1/169
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
TBL
John Elkington (1994)
Triple Bottom Line, een framework dat prestaties meet op basis van de 3P’s
7 veranderingen
Markten: van gesloten naar open concurrentie
Waarden: van harde naar zachte waarden
Transparantie: wat eerst bedrijfsgeheim was is nu open informatie
PCL: eerst innoveren voor winst, nu voor
waardecreatie
Partners: vroeger concurrentie, nu partnerships
Tijd: producten gaan mee op KT, gaan nu mee op LT
Governacne: van sharholder naar stakeholder
perspectie

Global Ethical Trilemma
Jan Otto Andersson (2020)
Het is onmogelijk voor bedrijven om de 3P’s te maximaliseren, vaak op 2 focussen en 3e opofferen

Eco-efficiënt kapitalisme (negeert rechtvaardigheid)
BV. Lage-emissiezones (LEZ)
Doel: schone lucht en nieuwe auto’s verkopen
Gevolg: sociale uitsluiting van lagere inkomens
Conclusie: groen is niet altijd sociaal rechtvaardig

Globale sociale democratie (negeert ecologie)
BV. Ryanair (“Lowest fares in Europe, making travel affordable for everyone”)
Doel: iedereen toegang tot vliegvakantie
Gevolg: meer vluchten leiden tot hogere ecologische druk
Conclusie: traditionele groei verhoogt toegang, soms ten koste van de planeet

Rood- Groen planetarisme (negeert economische groei)
BV. Van hebzucht naar behoeft
Beperk productie tot stikt noodzakelijke
Stoppen met economische groei (degrowth)
probleem: levensvatbaar voor bedrijven die winst nodig hebben voor innovatie?
Strategie voor duurzame bedrijfsvoering
Wat bedrijf moet doen om maatschappelijk relevant te blijven
→ balans zoeken tussen 3P’s ⇒ balans verschilt per organisatie

Caroll’s piramide
→ bedrijf kan zien of ze ruimte hebben om op zoek te gaan naar die balans
→ 4 hiërarchische verantwoordelijkheden:
filantropisch
ethisch
juridisch
economisch
⇒ moet winstgevend zijn, wetten voldoen, ethisch zijn en maatschappelijke verwachtingen doen
Benaderingen duurzaamheid
Passieve houding
doen enkel het bare minimum (door wet voorgeschreven)
duurzaamheid = kost
Pro-actieve houding
continu op zoek naar strategisch meerwaarde van duurzaamheid ⇒ The search for an USP (Unique Selling Point)
duurzaamheid = profit driver
Maturiteit levels
Manieren hoe bedrijven omgaan met duurzaamheid binnen hun bedrijfsvoering

Losstaande inspanningen (maturiteitslevel1)
Nadelen:
Ad-hoc inspanningen: onvoorziene, eenmalige inspanning die wordt geleverd om specifiek, acuut probleem op te lossen
Kans op (niet-intentionele) greenwashing: onbewust als gevolg van een inconsistente bedrijfsvoering
☆ Greenwashing = een bedrijf die zich milieuvriendelijker voordoet dan ze
zijn, als dit bewust wordt gedaan is dit strafbaar

Afdeling duurzaamheid (maturiteitslevel 2)
Voordeel:
Verhoogde focus op duurzame inspanningen
Nadeel:
Te laag draagvlak en interne frustraties (omdat maar 1 afdeling zich erop focust)

Geïntegreerde duurzame bedrijfsvoering (maturiteitslevel 3)
= heldere + duidelijke duurzaamheidsstrategie van bedrijf gekoppeld met uitgeschreven beleidsdocumenten (incl. maatregelen, targets, metrics)
Voordelen:
sturing op duurzaamheid vanuit C-level
geïntegreerde aanpak = iedereen draagt bij aan de sustainability goals
synergievoordelen (= 'extra' waarde die wordt gecreëerd bij een overname)

Bouwstenen
worden gebruikt om duurzaamheid te integreren binnen de bedrijfsvoering
→ de pijlen tonen aan dat de bouwstenen op elkaar afgestemd moeten zijn, je moet dus kijken dat als je iets wilt doen dit past bij je strategie en bij je proces

