Sociale psychologie termen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/177

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:51 PM on 6/21/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

178 Terms

1
New cards

Sociale psychologie

De wetenschappelijke studie van de manier waarop het gedrag, de motivaties, gevoelens en gedachten van mensen beïnvloed worden door de aanwezigheid van anderen, en van hoe wij zelf een invloed uitoefenen op hoe anderen denken, zich gedragen, en zich voelen

2
New cards

Het sociale

Sociale invloed van anderen op het individuele functioneren

3
New cards

Attitudes

Gedachten of gevoelens van personen tov. niet sociale objecten

4
New cards

Sociologie

De studie van groepsfactoren (SES, cultuur, nationaliteit,…)

5
New cards

Persoonlijkheidspsychologie

De studie van stabiele verschillen tussen individuen over situaties heen

6
New cards

Multi-level analyses

Nagaan of verbanden tussen variabelen op individueel niveau mee bepaald worden door variabelen gemeten op collectief niveau (om tot algemenen consensus te komen)

7
New cards

Het interactionisme

Een stroming die benadrukt dat er een dynamische wisselwerking is tussen individuele verschillen en de situatie, waarbij uitingen van individuele verschillen afhankelijk zijn van de situatie

8
New cards

Arbeids- en organisatiepsychologie

Bestuderen de mens in relatie tot zijn werk en (werk)organisatie

9
New cards

Terugblikvertekening

De neiging van mensen om te overdrijven in de mate waarin ze een uitkomst hadden kunnen voorspellen, nadat die uitkomst in feiten optrad

10
New cards

Fundamenteel onderzoek

Specifieke hypothesen testen en inzicht in menselijk gedrag verruimen

11
New cards

Toegepast onderzoek

Sociaalpsychologische inzichten gebruiken om dagelijkse gebeurtenissen te begrijpen en maatschappelijke problemen op te lossen

12
New cards

Adorno et al.

The authoritarian personality: vooroordelen en ideologische attitudes

13
New cards

G. Allport

The nature of prejudice: stereotypen, vooroordelen en intergroepcontact

14
New cards

S. Asch

Conformiteit en persoonsperceptie

15
New cards

L. Festinger

Sociale vergelijkingstheorie en cognitieve dissonantietheorie

16
New cards

F. Heider

Balanstheorie en attributietheorie

17
New cards

Hovland et al.

Attitudes en persuasieve communicatie

18
New cards

H. Kelley

Attributietheorie

19
New cards

Multimethodisch

Het belang van laboratorium-experimenten is groot, maar er worden ook andere onderzoeksmethoden gehanteerd

20
New cards

Sociale cognitie

De manier waarop we info over onszelf en anderen waarnemen, onthouden en interpreteren

21
New cards

Sociale neurowetenschap

Onderzoekt de relatie tussen neurologische en sociale processen

22
New cards

Individualistische culturen

Klemtoon ligt op autonomie, zelfstandigheid en onafhankelijkheid (individu>groep)

23
New cards

Collectivistische culturen

Klemtoon op afhankelijkheid, samenwerking en sociale harmonie (groep>individu)

24
New cards

Sociale perceptie

Een algemene term voor de processen die de basis vormen van hoe we tot oordelen over anderen komen

25
New cards

Schema

Een georganiseerde verzameling van kennis over een bepaalde stimulus of een categorie van stimuli (bv. al onze kennis over unief, wasmachine, een festival, een dier,…)

26
New cards

Script

Een vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen zich zal voordoen in een specifieke situatie bv. gaan eten

27
New cards

Non-verbaal gedrag

Gedrag dat de gevoelens van een persoon signaleert zonder woorden: gelaatsuitdrukking, lichaamstaal, vocale expressie (innerlijke gemoedstoestand af leiden)

28
New cards

Manifestatieregels (display rules)

Regels die bepalen in welke omstandigheden we onze emoties tonen => cultuurspecifiek

29
New cards

Attributietheorie

Theorie over het proces van oorzaken toeschrijven aan gedrag

30
New cards

Persoonsattributie

Het gedrag van een actor toeschrijven aan interne factoren zoals aanleg, persoonlijkheid, inspanning

31
New cards

Situationele attributie

Het gedrag van een actor toeschrijven aan externe factoren bv. toeval, andere personen, taakmoeilijkheid

32
New cards

Stabiele attributie

Een attributie die niet enkel nu aanwezig is, maar ook in de toekomst bv. geen motivatie voor een vak, geen aanleg om te sporten

