Literatuur Prins

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/98

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:14 AM on 4/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

99 Terms

1
New cards

eerste generatie gedragstherapie

1960-1980, gedragstherapie gericht op het uiterlijk waarneembare gedrag in interactie met specifieke omgevingskenmerken. nadruk op symptoomontwikkeling

2
New cards

tweede generatie gedragstherapie

1980-1990, CGT komt op; cognities worden belangrijk in de aanpak van probleemgedrag

3
New cards

derde generatie gedragstherapie

1990-heden; nieuwe behandelvormen binnen de cognitieve gedragstherapie die zich richten op de functie van denken, voelen en doen en de context waarin dit zich afspeelt

4
New cards

protocollaire behandeling

one size fits all benadering. er wordt gebruikt gemaakt van een vast draaiboek voor kinderen met dezelfde diagnose

5
New cards

modulaire behandeling

op een meer flexibele manier gepersonaliseerde behandelingen vormgeven, door uit te gaan van specifieke methoden en technieken

6
New cards

transdiagnostische behandeling

de sterke overlap in symptomen bij verschillende diagnostische classificaties, zoals depressie en angst, en comorbiditeit zijn het gevolg van gedeelde onderliggende processen

7
New cards

n-1 methode

methode waarbij de resultaten van een behandeling geanalyseerd worden op individueel niveau in plaats van op groepsniveau

8
New cards

casusconceptualisatie

het proces waarbij de therapeut en de client gezamenlijk werken aan het beschrijven, verklaren en kiezen van doelgedragingen

9
New cards

commitmentfase

fase waarin overeenstemming wordt bereikt tussen hulpverlener en client over doelen en werkwijze

10
New cards

ontwikkelingsanamnese

onderzoek naar voorgeschiedenis van het kind

11
New cards

biologische anamnese

voorgeschiedenis van de ouders

12
New cards

functieanalyse

een hypothese over een mogelijke samenhang tussen gedrag en de consequenties op basis van het operante leerparadigma

13
New cards

establishing operations

concrete contextuele stimuli die de waarde en effectiviteit van een bekrachtigen in FA kunnen beïnvloeden

14
New cards

betekenisanalyse

een analyse van ontlokkende stimuli van gedrag en de betekenis die daaraan wordt toegekend

15
New cards

occasion setter

stimuli die de context vormen waarbinnen de CS via de US/UR representatie een bepaalde betekenis krijgt

16
New cards

toegepaste gedragsanalyse

een wetenschappelijke benadering binnen de psychologie, waarbij gekeken wordt naar de relatie tussen context en het vertoonde gedrag en hoe deze twee elkaar beïnvloeden

17
New cards

bekrachtiging

het proces waarin gedrag wordt versterkt wanneer het onmiddellijke gevolg op dat gedrag als prettig of aangenaam ervaren wordt en het beoogde bedrag in frequentie

18
New cards

positieve bekrachtiging

het toedienen van positieve/prettige stimulus

19
New cards

negatieve bekrachtiging

het wegnemen van een negatieve/onaangename stimulus

20
New cards

differentiele bekrachtiging

bekrachtigingstechniek waarbij nauwgezet wordt onderscheiden wat wel en wat niet bekrachtigd moet worden

21
New cards

shaping

een techniek om geleidelijk nieuw (en complex) gedrag aan te leren, alleen gedragingen die het doelgedrag benaderen worden bekrachtigd

22
New cards

chaining

een procedure waarbij het gedrag wordt opgesplitst in kleine stukjes (gedragsschakels)

23
New cards

bekrachtiging van onverenigbaar gedrag

procedure om ongewenst gedrag af te leren. Probleemgedrag wordt geherformuleerd in tegengesteld, gewenst doelgedrag

24
New cards

onverenigbaar

de fysieke onmogelijkheid om tegelijkertijd gewenst en ongewenst gedrag te vertonen

25
New cards

stimuluscontrole/ discriminantieleren

gedrag alleen stimuleren als het in die bepaalde omgeving sociaal passend is

26
New cards

strafprocedure

een proces waarbij het directe gevolg op ongewenst gedrag, door de onaangename beleving ervan, dat gedrag in frequentie doet afnemen

27
New cards

positieve stimulus

het toevoegen van een negatieve/aversieve stimulus

28
New cards

negatieve straf

het wegnemen van een positieve/aangename stimulus

29
New cards

uitdoving (negeren/extinctie)

techniek waarbij de frequentie van gedrag afneemt door het achterwege laten van bekrachtiging

30
New cards

overcorrectie

ongewenst gedrag verzwakken door van het kind onmiddellijk gewenst gedrag te verlangen op het moment dat het ongewenste gedrag zich voordoet

31
New cards

response cost (RC)/boete

techniek om ongewenst gedrag te verzwakken door het kind als vorm van straf beloningen of privileges te onthouden

32
New cards

time-out/afzondering

het kind wordt een aantal minuten afgezonderd als gevolg op ongewenst en storend gedrag

33
New cards

contigency contracting

gedragsmanagementtechniek waarin via onderhandelingen contractuele afspraken vastgelegd worden tussen opvoeder en kind

