Humane anatomie: Termen volgens Latijnse nomenclatuur

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/59

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Humane anatomie

Last updated 3:07 PM on 5/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

60 Terms

1
New cards
<p>Benoem de genummerde onderdelen van het tractus digestivus (spijsverteringsstelsel).</p>

Benoem de genummerde onderdelen van het tractus digestivus (spijsverteringsstelsel).

  1. Cavitas oris (Mondholte)

  2. Palatum durum (gehemelte)

  3. Palatum molle (gehemelte)

  4. Lingua (tong)

  5. Mandibula (onderkaak)

  6. Glandulae (speekselklieren)

  7. Glandula sublingualis (ondertongspeekselklier)

  8. Glandula submandibularis (onderkaakspeekselklier)

  9. Glandula parotis (oorspeekselklier)

  1. Pharynx

  1. Oesophagus (oesofagus)

  2. Hepar (lever)

  3. Vesica biliaris (galblaas)

  4. Ductus choledochus (galgang)

  5. Gaster (maag)

  6. Pancreas (alvleesklier

  7. Ductus pancreaticus (alvleesklierbuis)

  8. Intestinum tenue (dunne darm)

  9. Duodenum (twaalfvingerige darm)

  10. Jejunum (nuchtere darm)

  11. Ileum (kronkeldarm)

  12. Appendix vermiformis (wormvormig aanhangsel)

  13. Intestinum crassum (dikke darm)

  14. Colon transversum

  15. Colon ascendens

  16. Caecum (blinde darm)

  17. Colon descendens

  18. Colon sigmoideum

  19. Rectum

  20. Anus

2
New cards
<p>Wat zijn de namen van de met de cijfers aangegeven organen/aderen? benoem daarbij de verschillende galwegen (1, 2, 3).</p>

Wat zijn de namen van de met de cijfers aangegeven organen/aderen? benoem daarbij de verschillende galwegen (1, 2, 3).

  1. Ductus hepaticus communis

  2. Ductus choledochus (galgang)

  3. Ductus cysticus

  4. Duodenum (twaalfvingerige darm)

  5. Gaster (maag)

  6. Ampulla Vaterii (ampula of Vater)

3
New cards

Hoe kan macroscopisch onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende delen van de dunne darm? Denk hierbij aan de plicae circulares, vasa recta en arcades.

- plicaea circulares (plooien van slijmvlies aan binnenkant dunne darm) bevinden zich in het jejunum

- arcades (boogvormige vaatnetwerken/bloedvaten) bevinden zich in het mesenterium (ileum)

- vasa recta (rechte vaatjes vanaf arcades) gaan vanaf mesenterium naar darmwand, deze zijn lang bij jejunum en kort bij ileum

Plooien worden minder naarmate je verder het darmstelsel in gaat, deze hebben een functie in voedselabsorptie

<p><span><em>- plicaea circulares (plooien van slijmvlies aan binnenkant dunne darm) bevinden zich in het jejunum</em></span></p><p class="MsoNormal"><span><em>- arcades (boogvormige vaatnetwerken/bloedvaten) bevinden zich in het mesenterium (ileum)</em></span></p><p class="MsoNormal"><span><em>- vasa recta (rechte vaatjes vanaf arcades) gaan vanaf mesenterium naar darmwand, deze zijn lang bij jejunum en kort bij ileum</em></span></p><p class="MsoNormal"><span><em>Plooien worden minder naarmate je verder het darmstelsel in gaat, deze hebben een functie in voedselabsorptie</em></span></p>
4
New cards

Welk orgaan is ontstoken bij een ‘blinde darm ontsteking’? En wat is de klinische term hiervoor?

De appendix vermiformis is ontstoken, dit heet appendicitis.

5
New cards

Noem minstens drie criteria om onderscheid te maken tussen de dunne en dikke darm. Denk hierbij aan de teaniae coli, haustrae en appendices epiploicae.

  1. Bij de dikke darm zijn er wel uitstulpingen/vetaanhangsels (halstra, appendix epiploicae), de dunne darm heeft een glad oppervlak.

