1/59
Humane anatomie
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

Benoem de genummerde onderdelen van het tractus digestivus (spijsverteringsstelsel).
Cavitas oris (Mondholte)
Palatum durum (gehemelte)
Palatum molle (gehemelte)
Lingua (tong)
Mandibula (onderkaak)
Glandulae (speekselklieren)
Glandula sublingualis (ondertongspeekselklier)
Glandula submandibularis (onderkaakspeekselklier)
Glandula parotis (oorspeekselklier)
Pharynx
Oesophagus (oesofagus)
Hepar (lever)
Vesica biliaris (galblaas)
Ductus choledochus (galgang)
Gaster (maag)
Pancreas (alvleesklier
Ductus pancreaticus (alvleesklierbuis)
Intestinum tenue (dunne darm)
Duodenum (twaalfvingerige darm)
Jejunum (nuchtere darm)
Ileum (kronkeldarm)
Appendix vermiformis (wormvormig aanhangsel)
Intestinum crassum (dikke darm)
Colon transversum
Colon ascendens
Caecum (blinde darm)
Colon descendens
Colon sigmoideum
Rectum
Anus

Wat zijn de namen van de met de cijfers aangegeven organen/aderen? benoem daarbij de verschillende galwegen (1, 2, 3).
Ductus hepaticus communis
Ductus choledochus (galgang)
Ductus cysticus
Duodenum (twaalfvingerige darm)
Gaster (maag)
Ampulla Vaterii (ampula of Vater)
Hoe kan macroscopisch onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende delen van de dunne darm? Denk hierbij aan de plicae circulares, vasa recta en arcades.
- plicaea circulares (plooien van slijmvlies aan binnenkant dunne darm) bevinden zich in het jejunum
- arcades (boogvormige vaatnetwerken/bloedvaten) bevinden zich in het mesenterium (ileum)
- vasa recta (rechte vaatjes vanaf arcades) gaan vanaf mesenterium naar darmwand, deze zijn lang bij jejunum en kort bij ileum
Plooien worden minder naarmate je verder het darmstelsel in gaat, deze hebben een functie in voedselabsorptie

Welk orgaan is ontstoken bij een ‘blinde darm ontsteking’? En wat is de klinische term hiervoor?
De appendix vermiformis is ontstoken, dit heet appendicitis.
Noem minstens drie criteria om onderscheid te maken tussen de dunne en dikke darm. Denk hierbij aan de teaniae coli, haustrae en appendices epiploicae.
Bij de dikke darm zijn er wel uitstulpingen/vetaanhangsels (halstra, appendix epiploicae), de dunne darm heeft een glad oppervlak.
De dunne darm is 6 meter, de dikke darm is 1,5 meter.
De dikke darm heeft taeniae coli (3 lengtespierbanden), de dunne darm niet.

Benoem de glandulae (speekselklieren) van superior naar inferior.
glandula parotidea
glandula sublingualis
glandula submandibularis

Benoem de onderdelen van de gaster (maag) van superior naar inferior.
oesophagus
gaster
curvatura minor
curvatura major
duodenum
+ pylorus: overgangsgebied maag en duodenum, cardia: overgang oesophagus-maag
Uit welke organen bestaat het systema endocrinum (hormonaal systeem)?
Hypofyse
Glandula thyroidea (schildklier)
Glandula parathyroideae (bijschildklieren)
Pancreas
Glandula suprarenalis (bijnieren)
Ovarium/Testis

