1/177
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Sociale psychologie
De wetenschappelijke studie van de manier waarop het gedrag, de motivaties, gevoelens en gedachten van mensen beïnvloed worden door de aanwezigheid van anderen, en van hoe wij zelf een invloed uitoefenen op hoe anderen denken, zich gedragen, en zich voelen
Het sociale
Sociale invloed van anderen op het individuele functioneren
Attitudes
Gedachten of gevoelens van personen tov. niet sociale objecten
Sociologie
De studie van groepsfactoren (SES, cultuur, nationaliteit,…)
Persoonlijkheidspsychologie
De studie van stabiele verschillen tussen individuen over situaties heen
Multi-level analyses
Nagaan of verbanden tussen variabelen op individueel niveau mee bepaald worden door variabelen gemeten op collectief niveau (om tot algemenen consensus te komen)
Het interactionisme
Een stroming die benadrukt dat er een dynamische wisselwerking is tussen individuele verschillen en de situatie, waarbij uitingen van individuele verschillen afhankelijk zijn van de situatie
Arbeids- en organisatiepsychologie
Bestuderen de mens in relatie tot zijn werk en (werk)organisatie
Terugblikvertekening
De neiging van mensen om te overdrijven in de mate waarin ze een uitkomst hadden kunnen voorspellen, nadat die uitkomst in feiten optrad
Fundamenteel onderzoek
Specifieke hypothesen testen en inzicht in menselijk gedrag verruimen
Toegepast onderzoek
Sociaalpsychologische inzichten gebruiken om dagelijkse gebeurtenissen te begrijpen en maatschappelijke problemen op te lossen
Adorno et al.
The authoritarian personality: vooroordelen en ideologische attitudes
G. Allport
The nature of prejudice: stereotypen, vooroordelen en intergroepcontact
S. Asch
Conformiteit en persoonsperceptie
L. Festinger
Sociale vergelijkingstheorie en cognitieve dissonantietheorie
F. Heider
Balanstheorie en attributietheorie
Hovland et al.
Attitudes en persuasieve communicatie
H. Kelley
Attributietheorie
Multimethodisch
Het belang van laboratorium-experimenten is groot, maar er worden ook andere onderzoeksmethoden gehanteerd
Sociale cognitie
De manier waarop we info over onszelf en anderen waarnemen, onthouden en interpreteren
Sociale neurowetenschap
Onderzoekt de relatie tussen neurologische en sociale processen
Individualistische culturen
Klemtoon ligt op autonomie, zelfstandigheid en onafhankelijkheid (individu>groep)
Collectivistische culturen
Klemtoon op afhankelijkheid, samenwerking en sociale harmonie (groep>individu)
Sociale perceptie
Een algemene term voor de processen die de basis vormen van hoe we tot oordelen over anderen komen
Schema
Een georganiseerde verzameling van kennis over een bepaalde stimulus of een categorie van stimuli (bv. al onze kennis over unief, wasmachine, een festival, een dier,…)
Script
Een vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen zich zal voordoen in een specifieke situatie bv. gaan eten
Non-verbaal gedrag
Gedrag dat de gevoelens van een persoon signaleert zonder woorden: gelaatsuitdrukking, lichaamstaal, vocale expressie (innerlijke gemoedstoestand af leiden)
Manifestatieregels (display rules)
Regels die bepalen in welke omstandigheden we onze emoties tonen => cultuurspecifiek
Attributietheorie
Theorie over het proces van oorzaken toeschrijven aan gedrag
Persoonsattributie
Het gedrag van een actor toeschrijven aan interne factoren zoals aanleg, persoonlijkheid, inspanning
Situationele attributie
Het gedrag van een actor toeschrijven aan externe factoren bv. toeval, andere personen, taakmoeilijkheid
Stabiele attributie
Een attributie die niet enkel nu aanwezig is, maar ook in de toekomst bv. geen motivatie voor een vak, geen aanleg om te sporten
Instabiele attributie
Attributie geldt enkel in een specifiek geval bv. slecht humeur, toeval ziekte
Theorie van de corresponderende gevolgtrekkingen
Theorie die stelt dat men inferenties maakt over een persoon wanneer zijn/haar gedrag vrij gekozen is, onverwacht is en een beperkt aantal gunstige effecten opbrengt
Out-of-role-gedrag
Gedrag zegt meer over een persoon als het van de norm afwijkt
Covariatieprincipe