  2. De dunne darm is 6 meter, de dikke darm is 1,5 meter.

  3. De dikke darm heeft taeniae coli (3 lengtespierbanden), de dunne darm niet.

6
New cards
<p>Benoem de glandulae (speekselklieren) van superior naar inferior.</p>

Benoem de glandulae (speekselklieren) van superior naar inferior.

  1. glandula parotidea

  2. glandula sublingualis

  3. glandula submandibularis

7
New cards
<p>Benoem de onderdelen van de gaster (maag) van superior naar inferior.</p>

Benoem de onderdelen van de gaster (maag) van superior naar inferior.

  1. oesophagus

  2. gaster

  3. curvatura minor

  4. curvatura major

  5. duodenum

+ pylorus: overgangsgebied maag en duodenum, cardia: overgang oesophagus-maag

8
New cards

Uit welke organen bestaat het systema endocrinum (hormonaal systeem)?

  1. Hypofyse

  2. Glandula thyroidea (schildklier)

  3. Glandula parathyroideae (bijschildklieren)

  4. Pancreas

  5. Glandula suprarenalis (bijnieren)

  6. Ovarium/Testis

9
New cards
<p>Benoem de genummerde onderdelen van het tractus respiratorius (ademhalingsstelsel) <em>(zonder 13, 39, 44)</em> <strong>Studietip voor het ademhalingsstelsel:</strong> Let bij de bloedvaten (<strong>47</strong> en <strong>48</strong>) goed op de kleuren! In de rest van het lichaam zijn slagaders (<em>arteriae</em>) altijd rood (zuurstofrijk) en aders (<em>venae</em>) blauw (zuurstofarm). In de longen is dit precies <strong>omgedraaid</strong>, omdat de longslagader zuurstofarm bloed <em>naar</em> de longen brengt om zuurstof op te halen. extra: conchae nasi (neusschelpen) en choana (achterste neusgaten)</p>

Benoem de genummerde onderdelen van het tractus respiratorius (ademhalingsstelsel) (zonder 13, 39, 44) Studietip voor het ademhalingsstelsel: Let bij de bloedvaten (47 en 48) goed op de kleuren! In de rest van het lichaam zijn slagaders (arteriae) altijd rood (zuurstofrijk) en aders (venae) blauw (zuurstofarm). In de longen is dit precies omgedraaid, omdat de longslagader zuurstofarm bloed naar de longen brengt om zuurstof op te halen. extra: conchae nasi (neusschelpen) en choana (achterste neusgaten)

  1. Sinus paranasales

  2. Sinus frontalis (voorhoofdsholte)

  3. Sinus sphenoidalis (zeefbeenholte)

  4. Pharynx & Larynx

  5. Nasus

  6. Cavitas nasi (neusholte)

  7. Septum nasi

  8. Vestibulum nasi (neusgaten)

  9. Oropharynx

  10. Pharynx

  11. Laryngopharynx

  12. Cartilago thryoidea (schildkraakbeen)

  13. -

  14. Larynx (strottenhoofd+plica vocalis:stembanden)

  15. Pulmones & Bronchi (longen)

  16. Trachea (luchtpijp)

  17. Bifurcatio/Carina tracheae (splitsing naar linker+rechter hoofdbronchi)

  18. Bronchi principales (linker+rechter hoofdbronchi)

  19. Anuli trachealis (kraakbeenringen)

  20. Arbor bronchialis (bronchiaalboom)

  21. Bronchus lobaris (kwabbronchus)

  22. Bronchus segmentalis

  23. Bronchus subsegmentalis

  24. Broncus segmentalis (posterior)

  25. Pulmo dexter (rechterlong)

  26. Lobus superior pulmonis dextri (rechter bovenkwab)

  27. Fissura horizonalis (horizontale groeve)

  28. Fissura obliqua dexter (rechter schuine groeve)

  29. Lobus medius pulmonis dextri (rechter middenkwab)

  30. Lobus inferior pulmonis dextri (rechter onderkwab)

  31. Pulmo sinister

  32. Lobus superior pulmonis sinistri (linker bovenkwab)

  33. Incisura cardiaca

  34. Fissura obliqua sinister

  35. Pleura parietalis

  36. Pleura visceralis

  37. Lobus inferior pulmonis sinistri (linker onderkwab)

  38. Diafragma

  1. Oesofagus

  2. Alveoli (longblaasje)

  3. Alveolus pulmonis

  4. Ductus alveolaris

  5. ?

