1/49
Woordenschat Unit 3
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
an apple
een appel
a banana
een banaan
blueberries / a blueberry
bosbessen / een bosbes
grapes / a grape
druiven / een druif
a kiwi
een kiwi
a lemon
een citroen
a lime
een limoen
a mango
een mango
an orange
een sinaasappel
a peach
een perzik
a pear
een peer
raspberries / a raspberry
frambozen / een framboos
strawberries / a strawberry
aardbeien / een aardbei
a (water)melon
een (water)meloen
(a slice of) bread
(een stuk) brood
a biscuit / a cookie
een koekje
butter
boter
cereal
cornflakes / ontbijtgranen
cheese
kaas
chocolate spread
chocopasta
jam
jam
marmelade
confituur / marmelade
pancakes
pannenkoeken
sugar
suiker
sweets / candy
snoep
yoghurt
yoghurt
nuts
noten
(a cup of) tea
(een kop) thee
(a glass of) milk
(een glas) melk
orange juice
sinaasappelsap
hot chocolate
warme chocomelk
(a cup of) coffee
(een kop) koffie
bacon
spek
eggs
eieren
tomatoes / a tomato
tomaten / een tomaat
a sausage
een worst
baked beans
gebakken bonen
a toast
een toast
mushrooms
paddenstoelen
bad
slecht
delicious
heerlijk, lekker
fatty
vettig
fresh
vers
healthy
gezond
hearty
stevig
hot
warm
important
belangrijk
popular
populair
sweet
zoet
unhealthy
ongezond