Frans voc fait divers

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/198

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:57 PM on 4/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

199 Terms

1
New cards

trouver la mort sterven, de dood vinden

2
New cards

le trafic = la circulation het verkeer

3
New cards

interrompre onderbreken

4
New cards

un quotidien een dagblad

5
New cards

enquĂŞter onderzoeken

6
New cards

une enquĂŞte een onderzoek

7
New cards

intervenir tussenkomen

8
New cards

une intervention een tussenkomst

9
New cards

un pompier een brandweerman

10
New cards

un véhicule een voertuig

11
New cards

prendre feu in brand vliegen

12
New cards

maîtriser le feu het vuur controleren, onder controle krijgen

13
New cards

un porte-parole een woordvoerder

14
New cards

incendier qqch = mettre le feu Ă  qqch in brand steken

15
New cards

incendié uitgebrand

16
New cards

un incendie een brand

17
New cards

évacuer qqn iemand evacueren

18
New cards

une intoxication een vergiftiging

19
New cards

intoxiquer vergiftigen

20
New cards

déterminer la cause de oorzaak bepalen

21
New cards

déterminer l’origine de oorsprong bepalen

22
New cards

avoir lieu plaats hebben

23
New cards

les circonstances (f.) de omstandigheden

24
New cards

identifier qqn iemand identificeren

25
New cards

en état d’ivresse in staat van dronkenschap

26
New cards

l’ivresse (f.) de dronkenschap

27
New cards

ivre = enivré dronken

28
New cards

saoul = soûl = saoul (familier) zat

29
New cards

voler (une voiture) (een wagen) stelen

30
New cards

enfermer qqn iemand opsluiten

31
New cards

une peine de prison de x ans een gevangenisstraf van x jaar

32
New cards

une amende een boete

33
New cards

au moment des faits op het moment van de feiten

34
New cards

Ă  la suite de ten gevolge van

35
New cards

un suspect een verdachte

36
New cards

inculper qqn iemand beschuldigen

37
New cards

une inculpation een beschuldiging

38
New cards

soupçonner qqn iemand verdenken

39
New cards

le soupçon de verdenking, het vermoeden

40
New cards

un témoin een getuige

41
New cards

témoigner getuigen

42
New cards

un vol een diefstal

43
New cards

voler stelen (ook: vliegen)

44
New cards

un meurtre = un assassinat een moord

45
New cards

un meurtrier = un assassin een moordenaar

46
New cards

tuer = assassiner doden / vermoorden

47
New cards

poignarder qqn iemand neersteken

48
New cards

un cadavre een lijk

49
New cards

un décès een overlijden

50
New cards

décéder overlijden

51
New cards

blesser verwonden

52
New cards

une blessure een wonde

53
New cards

un(e) blessé(e) een gewonde

54
New cards

succomber Ă  ses blessures aan zijn verwondingen bezwijken

55
New cards

transférer qqn à l’hôpital iemand naar het ziekenhuis overbrengen

56
New cards

découvrir ontdekken

57
New cards

une découverte een ontdekking

58
New cards

un complice een handlanger, medeplichtige

59
New cards

la complicité de medeplichtigheid

60
New cards

un juge een rechter

61
New cards

un(e) avocat(e) een advocaat

62
New cards

une peine de prison een gevangenisstraf

63
New cards

un prisonnier een gevangene

64
New cards

emprisonner qqn iemand gevangen nemen

65
New cards

paraître devant le tribunal voor de rechtbank verschijnen

66
New cards

condamner qqn iemand veroordelen

67
New cards

une condamnation een veroordeling

68
New cards

une victime een slachtoffer

69
New cards

une agression een aanval

70
New cards

un incendie een brand

71
New cards

une collision een botsing

72
New cards

entrer en collision botsen

73
New cards

un responsable een verantwoordelijke

74
New cards

un acteur een dader

75
New cards

renverser qqn iemand omverrijden

76
New cards

emprisonner qqn iemand gevangen nemen, opsluiten

77
New cards

interroger qqn iemand ondervragen, verhoren

78
New cards

une interrogation een ondervraging, verhoor

79
New cards

menacer qqn (de) iemand bedreigen (met)

80
New cards

une menace een bedreiging

81
New cards

le butin de buit

82
New cards

un coup de feu = un tir een schot

83
New cards

un fusil een geweer

84
New cards

une fusillade een schietpartij

85
New cards

tirer schieten

86
New cards

un tir een schot

87
New cards

une balle een kogel

88
New cards

le drame het drama

89
New cards

la drogue de drugs

90
New cards

une évasion een ontsnapping

91
New cards

un otage een gijzelaar

92
New cards

prendre qqn en otage iemand gijzelen

93
New cards

la poursuite de achtervolging

94
New cards

poursuivre qqn iemand achtervolgen

95
New cards

une trace een spoor

96
New cards

le verdict het vonnis

97
New cards

armé, -e gewapend

98
New cards

endommagé, -e beschadigd

99
New cards

violent, -e gewelddadig

100
New cards

volontaire opzettelijk