  1. Bronchiolus

  1. Arteria pulmonalis (longslagadertak - vervoert zuurstofarm bloed)

  2. Vena pulmonalis (longadertak - vervoert zuurstofrijk bloed)

  3. Rete capillare (haarvatennetwerk rondom de blaasjes)

  4. Bronchiolus respiratorius

  5. Alveolar pore

10
New cards
<p>Benoem de onderdelen van de pharynx van superior naar inferior.</p>

Benoem de onderdelen van de pharynx van superior naar inferior.

  1. Nasopharynx

  2. Oropharynx

  3. Laryngopharynx

11
New cards
<p><span>Wat is het verschil in morfologie (bouw) tussen de linker en rechter bronchus principalis en waar komt een corpus alienum (een vreemd lichaam) eerder terecht?</span></p>

Wat is het verschil in morfologie (bouw) tussen de linker en rechter bronchus principalis en waar komt een corpus alienum (een vreemd lichaam) eerder terecht?

De bronchus dexter is korter, wijder en verticaler, hierdoor vormt deze als het ware een soort verlengde van de trachea, waardoor een corpus alienum sneller hierin terecht komt.

12
New cards

Welke structuren bevinden zich in het mediastinum? En hoe heet de plaats waar de long met het mediastinum verbonden is en de structuren die hier doorheen lopen?

In het mediastinum bevinden zich onder andere het cor (hart), aorta, larynx (luchtpijp) en oesofagus (slokdarm). De plaats waar de long met het mediastinum verbonden is heet de hilus, de structuren die hier doorheen lopen zijn de Bronchi principalis en bijbehorende bloedvaten a. en v. bronchiales, de bloedvaten van de longen: aa. pulmonalis en vv. pulmonalis, en overige zenuwen en lymfen.

<p>In het mediastinum bevinden zich onder andere het cor (hart), aorta, larynx (luchtpijp) en oesofagus (slokdarm). De plaats waar de long met het mediastinum verbonden is heet de hilus, de structuren die hier doorheen lopen zijn de Bronchi principalis en bijbehorende bloedvaten a. en v. bronchiales, de bloedvaten van de longen: aa. pulmonalis en vv. pulmonalis, en overige zenuwen en lymfen.</p>
13
New cards

Hoe heten de vliezen die tegen de long/longholte gelegen zijn en waar gaan de twee delen in elkaar over?

De pleura visceralis is tegen de long en overige grenzen van de longholte gelegen, de pleura parietalis bekleedt de longholte, ze gaan in elkaar over bij de longhilus.

<p>De pleura visceralis is tegen de long en overige grenzen van de longholte gelegen, de pleura parietalis bekleedt de longholte, ze gaan in elkaar over bij de longhilus.</p>
14
New cards

Beschrijf het portale en carvale systeem

Portale systeem: Zuurstofarm (maar heel voedingsrijk!!) bloed stroomt van de haarvaten van de darmen via de vena portae hepatis (poortader) naar een tweede haarvatennetwerk in de lever, waarna het via de venae hepaticae (leveraderen) het hart bereikt via de vena cava inferior.

Cavale systeem: Zuurstofarm bloed stroomt vanuit het gehele lichaam via de vena cava superior en inferior direct het hart in.

De uitzondering (het rectum): Alleen het allerlaatste stukje van de darm (de endeldarm) is deels aangesloten op het cavale systeem. Bloed uit de onderste en middelste endeldarmaderen (venae rectales inferiores et mediae) stroomt direct naar de vena cava inferior.

Belangrijk: de lever ontvangt nog wel zuurstofrijk bloed via de Arteria hepatica propria (leverslagader), het zuurstofarme en zuurstofrijke bloed mengt zich in de sinusoiden van de lever, waardoor de levercellen alsnog kunnen functioneren.