Een theorie die stelt dat mensen hun gedrag toeschrijven aan factoren die aanwezig zijn als het gedrag aanwezig is en afwezig zijn als het gedrag afwezig is
Fundamentele attributiefout
De neiging om, bij het verklaren van gedrag van andere, de impact van persoonlijke factoren te overschatten en de impact van de situatie te onderschatten
Actor-observator effect
De neiging om het eigen gedrag toe te schrijven aan situationele factoren en dat van anderen aan persoonlijke factoren
Cognitieve heuristieken
Vuistregels voor informatieverwerking die weinig cognitieve hulpbronnen vergen en tot snelle conclusies leiden, maar ook vertekend of inaccuraat kunnen zijn
Valse consensus effect
De neiging om onze opinies/gedragingen als standaard te gebruiken, waardoor we denken dat ze gedeeld worden en typerend zijn voor anderen
Beschikbaarheidsheuristiek
De neiging om de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen te beoordelen met gegevens in ons brein die beschikbaar en vlug en makkelijk oproepbaar zijn
Representativiteistheuristiek
Neiging om een stimulus te beoordelen obv. hoe sterk de stimulus lijkt op de algemene categorie
Primauteitseffect
Bevinding dat eerder gepresenteerde informatie meer impact heeft op het oordeel dan later gepresenteerde informatie
Impliciete persoonlijkheidstheorie
Een web van veronderstellingen over verbanden tussen persoonlijkheidstrekken en hun relatie met gedragingen bv. iemand die traag spreekt is niet slim
Additief model
Gaat ervan uit dat sociale waarnemers alle positieve en negatieve kenmerken optellen om een globale impressie te komen
Gemiddeld model
Gaat ervan uit dat sociale waarnemers het gemiddelde nemen van alle positieve en negatieve eigenschappen om tot een globale impressie te komen
Primeren
De tendens waarbij recent gebruikte woorden of ideeën opnieuw voor de geest komen en de interpretatie van nieuwe informatie beïnvloeden => recent verwerkte info is gedurende een korte periode meer toegankelijk
Treknegativiteitsvertekening
Er wordt een groter gewicht toegekend aan negatieve dan aan positieve eigenschappen
Confirmatievertekening
De tendens om informatie te vervormen of te herinterpreteren in overeenstemming met onze bestaande opvattingen
Persistentie
De tendens om opvattingen in stand te houden
Confirmatorische hypothesetoetsing
Het zoeken van informatie in overeenstemming met bestaande opvattingen => we gaan op een bevestigende manier op zoek naar informatie
De zelfvervullende voorspelling
De verwachtingen over een persoon zorgen ervoor dat die persoon zich ook zal gedragen in overeenstemming met die verwachtingen
Sociale beïnvloeding
De sociale macht van een groep/persoon om het gedrag/de attitudes van anderen te veranderen
Conformiteit
De neiging om je gedrag, opties en percepties aan te passen zodat ze in overeenstemming zijn met de geldende norm van de groep
Autokinetisch effect (Sherrif)
In een volmaakt donkere ruimte, met ene stilstaand lichtpunt, hebben we toch het idee dat het lichtpunt op en neer beweegt
Meerderheidsinvloed
Sociale beïnvloeding die tot stand komt door blootstelling aan de opinie van de meerderheid (meerderheid van een groep)
Minderheidsinvloed
Het proces waarbij dissidenten veranderingen bewerkstelligen in een groep
Eigenzinnigheidskrediet (Hollander)
Interpersoonlijk krediet dat je verdient door de groepsnorm te volgen (eerst conformeren om daarna af te wijken)
Instemming/inwilliging
Gedragsverandering die het resultaat is van een direct verzoek
Wederkerigheidsnorm
Norm die voorschrijft dat je iets terugdoet als iemand iets voor jou heeft gedaan, of dat je iemand behandelt zoals hij/zij jou behandelt heeft
Tweestappeninstemminsgtechnieken
Instemmingstechniek gebaseerd op 2 verzoeken, waarvan het eerste slechts een voorbereiding op het tweede (echte) verzoek
Assertiviteit
Geen inwilliging tonen door weigeren in te gaan op een direct, gericht verzoek
Gehoorzaamheid
Een gedragsverandering als gevolg van een bevel van een autoriteit
Een attitude
Een aangeleerde, algemene evaluatie van een object die met een bepaalde intensiteit wordt uitgedrukt
De verwachtingswaarde theorie (Ajzen en Fishebn)
