevoerde CRP-test en waar kan dit op wijzen?

CRP-waarde van 56 mg/L. Dit kan wijzen op een ontstekingsproces (nog niet met zekerheid vast te stellen).

46
New cards

Wat toont het resultaat van de X-thorax en waar kan dit bij passen?

Klein spoortje pleuravocht aan de linkerzijde zichtbaar. Dit kan passen bij een beginnende pneumonie.

47
New cards

Wat is de anatomische verklaring voor de relatie tussen het pleuravocht en de schouderpijn?

Het pleuravocht kan mogelijk de schouderpijn verklaren gezien de nabijgelegen zenuwstructuren.

48
New cards

Wat zegt de richtlijn over het verrichten van een CRP-test bij een vermoedelijke pneumonie en waarom is deze hier toch afgenomen?

Een CRP-test wordt in de huisartsenpraktijk doorgaans niet verricht als een pneumonie waarschijnlijk is op basis van de anamnese. Vanwege de onzekerheid over de diagnose is hier wel een CRP-test afgenomen.

49
New cards

Wat is de ingestelde werkdiagnose na het eerste consult?

Pneumonie.

50
New cards

Welke medicamenteuze behandeling wordt gestart voor de werkdiagnose?

Antibiotica (amoxicilline).

51
New cards

Wat is het beleid omtrent opvolging en wanneer moet de patiënte eerder contact opnemen?

Controleafspraak ingepland voor drie dagen later. Advies om eerder contact op te nemen bij het uitblijven van verbetering binnen 48 uur.

52
New cards

Wat is de reden van komst voor het tweede consult drie dagen later?

Niet-werkende antibiotica.

53
New cards

Welke nieuwe of veranderde klachten heeft de patiënte tijdens het tweede consult?

Veel pijn in de longen, pijn in de linker schouder en longen, koude rillingen en een hoestje.

54
New cards

Welk verloop in de lichaamstemperatuur is opgetreden sinds een dag voorafgaand aan het consult?

Sinde een dag voorafgaand aan het consult is er sprake van koorts.

55
New cards

Hoe beïnvloedt de houding de klachten en het slapen van de patiënte?

Slaapt rechtop omdat liggen niet mogelijk is.

56
New cards

Wat is de algemene indruk van de patiënte tijdens het tweede lichamelijk onderzoek?

Maakte een zieke indruk.

57
New cards

Wat zijn de gemeten vitale parameters tijdens het tweede consult?

Polsfrequentie: 125 slagen per minuut. Zuurstofsaturatie: Varieerde tussen 96% en 99%. Temperatuur: 37,2°C. Ademhalingsfrequentie: Verhoogd.

58
New cards

Wat zijn de bevindingen bij auscultatie van het cor tijdens het tweede consult?

Geen afwijkingen gehoord bij auscultatie.

59
New cards

Hoe klonk de pulmo bij het tweede lichamelijk onderzoek en wat viel op bij het ademen?

Longauscultatie klonk beter dan bij het eerste lichamelijk onderzoek. Doorademen was pijnlijk.

60
New cards

Wat zijn de bevindingen bij het onderzoek van de thorax met betrekking tot een drukkend gevoel?

Geen sprake van een drukkend gevoel op de thorax.

61
New cards

Wat blijft de werkdiagnose tijdens het tweede consult?

Pneumonie.

62
New cards

Welke wijziging in de behandeling wordt ingezet tijdens het tweede consult?

Doorverwijzing naar het ziekenhuis.

63
New cards

Wat is het ziekenhuisbeleid omtrent de behandeling van deze aandoening?

Intraveneuze toediening van antibiotica via een infuus.

64
New cards

Hoe verliep de situatie voorafgaand aan het derde consult en wanneer vond dit plaats?

In het ziekenhuis was patiënte wat opgeknapt. Eenmaal thuis verslechterde de situatie opnieuw. Het consult bij de huisarts vond drie dagen na ontslag uit het ziekenhuis plaats.

65
New cards

Welke klachten presenteert de patiënte tijdens het derde consult?

Steken in de borst, veel ademhalingsproblemen, veel hoesten, veel spierpijn door het hele lichaam, pijn in de rechter schouder/bovenarm.

66
New cards

Wat was de algemene status en het fysieke vermogen van de patiënte in de wachtkamer?

Voelde zich steeds zieker. Kon in de wachtkamer niet goed meer zitten.

67
New cards

Hoe beïnvloedt de houding de pijnsteken tijdens het derde consult?

Rechtop zitten kon niet vanwege pijnsteken, maar het zitten was wel beter dan liggen.

68
New cards

Wat is de algemene indruk van de patiënte wat betreft haar ademhaling tijdens het derde consult?

Fors dyspnoïsch.

69
New cards

Wat zijn de geregistreerde vitale parameters tijdens het derde consult?

Temperatuur: 37,8°C. Zuurstofsaturatie: 98%. Polsfrequentie: 130 slagen per minuut. Ademhalingsfrequentie: 40 per minuut.

70
New cards

Wat zijn de bevindingen bij auscultatie van de pulmo tijdens het derde consult?

Klonken beiderzijds normaal bij auscultatie.

71
New cards

Welke bevindingen zijn er bij palpatie van de thorax en wat is de mogelijke verklaring?

Enige drukpijn op de thorax, beiderzijds ter hoogte van de ribben (mogelijk passend bij spierpijn door frequent hoesten).

72
New cards

Wat is het resultaat van het aanvullend onderzoek dat in de praktijk is uitgevoerd tijdens het derde consult?

CRP-waarde gemeten in de praktijk van 35 mg/L.