15
New cards
<p>Langs welke structuren legt de spermacel zijn reis af vanaf de vagina?</p>

Langs welke structuren legt de spermacel zijn reis af vanaf de vagina?

  1. Vagina

  2. Cervix uteri (baarmoederhals), waarbij het de Canalis servicis passeert.

  3. Corpus uteri. (baarmoederlichaam), de cel zwemt door de cavitas uteri (baarmoederholte) richting de bovenhoeken van de baarmoeder.

  4. Tuba uterina (eileider), de spermacel treedt de eileider binnen via de pars uterina

  5. Infundibulum tubae uterinae, de cel bereikt het trechtervormige uiteinde van de eileider

  6. Ostium abdominale tube uterinae, de cel verlaat de eileider via deze opening, die omringd wordt door de fimbriae, en komt zo terecht in de cavitas peritonealis (de buikholte)

16
New cards

Welke delen van de inwendige vrouwelijke geslachtsorganen zijn in direct contact met de buikholte?

De ovaria (eierstokken) en uiteinden van de eileiders (tubae uterinae) staan direct in contact met de buikholte

17
New cards
<p>Benoem de onderdelen van het systema musculaire bij de bijbehorende letters</p>

Benoem de onderdelen van het systema musculaire bij de bijbehorende letters

A. m. biceps brachi

B. m. pectoralis major

C. m. deltoideus

D. m. trapezius

E. mm. extensores antebrachi

F. mm. flexores antebrachi

G. m. latissimus dorsi

H. m. trapezius

I. m. deltoideus

J. m. quadriceps femoris

K. m. iliopsoas

L. mm. adductores

M. mm. glutei

N. m. triceps surae

18
New cards
<p>Benoem de onderdelen van het systema musculare (spierstelsel).</p>

Benoem de onderdelen van het systema musculare (spierstelsel).

  1. m. trapezius

  2. m.. gluteus maximus

  3. m. biceps brachi

  4. m. pectoralis major

  5. m. rectus femoris

19
New cards
<p>Geef aan in welk vlak en om welke as anteflexie en retroflexie worden uitgevoerd.</p>

Geef aan in welk vlak en om welke as anteflexie en retroflexie worden uitgevoerd.

Anteflexie en retroflexie worden uitgevoerd in het sagittale vlak om een transversale as.

20
New cards
<p>Geef in welk vlak en om welke as endorotatie en exorotatie worden uitgevoerd.</p>

Geef in welk vlak en om welke as endorotatie en exorotatie worden uitgevoerd.

Endorotatie en exorotatie worden uitgevoerd in een transversaal vlak om een longitudinale as.

21
New cards
<p>Geef aan in welk vlak en om welke as abductie en adductie worden uitgevoerd.</p>

Geef aan in welk vlak en om welke as abductie en adductie worden uitgevoerd.

Abductie en adductie worden uitgevoerd in een frontaal/coronaal vlak om een sagittale as.

22
New cards
<p>Benoem de juiste onderdelen van het systema cardiovasculare</p>

Benoem de juiste onderdelen van het systema cardiovasculare

  1. aorta descendens pars thoracica

  2. bifurcatio aortae

  3. a. mesenterica superior

  4. a. mesenterica inferior

  5. truncus brachiocephalicus

  6. truncus coeliacus

  7. arteria carotis communis dextra

  8. arteria subclavia dextra

  9. aorta ascendens

  10. aorta descendens pars abdominalis

  11. arteria carotis communis sinistra

  12. arteria iliaca communis sinistra

  13. arteria iliaca communis dextra

  14. arteria subclavia sinistra

  15. arcus aortae

23
New cards
<p>Benoem de bijbehorende onderdelen van het Cor (hart)</p>

Benoem de bijbehorende onderdelen van het Cor (hart)

