1/98
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
eerste generatie gedragstherapie
1960-1980, gedragstherapie gericht op het uiterlijk waarneembare gedrag in interactie met specifieke omgevingskenmerken. nadruk op symptoomontwikkeling
tweede generatie gedragstherapie
1980-1990, CGT komt op; cognities worden belangrijk in de aanpak van probleemgedrag
derde generatie gedragstherapie
1990-heden; nieuwe behandelvormen binnen de cognitieve gedragstherapie die zich richten op de functie van denken, voelen en doen en de context waarin dit zich afspeelt
protocollaire behandeling
one size fits all benadering. er wordt gebruikt gemaakt van een vast draaiboek voor kinderen met dezelfde diagnose
modulaire behandeling
op een meer flexibele manier gepersonaliseerde behandelingen vormgeven, door uit te gaan van specifieke methoden en technieken
transdiagnostische behandeling
de sterke overlap in symptomen bij verschillende diagnostische classificaties, zoals depressie en angst, en comorbiditeit zijn het gevolg van gedeelde onderliggende processen
n-1 methode
methode waarbij de resultaten van een behandeling geanalyseerd worden op individueel niveau in plaats van op groepsniveau
casusconceptualisatie
het proces waarbij de therapeut en de client gezamenlijk werken aan het beschrijven, verklaren en kiezen van doelgedragingen
commitmentfase
fase waarin overeenstemming wordt bereikt tussen hulpverlener en client over doelen en werkwijze
ontwikkelingsanamnese
onderzoek naar voorgeschiedenis van het kind
biologische anamnese
voorgeschiedenis van de ouders
functieanalyse
een hypothese over een mogelijke samenhang tussen gedrag en de consequenties op basis van het operante leerparadigma
establishing operations
concrete contextuele stimuli die de waarde en effectiviteit van een bekrachtigen in FA kunnen beïnvloeden
betekenisanalyse
een analyse van ontlokkende stimuli van gedrag en de betekenis die daaraan wordt toegekend
occasion setter
stimuli die de context vormen waarbinnen de CS via de US/UR representatie een bepaalde betekenis krijgt
toegepaste gedragsanalyse
een wetenschappelijke benadering binnen de psychologie, waarbij gekeken wordt naar de relatie tussen context en het vertoonde gedrag en hoe deze twee elkaar beïnvloeden
bekrachtiging
het proces waarin gedrag wordt versterkt wanneer het onmiddellijke gevolg op dat gedrag als prettig of aangenaam ervaren wordt en het beoogde bedrag in frequentie
positieve bekrachtiging
het toedienen van positieve/prettige stimulus
negatieve bekrachtiging
het wegnemen van een negatieve/onaangename stimulus
differentiele bekrachtiging
bekrachtigingstechniek waarbij nauwgezet wordt onderscheiden wat wel en wat niet bekrachtigd moet worden
shaping
een techniek om geleidelijk nieuw (en complex) gedrag aan te leren, alleen gedragingen die het doelgedrag benaderen worden bekrachtigd
chaining
een procedure waarbij het gedrag wordt opgesplitst in kleine stukjes (gedragsschakels)
bekrachtiging van onverenigbaar gedrag
procedure om ongewenst gedrag af te leren. Probleemgedrag wordt geherformuleerd in tegengesteld, gewenst doelgedrag
onverenigbaar
de fysieke onmogelijkheid om tegelijkertijd gewenst en ongewenst gedrag te vertonen
stimuluscontrole/ discriminantieleren
gedrag alleen stimuleren als het in die bepaalde omgeving sociaal passend is
strafprocedure
een proces waarbij het directe gevolg op ongewenst gedrag, door de onaangename beleving ervan, dat gedrag in frequentie doet afnemen
positieve stimulus
het toevoegen van een negatieve/aversieve stimulus
negatieve straf
het wegnemen van een positieve/aangename stimulus
uitdoving (negeren/extinctie)
techniek waarbij de frequentie van gedrag afneemt door het achterwege laten van bekrachtiging
overcorrectie
ongewenst gedrag verzwakken door van het kind onmiddellijk gewenst gedrag te verlangen op het moment dat het ongewenste gedrag zich voordoet
response cost (RC)/boete
techniek om ongewenst gedrag te verzwakken door het kind als vorm van straf beloningen of privileges te onthouden
time-out/afzondering
het kind wordt een aantal minuten afgezonderd als gevolg op ongewenst en storend gedrag
contigency contracting
gedragsmanagementtechniek waarin via onderhandelingen contractuele afspraken vastgelegd worden tussen opvoeder en kind
