1/30
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
model van therapeutische drift - Waller en Turner uitleg:
Therapeut gaat interventies voorstellen => angst bij cliënt => cliënt gaat op korte termijn veiligheidsgedrag/vermijdingsgedrag gaan stellen => niets nieuws leren
Door de angst van de cliënt gaan wij als therapeut ook angst gaan ervaring => we gaan zelf vermijdingsgedrag gaan stellen MAARR dit is problematisch want cliënt leert hierbij vanja therapeut is zelf bang en vermijdt het ook => het moet dus effectief bedreigend zijn => bevestigd veiligheidsgedrag
Op lange termijn gaan deze verschillende processen elkaar versterken => zal op lange termijn voor meer angstzorgen i.p.v. dat men effectief zal behandelen
Retrieval competition hypothesis - Brewin
cognitieve representaties worden niet 'uitgeveegd' of veranderd in ons geheugen maar wel aanmaak en opslag van nieuwe representaties => er komt een competentie in het geheugen om welke representatie wordt geactiveerd
MAARRR hot cognitions worden zeer frequent geactiveerd en zijn zeer salient waar door ze vaak winnen
we moeten dus cold cognitions doen winnen
cognitief model Beck
bepaalde situatie zal zorgen voor automatische gedachten => reacties uitlokken (gedrag, gevoelens, fysiologisch); automatische gedachten zijn terug te brengen naar intermediaire assumpties/overtuigingen;
overtuigingen zijn terug te brengen naar kerngedachte
modal model van emoties - Gross
emotie is gecoördineerd geheel van losse responsen
Elke emotie wordt getriggerd door een situatie => externe trigger (bv: situatie) of interne trigger (bv gedachte)
er is aandacht voor deze trigger nodig (vooraleer je kan gaan naar interpretatie)
de situatie dient beoordeeld te worden => cognitieve aspect/betekenisverlening
deze resulteren in een respons (hier kunnen we dan verschillende zaken mee doen)
procesmodel van emotieregulatie - Gross en Thomposon
Emoties kunnen gereguleerd worden op verschillende aangrijpingspunten binnen het model:
Door selectie van de situatie (toenaderen/vermijden)
Verandering van situatie (situatie aanpassen, bv aanwezigheid van een steunfiguur)
Op welke aspecten van de situatie richt men zijn aandacht? (bv: vigilantie voor gevaar, catastroferen, afleiding)
Cognitieve herbeoordelingsstrategieën
Wijziging van emotionele responstendensen
cognitief kwetsbaarheidsmodel - Armfield
stimulus zal tot angst leiden als deze als oncontroleerbaar onvoorspelbaar gevaarlijk of walgelijk ervaren wordt
cognitief model van Clarke (paniekstoornissen)
interne/externe trigger => waargenomen dreiging => angst (emoties)
=> fysieke/cognitieve symptomen
=> misinterpretatie => meer ansgt (wat dus voor meer symptomen zorgt en dan weer meer misinterpretatie) + vermijding en veiligheidsgedrag vermijding en veiligheidsgedrag weer invloed op misinterpretatie + fysieke/cognitieve symptomen
model van Casey (paniekstoornissen)
trigger stimulus => waargenomen dreiging => bezorgdheid/apprehension => lichamelijke sensaties => paniek self-efficacy (lage zelfcompetentie => ik heb geen controle => versterken misinterpretaties) en catastrofale misinterpretaties (beide beïnvloeden elkaar)
=> beide naar waargenomen dreiging
tripartite model van paniek - sadin, sanchez, chorot en valiente
trigger stimulus => waargenomen dreiging => bezorgdheid/apprehension => lichamelijke sensaties
=> paniek self-efficacy (lage zelfcompetentie => ik heb geen controle => versterken misinterpretaties) + catastrofale misinterpretaties (beide beïnvloeden elkaar) + nu ook anxiety sensitivity (heeft invloed op catastrofale mistinterpretatie)
=> alle drie naar waargenomen dreiging
Conventioneel CBT model sociale angst - Clarke en Wells
sociale situatie => activatie assumpties => waargenomen sociale dreiging => processing of self as sociale object en gaat ook terug naar waargenomen dreigingen + veiligheidsgedrag + somatische/cognitieve symptomen => veiligheidsgedrag naar processing of self as sociale object + somatische/cognitieve symptomen + sociale situatie => somatische/cognitieve symptomen naar processing of self as object + sociale situaties