  1. Atrium dextrum

  2. Atrium sinsitrum

  3. Vena cava superior

  4. Aorta

  5. Arteria pulmonalis

  6. Venae pulmonalis

  7. Valva mitralis (mitralisklep: klep tussen linkerboezem en linkerkamer)

  8. Valva aorta (aortaklep: halvemaanvormig)

  9. Ventriculus sinister (linkerkamer)

  10. Ventriculus dexter (rechterkamer)

  11. Vena cava inferior

  12. Valva tricuspidalis (rechter AV-klep: klep tussen rechterboezem en rechterkamer)

  13. Valva trunci pulmonalis (pulmonalisklep: halvemaanvormige klep bij ingang van de longslagader)

24
New cards
<p>Benoem de juiste onderdelen van het systema cardiovasculare</p>

Benoem de juiste onderdelen van het systema cardiovasculare

  1. vena cava inferior

  2. vena renalis sinistra

  3. vena subclavia dextra

  4. vena brachiocephalica sinistra

  5. vena jugularis interna dextra

  6. vena azygos

  7. vena iliaca communis dextra

  8. vena cava superior

25
New cards

Rangschik de ligging van de aorta ascendens, de aorta descendens, de trachea en de oesofagus van ventraal naar dorsaal.

Aorta ascendens > trachea > oesofagus > aorta descendens

26
New cards
<p>Benoem de onderdelen van het<strong> axiale gedeelte</strong> van tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior.</p>

Benoem de onderdelen van het axiale gedeelte van tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior.

  1. cranium

  2. mandibula

  3. sternum

  4. costa

  5. columna vertebralis

  6. sacrum

27
New cards
<p>Benoem de onderdelen van het <strong>appendiculaire gedeelte</strong> van de tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior. Benoem daarbij ook de delen van de hand van superior naar inferior.</p>

Benoem de onderdelen van het appendiculaire gedeelte van de tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior. Benoem daarbij ook de delen van de hand van superior naar inferior.

  1. clavicula

  2. scapula

  3. homerus

  4. radius

  5. ulna

  6. carpalia (handswortelbeentjes)

  7. metacarpalia (middenhandsbeentjes)

  8. phalangen (vingerkootjes)

28
New cards
<p>Benoem de onderdelen van de tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior. Benoem daarbij ook de onderdelen van de voet van superior naar inferior.</p>

Benoem de onderdelen van de tractus locomotorius (skelet) van superior naar inferior. Benoem daarbij ook de onderdelen van de voet van superior naar inferior.

  1. os coxae

  2. femur

  3. patella

  4. tibia

  5. fibula

  6. tarsalia (voetwortelbeentjes)

  7. metarsalia (middenvoetsbeentjes)

  8. phalangen (teenkootjes)

29
New cards
<p>Benoem de namen van de bijbehorende delen van het columna vertebralis (wervelkolom).</p>

Benoem de namen van de bijbehorende delen van het columna vertebralis (wervelkolom).

  1. Vertebrae cervicales (halswervels), dit zijn de bovenste 7 wervels (C1 t/m C7)

  2. Vertebrae thoracicae (borstwervels), dit zijn de 12 wervels van de bovenrug waar je ribben aan vastzitten (T1 t/m T12)

  3. Vertebrae lumbales (lendenwervels), dit zijn de 5 grote wervels in de onderrug die het meest gewicht dragen (L1 t/m L5)

  4. Os sacrum (heiligbeen), dit driehoekige bot bestaat uit 5 in elkaar gegroeide wervels en verbindt de rug met het bekken

  5. Os coccygis (staartbeen), het alleronderste puntje, bestaande uit 3 tot 5 vergroeide wervelrestanten

30
New cards

Hoe zijn de standen van de onderarm bij supinatie en pronatie? hint: supinatie=soep eten>handpalm omhoog, pronatie=proosten>handpalm omlaag

Bij supinatie (handpalm wijst naar het plafond) draait de radius (het spaakbeen) om de ulna (ellepijp) heen, waardoor de twee botten in de onderarm netjes naast elkaar komen te liggen. Bij pronatie kruisen deze twee botten elkaar.

<p><span>Bij supinatie (handpalm wijst naar het plafond) draait de radius (het spaakbeen) om de ulna (ellepijp) heen, waardoor de twee botten in de onderarm netjes naast elkaar komen te liggen. Bij pronatie kruisen deze twee botten elkaar.</span></p>
31
New cards

Wat zijn de specifieke anatomische namen voor de cervicale wervels C1, C2 en C7? Extra psychobiologie-detail: C1 laat je "JA" knikken (atlanto-occipitale gewricht). C2 laat je "NEE" schudden (atlanto-axiale gewricht).