Bouwsteen 1: strategie
→ wat betekent duurzaamheid voor onderneming ifv bedrijfsstrategie en bijhorend beleid
→ duurzaamheid moet waarde toevoegen of risico’s verminderen voor strategische positie bedrijf
→ analyses:
stakeholderanalyse
analyse waardeketen
DMA
→ opzetten beleid: klimaatbeleid, afvalbeleid, aankoopbeleid, …
verschil beleid en strategie
beleid = beschrijft wat je wilt bereiken + algemene keuzes die je maakt om dat te bereiken ⇒ geeft richting aan beslissingen
strategie = beschrijft hoe je beleid realiseert ⇒ concrete aanpak om beleidsdoelen te halen
BV. strategie verkeersveiligheid verbeteren
investeren in betere fietspaden
campagnes over verkeersveiligheid
gevaarlijke kruispunten aanpakken

Bouwsteen 2: processen + planning
⭢ Borgen van duurzaamheid in organisatie- en sturingsmodel + opstellen ⭢ Roadmaps in lijn met gewenste beleid
⭢ Dataverzameling en controleprocessen
Integratie (duurzaamheids)processen in bedrijfsvoering:
duurzaamheidstopics opnemen in overlegmomenten en management-processen
opzetten duurzaamheids-KPI’s binnen elke laag organisatie
vaststellen rollen en verantwoordelijkheden
verloning gekoppeld aan ESG-targets
periodiek uitvoeren van een DMA
Dataverzameling en controleprocessen

Bouwsteen 3: duurzaamheidsprojecten
⭢ projectmanagement: analyse + implementatie actieplannen
⭢ van baseline (waar we vandaag staan) naar doelstellingen (ambities) met
actieplannen (hoe tot doelstellingen geraken)
⭢ KT en LT actieplannen
⭢ nulmetingen
⭢ opzetten van databeheer (keuze datapunten en definiëren
verantwoordelijkheden)

Bouwsteen 4: communicatie
Nood aan zowel interne als externe communicatie
ESG (Environmental, Social en Governance)
Verwijst naar brede kader van thema’s rond milieu, sociaal beleid en goed bestuur waarmee je aan de slag gaat als organisatie
ESG-data: datasets die organisatie gebruiken om impact op milieu, maatschappij en bestuur te meten, monitoren en rapporteren
ESG-rapportering: analyse en rapportage prestaties op ESG-thema’s
ESG-ratings

Duurzaamheidsverslag
doel om open en transparant te communiceren over ESG-inspanningen
Verduurzamingsgolf
bedrijven (moeten) evolueren richting geïntegreerde duurzame bedrijfsvoering ⇒ gevolg van 2 grote evoluties