triadisch werkmodel
een deskundige biedt via een mediator hulp om het gedragsprobleem van het kind zelf als opvoeder tot een oplossing te brengen
schoolwide positive behavior support
een schoolbrede aanpak waarin vanuit gedeelde waarden concrete gedragsverwachtingen voor de kinderen geformuleerd worden, die vervolgens systematisch geoefend en bekrachtigd worden
klassieke conditionering
een voorheen neutrale stimulus is door een of meer gebeurtenissen geassocieerd geraakt met een emotionele reactie (angst)
operante conditionering
doordat het kind de beangstigende situatie vermijdt vermindert de angst of komt deze zelfs niet meer voor
emotional processing theory
emoties bestaan uit netwerken van stimuli, betekenissen en response. Zolang de onderdelen in het netwerk tegelijk voorkomen, worden de verbindingen in het netwerk versterkt
verwachtingsleren
door vermijdingsgedrag blijft angstassociatie bestaan; tijdens exposure leert het kind nieuwe, veilige associaties bij de stimulus naast de oude en onveilige associatie
graduele exposure in vivo
stapsgewijze vorm van exposure. de situatie wordt niet vermeden, maar in stapjes opgezocht
imaginaire exposure
methode waarbij de therapeut de client stimuleert om nare herinneringen aan schokkende gebeurtenissen herhaaldelijk en langdurig te beleven
veiligheidsgedrag
gedrag dat ervoor zorgt dat het kind minder bang lijkt, maar uiteindelijk ervoor zorgt dat de angst niet mindert
intrinsieke bekrachtiging
operant, het nieuwe gedrag zelf is belonend (bijv vragen aan andere kinderen of je mee mag spelen en dan ook inderdaad mee mogen spelen)
Extrinsieke bekrachtiging
een beloning krijgen die niets met het nieuwe gedrag te maken heeft, zoals materiële bekrachtigend, activiteiten of privileges
interne bekrachtiging
het belonen van eigen gedrag
externe bekrachtiging
beloond worden door een ander
cognitieve herstructurering
techniek waarbij het kind helpende of functionele gedachten en bijbehorend gedrag formuleert, er wordt geleerd schadelijk gedachten te vervangen door andere, minder kwaadaardige gedachten
respondent gedrag
de selectie van de juiste prikkels als startpunt voor het laten zien van sociaal vaardig gedrag is onduidelijk voor het kind
operant gedrag
het kind verwacht negatieve reacties uit de omgeving en vertoond daarom bij voorbaat al geen sociaal gedrag
cues en prompts
hints voor het eigen maken van vaardigheden. Dit kan nodig zijn bij kinderen die extra instructie en herhaling nodig hebben
Cue
hint uit de omgeving waarop je moet reageren. kunnen verduidelijkt worden met plaatjes
Prompt
hint om gewenst gedrag te ontlokken.
DRI
differential reinforcement of incompatible behavior, het bekrachtigen van gedrag dat onverenigbaar is met het probleemgedrag
DRO
differential reinforcement of other behavior, elk ander gedrag dan het probleemgedrag bekrachtigen
cognitieve structuren
de manier waarop informatie wordt georganiseerd en opgeslagen
cognitieve schema’s
bundels van informatie over samenhangende gebeurtenissen
cognitieve operaties
alle processen die uitgevoerd worden op informatie die ons bereikt
cognitieve producten
het resultaat van cognitieve verwerking
tough listing methode
methode waarbij het kind aangemoedigd wordt om gedurende een korte tijd zijn gedachten op papier te noteren, terwijl hij de opdracht uitvoert
stimuluscontrole
het vermijden van situaties en ze actief wijzigen of te leren gradueel met de situatie om te gaan
zelfinstructiemethoden
met behulp van interne spraak eigen gedrag en gevoelens beïnvloeden
stressinoculatietraining
een vorm van stressreducerende interventie waarbij deelnemers wordt geleerd stress te beheersen door vooraf te oefenen. speelt zich af binnen drie fasen
educatieve fase
disfunctionele gedachten, gedragingen en gevoelens leren herkennen
aanleerfase
andere zelfspraak en gedrag ontwikkelen
toepassingsfase
oefenen van nieuwe zelfspraak en gedrag in realistische situaties
koning eenoog
selectieve aandacht voor spanningsverhogende prikkels
gevangen zijn
interpretatie van de situatie als een gevaar, bedreiging of onoplosbaar probleem
vergrootglas
selectieve abstractie van één element van de ervaring
etiketten plakken
in twee categorieën denken (dichotomiseren)
waarzegger