34
New cards

triadisch werkmodel

een deskundige biedt via een mediator hulp om het gedragsprobleem van het kind zelf als opvoeder tot een oplossing te brengen

35
New cards

schoolwide positive behavior support

een schoolbrede aanpak waarin vanuit gedeelde waarden concrete gedragsverwachtingen voor de kinderen geformuleerd worden, die vervolgens systematisch geoefend en bekrachtigd worden

36
New cards

klassieke conditionering

een voorheen neutrale stimulus is door een of meer gebeurtenissen geassocieerd geraakt met een emotionele reactie (angst)

37
New cards

operante conditionering

doordat het kind de beangstigende situatie vermijdt vermindert de angst of komt deze zelfs niet meer voor

38
New cards

emotional processing theory

emoties bestaan uit netwerken van stimuli, betekenissen en response. Zolang de onderdelen in het netwerk tegelijk voorkomen, worden de verbindingen in het netwerk versterkt

39
New cards

verwachtingsleren

door vermijdingsgedrag blijft angstassociatie bestaan; tijdens exposure leert het kind nieuwe, veilige associaties bij de stimulus naast de oude en onveilige associatie

40
New cards

graduele exposure in vivo

stapsgewijze vorm van exposure. de situatie wordt niet vermeden, maar in stapjes opgezocht

41
New cards

imaginaire exposure

methode waarbij de therapeut de client stimuleert om nare herinneringen aan schokkende gebeurtenissen herhaaldelijk en langdurig te beleven

42
New cards

veiligheidsgedrag

gedrag dat ervoor zorgt dat het kind minder bang lijkt, maar uiteindelijk ervoor zorgt dat de angst niet mindert

43
New cards

intrinsieke bekrachtiging

operant, het nieuwe gedrag zelf is belonend (bijv vragen aan andere kinderen of je mee mag spelen en dan ook inderdaad mee mogen spelen)

44
New cards

Extrinsieke bekrachtiging

een beloning krijgen die niets met het nieuwe gedrag te maken heeft, zoals materiële bekrachtigend, activiteiten of privileges

45
New cards

interne bekrachtiging

het belonen van eigen gedrag

46
New cards

externe bekrachtiging

beloond worden door een ander

47
New cards

cognitieve herstructurering

techniek waarbij het kind helpende of functionele gedachten en bijbehorend gedrag formuleert, er wordt geleerd schadelijk gedachten te vervangen door andere, minder kwaadaardige gedachten

48
New cards

respondent gedrag

de selectie van de juiste prikkels als startpunt voor het laten zien van sociaal vaardig gedrag is onduidelijk voor het kind

49
New cards

operant gedrag

het kind verwacht negatieve reacties uit de omgeving en vertoond daarom bij voorbaat al geen sociaal gedrag

50
New cards

cues en prompts

hints voor het eigen maken van vaardigheden. Dit kan nodig zijn bij kinderen die extra instructie en herhaling nodig hebben

51
New cards

Cue

hint uit de omgeving waarop je moet reageren. kunnen verduidelijkt worden met plaatjes

52
New cards

Prompt

hint om gewenst gedrag te ontlokken.

53
New cards

DRI

differential reinforcement of incompatible behavior, het bekrachtigen van gedrag dat onverenigbaar is met het probleemgedrag

54
New cards

DRO

differential reinforcement of other behavior, elk ander gedrag dan het probleemgedrag bekrachtigen

55
New cards

cognitieve structuren

de manier waarop informatie wordt georganiseerd en opgeslagen

56
New cards

cognitieve schema’s

bundels van informatie over samenhangende gebeurtenissen

57
New cards

cognitieve operaties

alle processen die uitgevoerd worden op informatie die ons bereikt

58
New cards

cognitieve producten

het resultaat van cognitieve verwerking

59
New cards

tough listing methode

methode waarbij het kind aangemoedigd wordt om gedurende een korte tijd zijn gedachten op papier te noteren, terwijl hij de opdracht uitvoert

60
New cards

stimuluscontrole

het vermijden van situaties en ze actief wijzigen of te leren gradueel met de situatie om te gaan

61
New cards

zelfinstructiemethoden

met behulp van interne spraak eigen gedrag en gevoelens beïnvloeden

62
New cards

stressinoculatietraining

een vorm van stressreducerende interventie waarbij deelnemers wordt geleerd stress te beheersen door vooraf te oefenen. speelt zich af binnen drie fasen

63
New cards

educatieve fase

disfunctionele gedachten, gedragingen en gevoelens leren herkennen

64
New cards

aanleerfase

andere zelfspraak en gedrag ontwikkelen

65
New cards

toepassingsfase

oefenen van nieuwe zelfspraak en gedrag in realistische situaties

66
New cards

koning eenoog

selectieve aandacht voor spanningsverhogende prikkels

67
New cards

gevangen zijn

interpretatie van de situatie als een gevaar, bedreiging of onoplosbaar probleem

68
New cards

vergrootglas

selectieve abstractie van één element van de ervaring

69
New cards

etiketten plakken

in twee categorieën denken (dichotomiseren)

