1/75
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Waarom zijn micro-organismen overal aanwezig?
Ze kunnen worden gedetecteerd met samplers, zoals agarplaten die in de lucht worden geënt.
Wat is het resultaat van agarplaten die een uur in een ruimte staan?
Deze vormen duidelijke afspiegelingen van bacteriën en schimmels in de lucht.
Hoe verschilt het microbioom tussen een volle en een lege practicumzaal?
Het microbioom verschilt sterk afhankelijk van de bezetting van de ruimte.
Welk percentage micro-organismen is doorgaans niet pathogeen?
Het merendeel, ongeveer 99%, is niet pathogeen.
Zijn er meer schadelijke of nuttige micro-organismen?
Er zijn waarschijnlijk meer nuttige dan schadelijke organismen.
Waarop richt de medische microbiologie zich?
Op micro-organismen met klinisch belang die ziektes bij mensen veroorzaken en relevant zijn voor de gezondheidszorg.
Welke vier groepen organismen vallen onder het klinisch belang van de medische microbiologie?
Bacteriën, virussen, schimmels en parasieten.
Wat is de taak van een klinisch microbioloog bij het analyseren van patiëntuitslagen?
Het organisme identificeren en de juiste behandeling bepalen.
Met welke patiëntfactoren houdt de microbioloog rekening bij de behandeling?
Factoren zoals leeftijd, conditie en risicogroep.
Met welke specialist werkt de klinisch microbioloog vaak samen?
Met een internist.
Wat is een empirische behandeling bij een infectie?
Een startbehandeling op basis van epidemiologie met een breed spectrum tegen de meest voorkomende verwekkers.
Hoe preciseert de microbioloog later de verwekker?
Via onderzoek van bloed, urine of andere lichaamsvloeistoffen.
Wat bepaalt de microbioloog naast de identiteit van de verwekker?
De gevoeligheid van de verwekker voor antibiotica voor een gerichtere therapie.
Hoelang duurt het meestal voordat uitslagen van microbiologisch onderzoek bekend zijn?
Vaak enkele dagen.
Zijn medisch microbiologen meestal direct betrokken bij de patiëntenzorg?
Nee, meestal zijn zij niet direct betrokken.
Hoe ontstaat een infectie?
Door interactie tussen een micro-organismen en een gastheer.
Van welke factoren hangt de ernst van een infectie af?
Van de infectieuze dosis, virulentie, transmissie en de immuunstatus van de gastheer.
Wat is de definitie van transmissie?
Het mechanisme waarmee een pathogeen de gastheer bereikt.
Wat is het verschil tussen directe en indirecte transmissie?
Direct is mens-op-mens (bv. hoesten), indirect is via een oppervlak (bv. een tafel aanraken).
Welke transmissieroutes worden er onderscheiden?
Feco-oraal, bloed-bloed, aerogeen en vector-gebaseerd.
Op welke vier kernpunten richt de klinisch microbioloog zich?
Identificatie, pathogenese, behandeling en preventie.
Waar bevinden zich de meeste niet-humane cellen op het menselijk lichaam?
Voornamelijk op de huid, in de neus, mond en het maag-darmkanaal.
Waarom veroorzaken bacteriën van de normale flora zelden problemen op hun natuurlijke plek?
Omdat ze niet-invasief zijn en in 'buitenwereld'-delen blijven.
Wanneer kan normale flora wel ziektes veroorzaken?
Wanneer ze op de verkeerde locaties in het lichaam terechtkomen.
Hoe voorkomt de normale flora kolonisatie door pathogenen?
Via competitie om ruimte en voedingsstoffen.
Welke lichaamsprocessen ondersteunt de normale flora?
De spijsvertering en de productie van vitamines zoals foliumzuur en vitamine K.
Wat gebeurt er bij contaminatie tijdens monsterneming?
Een sample raakt besmet met micro-organismen van buiten de afnamelocatie.
Wat is het risico van contaminatie bij een diagnose?
Het kan leiden tot een verkeerde diagnose en onjuiste behandeling.
Wanneer wordt contaminatie in een laboratorium bewust toegepast?
Voor onderzoeksdoeleinden.
Wat wordt verstaan onder kolonisatie?
De aanwezigheid van een micro-organisme zonder weefselreactie of symptomen.
Hoe kan antibiotica leiden tot een verandering in kolonisatie?
Het is vaak niet-selectief, doodt meerdere soorten en creëert ruimte voor nieuwe kolonisatoren.
Wat is het kenmerk van een infectie ten opzichte van kolonisatie?
Micro-organismen dringen binnen en veroorzaken een weefselreactie met symptomen of ziekte.
Waarvan is de infectieuze dosis afhankelijk?
Van het organisme, de route en de gezondheid van de gastheer.
Wat is het verschil in risico tussen een hoge en een lage infectieuze dosis?
Bij een hoge dosis zijn veel pathogenen nodig, bij een lage dosis (vaak virussen) is het risico op ziekte groter.
Wat geeft de R-waarde aan?
Het gemiddeld aantal mensen dat door één besmette persoon wordt geïnfecteerd.
Wat meet de R0-waarde specifiek?
De basale besmettelijkheid in een immuun naïeve populatie.
Waarom sterven mensen in de Westerse wereld minder vaak aan infectieziekten?
Door betere behandeling, waardoor men vaker sterft aan ouderdomsziekten zoals kanker.