Belang stakeholdersmanagement
Cruciaal voor succes van projecten en organisaties door draagvlak te creëren, weerstand te verminderen en risico’s te minimaliseren
⭢ helpt bij identificeren en in kaart brengen van belangen ⇒ leidt tot betere besluitvorming, vertrouwen en grotere kans op behalen van doelstellingen
shareholders vs. stakeholders
economie is geëvolueerd van shareholders economie naar stakeholders economie
Shareholder economie/ Friedman doctrine (Milton Friedman (1970))
Voornaamste verantwoordelijkheid van onderneming = waarde voor aandeelhouders maximaliseren
Stakeholder economie (Milton Friedman (1984))
Organisaties moeten waarde creëren voor alle belanghebbenden (medewerkers, klanten, leveranciers, maatschappij), niet enkel aandeelhouders
Kritische stakeholders
Stakeholders steeds kritischer betreffende duurzaamheid, daarom stakeholdermanagement noodzakelijk geworden
Government → overheden maken steeds meer beslissingen op basis van duurzaamheids-parameters
Finance → banken geven voordeligere tarieven op basis van ESG-ratings
HR → werknemers hebben voorkeur voor bedrijven die zich op duurzame manier inzetten
Sales/ marcom → klanten kiezen gemakkelijker voor duurzaamste oplossing, hun hiervan overtuigen is een uitdaging
Operations → het niet duurzaam maken van je operations kunnen hoge kosten met zich meebrengen
MVO (= Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen)
CSR (= Corporate Social Responsibility)
verantwoordelijkheid organisaties om op economische, sociale of ecologische wijze bij te dragen aan maatschappij
→ houden rekening met behoeften stakeholders en acties definiëren die aan behoeften voldoen
⇒ acties gedefinieerd op basis van visie, missie en waarden van bedrijf + moeten worden uitgevoerd door hele organisatie
Evolutie MVO
van liefdadigheid naar geïntegreerde bedrijfsstrategie
Oud idee (John D. Rochefeller (rond 1900))
John vond het zijn ‘goddelijke plicht’ om zo veel mogelijk geld te verdienen, om het vervolgens weg te geven aan goede doelen, educatie, …
MVO (definitie EU (2011))
verantwoordelijkheid ondernemingen voor impact op samenleving
MVO (definitie ISO2600 (2020))
Verantwoordelijkheid voor impact van besluiten door transparant en ethisch gedrag
Nieuw idee
goed doen voor maatschappij moet onderdeel uitmaken van bedrijfsstrategie
voordelen MVO (1)
Beprijzen externaliteiten: het belasten van schadelijke effecten productie, bedrijven moeten verantwoordelijkheid nemen en effecten minimaliseren, kunnen zo prijzen lager houden + competitief blijven
Vormgeven reputatie: consumenten identificeren vaker met waarden bedrijf, sterk MVO-beleid helpt bij opbouwen positieve identiteit, misstappen vernietigen sneller dan ooit door sociale media
Aantrekken investeerders: financiële instellingen + beleggers zoeken vaker naar ‘groene’ investeringen + bedrijven die duurzame KPI’s (Key Performance Indicators) hanteren
voordelen MVO (2)
Motiveren medewerkers: werknemers meer gemotiveerd wanneer ze kunnen identificeren met MVO-activiteiten van werkgever, verhoogt niet alleen productiviteit, ook dat talent langer bij bedrijf blijft
Versterken stakeholderrelaties: door actief luisteren naar stakeholders, kunnen bedrijven betere producten ontwikkelen die aansluiten bij behoeften van markt + effectieve risicomanagement toepassen
relatie met duurzame bedrijfsvoering
MVO = de visie en verantwoordelijkheid
vooral een normatief kader: hoe hoort een bedrijf zich te gedragen? Het bevat vaak beleid, gedragscodes, initiatieven en rapportages.
Duurzame bedrijfsvoering = uitvoering en verankering
gaat een stap verder en is concreter, gaat over hoe duurzaamheid structureel wordt ingebouwd in dagelijkse bedrijfsprocessen en strategie
→ bedrijf kan MVO goed overkomen, maar pas echt duurzaam zijn als die
principes zijn doorvertaalt naar kern bedrijfsvoering
Verduurzamingsgolf - wetgeving
→ SDG's set 17 mondiale doelen voor duurzame ontwikkeling
→ Klimaatakkoord van Parijs is een specifiek, juridisch bindend akkoord dat
zich richt op de strijd tegen klimaatverandering
⇒ doel = opwarming van aarde te beperken tot ruim onder de
2°𝐶, en bij voorkeur 1,5°𝐶.
→ De verhouding is dat SDG 13 (klimaatactie) een integraal onderdeel is
van de bredere SDG-agenda, en het Parijse akkoord is een belangrijk
instrument om de klimaatdoelstellingen van de VN te realiseren.

SDG’s (Sustainable Development Goals)
→ 17 mondiale doelen voor duurzame ontwikkeling

COP30 (=30ste Conference of the Parties) (Nov. 2025)
tegen 2035 moet kloof van 50% gedicht worden om opwarming van aarde tegen te gaan

Reden voor kloof 50% (1)
onvoldoende ambities voor emissiereductie (huidige daling is 10% tegen 2035, moet 60% zijn om doelen van Parijs te halen)
onzekerheid anderhalvegraaddoelstelling, doel van 1,5 graad moet binnen bereik blijven = impliciete erkenning dat grens komende decennium worden overschreden
Reden voor kloof 50% (2)
Geen stappenplan voor fossiele brandstoffen: De grootste ontgoocheling is ontbreken van concreet stappenplan (roadmap) om gebruik van olie, gas en steenkool af te bouwen.
Budget klimaatadaptatie x3 tegen 2035 voor het globale Zuiden =>Dit lost de ‘splijtzwam’ van COP29 op: eindelijk financiële zekerheid voor de landen die de gevolgen nu al voelen, los van emissiereducties (mitigatie)

Economische realiteit (1)
Economische afhankelijkheid van grootmachten: Landen als China en India blokkeerden het stappenplan. China, nog voor een groot deel afhankelijk van steenkool stelde voor om de focus te verleggen naar hernieuwbare energie ipv een strikt tijdspad voor de afbouw van fossiele brandstoffen
Financiële barrières voor ontwikkelingslanden: Veel Afrikaanse landen steunen idee van snelle afbouw wel, maar weigerden zich vast te leggen op stappenplan omdat ze de weg naar groene economie niet kunnen betalen.

