stilistische middelen Grieks

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/26

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:18 PM on 1/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

27 Terms

1
New cards

alliteratie

de gelijkheid van beginmedeklinkers bij twee of meer woorden die dicht bij elkaar staan

2
New cards

anafora

de herhaling van een tekstelement aan het begin van opeenvolgende (delen van) zinnen

3
New cards

antithese

het dicht bij elkaar geplaatst staan van inhoudelijke tegengestelde begrippen

4
New cards

asyndeton

de opeenvolging van twee of meer tekstelementen zonder verbindingswoord

5
New cards

chiasme

de kruisgewijze plaatsing van grammaticaal en/of inhoudelijke gelijkwaardige tekstelementen (a,b,b,a)

6
New cards

climax

een reeks van tenminste drie tekstelementen met een steeds sterker wordende inhoud

7
New cards

eufemisme

een weergave van een negatief geladen begrip door een verzachtende aanduiding

8
New cards

sentetia

een algemeen geldende uitspraak

9
New cards

hypallage

een bijvoeglijk naamwoord congrueert met een ander zelfstandig naamwoord dan waarbij het qua betekenis past

10
New cards

hyperbaton

tussen woorden die een grammaticale eenheid vormen, staan een of meer woorden die geen deel uitmaken van deze grammaticale eenheid

11
New cards

hyperbool

overdrijving

12
New cards

litotes

de ontkenning van een begrip om het tegendeel te benadrukken (niet weinig)

13
New cards

metafoor

de vervanging van een begrip door een begrip dat daar een gelijkenis mee vertoont. het verschil met het stilistische begrip vergelijking is dat bij een metafoor alleen het beeld wordt genoemd (dus zonder ‘als’, ‘zoals’, ‘gelijk aan’ etc.

14
New cards

metonymia

de vervanging van een begrip door een begrip dat daarmee te maken heeft maar er geen gelijkenis mee vertoont

15
New cards

paradox

een schijnbare tegenstrijdigheid

16
New cards

parallellisme

de onderdelen van twee of meer grammaticaal en/of inhoudelijke gelijkwaardige tekstelementen staan in dezelfde volgorde (a,b,a,b)

17
New cards

personificatie

een vorm van beeldspraak waarbij levenloze dingen, voorwerpen of abstracties, als levende wezens worden voorgesteld of eigenschappen daarvan toebedeeld krijgen

18
New cards

pleonasme

het begrip toekennen van een kwalificatie die reeds in het begrip zelf besloten ligt

19
New cards

polysyndeton

de opeenvolging van twee of meer tekstelementen binnen een zin die telkens door een nevenschikkend voegwoord met elkaar verboden zijn

20
New cards

retorische vraag

een vraag waarbij het niet de bedoeling van de vragensteller is dat er een antwoord gegeven wordt

21
New cards

tautologie

het nevenschikkend herhalen van een begrip in andere woorden

22
New cards

tricolon

een opsomming die bestaat uit drie delen

23
New cards

vergelijking

een begrip wordt vergeleken met een ander begrip (met gebruik van ‘als’, ‘zoals’ en ‘gelijk aan’ etc.

24
New cards

dichterlijk meervoud

het gebruik van meervoud van een zelfstandig naamwoord waar een enkelvoud begrepen moet worden

25
New cards

enjambement

het doorlopen van een syntactische eenheid voorbij het einde van een versregel, waarbij niet meer dan twee woorden van de syntactische eenheid op de volgende regel staan

Bezing me, Muze, de listige man, die zeer veel

zwierf

26
New cards

homerische vergelijking

een vergelijking waarbij het beeld uitvoerig wordt uitgewerkt

27
New cards

patronymicum

persoonsaanduiding die is afgeleid van de naam van de (groot)vader