1/83
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
résoudre
oplossen
rire
lachen
sourire
glimlachen
rompre
verbreken
interrompre
onderbreken
savoir
weten, kunnen (door te leren)
suffire
volstaan, voldoende zijn
suivre
volgen
se taire
zwijgen
tenir
houden, vasthouden
entretenir
onderhouden
obtenir
bekomen
retenir
onthouden, vasthouden
soutenir
steunen
vaincre
overwinnen
convaincre
overtuigen
valoir
waard zijn
venir
komen
devenir
worden
intervenir
tussenbeide komen
revenir
terugkomen
se souvenir de
zich herinneren
vivre
leven
survivre
overleven
voir
zien
prévoir
voorspellen
revoir
herzien, weerzien
vouloir
willen
avoir
hebben
être
zijn
avancer
vooruitgaan, vorderen
manger
eten
acheter
kopen
appeler
roepen, opbellen, noemen
jeter
gooien, weggooien
espérer
hopen
appuyer
steunen
finir
eindigen, beëindigen
partir
vertrekken
rendre
teruggeven
recevoir
krijgen, ontvangen
aller
gaan
s'asseoir
gaan zitten
battre
slaan, kloppen, verslaan
boire
drinken
bouillir
koken (van vloeistoffen)
conclure
besluiten
conduire
voeren, besturen, brengen
connaître
kennen
naître
geboren worden
courir
lopen, rennen
croire
geloven
cueillir
plukken
devoir
moeten
dire
zeggen
écrire
schrijven
envoyer
zenden, verzenden
faire
maken, doen
falloir
moeten
fuir
vluchten
joindre
samenvoegen
lire
lezen
mettre
plaatsen, zetten, leggen, aandoen
mourir
sterven
ouvrir
openen
plaindre
beklagen
plaire à
aanstaan, bevallen
pleuvoir
regenen
pouvoir
mogen, kunnen
prendre
nemen
résoudre
oplossen
rire
lachen
rompre
verbreken
savoir
weten, kunnen
suffire
volstaan
suivre
volgen
se taire
zwijgen
tenir
houden, vasthouden
vaincre
overwinnen
valoir
waard zijn
venir
komen
vivre
leven
voir
zien
vouloir
willen