Economische realiteit (2)
De spagaat van het gastland: Zelfs gastheer Brazilië worstelt met de balans tussen economische groei en klimaatdoelen.
Bescherming van handelsbelangen: klimaatmaatregelen (zoals de Europese koolstofgrenstaks) mogen geen vorm van economische discriminatie of handelsbelemmering vormen
EU Green Deal
Hoofddoelen

Regulation vs Directive
regulation = verordening = direct bindend in alle EU-lidstaten (als Europese wet) en is bindend voor de lidstaten waartoe ze gericht zijn
directive = richtlijn = verplicht de lidstaten een doel te bereiken maar laat hen vrij in de wijze van nationale implementatie/ wetgeving, ook bindend voor lidstaten waartoe ze gericht zijn
klimaatbeleid
Europese klimaatwet is belangrijkste wetinstrument van de Green Deal, alle lidstaten verplicht doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050 te halen, belangrijk hierbij is Fit voor 55 (= verschillende wetsteksten, regels en maatregelen om emissies tegen 2030 met 55% te verminderen)

Fit voor 55
zorgt voor kader dat een sociaal rechtvaardige traditie waarborgt, innovatie en concurrentievermogen van EU-industrie versterkt en gelijk speelveld tov marktdeelnemers uit derde landen garandeert. Ook leiderschap EU in mondiale strijd tegen klimaatverandering kracht bijzetten
energie: RED (Renewable Energy Directive)
hernieuwbare energiebronnen inzetten: windenergie, zonne-energie, waterkracht, getijdenenergie, geothermische energie, waterpompen, biobrandstoffen, hernieuwbaar deel van afval

energie: ETD (Energy Taxation Directive)
herziening van energie-belastingrichtlijn, met de bedoeling om ervoor te zorgen dat de meest vervuilende brandstoffen het hoogst belast worden (= belangrijke rol voor groenere toekomst EU), zou producenten, gebruikers en consumenten ertoe moeten aanzetten te kiezen voor duurzame gewoonten


energie: EED (Energy Effiency Directive)
In 2030 op EU-niveau -11,7% tov voorspellingen uit 2020, de herziene EU wetgeving verplicht eindenergieverbruik te doel dalen

energie: uitfasering verbrandingsmotor
auto’s en busjes zijn vernatwoordelijk voor ongeveer 15% van de totale CO2-uitstoot in de EU, de voornaamste broeikasgas

energie: ReFuelEU luchtvaart + FuelEU zeevaart
FuelEU zeevaart verplicht schepen van meer dan 5000 ton bruto die aanmeren aan EUropese havens om hun broeikasgasintensiteit te verminderen
ReFuelEU luchtvaart verplicht leveranciers van luchtvaartbrandstof in de EU om geleidelijk meer duurzame brandstoffen te leveren
energie: AFIR (Alternative Fuels Infrastructure Regulation)
Europese wet die zorgt voor snelle uitrol van oplaad- en tankinfrastructuur voor alternatieve brandstoffen in de EU
BV. om de 60km snelladers op hoofdroutes, transparant tonen van prijzen en ad-hoc betalingsmogelijkheden

CSDR (Corporate Sustainability Reporting Directive)
verplicht bedrijven tot rapporteren over hun ESG-inspanningen


SFRD (Sustainable Finance Disclosure Regulation)
verplicht vermogensbeheerders tot transparantie over ESG-risico’s, beleid en resultaten. Doel is Europese klanten bewust te maken van de impact van beleggingen en financiële producten beter met elkaar te vergelijken op duurzaamheid.

EU-taxonomie
Een classificatiesysteem waarmee kan worden aangegeven of een financieel product of investering duurzaam is. Doel is om het voor investeerders makkelijker te maken te kiezen voor duurzame investeringen.
CSRD vs VSME
CSRD = Corporate Sustainability Reporting Directive
target: large and listed companies
purpose: extensive and detailed framework for ESG reporting
advantage: strategic ESG data collection
VSME = Voluntary standard for SME’s (=KMO’s)
target: smaller companies
purpose: simplified and voluntary framework for ESG reporting
advantage: basic ESG data collection