  • C1: Atlas (draagt de schedel)

  • C2: Axis / Draaier (vormt de spil/as voor rotatie)

  • C7: Vertebra prominens (de duidelijk voelbare, uitstekende wervel onderaan de nek)

32
New cards
<p>Hoe worden de curvaturen (krommingen) van de wervelkolom genoemd naar 1. ventraal 2. dorsaal 3. zijwaarts, en welke zijn primair/secundair? HINT: een ervan is pathologisch</p>

Hoe worden de curvaturen (krommingen) van de wervelkolom genoemd naar 1. ventraal 2. dorsaal 3. zijwaarts, en welke zijn primair/secundair? HINT: een ervan is pathologisch

  1. lordose (secundair)

  2. kyfose (primair)

  3. scoliose

33
New cards

Wat kenmerkt de algehele beweeglijkheid van de cervicale wervelkolom?

Het is de meest mobiele regio van de wervelkolom. Het staat alle bewegingsrichtingen in grote mate toe: flexie, extensie, lateraalflexie en rotatie.

34
New cards

Welke beweging is dominant in de thoracale wervelkolom (T1-T12) en welke bewegingen worden geremd?

  • Dominant: Rotatie (torsie van de romp).

  • Geremd: Flexie en extensie (voor- en achterover buigen), vanwege de fixatie aan de ribbenkast.

35
New cards

Welke bewegingen verlopen optimaal in de lumbale wervelkolom (L1-L5) en welke beweging is hier nagenoeg onmogelijk?

  • Optimaal: Flexie en extensie (voorover- en achteroverbuigen, belangrijk bij tillen).

  • Nagenoeg onmogelijk: Rotatie (de facetgewrichten blokkeren deze draaiing om de lagere rug te beschermen).

36
New cards

Welke botten vormen de schoudergordel en welke de bekkengordel?

Schoudergordel: clavicula (sleutelbeen) en scapula (schouderblad)

Bekkengordel: (os coxae (heupbeen)), pelvis (bekken) en os sacrum (heiligbeen)

37
New cards

Welke botten nemen deel aan het schoudergewricht en welke aan het heupgewricht?

Schoudergewricht: humerus (opperarmbeen), clavicula en scapula

38
New cards

Welke continue en discontinue verbindingen zijn er? En welke membranen liggen om een gewrichtskapsel heen>

continu: junctura fibrosa (bindweefselverbinding>schedelnaden), junctura cartilaginea (kraakbeenverbinding)

discontinu: junctura synovialis (synoviale verbinding>schouder, heup, knie)

membrana fibrosa en membrana synovialis

39
New cards

Met welke twee termen kan je beschrijven waar een spier in het lichaam ligt?

  1. origo (oorsprongplaats=onbeweeglijk)

  2. insertie (aanhechtingsplaats=beweeglijk)

40
New cards

Bij anatomische bewegingen in het sagittale vlak maken we onderscheid tussen specifieke termen voor voorwaartse en achterwaartse bewegingen, afhankelijk van het type gewricht.

Welke van de onderstaande combinaties van gewrichten gebruikt volgens de tabel de termen anteflexie (voorwaarts) en retroflexie (achterwaarts), en welke gewrichten gebruiken de termen flexie en extensie?

A. * Anteflexie / Retroflexie: Schouder, Heup, Wervelkolom, Nek/hoofd

  • Flexie / Extensie: Elleboog, Knie, Vingers/tenen

B. * Anteflexie / Retroflexie: Elleboog, Knie, Pols

  • Flexie / Extensie: Schouder, Heup, Enkel

C. * Anteflexie / Retroflexie: Schouder, Heup, Enkel, Vingers/tenen

  • Flexie / Extensie: Wervelkolom, Nek/hoofd, Knie

D. * Anteflexie / Retroflexie: Pols, Enkel, Knie

  • Flexie / Extensie: Schouder, Heup, Wervelkolom

Het juiste antwoord is A.