Benoem de genummerde onderdelen van het tractus respiratorius (ademhalingsstelsel) (zonder 13, 39, 44) Studietip voor het ademhalingsstelsel: Let bij de bloedvaten (47 en 48) goed op de kleuren! In de rest van het lichaam zijn slagaders (arteriae) altijd rood (zuurstofrijk) en aders (venae) blauw (zuurstofarm). In de longen is dit precies omgedraaid, omdat de longslagader zuurstofarm bloed naar de longen brengt om zuurstof op te halen. extra: conchae nasi (neusschelpen) en choana (achterste neusgaten)
Sinus paranasales
Sinus frontalis (voorhoofdsholte)
Sinus sphenoidalis (zeefbeenholte)
Pharynx & Larynx
Nasus
Cavitas nasi (neusholte)
Septum nasi
Vestibulum nasi (neusgaten)
Oropharynx
Pharynx
Laryngopharynx
Cartilago thryoidea (schildkraakbeen)
-
Larynx (strottenhoofd+plica vocalis:stembanden)
Pulmones & Bronchi (longen)
Trachea (luchtpijp)
Bifurcatio/Carina tracheae (splitsing naar linker+rechter hoofdbronchi)
Bronchi principales (linker+rechter hoofdbronchi)
Anuli trachealis (kraakbeenringen)
Arbor bronchialis (bronchiaalboom)
Bronchus lobaris (kwabbronchus)
Bronchus segmentalis
Bronchus subsegmentalis
Broncus segmentalis (posterior)
Pulmo dexter (rechterlong)
Lobus superior pulmonis dextri (rechter bovenkwab)
Fissura horizonalis (horizontale groeve)
Fissura obliqua dexter (rechter schuine groeve)
Lobus medius pulmonis dextri (rechter middenkwab)
Lobus inferior pulmonis dextri (rechter onderkwab)
Pulmo sinister
Lobus superior pulmonis sinistri (linker bovenkwab)
Incisura cardiaca
Fissura obliqua sinister
Pleura parietalis
Pleura visceralis
Lobus inferior pulmonis sinistri (linker onderkwab)
Diafragma
Oesofagus
Alveoli (longblaasje)
Alveolus pulmonis
Ductus alveolaris
?
Bronchiolus
Arteria pulmonalis (longslagadertak - vervoert zuurstofarm bloed)
Vena pulmonalis (longadertak - vervoert zuurstofrijk bloed)
Rete capillare (haarvatennetwerk rondom de blaasjes)
Bronchiolus respiratorius
Alveolar pore

Benoem de onderdelen van de pharynx van superior naar inferior.
Nasopharynx
Oropharynx
Laryngopharynx

Wat is het verschil in morfologie (bouw) tussen de linker en rechter bronchus principalis en waar komt een corpus alienum (een vreemd lichaam) eerder terecht?
De bronchus dexter is korter, wijder en verticaler, hierdoor vormt deze als het ware een soort verlengde van de trachea, waardoor een corpus alienum sneller hierin terecht komt.
Welke structuren bevinden zich in het mediastinum? En hoe heet de plaats waar de long met het mediastinum verbonden is en de structuren die hier doorheen lopen?
In het mediastinum bevinden zich onder andere het cor (hart), aorta, larynx (luchtpijp) en oesofagus (slokdarm). De plaats waar de long met het mediastinum verbonden is heet de hilus, de structuren die hier doorheen lopen zijn de Bronchi principalis en bijbehorende bloedvaten a. en v. bronchiales, de bloedvaten van de longen: aa. pulmonalis en vv. pulmonalis, en overige zenuwen en lymfen.

Hoe heten de vliezen die tegen de long/longholte gelegen zijn en waar gaan de twee delen in elkaar over?
De pleura visceralis is tegen de long en overige grenzen van de longholte gelegen, de pleura parietalis bekleedt de longholte, ze gaan in elkaar over bij de longhilus.