33
New cards

Instabiele attributie

Attributie geldt enkel in een specifiek geval bv. slecht humeur, toeval ziekte

34
New cards

Theorie van de corresponderende gevolgtrekkingen

Theorie die stelt dat men inferenties maakt over een persoon wanneer zijn/haar gedrag vrij gekozen is, onverwacht is en een beperkt aantal gunstige effecten opbrengt

35
New cards

Out-of-role-gedrag

Gedrag zegt meer over een persoon als het van de norm afwijkt

36
New cards

Covariatieprincipe

Een theorie die stelt dat mensen hun gedrag toeschrijven aan factoren die aanwezig zijn als het gedrag aanwezig is en afwezig zijn als het gedrag afwezig is

37
New cards

Fundamentele attributiefout

De neiging om, bij het verklaren van gedrag van andere, de impact van persoonlijke factoren te overschatten en de impact van de situatie te onderschatten

38
New cards

Actor-observator effect

De neiging om het eigen gedrag toe te schrijven aan situationele factoren en dat van anderen aan persoonlijke factoren

39
New cards

Cognitieve heuristieken

Vuistregels voor informatieverwerking die weinig cognitieve hulpbronnen vergen en tot snelle conclusies leiden, maar ook vertekend of inaccuraat kunnen zijn

40
New cards

Valse consensus effect

De neiging om onze opinies/gedragingen als standaard te gebruiken, waardoor we denken dat ze gedeeld worden en typerend zijn voor anderen

41
New cards

Beschikbaarheidsheuristiek

De neiging om de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen te beoordelen met gegevens in ons brein die beschikbaar en vlug en makkelijk oproepbaar zijn

42
New cards

Representativiteistheuristiek

Neiging om een stimulus te beoordelen obv. hoe sterk de stimulus lijkt op de algemene categorie

43
New cards

Primauteitseffect

Bevinding dat eerder gepresenteerde informatie meer impact heeft op het oordeel dan later gepresenteerde informatie

44
New cards

Impliciete persoonlijkheidstheorie

Een web van veronderstellingen over verbanden tussen persoonlijkheidstrekken en hun relatie met gedragingen bv. iemand die traag spreekt is niet slim

45
New cards

Additief model

Gaat ervan uit dat sociale waarnemers alle positieve en negatieve kenmerken optellen om een globale impressie te komen

46
New cards

Gemiddeld model

Gaat ervan uit dat sociale waarnemers het gemiddelde nemen van alle positieve en negatieve eigenschappen om tot een globale impressie te komen

47
New cards

Primeren

De tendens waarbij recent gebruikte woorden of ideeën opnieuw voor de geest komen en de interpretatie van nieuwe informatie beïnvloeden => recent verwerkte info is gedurende een korte periode meer toegankelijk

48
New cards

Treknegativiteitsvertekening

Er wordt een groter gewicht toegekend aan negatieve dan aan positieve eigenschappen

49
New cards

Confirmatievertekening

De tendens om informatie te vervormen of te herinterpreteren in overeenstemming met onze bestaande opvattingen

50
New cards

Persistentie

De tendens om opvattingen in stand te houden

51
New cards

Confirmatorische hypothesetoetsing

Het zoeken van informatie in overeenstemming met bestaande opvattingen => we gaan op een bevestigende manier op zoek naar informatie

52
New cards

De zelfvervullende voorspelling

De verwachtingen over een persoon zorgen ervoor dat die persoon zich ook zal gedragen in overeenstemming met die verwachtingen

53
New cards

Sociale beïnvloeding

De sociale macht van een groep/persoon om het gedrag/de attitudes van anderen te veranderen

54
New cards

Conformiteit

De neiging om je gedrag, opties en percepties aan te passen zodat ze in overeenstemming zijn met de geldende norm van de groep

55
New cards

Autokinetisch effect (Sherrif)

In een volmaakt donkere ruimte, met ene stilstaand lichtpunt, hebben we toch het idee dat het lichtpunt op en neer beweegt

56
New cards

Meerderheidsinvloed

Sociale beïnvloeding die tot stand komt door blootstelling aan de opinie van de meerderheid (meerderheid van een groep)

57
New cards

Minderheidsinvloed

Het proces waarbij dissidenten veranderingen bewerkstelligen in een groep

58
New cards

Eigenzinnigheidskrediet (Hollander)

Interpersoonlijk krediet dat je verdient door de groepsnorm te volgen (eerst conformeren om daarna af te wijken)