70
New cards

waarzegger

overgeneraliseren, minimaliseren van positieve elementen en overdrijving van negatieve elementen

71
New cards

koppige ezel/ IK de grote zijn

personaliseren, verantwoordelijk voelen. Egocentrisch interpreteren van gebeurtenissen en gedrag van anderen als rechtstreeks betrokken op jezelf

72
New cards

schematherapie

behandeling die gericht is op het herkennen van nare gevoelens en hardnekkige gedragspatronen om dit te veranderen

73
New cards

persoonlijke alliantie

de interpersoonlijke relatie tussen therapeut en de client

74
New cards

taakgerelateerde alliantie

structuur en planning van de behandeling en oriëntatie van de doelen

75
New cards

dialectische gedragstherapie

ontwikkeld voor groepen patiënten die hete nagenoeg opgegeven hebben (suïcidaal), maar daarnaast ook veel weerstand kunnen vertonen tegen alle vormen van behandeling

76
New cards

socratisch motiveren

hiermee kun je de motieven van de client duidelijk maken, zonder een waardeoordeel te hechten aan het probleem

77
New cards

zelfdeterminatietheorie

theorie die er vanuit gaat dat intrinsiek gemotiveerd gedrag wordt gestuurd door drie basisvoorwaarden: competentie, autonomie en verbondenheid

78
New cards

competentie

er moeten realistische, aantrekkelijke en uitdagende doelstellingen geformuleerd worden waaruit blijkt dat verandering mogelijk is

79
New cards

autonomie

adolescenten willen betrokken worden bij beslissingen

80
New cards

verbondenheid

de therapeut is empathisch en respectvol richting de adolescent

81
New cards

therapietrouw

het gewillig en blijvend volgen van de behandeling door een client

82
New cards

taxatie

test, zelfrapportage of beoordelingsschalen en de beoordeling van wat er tijdens de sessie gebeurt. gericht op het kind en interactie tussen ouders en kinderen

83
New cards

systeemtherapie

Een manier van behandelen waarbij, naast de aangemelde persoon van begin af aan andere gezinsleden kunnen worden betrokken

84
New cards

acceptance and commitment therapy

therapie die ervan uitgaat dat psychopathologie zich ontwikkelt als gevolg van problematische pogingen om controle te krijgen over ongewenste ervaringen en gevoelens; helpt cliënten een meer accepterende houding aan te nemen ten opzichte van ongewenste ervaringen

85
New cards

compassion focused therapy (CFT)

leren met meer mededogen naar jezelf te kijken

86
New cards

attachment Based family therapy (ABFT)

herstellen van veilige gechechtheidsbasis in het gezin

87
New cards

cognitive bias modification (CBM)

therapie die focust op het causale effect tussen vertekende informatieverwerking en maladaptieve gedachten en gevoelens

88
New cards

goed onderbouwde behandeling

behandeling waarvan is aangetoond dat die beter is dan een psychologisch placebo, een pil of een andere behandeling. bewijsmateriaal moet afkomstig zijn van minstens twee verschillende onderzoeksteams

89
New cards

vermoedelijke werkzame behandeling

behandeling waarvan alleen is aangetoond dat die slechts beter is dan een wachtlijst-of controleconditie zonder behandeling. effecten hoeven slechts door 1 team bevestigd te worden

90
New cards

experimentele behandeling

behandeling waarvan nog niet is aangetoond dat die vermoedelijk werkzaam is. deze worden toegepast in de klinische praktijk, maar zijn nog niet helemaal geëvalueerd

91
New cards

dodo effect

alle behandelingen zijn gelijk

92
New cards

prescriptief matchen

het behandelprotocol op een flexibele manier individueel aanpassen door bepaalde kenmerken of profielen van de behandelde personen te koppelen met specifieke elementen of onderdelen van een behandeling

93
New cards

modulaire benadering

benadering waarbij het behandelprotocol kan worden aangepast aan clientkenmerken

94
New cards

onderzoekstherapie

therapie voor een relatief homogene groep kinderen die minder ernstige vormen van psychopathologie vertonen en voor enkelvoudige problemen in de behandeling komen

95
New cards

klinische therapie

therapie voor heterogene groepen kinderen die regelmatig voor behandeling worden doorverwezen en die een breed scala aan klinische problemen vertonen

96
New cards

werkzaamheidsonderzoek

wat is het verband tussen de therapeutische methode of behandelstrategie en het eindresultaat

97
New cards

overdraagbaarheidsonderzoek

zou een bepaalde interventie in een echte klinische praktijksetting een veelbelovende oplossing kunnen zijn?

98
New cards

verspreidingsonderzoek

wat is het functioneren van een interventie onder zeer naturalistische condities? hierbij worden therapeuten uit de praktijk ingeschakeld

99
New cards

systeemevaluerend onderzoek

beslissende conclusie of behandelactiviteiten tot positieve uitkomsten kunnen leiden wanneer een systeem geheel op zichzelf staat.