EU Omnibus - impact op CSRD
voorstel tot vereenvoudiging van de wetgeving omtrent ESG rapportage
Watervaleffect
Indien organisatie niet rechtstreeks rapportageplichtig is onder CSRD, hebben de eisen van stakeholders mogelijks wel directe gevolgen:
groeiende druk vanuit supply chain
behoefte aan transparantie
concurrentiedruk
complexiteit duurzaamheidsthema’s
(langetermijn)voorbereiding
4 fases van stakeholermanagement
We gebruiken stakeholdermanagement om stakeholders te identificeren, analyseren, te betrekken en te beheren ⇒ dit is relationeel en strategisch
→ Cruciaal omwille van 4 redenen:
vergroten van draagvlak
voorkomen van weerstand
betere besluitvorming
risicobeperking

Fase 1 - stakeholder identification
Stakeholder = belanghebbende = alle personen of groepen die invloed hebben op de organisatie of erdoor beïnvloed worden
Soorten:
interne stakeholders: werknemers, management/directie, aandeelhouders, Raaf van Bestuur (RvB), vrijwilligers/stagairs
externe stakeholders (directe relatie): klanten, leveranciers, distributeurs, zakelijke partners, serviceproviders
externe stakeholders (indirecte relatie): belangenorganisaties, media, concurrenten, overheid, onderzoeksinstellingen
stille stakeholders: toekomstige generaties, milieu/natuur, dieren
Fase 2 - stakeholder prioritization
Stakeholder mapping = gedaan met Mendelow Matrix = oefening die helpt bepalen wie stakeholders zijn en hoeveel betrokkenheid, communicatie of aandacht zij nodig hebben ⇒ Door stakeholders in kaart te brengen en te prioriteren, kunt u aandacht op de meest effectieve manier richten.
X-As (= Belang/Betrokkenheid/Interesse)
Hoe hoger de interesse, hoe meer je communicatie en betrokkenheid moet afstemmen op hun specifieke zorgen, wensen of verwachtingen.
Y-As (=Macht/Invloed)
Hoe hoger de macht, hoe belangrijker het is om de stakeholder gericht te managen, relaties op te bouwen en eventuele weerstand vroegtijdig te signaleren.

Fase 3 - stakeholder engagement
Kijken of juiste stakeholders worden betrokken betreffende ESG topics
Y-As (= Capaciteit om de blik te verruimen):
Mate waarin de stakeholder (nieuwe) inzichten kan aanbrengen omtrent ESG topics.
X-As (=Mate van betrokkenheid):
Mate van bereidheid om feedback met ons te delen.

