1/84
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
centraal zenuwstelsel CZS
hersenen en ruggenmerg
verwerken van sensorische informatie
impulsen geven aan spieren
hogere functies: intelligentie, geheugen en emoties
perifeer zenuwstelsel
afferente ←> efferente gedeelte
ef: somatisch ←> autonoom zenuwstelsel
verloop doorheen het zenuwstelsel

hersen en ruggenmerg vliezen functie
-Stabiliteit CZS
-Absorberen schokken
-Voeding & O2
-Bekleden de hersenzenuwen en ruggenmergszenuwen
lagen van hersenen en ruggenmerg vliezen
-epidurale ruimte (alleen bij het ruggenmerg) (bevat vetweefsel) (verdoving van het ruggenmerg)
-dura mater = buitenste deklaag CZS / 2 lagen + durale sinus (hersenvloeistof in)
-subdurale ruimte (niet ontwikkeld)
-arachnoïdea
-subarachnoïdale ruimte (cerebrospinale vloeistof dat gemaakt is in 3e en 4e ventrikel)(ontwikkeld)
-pia mater, bloedvoorziening hersenschors
Ruggenmerg
31 segmenten
45cm lang
dorsale en ventrale wortels (sensorische en motorische neuronen)
eindigt bij L1/L2

Cauda equina
= onderdeel onder het ruggenmerg dat bestaat uit een bundel van losse zenuwwortels (soort paardenstaart)

foramina intervertebrale
= openingen tussen twee wervels waar de spinale zenuwen uit het wervelkanaal treden

dorsale ←> ventrale wortel
komt langs achter aan in de grijze stof ←> komt langs voor aan in de grijze stof
functionele organisatie van cellen in de grijze stof

Reflexboog in stappen
aankomst prikkel + activering van je zintuig (receptor)
sensorisch neuron activeren (dorsale wortel)
verwerken info CZS (grijze stof, in schakelneuron)
motorisch neuron activeren (ventrale wortel)
reactie door effector
collaterale tak gaat gevoel doorgeven aan je hersenen (via witte stof) (essenderende en assenderende info)

functionele organisatie in de witte stof
blauw = stijgende banen → info naar de hersenen
spinothalamische banen
dorsale kolommen
spinocerebellaire banen
rood = dalende banen → hersenen naar lichaam
corticospinale banen
Rubrospinaal banen
Reticulospinaal banen
Vestibulospinaal banen
Tectospinaal banen

communicatie CZS en PZS en organen
sensibel = spinothalamische en spinocerebellaire banen en de dorsale kolom
motorisch = corticospinale baan en mediale en laterale banen
cerebrum
onderdeel hersenen
grote hersenen
2 hersenhelften die verbonden zijn (rechter en linker hemisfeer)
kwabben
frontaal, temporaal, occipitaal en partiële

cortex cerebri
= dun geplooid laagjegrijze stof, hersenschors
buitenste laag van de grote hersenen
bevat:
Gyri = hersenwindingen (de “heuvels”)
Sulci = groeven
Fissuren = diepe groeve
primaire sensorische en primaire motorische
centrale sulcus en de laterale sulcus
belangrijkste groeven in de hersenen
grenzen tussen de grote hersengebieden
centrale = verticaal
laterale = horizontaal

longitudinale fissuur/ fissura longittudinalis
diepe spleet die de grote hersenen in een linker en rechter hemisfeer verdeelt

pons
onderdeel van de hersenstam
brug tussen verschillende hersengebieden

cerebellum
de kleine hersenen
fijne motoriek regelen
achter in de schedel + onder grote hersenen en achter de hersenstam

medulla oblongata
onderste deel van de hersenstam
overgang tussen ruggenmerg en hersenen

diencephalon
integratie bewuste en onbewuste sensorische en motorische impulsen
thalamus
hypothalamus (hypofyse)
epithalamus (epifyse)


truncus cerebri
= hersenstam
middenhersenen (mesencephalon)
pons
medulla oblongata (verlengde merg)

thalamus
grote bol vanboven van diencephalon
schakelcentrum sensorisch info


hypothalamus
= onderdeel hypofyse
centrale schakelpost diep in de hersenen

epithalamus
= onderdeel epifyse

colliculis superioris
bovenste onderdeel van de middelhersenen

colliculis inferioris
rechts middelste onderdeel van de middenhersenen

pedunculi cerebellares
links middelste onderdeel van de middenhersenen

ventrikels van de hersenen
4 interne holten
2 laterale ventrikels (hemisferen cerebrum)
3e ventrikel (diencephalon)
4e ventrikel pons / medulla obl.