73
New cards

Welke aandoeningen staan er op de differentiële diagnose tijdens het derde consult?

Pneumonie rechts, longembolie en hyperventilatie.

74
New cards

Welke acute behandeling en logistieke actie worden ondernomen tijdens het derde consult?

Direct naar de spoedeisende hulp gebracht en geholpen door een longarts.

75
New cards

Wat is de uiteindelijke diagnose die wordt vastgesteld na onderzoek door de longarts?

Bilaterale longembolieën met enkele longinfarcten en tekenen van overbelasting.

76
New cards

Wat zijn de algemene biologische oorzaken van een pneumonie?

Meestal veroorzaakt door een virus of een bacterie.

77
New cards

Wat is de meest voorkomende virale oorzaak van een pneumonie bij kinderen?

Vaak het rhinovirus.

78
New cards

Welke microbiologische oorzaak van een pneumonie komt vaker voor bij volwassenen?

Bacteriële oorzaak komt vaker voor.

79
New cards

Welk mechanisme of proces verhoogt de kans op het ontstaan van een bacteriële pneumonie?

De kans op een pneumonie door een bacterie is verhoogd indien er al een virale infectie aanwezig is.

80
New cards

Welke onderliggende aandoeningen gelden als risicofactor voor het ontwikkelen van een pneumonie?

Afweerstoornis, hartfalen, COPD.

81
New cards

Welke demografische factor vormt een specifiek risico voor het krijgen van een pneumonie?

Leeftijd (met name ouderen).

82
New cards

Welke leefstijlfactoren en medische behandelingen verhogen het risico op een pneumonie?

Roken, gebruik van bepaalde medicatie (zoals chemotherapie).

83
New cards

Welke preventieve maatregel verlaagt de kans op het ontstaan van een pneumonie?

Het krijgen van de griepprik verlaagt de kans op het ontstaan van een pneumonie.

84
New cards

Hoe groot was de voorafkans op een pneumonie bij de specifieke patiënte uit de casus?

Bij deze patiënte was er op basis van de anamnese geen sprake van een verhoogde voorafkans op een pneumonie.

85
New cards

Welke symptomen en klinische verschijnselen horen bij het algemene beeld van een pneumonie?

  • Matig ziek zijn/Koorts

  • Acuut hoesten/Auscultatoire afwijkingen

  • Hoge ontstekingswaarden

86
New cards

Hoe uit de klinische presentatie van een longembolie zich in het algemeen en wat betekent dit voor de diagnostiek?

Kan zich zeer divers uiten en is moeilijk te diagnostiseren. Niet iedereen heeft de specifieke symptomen.

87
New cards

Welke symptomen kunnen optreden bij een longembolie, hoewel ze niet bij iedereen aanwezig zijn?

  • Tachypneu

  • Benauwdheidsklachten

  • Trombosebeen

  • Hoestklachten

  • Pijn bij ademhaling

88
New cards

Welke fysieke trauma's en operatieve factoren verhogen het risico op een longembolie?

Recente operatie en trauma aan het been.

89
New cards

Welke risicofactoren voor longembolie?

  • Trauma aan het been > Immobilisatie > Recente operatie

  • Pil of hormoontherapie > Zwangerschap/kraamperiode

  • Actieve maligniteit + Positieve familie-anamnese

  • BMI groter dan of gelijk aan 29

90
New cards

Welke fysiologische toestanden en gezinshistorie vormen een risicofactor voor een longembolie?

Zwangerschap/kraamperiode en positieve familie-anamnese.

91
New cards

Welke pathologische aandoeningen en antropometrische waarden verhogen het risico op een longembolie?

Actieve maligniteit en BMI groter dan of gelijk aan 29.

92
New cards

Wat is de leeftijd van de patiënte in de casus over recidiverend hoesten en wanneer zijn de klachten begonnen?

Patiënte is 85 jaar oud. De hoestklachten zijn begonnen toen zij 70 jaar oud was.

93
New cards

Wat is de woonsituatie van deze oudere patiënte?

Zij woont samen met haar echtgenoot.

94
New cards

Wat is de specifieke reden van het consult voor deze patiënte?

Aanwezigheid van ontiegelijk veel hoesten.

95
New cards

Welke chirurgische ingrepen en chronische aandoeningen vormen de medische voorgeschiedenis van deze patiënte?

Hypertensie, gonartrose (total knee prosthesis links), coxartrose, heupluxaties rechts, appendectomie, cholecystectomie, nierstenen.

96
New cards

Welke actuele medicatie gebruikt de patiënte momenteel?

Furosemide, lercanidipine, magnesiumhydroxide.

97
New cards

Wat is er bekend over de historische respiratoire en dermatologische tractus van deze patiënte?

Geen bronchitis, geen KNO-aandoening, geen eczeem. Als kind geen hoestklachten gehad.

98
New cards

Hoe wordt de aard van de hoest omschreven en wat gebeurt er als er slijm aanwezig is?

Droge hoest met weinig groen slijm. Bij aanwezigheid van slijm is er sprake van roggelen.

99
New cards

Hoe worden het beloop, de duur en de lengte van de hoestbuien omschreven?

Voorafgaand aan het bezoek wekenlang last van lange hoestbuien. Hoestbuien kunnen maandenlang aanwezig zijn en weer tijdelijk verdwijnen. Een heftige hoestbui kan twee minuten duren.

100
New cards

Welke bijkomende symptomen treden op tijdens of als gevolg van een hoestbui?

    • Gevoel van stikken (dyspneu)

    • Tranen tijdens een hoestbui

    • Soms stemverlies en aanwezigheid van vermoeidheid.

    • Geen pijn bij het hoesten