Fase 4 - monitoring & evaluation
→ KPI’s bepalen omtrent stakeholdermanagement
Bijvoorbeeld:
Engagement: Donutgrafiek met deelnamegraad & responsratio.
Tevredenheid: Balkgrafiek met Stakeholder Satisfaction Score & NPS.
Reputatie: Trendlijn met reputatiescore over tijd.
Vertrouwen: indicatoren voor Trust Score (open en transparante communicatie)
analyse van de waardeketen
reeks activiteiten die waarde toevoegen aan product/ dienst en totaal van activiteiten, actoren en processen voor binnen en na eigen organisatie
→ Upstream ⇒ leveranciers, grondstoffen, partners vóór jouw proces
→ Midstream ⇒ je eigen primaire + ondersteunende activiteiten
→ Downstream ⇒ distributie, klanten, eindgebruikers en retourstromen
Strategische meerwaarde van in kaart brengen van gehele waardeketen (1)
Identificeren van waardecreatie en verspilling:
Spot inefficiënties, bottlenecks, ed. Ondersteunt Lean-, Six Sigma- en procesoptimalisatie.
Versterken van concurrentievoordeel:
Waar differentieert (zowel positief als negatief) onze gehele waardeketen t.o.v. de concurrenten.
Betere samenwerking binnen én buiten de organisatie:
Legt afhankelijkheden bloot tussen afdelingen en ketenpartners. Verbetert ketenregie (supply-chain governance).
Ondersteunt risicomanagement en veerkracht:
Identificeert kwetsbaarheden: single sourcing, geografische risico’s, capaciteitsschokken. Maakt scenario’s mogelijk om leveringszekerheid en bedrijfscontinuïteit te verhogen.
Zorgt voor betere kostenbeheersing en prijszetting:
Geeft inzicht in kostendrijvers per ketenschakel. Ondersteunt cost-to-serve, TCO-denken en rendabiliteit per product/dienst.
Strategische meerwaarde van in kaart brengen van gehele waardeketen (2)
Versnelt innovatie en digitale transformatie:
Maakt duidelijk waar automatisatie, data, AI of technologie de grootste impact hebben.
Essentieel voor duurzaamheid en ESG-verplichtingen:
Verplicht bij CSRD/ESRS om de volledige waarde-keten te begrijpen, inclusief upstream en downstream impacts. Helpt om ketenbrede duurzaamheidsprogramma’s op te zetten.
Ondersteunt strategische besluitvorming en investeringen:
Helpt bij investeringskeuzes: eigen activiteiten versterken, outsourcing, nearshoring, ketenpartners kiezen. Zorgt dat strategische beslissingen evidence-based zijn.
Maakt groei en schaalbaarheid mogelijk:
Laat zien waar processen schaalbaar zijn of juist knelpunten vormen. Ondersteunt het ontwerp van robuuste en schaalbare operationele modellen.
Versterkt klantgerichtheid en klantbeleving:
Maakt service-, distributie- en feedbackloops inzichtelijk. Ondersteunt end-to-end optimalisatie van de customer journey.
Duurzaamheidsthema’s
→ Environmental (E) — Milieu
E1 Klimaatverandering = Uitstoot van broeikasgassen, energiebesparing, klimaatdoelen.
E2 Vervuiling = Lucht-, water- en bodemvervuiling, schadelijke stoffen.
E3 Water en mariene hulpbronnen = Watergebruik, impact op zeeën en rivieren.
E4 Biodiversiteit en ecosystemen = Effect op natuur, dieren, ontbossing, natuurherstel.
E5 Hulpbronnen en circulaire economie = Afval, recyclage, hergebruik van materialen.
→ Social (S) — Mens en maatschappij
S1 Eigen werknemers = Werkomstandigheden, loon, veiligheid, diversiteit.
S2 Werknemers in de keten = Arbeidsomstandigheden bij leveranciers.
S3 Betrokken gemeenschappen = Impact op lokale bevolking en omgeving.
S4 Consumenten en eindgebruikers = Productveiligheid, privacy, klantbescherming.
→ Governance (G) — Bestuur
G1 Zakelijk gedrag = Ethisch ondernemen, anticorruptie, transparantie.

Dubbele materialiteit
thema is dubbel materieel voor organisatie indien de organisatie een grote impact heeft op dit thema én het thema grote financiele risico’s en/of opportuniteiten met zich meebrengt voor de organisatie
werkwijze bepalen IRO en DMA
IRO longlist → scoring en threshold → materiële IRO’s → materiële topics
IRO-lijst
= I(mpact) R(isk) O(pportunity)
→ om materialiteit van thema voor organisatie te weten te komen maakt men gebruik van het definiëren van bedrijf gerelateerde IRO’s op dit thema
→ Per ESRS-thema de IRO’s definiëren ⇒ naast beschrijving IRO dienen ook volgende parameters meegedeeld te worden
Scoring IRO’s
Impact ⇒ omvang v/d impact x waarschijnlijkheid (%)
→ omvang impact: schaal, ernst, onomkeerbaarheid
→ score omvang impact: 1 ⇒ 5
→ waarschijnlijkheid actuele impact = 100%
Risico & opportuniteit ⇒ omvang v/d financiële impact x waarschijnlijkheid(%)
→ score omvang financiële impact: 1 ⇒ 5
→ bepalen meeteenheid en inschaling van de financiële impact is noodzakelijk

strategische meerwaarde
DMA helpt bedrijven duidelijk overzicht te hebben van de IRO’s die verschillende thema’s met zich meebrengen ⇒ zo te weten komen wat duurzaamheid betekent voor bedrijf en helpt bedrijven prioriteiten en strategische actieplannen op te zetten
GHG-protocol: waardeketen in kaart
Scope 1 (direct): emissies uit bronnen direct in bezit of beheer van het bedrijf (bv. eigen wagenpark, verbranding in eigen fabrieken)
Scope 2 (indirect): emissies gekoppeld aan de productie van aangekochte elektriciteit, warmte of stroom door de organisatie
Scope 3 (waardeketen): alle andere indirecte emissies (woon-werkverkeer, aangekochte goederen, transport, productgebruik door klant, afvalverwerking)
Key insight: voor meeste bedrijven vormt scope 3 meer dan 70% van totale voetafdruk. Net-zero vereist diepgaande partnerships in gehele waardeketen