Cerebrospinale vloeistof
liquer
schokbreker
voeding/afval/hormonen
Circuleert ventrikels & subarachnoïdaal
overtollig liquor in veneuze circulatie

plexus choreoïdus
onderdeel in 3e en een in 4e ventrikel
produceert hersenvocht
netwerk van bloedvaten

granulationes arachnoideales
kleine uitstulpingen van het arachnoïd
cruciale rol in de afvoer van hersenvocht

basale kernen
= dieper hersenstructuren van de de grijze stof
Nucleus caudatus = boogvormig + soort van staart
Nucleus lentiformis = bol in het midden
Globus pallidus
Putamen
Amygdala = aan uiteinde van de starat een heel klein bolletje, hoort bij lymbisch systeem

Hersenzenuwen
= 12 stuks
sensibel, motorisch of gemengd + autonome vezels

Olfactorius (N1)
speciaal sensibel, hersenzenuw
reukepitheel
Opticus (N2)
speciaal sensibel, hersenzenuw
netvlies van oog
Oculomotorius (N3)
motorisch, hersenzenuw
onderste mediale bovenste rechte oogspier, onderste schuine ook en intrinsieke spieren van het oog
Trochlearis
N4, motorisch, hersenzenuw
bovenste schuine oogspier
Trigeminus
N5, gemengd, hersenzenuw
tanden, lippen, tandvlees,…, kauwspieren
Abducens
N6, geemengd, hersenzenuw
laterale rechte oogspier
Facialis
N7, gemengd, hersenzenuw
smaakzintuigen van de tong, spieren van gelaatsuitdrukkingen
Vestibulocochlearis
N8, speciaal senisbel, hersenzenuw
slakkenhuis en vestibulum
Glossopharyngeus
N9, gemengd, hersenzenuw
tong, keelholte, oorspeekselklier
Vagus
N10, gemengd, hersenzenuw
keel, oorschelpen, borst, buik, bekken
Accessorius
N11, motorisch, hersenzenuw
omgeving gehemelte
Hypoglossus
N12, motorisch, hersenzenuw
tongspieren (verbonden met)
Ruggenmergzenuwen
- C1 – C8
- T1 - T12
- L1 – L5
- S1 – S5
plexis cervicalis
ruggenmergzenuwen C1 tot C5
halspieren en diafragma
n.phrenicus
andere takken

Plexus brachialis
ruggenmergzenuwen C5 tot T1
~ schoudergordel & armen
n.axillaris
n.musculotaneus
n.medianis
n.radialis
n.ulnaris

Plexus lumbalis
-n. femoralis (quadriceps)
-n. obturatorius: adductoren b.been
-n. femoralis cutaneus lateralis

Plexus lumbosacralis
-n. ischiadicus
-n. gluteus

Plexus sacralis
n.pudendus

n.ischiadicus
= onderdeel van plexus lumbosacralis
L4-S3 (plexus lumbosacralis)
Splitsing superieur van de fossa poplitea
n. tibialis
n. peroneus communis
n. peroneus superficialis (laterale compartiment)
n. peroneus profundus (anterieure compartiment)

Parasympatisch zenuwstelsel
onderdeel autonoom zenuwstelsel
input —> afferente banen
ontspanning en spijsvertering
preganglionaire neuronen vanuit de hersenstam (oculomotorius, fascialis glossopharyngeus en vagus) en het sacrale ruggenmerg (S1 – S4) verbonden met het doelorganen (terminaal ganglion)

Sympatisch zenuwstelsel
onderdeel autonoom zenuwstelsel
‘waakzaamheid’ : fright, flight en fight
preganglionaire neuronen zijn vanuit het ruggenmerg (T1 – L2) via postganglionaire (perifere ) neuronen verbonden met somatische structuren (huid) en viscerale organen

autonoom zenuwstelsel effecten

palpebra
ooglid
pupil
middenste zwart van je oog
accesore structuur van het oog
sclera
wit van het oog
accesore structuur van het oog
iris
het gekleurde van je oog (oogkleur bepalen)
accesore structuur van het oog
glandula lacrimalis
accesore structuur van het oog
tussen ooglid en wenkbrauw
traanbuisjes die vocht naar het oog brengen

bovenste en onderste traanbuis + traanzak
gaat naar neusholte verticaal

n.opticus
tweede hersenzenuw en voert zuiver sensorische informatie (zicht) van het oog naar de hersenen
bundel van axonen van de ganglioncellen van het netvlies

extrinsieke oogspieren

m.constrictor pupillae
= pupilspier
concentrische ringen rond de pupil
contractie = vernauwen pupil
toegenomen lichtintensiteit + toegenomen prikkeling van parasympatische zenuwstelsel

m. dilatator pupillae
radiaal gelegen , pupilspier
radiaal uitstrekken vanaf de rand van de pupil, contractie verwijdt de pupil
afnemen lichtintensiteit + toegenomen prikkeling van sympatisch zenuwstelsel

anatomie oog

anatomie van het oor