Uitleg: Als je in de tabel kijkt onder de kolommen 'Voorwaartse beweging' en 'Achterwaartse beweging', zie je de volgende verdeling:

  • Anteflexie en Retroflexie worden gebruikt bij de kogelgewrichten en de centrale as van het lichaam: de schouder(articulatio humeri), de heup (articulatio coxae), de wervelkolom/romp en de nek/hoofd.

  • Flexie en Extensie worden gebruikt bij de typische scharniergewrichten en extremiteiten: de elleboog (articulatio cubiti), de knie (articulatio genus) en de vingers/tenen.

(Opmerking: De pols en de enkel hebben weer hun eigen specifieke varianten, zoals palmairflexie/dorsaalflexie en dorsaalflexie/plantairflexie).

41
New cards

Bij welke mesenteria (ophangbanden waarmee organen aan lichaamswand verbonden zijn) zijn de volgende organen verbonden?: maag (+lever), maag(+milt), dunne darm, dikke darm

  1. ventraal mesogastrium

  2. dorsaal mesogastrium

  3. mesenterium

  4. mesocolon

42
New cards
<p>Wat geven de pijlen weer? En van welk orgaan is het gele rondje de voorloper?</p>

Wat geven de pijlen weer? En van welk orgaan is het gele rondje de voorloper?

  1. bovenste pijl geeft dorsaal mesenterium weer

  2. onderste pijl geeft ventraal mesenterium weer

Gele rondje is voorloper van een deel van de darm

43
New cards

Welke organen zijn intraperitoneaal? (los)

  1. gaster (maag)

  2. hepar (lever)

  3. splen (milt)

  4. eerste gedeelte duodenum

  5. jejunum en ileum

  6. caecum

  7. colon transversum (mesocolon transversum)

  8. colon sigmoideum (mesocolon sigmoideum)

  9. rectum (bovenste gedeelte)

44
New cards
<p>Welke organen zijn secundair retroperitoneaal? (vast)</p>

Welke organen zijn secundair retroperitoneaal? (vast)

  1. oesofagus (slokdarm: abdominale gedeelte)

  2. ren (nieren)

  3. Glandula suprarenalis (bijnieren)

  4. pancreas (staartgedeelte is intraperitoneaal)

  5. aorta

  6. vena cava inferior

  7. vena porta

  8. duodenum (twaalfvingerige darm: behalve het eerste deel)

  9. colon ascendens

  10. colon descendens

  11. rectum (onderste gedeelte)

45
New cards

De linker en de rechter niet liggen niet op gelijke hoogte. Welke nier ligt hoger?

linker

46
New cards

Welke 3 structuren kunt u aan de hilus van de nier vinden? Niermerg grenst niet alleen aan schors, maar ook een andere structuur, welke?

  1. vena renalis

  2. arteria renalis

  3. ureter

Niermerg grenst ook aan de nierbekken

<ol><li><p>vena renalis</p></li><li><p>arteria renalis</p></li><li><p>ureter</p></li></ol><p>Niermerg grenst ook aan de nierbekken</p>
47
New cards

lever: 1. met welke structuur is de lever verbonden aan de craniale zijde? 2. hoe heet het deel van de lever dat gelegen is binnen het ligamentum coronarium (peritoneum lever-middenrif)? 3. met welk ligament is de lever verbonden aan de voorste buikwand?

  1. diafragma

  2. area nuda hepatis

  3. ligamentum falciforme hepatis

48
New cards
<p>Welke onderdelen van de tractus Urogenitalis zijn aangegeven met de pijlen van superior naar inferior?</p>

Welke onderdelen van de tractus Urogenitalis zijn aangegeven met de pijlen van superior naar inferior?

  1. ren sinister

  2. a. en v. renalis sinistra

  3. ren dexter

  4. ureter pars abdomalis

  5. ureter pars pelvica

  6. vesica urinaria (blaas)

49
New cards
<p>Benoem de bijbehorende onderdelen van de tractus urogenitalis van de vrouw.</p>

Benoem de bijbehorende onderdelen van de tractus urogenitalis van de vrouw.