Corporate strategie: avoid, rescue, capture
avoid = vermijden = emissies volledig stoppen door fossiele processen te elimineren (bv. processen elektrificeren op puur groene stroom ipv stoommachines)
reduce = verminderen = huidige processen efficiënter maken (= eco-efficiëntie), dezelfde industriële output genereren met de helft van het brandstofverbruik
capture = afvangen & opslaan = CCS (opslag ondergronds), CCU (hergebruik in producten) en CDR (actief uit atmosfeer vermijderen) (FOTO)

duurzaam energiebeheer
→ 3 vormen energie
fossiele/ ‘dirty’ energie ⇒ eindig en schadelijk, veroorzaakt geopolitieke spanningen, biosfeerverwoesting en extreem hoge CO2-uitstoot
hernieuwbare/ ‘clean’ energie ⇒ onuitputtelijke bronnen, echter niet altijd duurzaam, zo creëren zonnepanelen naar schatting 315000 ton afval en stuwdammen kunnen kwetsbare ecosystemen verwoesten
duurzame/ de standaard energie ⇒ hernieuwbare energie die zowel het milieu als de maatschappij fundamenteel niet schaadt en geen bestaande ecosystemen erodeert
wereldwijde energieconsumptie
hernieuwbare energie groeit slechts met 5%, dit compenseert momenteel primair de krimp in nucleaire energie, maar verdringt fossiele energie nauwelijks

geopolitiek
geopolitieke adoptie zit scheef, landen zonder eigen fossiele reserves adopteren groene oplossingen sneller uit noodzaak voor onafhankelijkheid
belgische energieconsumptie
3/4de van de energieconsumptie in België bestaat uit fossiele brandstoffen

Zonne-energie
🗸 raakt aarde in 1 uur meer dan mensheid in 1 jaar verbruikt, potentieel is enorm maar opvang en opslag blijven grote uitdaging
🗸 extreem snelle terugverdientijd van de geproduceerde energie dankzij efficiëntiewinsten
✗ dreigende afvalcrisis door oude, inefficiënte panelen (recycling is complex en vereist onderzoek naar circulaire aanpak)
Windenergie
🗸 leverde in 2021 bijna 6,6% van globale energie, extreem schaalbaar en stabiel
🗸 geen CO2-uitstoot bij productie van stroom en gratis, schone brandstof (wind)
✗ optimale windlocaties liggen ver van steden, vereist massale investeringen in dure transmissielijnen en infrastructuur
Waterkracht
🗸 grootste hernieuwbare bron ter wereld (17%)
🗸 zeer betrouwbaar, brandstof is gratis (water)
✗verlaagt zuurstof in rivieren stopt zalmmigratie, kan gemeenschappen verplaatsen en overstroomt habitats
Biomassa
🗸 circa 6% van globale energie (hout, organisch afval)
🗸 CO2-neutraal, het verbrandt wat het tijdens de groei heeft opgenomen
✗ enkel duurzaam bij lokale oogst, transport boven 160 km vernietigt het rendement en kan concurreren met voedselproductie
Geothermie
🗸 constante ‘base-load’ hitte (potentieel 8% van wereldwijde behoefte)
🗸 produceert vrijwel geen CO2-uitstoot
✗ hoge boorkosten en initiële investeringen, kan leiden tot seismische instabiliteit en uitstoot van kleine hoeveelheden gassen zoals waterstofsulfide
Kleurenspectrum waterstof
waterstof = drager, geen bron; duurzaamheid hangt 100% af van productiemethode

BESS (Batery Energy Storage System)
formule = (zie foto), BESS = niet zomaar batterij, het is een intelligent en volledig geïntegreerd ecosysteem

3 grote uitdagingen in huidige energielandschap
netcongestie ⇒ het elektriciteitsnet zit vol, bedrijven krijgen steeds vaker geen extra transportvermogen toegewezen voor uitbreiding of elektrificatie
stijgende capaciteitstarieven ⇒ sinds introductie capaciteitstarief betalen bedrijven, een zware prijs voor piekbelasting, een moment van hoog verbruik bepaalt een groot deel van maandelijkse factuur
overtollige zonne-energie (curtailment) ⇒ op zonnige dagen wordt massaal zonne- energie opgewekt, leidt tot negatieve prijzen of noodgedwongen uitschakelen van installaties, waardevolle energie gaat verloren
4 pijlers BESS(t) practices
peak shaving: vang onverwachte pieken op en elimineer onnodig hoge capaciteitstarieven
zonne-energie optimalisatie: verhoog zelfconsumptie tot 70+% + stop de verspilling van eigen groene stroom
netonafhankelijkheid: omzeil lokale congestieproblemen en waarborg continuïteit van bedrijfsprocessen (UPS-functionaliteit)
actieve handel: zet BESS in op de Day-Ahead en Onbalansmarkten voor direct, hoog rendement op uw assets