Een attitude tov een object wordt bepaald door de verwachting dat het attitudeobject bepaalde kenmerken vertoont en hoe sterk een persoon die kenmerken waardeert
Expliciete attitudes
Attitudes waarvan we ons bewust zijn
Impliciete attitudes
Gebeuren automatisch en onbewust
Likert-schaal
De respondenten beoordelen op een meerpuntenschaal in hoeverre ze akkoord/niet akkoord zijn met de uitspraak. Eindscore berekend door gemiddelde of som van alle items
Semantische differentiaal
De respondenten moeten een aantal schalen invullen, waarbij de schaalankers bestaan uit tegengestelde adjectieven bv. interessant, oninteressant
IAT
Impliciete associatietest
Theorie van beredeneerd gedrag
Stelt dat attitudes het gedrag beïnvloeden via een proces van beredeneerde besluitvorming
Implementatie intentie
Concrete “als, dan” plannen waarin je bepaalt waar en wanneer je bepaald gedrag zal uitvoeren
Illusory truth effect
Herhaalde blootstelling aan informatie maakt het meer geloofwaardig
Processing fluency
Het gemak waarmee we iets kunnen verwerken, wordt als heuristiek voor correctheid gebruikt
Recentheidseffect
Laatst gehoorde argumenten hebben voordeel omdat ze nog fris in het geheugen zitten
Discrepantie
De mate waarin iets afwijkt van de bestaande mening in het publiek
Cognitieve dissonantie
Een onaangename psychologische toestand die wordt opgewekt door ons gedrag dat in strijd is met onze normen en waarden
Cognitieve consistentie
Een psychische toestand waarin waarden, opinies, opvattingen en gedrag allemaal overeenstemmen
Postbeslissingsstrategieën
Als we een keuze moeten maken tussen 2 (on)aantrekkelijke opties, gaan we naderhand meer waardering tonen voor de gekozen optie dan voor de verworpen optie
Subliminale boodschappen
Verborgen boodschappen (in reclame) die slechts enkele milliseconden duren, zodat het publiek zich niet bewust is van het feit dat de stimulus wordt aangeboden
Faceism
mannen komen vaker alleen met het gezicht in de media, vrouwen met het volledig lichaam
Femvertizing
Reclame die appelleert aan een “empowerment of women”
Prosociaal gedrag
Gedrag met als doel anderen te bevoordelen of hun welzijn te vergroten (helpen)
Verwantschapsselectie
De neiging om genetisch verwante personen te helpen, met het oog op het vergoten van de overlevingskansen van gemeenschappelijke genetisch materiaal
Cooperatieve voortplanting
Fenomeen waarbij kinderen hun eigen voortplanting uitstellen om mee te helpen bij de opvoeding van de allerkleinsten, en dus te helpen hun eigen genetisch materiaal door te geven
Wederkerig altruïsme
De neiging om anderen te helpen, omdat dit de kans vergoot dat die persoon ons een wederdienst zal terug doen
Altruistic punsihment
Afwijken van de wederkerig altruïsme norm leidt tot een bestraffing door de groep
Groepsselectie
De neiging van de leden van groepen om elkaar te helpen uit sociale verbondenheid, zonder dat er genetisch verwantschap hoeft te bestaan
Altruïsme
De motivatie om het welzijn van anderen te verhogen
Egoïsme
De motivatie om het welzijn van jezelf te verhogen
Omstandereffect
Het feit dat aanwezigheid van anderen behulpzaamheid belemmert (al bij kleine kinderen aanwezig)
Verspreiding van verantwoordelijkheid
De opvatting dat anderen hun verantwoordelijkheid zullen/moeten nemen om de persoon in nood te helpen
Publiekgeremdheid
Een toestand waarbij we niet helpen uit vrees een slechte indruk te maken bij omstanders
Simpatia
De zorg voor het sociale <elzijn van anderen (typisch Spaanse en Latijns-Amerikaanse culturen)
Morele identiteit
De mate waarin morele aspecten een belangrijk deel van het zelfconcept vormen
Morele onthechting
Rechtvaardiging van slecht gedrag, waardoor iemand zichzelf nog altijd als en goed persoon ziet
Sociale normen
Een algemene gedragsregel die voorschrijft welk gedrag in de samenleving aanvaard wordt en welk gedrag onaanvaardbaar is
Gedrag bedoeld om iemand te kwetsen die niet wenst gekwetst te worden
Agressie
Agression questionnaire (Buss & Perry)
Meest gebruikte instrument dat de individuele verschillen in agressie meet
Drifttheorieën
Theorieën die ervan uitgaan dat alle gedachten, gedragingen en intenties het resultaat zijn van aangeboren driften