overgeneraliseren, minimaliseren van positieve elementen en overdrijving van negatieve elementen
koppige ezel/ IK de grote zijn
personaliseren, verantwoordelijk voelen. Egocentrisch interpreteren van gebeurtenissen en gedrag van anderen als rechtstreeks betrokken op jezelf
schematherapie
behandeling die gericht is op het herkennen van nare gevoelens en hardnekkige gedragspatronen om dit te veranderen
persoonlijke alliantie
de interpersoonlijke relatie tussen therapeut en de client
taakgerelateerde alliantie
structuur en planning van de behandeling en oriëntatie van de doelen
dialectische gedragstherapie
ontwikkeld voor groepen patiënten die hete nagenoeg opgegeven hebben (suïcidaal), maar daarnaast ook veel weerstand kunnen vertonen tegen alle vormen van behandeling
socratisch motiveren
hiermee kun je de motieven van de client duidelijk maken, zonder een waardeoordeel te hechten aan het probleem
zelfdeterminatietheorie
theorie die er vanuit gaat dat intrinsiek gemotiveerd gedrag wordt gestuurd door drie basisvoorwaarden: competentie, autonomie en verbondenheid
competentie
er moeten realistische, aantrekkelijke en uitdagende doelstellingen geformuleerd worden waaruit blijkt dat verandering mogelijk is
autonomie
adolescenten willen betrokken worden bij beslissingen
verbondenheid
de therapeut is empathisch en respectvol richting de adolescent
therapietrouw
het gewillig en blijvend volgen van de behandeling door een client
taxatie
test, zelfrapportage of beoordelingsschalen en de beoordeling van wat er tijdens de sessie gebeurt. gericht op het kind en interactie tussen ouders en kinderen
systeemtherapie
Een manier van behandelen waarbij, naast de aangemelde persoon van begin af aan andere gezinsleden kunnen worden betrokken
acceptance and commitment therapy
therapie die ervan uitgaat dat psychopathologie zich ontwikkelt als gevolg van problematische pogingen om controle te krijgen over ongewenste ervaringen en gevoelens; helpt cliënten een meer accepterende houding aan te nemen ten opzichte van ongewenste ervaringen
compassion focused therapy (CFT)
leren met meer mededogen naar jezelf te kijken
attachment Based family therapy (ABFT)
herstellen van veilige gechechtheidsbasis in het gezin
cognitive bias modification (CBM)
therapie die focust op het causale effect tussen vertekende informatieverwerking en maladaptieve gedachten en gevoelens
goed onderbouwde behandeling
behandeling waarvan is aangetoond dat die beter is dan een psychologisch placebo, een pil of een andere behandeling. bewijsmateriaal moet afkomstig zijn van minstens twee verschillende onderzoeksteams
vermoedelijke werkzame behandeling
behandeling waarvan alleen is aangetoond dat die slechts beter is dan een wachtlijst-of controleconditie zonder behandeling. effecten hoeven slechts door 1 team bevestigd te worden
experimentele behandeling
behandeling waarvan nog niet is aangetoond dat die vermoedelijk werkzaam is. deze worden toegepast in de klinische praktijk, maar zijn nog niet helemaal geëvalueerd
dodo effect
alle behandelingen zijn gelijk
prescriptief matchen
het behandelprotocol op een flexibele manier individueel aanpassen door bepaalde kenmerken of profielen van de behandelde personen te koppelen met specifieke elementen of onderdelen van een behandeling
modulaire benadering
benadering waarbij het behandelprotocol kan worden aangepast aan clientkenmerken
onderzoekstherapie
therapie voor een relatief homogene groep kinderen die minder ernstige vormen van psychopathologie vertonen en voor enkelvoudige problemen in de behandeling komen
klinische therapie
therapie voor heterogene groepen kinderen die regelmatig voor behandeling worden doorverwezen en die een breed scala aan klinische problemen vertonen
werkzaamheidsonderzoek
wat is het verband tussen de therapeutische methode of behandelstrategie en het eindresultaat
overdraagbaarheidsonderzoek
zou een bepaalde interventie in een echte klinische praktijksetting een veelbelovende oplossing kunnen zijn?
verspreidingsonderzoek
wat is het functioneren van een interventie onder zeer naturalistische condities? hierbij worden therapeuten uit de praktijk ingeschakeld
systeemevaluerend onderzoek
beslissende conclusie of behandelactiviteiten tot positieve uitkomsten kunnen leiden wanneer een systeem geheel op zichzelf staat.