processing of self as social object => sterke zeflmonitoring => verhoogde zelfbewustzijn → verhoogde bewustzijn van angst en lichamelijke sensaties en minder letten op gedrag van naderen en inhoud gesprek
veiligheidsgedrag geven illusie dat kans op sociale afwijzing kleiner is
overschatten negatieve inschattingen van anderen
voor en na confrontatie bezig over het denken aan de situatie en eerdere negatieve ervaringen
Comprehensive CBT model sociale angst - Hofman
hoge sociale normen en vage sociale doelen <=> sociale bezorgdheid/appreheision => verhoogde zelf-gefocuste aandacht => enkele cognitieve processen:
- negatief sociaal zelfbeeld
- overschatten kans op negatieve uitkomst en negatieve gevolgen ervan
- onderschatten mate van zelfcontrole
- inschatten van eigen sociale vaardigheden als inadequaat
=> anticipatie van sociale mishaps => vermijdings/veiligheidsgedrag => ruminatie over wat er gebeurde
=> sociale bezorgheid/apprehension
CBT model dwang - Purdon
Trigger => intrusie => negatieve interpretatie (dreiging, schade, verantwoordelijkheid) => angst => compulsief => dreiging neutraliseren + angst verminderen/neutraliseren MAAR dit versterkt compulsie en interpretatie
Cognitief model - Wilhelm en Steketee (dwang)
intrusieve gedachten <=> maladaptieve interpretaties => negatieve emoties => maladaptieve copingstrategieën wat maladaptieve intrusies versterkt
intrusieve gedachten beïnvloed door persoonlijkheid/beliefs/trait core
maladaptieve interpretaties beïnvloed door persoonlijkheid/beliefs/trait core + levensgeschiedenis + genetische/biologische factoren
en alles wordt beïnvloed door gemoedstoestand
Model compulsies: twijfel - Purdon
mensen hebben twijfel en voelen zich verantwoordelijk => stellen bepaald gedrag om twijfel te doen dalen maar mensen stellen de handelingen heel vaak en gedetailleerd wat lastig is voor het werkgeheugen => meer twijfel door weinig vertrouwen in het geheugen => opnieuw uitvoeren => ....
cognitief model van PTSD - Ehlers en Clarke
specifieke karakteristieken trauma + eerdere ervaringen + eerdere overtuigingen + coping (cognitieve processing tijdens trauma ook in wisselwerking hiermee) => geheugen representatie van het trauma (hoe trauma opgeslagen wordt)
cognitieve processing tijdens trauma => cognitieve appraisal van het trauma en de gevolgen => huidige dreiging <=> controle strategieën (vermijding en experiëntiële vermijding)
controlestrategieën terug naar geheugen representatie en appraisal
Skinner en Fester model
Skinner => depressie wordt gekenmerkt door een verlaging van het 'normale' gedrag, door een gebrek aan positieve bekrachtiging van dat gedrag
Fester => vermindering van positieve bekrachtiging komt door:
- omgeving bekrachtigt pas na grote hoeveelheid van het gedrag
- omgeving reageert straffend op het meeste gedrag
- geen duidelijke signalen in de omgeving rond welk gedrag zal worden bekrachtigd/bestraft
Lewinsohn en Arconad ontstaan van depressie
lage ratio van positieve bekrachtiging;
hoge ratio van aversieve ervaringen
Lewinsohn en Arconad in stand houden van depressie
eerst reageert omgeving bezorgd en met sympathie => bekrachtiger;
maar na een tijdje reageren ze aversief => wegvallen bekrachtigers
Seligman depressie
aangeleerd hulpeloosheid => aangeleerde samenhang tussen gedrag en bekrachtigers valt weg => apathie
Rehm zelfcontrole theorie
depressie komt voor uit tekort van zelf-gegenereerde bekrachtigers en hoog niveau van zelfbestraffing
metacognitieve model Wells
trigger => activering positieve metacognitie => piekren => activering negatieve metacognitie => metapiekeren
gevolgen van metapiekren:
- poging om het piekeren te beheersen
- vermijdings/veiliheidsgedrag
- emoties
zijn allemaal wederzijdsverbonden met meta piekeren
Hexagon model Watkins en Roberts onderldelen
ruminatie;
goal discrepancies;
negatieve biases;
abstract processing style;