Beschrijf het portale en carvale systeem
Portale systeem: Zuurstofarm (maar heel voedingsrijk!!) bloed stroomt van de haarvaten van de darmen via de vena portae hepatis (poortader) naar een tweede haarvatennetwerk in de lever, waarna het via de venae hepaticae (leveraderen) het hart bereikt via de vena cava inferior.
Cavale systeem: Zuurstofarm bloed stroomt vanuit het gehele lichaam via de vena cava superior en inferior direct het hart in.
De uitzondering (het rectum): Alleen het allerlaatste stukje van de darm (de endeldarm) is deels aangesloten op het cavale systeem. Bloed uit de onderste en middelste endeldarmaderen (venae rectales inferiores et mediae) stroomt direct naar de vena cava inferior.
Belangrijk: de lever ontvangt nog wel zuurstofrijk bloed via de Arteria hepatica propria (leverslagader), het zuurstofarme en zuurstofrijke bloed mengt zich in de sinusoiden van de lever, waardoor de levercellen alsnog kunnen functioneren.

Langs welke structuren legt de spermacel zijn reis af vanaf de vagina?
Vagina
Cervix uteri (baarmoederhals), waarbij het de Canalis servicis passeert.
Corpus uteri. (baarmoederlichaam), de cel zwemt door de cavitas uteri (baarmoederholte) richting de bovenhoeken van de baarmoeder.
Tuba uterina (eileider), de spermacel treedt de eileider binnen via de pars uterina
Infundibulum tubae uterinae, de cel bereikt het trechtervormige uiteinde van de eileider
Ostium abdominale tube uterinae, de cel verlaat de eileider via deze opening, die omringd wordt door de fimbriae, en komt zo terecht in de cavitas peritonealis (de buikholte)
Welke delen van de inwendige vrouwelijke geslachtsorganen zijn in direct contact met de buikholte?
De ovaria (eierstokken) en uiteinden van de eileiders (tubae uterinae) staan direct in contact met de buikholte

Benoem de onderdelen van het systema musculaire bij de bijbehorende letters
A. m. biceps brachi
B. m. pectoralis major
C. m. deltoideus
D. m. trapezius
E. mm. extensores antebrachi
F. mm. flexores antebrachi
G. m. latissimus dorsi
H. m. trapezius
I. m. deltoideus
J. m. quadriceps femoris
K. m. iliopsoas
L. mm. adductores
M. mm. glutei
N. m. triceps surae

Benoem de onderdelen van het systema musculare (spierstelsel).
m. trapezius
m.. gluteus maximus
m. biceps brachi
m. pectoralis major
m. rectus femoris

Geef aan in welk vlak en om welke as anteflexie en retroflexie worden uitgevoerd.
Anteflexie en retroflexie worden uitgevoerd in het sagittale vlak om een transversale as.

Geef in welk vlak en om welke as endorotatie en exorotatie worden uitgevoerd.
Endorotatie en exorotatie worden uitgevoerd in een transversaal vlak om een longitudinale as.

Geef aan in welk vlak en om welke as abductie en adductie worden uitgevoerd.
Abductie en adductie worden uitgevoerd in een frontaal/coronaal vlak om een sagittale as.

Benoem de juiste onderdelen van het systema cardiovasculare
aorta descendens pars thoracica
bifurcatio aortae
a. mesenterica superior
a. mesenterica inferior
truncus brachiocephalicus
truncus coeliacus
arteria carotis communis dextra
arteria subclavia dextra
aorta ascendens
aorta descendens pars abdominalis
arteria carotis communis sinistra
arteria iliaca communis sinistra
arteria iliaca communis dextra
arteria subclavia sinistra
arcus aortae

Benoem de bijbehorende onderdelen van het Cor (hart)
Atrium dextrum
Atrium sinsitrum
Vena cava superior
Aorta
Arteria pulmonalis
Venae pulmonalis
Valva mitralis (mitralisklep: klep tussen linkerboezem en linkerkamer)
Valva aorta (aortaklep: halvemaanvormig)
Ventriculus sinister (linkerkamer)
Ventriculus dexter (rechterkamer)
Vena cava inferior
Valva tricuspidalis (rechter AV-klep: klep tussen rechterboezem en rechterkamer)
Valva trunci pulmonalis (pulmonalisklep: halvemaanvormige klep bij ingang van de longslagader)