waarom circulaire economie
→ eindige bronnen: verwachting dat we binnen 50 tot 100 jaar door circulaire reserves zoals tin, zilver en lood heen zijn
→ waterstress: wereldwijde vraag naar zoet water stijgt met 55% tegen 2050
→ massale verspilling: de lineaire economie genereert $1 biljoen aan verloren waarde per jaar door ongebruikt afval


Europese strategie voor onafhankelijkheid
zie foto’s, erts wordt gebruikt om GSM’s te maken

wetgeving
Ecodesign for Sustainable Products Regulation – ESPR
Right to Repair Directive
Empowering Consumers Directive
Packaging and Packaging Waste Regulation
Waste Framework Directive
…


GHG’s (Green House Gasses)
circulaire economie helpt om broeikasgassen te reduceren

groeiende business
werkgelegenheid bij circulaire economie-bedrijven

waarom we moeten doen aan circulaire economie
→ noodzaak aan verandering
→ Europese strategie voor onafhankelijkheid
→ wetgeving (EU)
→ draagt bij tot reductie van GHG
→ groeiende business
wat is circulaire economie
een economie waarin we duurzame materialen en producten zo lang en hoogwaardig mogelijk blijven inzetten → gebeurt via verschillende strategieën, lang voor de recycling fase

verschil lineaire en circulaire economie
Lineaire economie = Take - make - waste
→ wordt gekenmerkt door de minimale klantinteractie (alleen bij verkoop); afval en productie zijn volledig ontkoppeld
Circulaire economie = Closed loop
→ wordt gekenmerkt door de oneindige cyclus (eco-effectiveness); intense interactie met de klant gedurende de hele levenscyclus

Ontwerfilosofie: Van Cradle-to-Grave naar Cradle-to-Cradle
Cradle-to-Grave = traditioneel
→ richt zich op continue productiegroei en efficiëntie
→ aanname dat grondstoffen overvloedig en goedkoop zijn
→ externe milieu- en sociale impact worden genegeerd in besluitvorming
Cradle-to-Cradle = circulair
→ biologische materialen kerel veilig terug naar biosfeer
→ technische materialen wisselen continu tussen productie en consumptie met minimaal waardeverlies
→ focus verschuift van pure productie naar verlengen van de levensduur en afvalpreventie
ware potentieel: superieure waardecreatie
efficiëntie niet genoeg
waardecreatie aan vraagkant
duurzaamheid zonder compromis

Lineair model vs circulair model
zie tabel

R-strategieën
R0 Refuse: product overbodig maken door van z’n functie af te zien, of met een radicaal ander product te leveren
R1 Rethink: productgebruik intensiveren (bv. door producten te delen)
R2 Reduce: product efficiënter fabriceren door minder grondstoffen en materialen in product of gebruik ervan
R3 Re-use: hergebruik van afgedankt nog goed product in zelfde functie door andere gebruiker
R4 Repair: reparatie en onderhoud van kapot product voor gebruik in oude functie
R5 Refurbish: opknappen en moderniseren oud product
R6 Remanufacture: onderdelen van afgedankt product gebruiken in nieuw product met zelfde functie
R7 Repurpose: afgedankt product of onderdelen daarvan gebruiken in nieuw product met andere functie
R8 Recycle: materialen verwerken tot zelfde (hoogwaardig) of mindere kwaliteit
R9 Recover: verbranden van materialen met energieterugwinning

businessmodellen van circulaire economie
circulaire input: hernieuwbare energie, biogebaseerde of volledig recycleerbare materialen om bronnen met maar één levenscyclus te vervangen
grondstoffen herwinnen: herwin bruikbare grondstoffen/ energie van afgedankte producten of nevenstromen
levensduur verlengen: de functionele levenscyclus van product verlengen door herstel, upgrading en herverkoop
deelplatformen: een intensiever gebruik van producten mogelijk maken door gedeeld gebruik/ toegang of eigendom
product als dienst: bied toegang tot een product aan en behoud eigendom, om zo ten volle de voordelen te genieten van een gesloten kringloop
PAAS
Product As A Service