executief functioneren;
habituatie
2-processenmodel slaap-waakregulatie - Borbely
proces C en proces S => makkelijker in slaap de vallen als de afstand tussen deze het grootst is
proces C = circadiaanse ritmische component (herhaalt zich elke 24u) => waakbevorderend
proces S = homeostatisch component slaap druk => slaapbevorderend;bouw je op over dag => hoe hoger het is, hoe meer vermoeidheid (beweging verhoogt het maar dutjes/cafeïne/sedentair gedrag verlagen het);bepaalt hoe moe je je voelt (ervaren slaapbehoefte)
cognitief model instandhouding insomnie - Harvey
piekeren in bed => veiligheidsgedrag => niet-helpende overtuigingen => pieker gedrag vergroten => grotere kans dat je perceptie hebt dat je slaapprobleem hebt => hierover piekeren en veiligheidsgedrag stellen => effectieve slaapprobleem overdag
ook iets gelijkaardigs: piekeren => kans groter dat je problemen gaat vertonen => feitelijk verminderd presteren in het dagelijks levenwe kunnen
deze twee zaken aan elkaar linken: wat s' nachts gebeurt heeft aanleiding tot pieker over dag => met meer zorgen in bed gaan => meer piekeren => de volgende dag weer hetzelfde
mensen komen dus in een vicieuze cirkel
vicieuze cikel van slapeloosheid - Morin - onderdelen
disfunctionele cognities:
piekeren over slaapgebrek
ruminatie over negatieve gevolgen
onrealistische verwachtingen
arousal:
emotioneel
cognitief
fysiologisch
gevolgen:
vermoeidheid
verstoorde stemming
verminderd functioneren/prestatie
sociaal ongemak
maladaptieve gewoonten:
te lang in bed blijven liggen
irreguliere slaaproutine
dutjes doen
slaap-incompatibele activiteiten
wet van effect - Thorndike
gedrag dat bekrachtigd wordt zal toenemen:
positieve bekrachtiging (+S+) => onmiddellijk belonend effect + bekrachtigt gebruik;
negatieve bekrachtiging (-S- of °S-) => gebruik zorgt voor afname/uitblijven onthoudingsverschijnselen + leidt tot herhaald gebruik
men gaat van doelgericht gedrag naar gedragsroutine
model Franken informatieverwerkingsprocessen
perceptie drugsgerelateerde stimuli => verhoogde dopaminerge activiteit => attention bias
attentionbias zorgt voor
versterkte signalering van druggerelateerde cues
toename van druggerelateerde cognities
geen aadachtsbronnen meer beschikbaar voor alternatieve cues
=> leiden naar perceptie van drugsgerelateerde stimuli + drug gebruik en herval
attention bias wisselwerking met craving
craving => druggebruik en herval
relapse prevention model
hoogrisico situaties => twee opties
1) effectieve coping => toename self-efficacy => minder kans op herval
2) ineffectieve coping => afname self-efficacy + positieve verwachting inname middel => terugval => abstinence violation effect + ervaren positieve effecten middel => grotere kans op herval
verstoorde betekenisverlening door cognitieve tendensen - Garety
jumping to conclusion/dataverzamelingtendens; bronmonitoringstendens;
beperkte theory of mind;
beperkte flexibiliteit in het denken;
belief confirmation bias
=> maakt het moeilijker om los te komen van bepaalde gedachten
cognitief model van positieve symptomen - Garety
bio-psycho-sociale kwetsbaarheid => trigger => emotionele reactie + problemen in bias informatieverwerking (staan in interactie met elkaar)
emotionele reactie => externe attributie van ervaring => positieve symptomen => onderhoudende factoren = redeneer en attributiefouten + disfunctionele schema's + emotionele processen + beoordeling van psychose
biases in attributie en redenering + disfunctionele schema's + isolatie en negatieve life events
cognitief model van paranoia - Ghadwick
gebeurtenis/trigger (wordt beïnvloed door selectieve aandacht en confirmation bias + dataverzamelingsbias bronmonitoringsbias en covariatiebias) => negatieve automatische gedachte + inschatting gevaar => voorwaardelijke gedachten => kerngedachten de laatste drie geven aanleiding tot:
poor me
=> angst => veiligheidsgedrag/vluchten => selectieve aandacht en confirmatiebias
bad me => depressie => piekeren => selectieve aandacht en confirmatiebias