Economie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/68

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

69 Terms

1
New cards

Nationaal inkomen

Alle inkomens van een land bij elkaar.

2
New cards

Welvaart

De mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien.

3
New cards

Koopkracht

Hoeveel je met je inkomen kunt kopen.

4
New cards

Bruto inkomen

Inkomen vóór belasting.

5
New cards

Netto inkomen

Inkomen na belasting.

6
New cards

Beschikbaar inkomen

Geld dat je kunt uitgeven.

7
New cards

Overdrachtsinkomen

Inkomen zonder ervoor te werken, zoals een uitkering.

8
New cards

Inkomen in natura

Inkomen in de vorm van producten of diensten.

9
New cards

Primaire behoeften

Dingen die je nodig hebt om te leven.

10
New cards

Secundaire behoeften

Extra's en luxeproducten.

11
New cards

Inflatie

Gemiddelde prijzen stijgen.

12
New cards

Deflatie

Gemiddelde prijzen dalen.

13
New cards

CPI

Cijfer dat laat zien hoe prijzen veranderen.

14
New cards

Wegingsfactor

Hoe zwaar een productgroep meetelt bij de CPI.

15
New cards

Lorenzcurve

Laat zien hoe het inkomen verdeeld is.

16
New cards

Nominaal inkomen

Het bedrag dat je verdient.

17
New cards

Reëel inkomen

Je inkomen aangepast aan prijsveranderingen.

18
New cards

Marketing

Alles wat een bedrijf doet om producten te verkopen.

19
New cards

De 6 P's

Product, prijs, plaats, promotie, personeel en presentatie.

20
New cards

Chartaal geld

Contant geld: munten en biljetten.

21
New cards

Giraal geld

Geld op je bankrekening.

22
New cards

Ruilmiddel

Geld waarmee je kunt betalen.

23
New cards

Spaarmiddel

Geld waarmee je kunt sparen.

24
New cards

Rekenmiddel

Geld waarmee je prijzen vergelijkt.

25
New cards

Spaarmotief

Reden waarom je spaart.

26
New cards

Spaardeposito

Spaargeld dat voor een afgesproken tijd vaststaat.

27
New cards

Enkelvoudige rente

Rente over alleen het oorspronkelijke bedrag.

28
New cards

Samengestelde rente

Rente over je bedrag én eerdere rente.

29
New cards

Doorlopend krediet

Je kunt afgeloste bedragen opnieuw lenen.

30
New cards

Salariskrediet

Je staat rood op je betaalrekening.

31
New cards

Leverancierskrediet

Je mag later betalen aan een leverancier.

32
New cards

Persoonlijke lening

Je leent een vast bedrag en betaalt dit terug.

33
New cards

Koop op afbetaling

Je betaalt een product in termijnen.

34
New cards

Private lease

Je betaalt om iets te gebruiken, maar wordt geen eigenaar.

35
New cards

Budgetplan

Overzicht van inkomsten en uitgaven.

36
New cards

Kredietkosten

Het extra bedrag dat je betaalt voor een lening.

37
New cards

Reële rente

Nominale rente min inflatie.

38
New cards

Bedrijfskolom

Alle bedrijven die meewerken aan een product.

39
New cards

Productiefactoren

Arbeid, natuur, kapitaal en ondernemerschap.

40
New cards

Toegevoegde waarde

Verkoopwaarde min inkoopwaarde.

41
New cards

Afzet

Het aantal verkochte producten.

42
New cards

Omzet

Afzet × verkoopprijs.

43
New cards

Winstopslag

Bedrag dat boven op de kostprijs komt.

44
New cards

Brutowinstmarge

Omzet min inkoopwaarde van de omzet.

45
New cards

Consumentenprijs

Prijs die de klant betaalt, inclusief btw.

46
New cards

Vaste kosten

Kosten die niet veranderen bij meer of minder productie.

47
New cards

Variabele kosten

Kosten die veranderen door de productie.

48
New cards

Kostprijs

Kosten om één product te maken.

49
New cards

Afschrijving

Waardevermindering van een product of machine.

50
New cards

Transparante markt

Een markt waar je prijzen goed kunt vergelijken.

51
New cards

Vraaglijn

Laat zien hoeveel mensen willen kopen bij verschillende prijzen.

52
New cards

Aanbodlijn

Laat zien hoeveel bedrijven willen verkopen bij verschillende prijzen.

53
New cards

Evenwichtsprijs

Prijs waarbij vraag en aanbod gelijk zijn.

54
New cards

Evenwichtshoeveelheid

Hoeveelheid die bij de evenwichtsprijs wordt verkocht.

55
New cards

Monopolie

Eén aanbieder op de markt.

56
New cards

Oligopolie

Een klein aantal aanbieders.

57
New cards

Perfecte concurrentie

Veel aanbieders met hetzelfde product.

58
New cards

Monopolistische concurrentie

Veel aanbieders met verschillende producten.

59
New cards

Maatschappelijke kosten

Kosten voor de samenleving.

60
New cards

Maatschappelijke baten

Voordelen voor de samenleving.

61
New cards

Omzet

Afzet × verkoopprijs.

62
New cards

Toegevoegde waarde

Verkoopwaarde − inkoopwaarde.

63
New cards

Brutowinstmarge

Omzet − inkoopwaarde omzet.

64
New cards

Winst

Brutowinstmarge − bedrijfskosten.

65
New cards

Reële rente

Nominale rente − inflatie.

66
New cards

Btw 21% erbij

Bedrag × 1,21.

67
New cards

Btw 9% erbij

Bedrag × 1,09.

68
New cards

Percentage

Deel ÷ geheel × 100.

69
New cards

Enkelvoudige rente

Spaarbedrag × rentepercentage.