  1. vagina

  2. cervix uteri

  3. ovarium

  4. tuba uterina

  5. urethra

  6. corpus uteri

  7. rectum

50
New cards
<p>Benoem de bijbehorende onderdelen van de tractus urogenitalis van de man.</p>

Benoem de bijbehorende onderdelen van de tractus urogenitalis van de man.

  1. urethra

  2. testis

  3. vesicula seminalis

  4. rectum

  5. prostaat

  6. ureter

  7. penis

  8. vesica urinaria

  9. ductus deferens

  10. epididymis

51
New cards

Waar eindigt de ductus referees?

Deze loopt door de prostaat en mondt uit in de urethra prostatica

52
New cards
<p>Benoem de onderdelen van de tractus urogenitalis van de vrouw van superior naar inferior. Hoe heet de bovenkant van de uterus (baarmoeder) en de overgang van de baarmoeder naar de cervix uteri (baarmoederhals)?</p>

Benoem de onderdelen van de tractus urogenitalis van de vrouw van superior naar inferior. Hoe heet de bovenkant van de uterus (baarmoeder) en de overgang van de baarmoeder naar de cervix uteri (baarmoederhals)?

  1. tuba uterina

  2. ovarium

  3. uterus

  4. cervix uteri

  5. portio

fundus uteri (bovenkant) en isthmus uteri (overgang corpus uteri en cervix uteri)

53
New cards

Hoe liggen de ovaria ten opzichte van de uterus?

De ovaria liggen lateraal van de uterus.

54
New cards

Wat is de relatie van het peritoneum met de bekkenorganen?

Peritoneum bekleedt buikholte, maar loopt ook een stukje door over de bekkenorganen (vesica urinaria, uterus en rectum)

55
New cards

Beschrijf de positie van de vesiculae seminales, prostaat en ductus deferens t.o.v. de blaas.

Vesiculae seminales: posterior

Prostaat: inferior

Ductus deferens: dorsaal

56
New cards

Welke structuren zijn betrokken bij het kniegewricht?

  1. femur

  2. tibia (scheenbeen)

  3. patella (knieschijf)

57
New cards
<p>Benoem de bijbehorende beenderen van de schedelbasis</p><ol><li><p>roze</p></li><li><p>groen</p></li><li><p>oranje</p></li><li><p>blauw</p></li><li><p>geel</p></li><li><p>oranje (naast oogkas)</p></li><li><p>groen (diepste punt in oogkas)</p></li></ol><p></p>

Benoem de bijbehorende beenderen van de schedelbasis

  1. roze

  2. groen

  3. oranje

  4. blauw

  5. geel

  6. oranje (naast oogkas)

  7. groen (diepste punt in oogkas)

roze: os frontale

groen: os parietale

oranje: os occipitale

blauw: os temporale

geel: os sphenoidale

oranje (naast oogkas): os zygomaticum

groen (diepste punt in oogkas): os ethmoidaleelke beendenrW

58
New cards

Welke beenderen bevatten luchthoudende ruimten (sinussen)

  1. os frontale

  2. maxilla

  3. os ethmoidale

  4. os sphenoidale

59
New cards

Welke sutura horen bij de schedelbasis en welke schedelbeenderen komen daar bij elkaar? en welke beenderen vormen de begrenzing van het foramen magnum?

  1. sutura sagittalis: os parietale dextrum en os parietale sinistrum

  2. sutura coronalis: os frontale en os parietale

  3. sutura lambdoidea: os occipitale en os parietale

os occipitale vormt de begrenzing van het foramen magnum

<ol><li><p>sutura sagittalis: os parietale dextrum en os parietale sinistrum</p></li><li><p>sutura coronalis: os frontale en os parietale</p></li><li><p>sutura lambdoidea: os occipitale en os parietale </p></li></ol><p>os occipitale vormt de begrenzing van het foramen magnum</p><p></p>
60
New cards

Welke beenderen vormen de jukboog?

  1. os zygotmaticum (jukbeen)

  2. os temporale (slaapbeen)