Benoem de juiste onderdelen van het systema cardiovasculare
vena cava inferior
vena renalis sinistra
vena subclavia dextra
vena brachiocephalica sinistra
vena jugularis interna dextra
vena azygos
vena iliaca communis dextra
vena cava superior
Rangschik de ligging van de aorta ascendens, de aorta descendens, de trachea en de oesofagus van ventraal naar dorsaal.
Aorta ascendens > trachea > oesofagus > aorta descendens

Benoem de onderdelen van het axiale gedeelte van tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior.
cranium
mandibula
sternum
costa
columna vertebralis
sacrum

Benoem de onderdelen van het appendiculaire gedeelte van de tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior. Benoem daarbij ook de delen van de hand van superior naar inferior.
clavicula
scapula
homerus
radius
ulna
carpalia (handswortelbeentjes)
metacarpalia (middenhandsbeentjes)
phalangen (vingerkootjes)

Benoem de onderdelen van de tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior. Benoem daarbij ook de onderdelen van de voet van superior naar inferior.
os coxae
femur
patella
tibia
fibula
tarsalia (voetwortelbeentjes)
metarsalia (middenvoetsbeentjes)
phalangen (teenkootjes)

Benoem de namen van de bijbehorende delen van het columna vertebralis (wervelkolom).
Vertebrae cervicales (halswervels), dit zijn de bovenste 7 wervels (C1 t/m C7)
Vertebrae thoracicae (borstwervels), dit zijn de 12 wervels van de bovenrug waar je ribben aan vastzitten (T1 t/m T12)
Vertebrae lumbales (lendenwervels), dit zijn de 5 grote wervels in de onderrug die het meest gewicht dragen (L1 t/m L5)
Os sacrum (heiligbeen), dit driehoekige bot bestaat uit 5 in elkaar gegroeide wervels en verbindt de rug met het bekken
Os coccygis (staartbeen), het alleronderste puntje, bestaande uit 3 tot 5 vergroeide wervelrestanten
Hoe zijn de standen van de onderarm bij supinatie en pronatie? hint: supinatie=soep eten>handpalm omhoog, pronatie=proosten>handpalm omlaag
Bij supinatie (handpalm wijst naar het plafond) draait de radius (het spaakbeen) om de ulna (ellepijp) heen, waardoor de twee botten in de onderarm netjes naast elkaar komen te liggen. Bij pronatie kruisen deze twee botten elkaar.

Wat zijn de specifieke anatomische namen voor de cervicale wervels C1, C2 en C7? Extra psychobiologie-detail: C1 laat je "JA" knikken (atlanto-occipitale gewricht). C2 laat je "NEE" schudden (atlanto-axiale gewricht).
C1: Atlas (draagt de schedel)
C2: Axis / Draaier (vormt de spil/as voor rotatie)
C7: Vertebra prominens (de duidelijk voelbare, uitstekende wervel onderaan de nek)

