1/11
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
wetenschapsfilosofie
tak van de wijsbegeerte die zich bezighoudt met de interne dynamiek van meestal empirische wetenschappen
logisch positivisme/ logisch empirisme
Stroming in wetenschapsfilosofie die stelt dat kennis alleen mogelijk is van empirische feiten en dat de taak van de filosofie erin bestaat door middel van logische analyse de relaties tussen feiten te verduidelijken
verificatieprincipe
principe van Wiener Kreis: een uitspraak heeft maar betekenis wanneer ze ofwel empirisch verifieerbaar is, ofwel op basis van logica waar is
context of discovery en context of justification
Hans Reichenbach maakt onderscheid tussen ontdekkingscontext (vaak obv toeval/geluk) en rechtvaardigingscontext (wel obv logica) -> wie wanneer een ontdekking maakte doet er niet toe, slechts de rechtvaardiging is van belang.
kritisch rationalisme
stroming in 20ste-eeuwse wetenschapsfilosofie die stelt dat wetenschappelijke uitspraken nooit definitief bevestigd kunnen worden, maar dat dat wetenschappelijke vooruitgang tot stand komt door reeds geformuleerde theorieën & hypothesen aan pogingen tot falsificatie te onderwerpen (Cf. Popper)
inductie en deductie
methode waarbij algemene kennis wordt afgeleid uit particuliere observaties (inductie) <-> methode waarbij een feit wordt afgeleid uit een andere stelling of feit (vaak uit een algemene regel) (deductie)
falsificatieprincipe
een theorie is pas wetenschappelijk wanneer duidelijk is in welke empirische omstandigheden de theorie als weerlegd mag gezien worden, wat ook inhoudt dat wetenschap niet moet zoeken naar bevestiging maar net naar de weerlegging.
corroboratie
proces waarbij een wetenschappelijke theorie bekrachtigd wordt doordat zij pogingen tot falsificatie doorstaat
demarcatiecriterium
criterium dat toestaat om wetenschappelijke uitspraken & theorieën te onderscheiden van niet-wetenschappelijke
wetenschappelijk paradigma
bestaat uit centrale theorieën, meetinstrumenten, metafysische veronderstellingen en waarden waarrond consensus heerst in de onderzoeksgemeenschap en dat door een bepaald paradigma wordt geïnspireerd
wetenschappelijke revolutie
periode gecontrasteerd met paradigmatische periodes (waarin relatieve stabiliteit heerst over opvattingen), waarin bepaalde paradigmata als achterhaald worden beschouwd en er dus een overgang komt tot nieuwe paradigmata
incommensurabiliteit
het ontbreken van een gemeenschappelijke maatstaf om twee theorieën met elkaar te vergelijken, omdat de feiten waarover ze spreken slechts betekenis hebben in de context van de verschillende theorieën in kwestie