Welk percentage ziekenhuispatiënten krijgt antibiotica?
Ongeveer 30% van de patiënten.
Hoeveel patiënten krijgen gemiddeld een nosocomiale infectie in het ziekenhuis?
1 op de 10 patiënten.
Wat is de gemiddelde grootte van een bacterie?
500 tot 800 nm.
Waarin verschillen bacteriën van virussen wat betreft replicatie?
Bacteriën zijn zelfstandig repliceerbaar.
Wat is de standaardbehandeling voor bacteriële infecties?
Antibiotica.
Noem voorbeelden van bacteriële infecties?
Lyme, luchtweginfecties, meningitis, urineweginfecties en pneumonie.
Uit welke twee delen bestaat de wetenschappelijke naamgeving van een bacterie?
Genus (met hoofdletter) en soort.
Wat betekent de naam "Streptococcus pyogenes" etymologisch?
Keten van bolletjes die pus genereert.
Etymologie voorbeeld: "Streptococcus" (strepto=ketens, coccus=bolletjes); "pyogenes" (pyo=pus, genes=genereert).
Wat zijn de twee belangrijkste kernkenmerken voor de classificatie van bacteriën?
De Gramkleuring en de microscopische verschijning.
Welke kleur krijgen gramnegatieve bacteriën bij een Gramkleuring?
Rood of roze.
Welke kleur krijgen grampositieve bacteriën bij een Gramkleuring?
Blauwpaars.
Wat is het structurele verschil in de celwand tussen gramnegatieve en grampositieve bacteriën?
Gramnegatief heeft een dubbele membraan met dunne peptidoglycaanlaag, grampositief heeft een dikke peptidoglycaanlaag.
Waarom kleuren grampositieve bacteriën blauwpaars?
De dikke peptidoglycaanlaag houdt de kristalviolet-lugol-kristallen vast.
Welke bacterie is een bekend voorbeeld van een verwekker die ongevoelig is voor Gramkleuring?
Mycobacterium tuberculosis.
Welke vier microscopische basiscombinaties zijn er bij bacteriën?
Grampositieve kokken, grampositieve staven, gramnegatieve kokken en gramnegatieve staven.
Waarom is een Gramkleuring klinisch relevant ondanks dat er aanvullende tests nodig zijn?
Het is een snelle methode (30 min) die helpt bij de antibioticakeuze voordat de kweek klaar is.
Op welke materialen kan een Gramkleuring direct worden toegepast?
Op pus, gewrichtsvloeistof en hersenvocht.
Noem drie verschillen tussen grampositieve en gramnegatieve bacteriën buiten de kleur?
Gevoeligheid voor antibiotica, veroorzaakte ziektebeelden en overlevingsvermogen.
Wat betekent de term 'obligaat intracellulair' voor virussen?
Ze kunnen alleen groeien in een gastheercel en niet zelfstandig.
Hoe groot is een virus gemiddeld?
50 tot 300 nm.
Welke mechanismen gebruikt een virus om zich te vermenigvuldigen?
De eukaryote replicatiemechanismen van de gastheer.
Noem voorbeelden van virale infecties?
Rhinovirus, herpes, influenza, hiv/aids en coronavirussen.
Waarom is de behandeling van virussen vaak moeilijk?
Er zijn weinig specifieke antivirale middelen.
Welke behandelingsopties zijn er voor virale infecties?
Replicatieremmers, symptoombestrijding en ondersteuning van vitale functies.
Op welke kenmerken kan de naamgeving van een virus gebaseerd zijn?
Isolatieplek, ontdekker, ziekte, microscopisch beeld, cytopathologie of biochemische kenmerken.
Welk onderscheid wordt er gemaakt op basis van het genetisch materiaal van virussen?
Of het DNA of RNA is, en of het enkel- of dubbelstrengs is.
Waarom kan een virus zelf geen eiwitten maken?
Omdat het afhankelijk is van de gastheer voor de synthese van macromoleculen.
Hoe verwerkt het hiv-virus zijn genetisch materiaal in de gastheer?
Via reverse-transcriptase wordt RNA omgezet in cDNA, wat integreert in het gastheer-DNA.
Hebben virussen een eigen energiemetabolisme?
Nee, ze produceren geen ATP en zijn volledig afhankelijk van de gastheer.
Wat is het belangrijkste gevolg van het gebrek aan eigen metabolisme bij virussen?
Ze kunnen niet overleven of vermenigvuldigen buiten een gastheercel.
Wat voor soort organismen zijn schimmels?
Complexe, grote eukaryote organismen.
Welke twee stadia kunnen schimmels hebben?
Een eencellige gistvorm en een meercellige schimmelvorm.
Wanneer zijn opportunistische schimmels vooral gevaarlijk?
Bij mensen met een verzwakt immuunsysteem.
Noem voorbeelden van infecties door schimmels?
Voetschimmel, huiduitslag, meningitis en aspergillose.
Bij welke groep patiënten verlopen schimmelinfecties vaak ernstig?
Bij immuungecompromitteerden.
Welke drie subgroepen parasieten worden onderscheiden?
Protozoa, helminthen (wormen) en ectoparasieten.
Welke parasiet veroorzaakt malaria?
Plasmodium (een protozoa).
Wat is een voorbeeld van een ectoparasiet?
De hoofdluis.