Hoe worden de curvaturen (krommingen) van de wervelkolom genoemd naar 1. ventraal 2. dorsaal 3. zijwaarts, en welke zijn primair/secundair? HINT: een ervan is pathologisch
lordose (secundair)
kyfose (primair)
scoliose
Wat kenmerkt de algehele beweeglijkheid van de cervicale wervelkolom?
Het is de meest mobiele regio van de wervelkolom. Het staat alle bewegingsrichtingen in grote mate toe: flexie, extensie, lateraalflexie en rotatie.
Welke beweging is dominant in de thoracale wervelkolom (T1-T12) en welke bewegingen worden geremd?
Dominant: Rotatie (torsie van de romp).
Geremd: Flexie en extensie (voor- en achterover buigen), vanwege de fixatie aan de ribbenkast.
Welke bewegingen verlopen optimaal in de lumbale wervelkolom (L1-L5) en welke beweging is hier nagenoeg onmogelijk?
Optimaal: Flexie en extensie (voorover- en achteroverbuigen, belangrijk bij tillen).
Nagenoeg onmogelijk: Rotatie (de facetgewrichten blokkeren deze draaiing om de lagere rug te beschermen).
Welke botten vormen de schoudergordel en welke de bekkengordel?
Schoudergordel: clavicula (sleutelbeen) en scapula (schouderblad)
Bekkengordel: (os coxae (heupbeen)), pelvis (bekken) en os sacrum (heiligbeen)
Welke botten nemen deel aan het schoudergewricht en welke aan het heupgewricht?
Schoudergewricht: humerus (opperarmbeen), clavicula en scapula
Welke continue en discontinue verbindingen zijn er? En welke membranen liggen om een gewrichtskapsel heen>
continu: junctura fibrosa (bindweefselverbinding>schedelnaden), junctura cartilaginea (kraakbeenverbinding)
discontinu: junctura synovialis (synoviale verbinding>schouder, heup, knie)
membrana fibrosa en membrana synovialis
Met welke twee termen kan je beschrijven waar een spier in het lichaam ligt?
origo (oorsprongplaats=onbeweeglijk)
insertie (aanhechtingsplaats=beweeglijk)
Bij anatomische bewegingen in het sagittale vlak maken we onderscheid tussen specifieke termen voor voorwaartse en achterwaartse bewegingen, afhankelijk van het type gewricht.
Welke van de onderstaande combinaties van gewrichten gebruikt volgens de tabel de termen anteflexie (voorwaarts) en retroflexie (achterwaarts), en welke gewrichten gebruiken de termen flexie en extensie?
A. * Anteflexie / Retroflexie: Schouder, Heup, Wervelkolom, Nek/hoofd
Flexie / Extensie: Elleboog, Knie, Vingers/tenen
B. * Anteflexie / Retroflexie: Elleboog, Knie, Pols
Flexie / Extensie: Schouder, Heup, Enkel
C. * Anteflexie / Retroflexie: Schouder, Heup, Enkel, Vingers/tenen
Flexie / Extensie: Wervelkolom, Nek/hoofd, Knie
D. * Anteflexie / Retroflexie: Pols, Enkel, Knie
Flexie / Extensie: Schouder, Heup, Wervelkolom
Het juiste antwoord is A.
Uitleg: Als je in de tabel kijkt onder de kolommen 'Voorwaartse beweging' en 'Achterwaartse beweging', zie je de volgende verdeling:
Anteflexie en Retroflexie worden gebruikt bij de kogelgewrichten en de centrale as van het lichaam: de schouder(articulatio humeri), de heup (articulatio coxae), de wervelkolom/romp en de nek/hoofd.
Flexie en Extensie worden gebruikt bij de typische scharniergewrichten en extremiteiten: de elleboog (articulatio cubiti), de knie (articulatio genus) en de vingers/tenen.
(Opmerking: De pols en de enkel hebben weer hun eigen specifieke varianten, zoals palmairflexie/dorsaalflexie en dorsaalflexie/plantairflexie).
Bij welke mesenteria (ophangbanden waarmee organen aan lichaamswand verbonden zijn) zijn de volgende organen verbonden?: maag (+lever), maag(+milt), dunne darm, dikke darm
ventraal mesogastrium
dorsaal mesogastrium
mesenterium
mesocolon

Wat geven de pijlen weer? En van welk orgaan is het gele rondje de voorloper?
bovenste pijl geeft dorsaal mesenterium weer
onderste pijl geeft ventraal mesenterium weer
Gele rondje is voorloper van een deel van de darm
Welke organen zijn intraperitoneaal? (los)
gaster (maag)
hepar (lever)
splen (milt)
eerste gedeelte duodenum
jejunum en ileum
caecum
colon transversum (mesocolon transversum)
colon sigmoideum (mesocolon sigmoideum)
rectum (bovenste gedeelte)

