Assessment H10 - deel 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/52

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:41 PM on 4/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

53 Terms

1
New cards

Welke verklaring voor cognitieve geslachtsverschillen wordt vaak geprefereerd

Sociale en culturele verklaringen worden vaak geprefereerd omdat ze als meer beïnvloedbaar worden gezien dan biologische verklaringen.

2
New cards

Waarom zijn sociale verklaringen moeilijk te isoleren

Omdat genen, omgeving en sociale factoren voortdurend met elkaar interageren.

3
New cards

Wat stelt het biopsychosociaal model

Gedrag en cognitieve verschillen ontstaan uit interactie tussen biologische, psychologische en sociale factoren.

4
New cards

Wat is de centrale idee van het biopsychosociaal model

Nature en nurture werken continu samen en zijn niet te scheiden.

5
New cards

Wat zegt recent neuropsychologisch onderzoek over hersenen

Hersenen zijn flexibel en beïnvloedbaar door ervaring.

6
New cards

Wat betekent dit voor cognitieve verschillen

Omgeving kan vaardigheden versterken of verzwakken.

7
New cards

Waarom is deterministisch denken problematisch

Omdat het hersenen te vast voorstelt terwijl ze plastisch en veranderbaar zijn.

8
New cards

Wat is de relatie tussen genen en omgeving

Ze beïnvloeden elkaar voortdurend in een dynamische interactie.

9
New cards

Wat is een sociale verklaring van Summers voor STEM-verschillen

Verschillen in interesses tussen mannen en vrouwen.

10
New cards

Wat zou Summers voorspellen als hij gelijk heeft

Meer mannen in STEM door interesseverschillen ondanks gelijke vaardigheden.

11
New cards

Wat vond de SMPY-studie over interesses

Zelfs bij gelijke capaciteit kiezen mannen vaker STEM en vrouwen vaker andere richtingen.

12
New cards

Wat is het interesseverschil volgens SMPY

Mannen: dingen en ideeën, vrouwen: mensen en relaties.

13
New cards

Wat is belangrijk om te benadrukken bij interesseverschillen

Het gaat om gemiddelde tendensen, niet absolute verschillen.

14
New cards

Is het verschil in interesses volledig verklaard

Nee, oorzaak (biologisch of cultureel) is niet duidelijk.

15
New cards

Wat toont de correlatie tussen gender gap index en STEM-keuze

In landen met meer gendergelijkheid kiezen relatief minder vrouwen voor STEM.

16
New cards

Wat betekent een negatieve correlatie hier

Hoe gelijker het land, hoe minder vrouwen in STEM relatief.

17
New cards

Wat is mogelijke verklaring 1 voor dit effect

In rijkere landen kiezen vrouwen vaker familie en interesses boven carrièredruk.

18
New cards

Wat is mogelijke verklaring 2 voor dit effect

In armere landen is STEM economisch noodzakelijker.

19
New cards

Wat vond Hyde over sekseverschillen

Er zijn duidelijke opvoedings- en socialisatieverschillen tussen jongens en meisjes.

20
New cards

Hoe beïnvloeden ouders gedrag van kinderen

Jongens krijgen vaker analytische uitleg, meisjes minder.

21
New cards

Wat is stereotype ontwikkeling bij kinderen

Kinderen nemen ideeën over gender en vaardigheden over uit hun omgeving.

22
New cards

Hoe verschillen jongens en meisjes in spelgedrag

Jongens spelen vaker buiten en exploreren meer.

23
New cards

Wat is stereotyperingseffect in wiskunde

Meisjes geloven vaker dat ze minder goed zijn in wiskunde.

24
New cards

Wat is stereotype threat

Prestatiedaling door bewustzijn van negatief stereotype over je groep.

25
New cards

Wat toont stereotype threat experiment

Vrouwen presteren slechter wanneer gender benadrukt wordt.

26
New cards

Wat toont hetzelfde effect bij Aziatische vrouwen

Ze presteren beter wanneer hun etnische identiteit wordt benadrukt.