Welke organen zijn secundair retroperitoneaal? (vast)
oesofagus (slokdarm: abdominale gedeelte)
ren (nieren)
Glandula suprarenalis (bijnieren)
pancreas (staartgedeelte is intraperitoneaal)
aorta
vena cava inferior
vena porta
duodenum (twaalfvingerige darm: behalve het eerste deel)
colon ascendens
colon descendens
rectum (onderste gedeelte)
De linker en de rechter niet liggen niet op gelijke hoogte. Welke nier ligt hoger?
linker
Welke 3 structuren kunt u aan de hilus van de nier vinden? Niermerg grenst niet alleen aan schors, maar ook een andere structuur, welke?
vena renalis
arteria renalis
ureter
Niermerg grenst ook aan de nierbekken

lever: 1. met welke structuur is de lever verbonden aan de craniale zijde? 2. hoe heet het deel van de lever dat gelegen is binnen het ligamentum coronarium (peritoneum lever-middenrif)? 3. met welk ligament is de lever verbonden aan de voorste buikwand?
diafragma
area nuda hepatis
ligamentum falciforme hepatis

Welke onderdelen van de tractus Urogenitalis zijn aangegeven met de pijlen van superior naar inferior?
ren sinister
a. en v. renalis sinistra
ren dexter
ureter pars abdomalis
ureter pars pelvica
vesica urinaria (blaas)

Benoem de bijbehorende onderdelen van de tractus urogenitalis van de vrouw.
vagina
cervix uteri
ovarium
tuba uterina
urethra
corpus uteri
rectum

Benoem de bijbehorende onderdelen van de tractus urogenitalis van de man.
urethra
testis
vesicula seminalis
rectum
prostaat
ureter
penis
vesica urinaria
ductus deferens
epididymis
Waar eindigt de ductus referees?
Deze loopt door de prostaat en mondt uit in de urethra prostatica

Benoem de onderdelen van de tractus urogenitalis van de vrouw van superior naar inferior. Hoe heet de bovenkant van de uterus (baarmoeder) en de overgang van de baarmoeder naar de cervix uteri (baarmoederhals)?
tuba uterina
ovarium
uterus
cervix uteri
portio
fundus uteri (bovenkant) en isthmus uteri (overgang corpus uteri en cervix uteri)
Hoe liggen de ovaria ten opzichte van de uterus?
De ovaria liggen lateraal van de uterus.
Wat is de relatie van het peritoneum met de bekkenorganen?
Peritoneum bekleedt buikholte, maar loopt ook een stukje door over de bekkenorganen (vesica urinaria, uterus en rectum)
Beschrijf de positie van de vesiculae seminales, prostaat en ductus deferens t.o.v. de blaas.
Vesiculae seminales: posterior
Prostaat: inferior
Ductus deferens: dorsaal
Welke structuren zijn betrokken bij het kniegewricht?
femur
tibia (scheenbeen)
patella (knieschijf)

Benoem de bijbehorende beenderen van de schedelbasis
roze
groen
oranje
blauw
geel
oranje (naast oogkas)
groen (diepste punt in oogkas)
roze: os frontale
groen: os parietale
oranje: os occipitale
blauw: os temporale
geel: os sphenoidale
oranje (naast oogkas): os zygomaticum
groen (diepste punt in oogkas): os ethmoidaleelke beendenrW
Welke beenderen bevatten luchthoudende ruimten (sinussen)
os frontale
maxilla
os ethmoidale
os sphenoidale
Welke sutura horen bij de schedelbasis en welke schedelbeenderen komen daar bij elkaar? en welke beenderen vormen de begrenzing van het foramen magnum?
sutura sagittalis: os parietale dextrum en os parietale sinistrum
sutura coronalis: os frontale en os parietale
sutura lambdoidea: os occipitale en os parietale
os occipitale vormt de begrenzing van het foramen magnum

Welke beenderen vormen de jukboog?
os zygotmaticum (jukbeen)
os temporale (slaapbeen)