27
New cards

Wat is kritiek op stereotype threat onderzoek

Effect is minder duidelijk in echte hoge-stakes situaties.

28
New cards

Waarom kan stereotype threat toch relevant zijn

Zelfselectie kan optreden: mensen vermijden moeilijke domeinen.

29
New cards

Wat is een vroege gedragsverschilobservatie

Jongens tonen vaker normoverschrijdend gedrag op jonge leeftijd.

30
New cards

Wat is verschil tussen distale en proximale factoren

Distale zijn onderliggende oorzaken, proximale zijn directe leerervaringen.

31
New cards

Kunnen genetische en omgevingsfactoren overlappen

Ja, genetische aanleg kan via gedrag omgevingsverschillen veroorzaken.

32
New cards

Wat is biologische evolutionaire verklaring

Cognitieve verschillen ontstaan door evolutie en aanpassing.

33
New cards

Wat is ruimtelijke verklaring in evolutie

Mannen ontwikkelden ruimtelijke vaardigheden door jachtactiviteiten.

34
New cards

Wat is verbale/sociale verklaring in evolutie

Vrouwen ontwikkelden sociale en verbale vaardigheden door groepsleven.

35
New cards

Wat is probleem met evolutionaire verklaringen

Ze zijn moeilijk empirisch te bewijzen.

36
New cards

Wat is sociale evolutionaire verklaring

Geslachtsrollen in samenleving veroorzaken verschillen in vaardigheden.

37
New cards

Hoe blijven sociale verschillen bestaan

Door rolverdeling en herhaling over generaties.

38
New cards

Wat is interactie tussen genetisch en sociaal

Genetische voorkeuren beïnvloeden gedrag dat sociale ervaring vormgeeft.

39
New cards

Bestaan er “mannelijke” en “vrouwelijke” hersenen

Niet als strikte categorieën, maar er zijn wel gemiddelde verschillen.

40
New cards

Wat tonen hormoonstudies bij dieren

Hormonen kunnen ruimtelijke en exploratieve vaardigheden beïnvloeden.

41
New cards

Wat is congenital adrenal hyperplasia effect

Hogere mannelijke hormonen bij vrouwen leiden tot meer ruimtelijke vaardigheden.

42
New cards

Wat gebeurt bij hoge oestrogeenniveaus

Verbale vaardigheden verbeteren, maar mentale rotatie kan dalen.

43
New cards

Wat gebeurt bij testosteron

Kan ruimtelijke vaardigheden verbeteren bij lage niveaus.

44
New cards

Wat tonen hersenstructuurstudies over mannen

Grotere hersenen en meer variabiliteit.

45
New cards

Wat tonen hersenstructuurstudies over vrouwen

Dikkere cortex en meer interhemisferische verbindingen.

46
New cards

Bestaan er “mannelijke hersenen” individueel gezien

Nee, er is grote overlap tussen individuen.

47
New cards

Wat is hersenmozaïektheorie

Iedereen heeft een mix van mannelijke en vrouwelijke hersenkenmerken.

48
New cards

Kun je geslacht voorspellen uit hersenen

Gedeeltelijk ja, maar met overlap en probabilistische nauwkeurigheid.

49
New cards

Wat is algemene conclusie over cognitieve geslachtsverschillen

Geen verschil in g, maar wel in specifieke vaardigheden en interesses.

50
New cards

Wat is belangrijkste empirische bevinding

Gemiddelde verschillen zijn klein en overlappen sterk.

51
New cards

Wat is belangrijkste maatschappelijke implicatie

Geen deterministisch beeld van mannen versus vrouwen.

52
New cards

Wat is beleidsconclusie over gelijkheid

Kansen bieden is belangrijker dan rigide 50/50 verdeling in alle domeinen.

53
New cards

Wat is eindconclusie van hoofdstuk

M en V verschillen niet in algemene intelligentie maar wel in specifieke cognitieve vaardigheden en interesses.