59
New cards

Instemming/inwilliging

Gedragsverandering die het resultaat is van een direct verzoek

60
New cards

Wederkerigheidsnorm

Norm die voorschrijft dat je iets terugdoet als iemand iets voor jou heeft gedaan, of dat je iemand behandelt zoals hij/zij jou behandelt heeft

61
New cards

Tweestappeninstemminsgtechnieken

Instemmingstechniek gebaseerd op 2 verzoeken, waarvan het eerste slechts een voorbereiding op het tweede (echte) verzoek

62
New cards

Assertiviteit

Geen inwilliging tonen door weigeren in te gaan op een direct, gericht verzoek

63
New cards

Gehoorzaamheid

Een gedragsverandering als gevolg van een bevel van een autoriteit

64
New cards

Een attitude

Een aangeleerde, algemene evaluatie van een object die met een bepaalde intensiteit wordt uitgedrukt

65
New cards

De verwachtingswaarde theorie (Ajzen en Fishebn)

Een attitude tov een object wordt bepaald door de verwachting dat het attitudeobject bepaalde kenmerken vertoont en hoe sterk een persoon die kenmerken waardeert

66
New cards

Expliciete attitudes

Attitudes waarvan we ons bewust zijn

67
New cards

Impliciete attitudes

Gebeuren automatisch en onbewust

68
New cards

Likert-schaal

De respondenten beoordelen op een meerpuntenschaal in hoeverre ze akkoord/niet akkoord zijn met de uitspraak. Eindscore berekend door gemiddelde of som van alle items

69
New cards

Semantische differentiaal

De respondenten moeten een aantal schalen invullen, waarbij de schaalankers bestaan uit tegengestelde adjectieven bv. interessant, oninteressant

70
New cards

IAT

Impliciete associatietest

71
New cards

Theorie van beredeneerd gedrag

Stelt dat attitudes het gedrag beïnvloeden via een proces van beredeneerde besluitvorming

72
New cards

Implementatie intentie

Concrete “als, dan” plannen waarin je bepaalt waar en wanneer je bepaald gedrag zal uitvoeren

73
New cards

Illusory truth effect

Herhaalde blootstelling aan informatie maakt het meer geloofwaardig

74
New cards

Processing fluency

Het gemak waarmee we iets kunnen verwerken, wordt als heuristiek voor correctheid gebruikt

75
New cards

Recentheidseffect

Laatst gehoorde argumenten hebben voordeel omdat ze nog fris in het geheugen zitten

76
New cards

Discrepantie

De mate waarin iets afwijkt van de bestaande mening in het publiek

77
New cards

Cognitieve dissonantie

Een onaangename psychologische toestand die wordt opgewekt door ons gedrag dat in strijd is met onze normen en waarden

78
New cards

Cognitieve consistentie

Een psychische toestand waarin waarden, opinies, opvattingen en gedrag allemaal overeenstemmen

79
New cards

Postbeslissingsstrategieën

Als we een keuze moeten maken tussen 2 (on)aantrekkelijke opties, gaan we naderhand meer waardering tonen voor de gekozen optie dan voor de verworpen optie

80
New cards

Subliminale boodschappen

Verborgen boodschappen (in reclame) die slechts enkele milliseconden duren, zodat het publiek zich niet bewust is van het feit dat de stimulus wordt aangeboden

81
New cards

Faceism

mannen komen vaker alleen met het gezicht in de media, vrouwen met het volledig lichaam

82
New cards

Femvertizing

Reclame die appelleert aan een “empowerment of women”

83
New cards

Prosociaal gedrag

Gedrag met als doel anderen te bevoordelen of hun welzijn te vergroten (helpen)

84
New cards

Verwantschapsselectie

De neiging om genetisch verwante personen te helpen, met het oog op het vergoten van de overlevingskansen van gemeenschappelijke genetisch materiaal

85
New cards

Cooperatieve voortplanting

Fenomeen waarbij kinderen hun eigen voortplanting uitstellen om mee te helpen bij de opvoeding van de allerkleinsten, en dus te helpen hun eigen genetisch materiaal door te geven

86
New cards

Wederkerig altruïsme

De neiging om anderen te helpen, omdat dit de kans vergoot dat die persoon ons een wederdienst zal terug doen

87
New cards

Altruistic punsihment

Afwijken van de wederkerig altruïsme norm leidt tot een bestraffing door de groep

88
New cards

Groepsselectie

De neiging van de leden van groepen om elkaar te helpen uit sociale verbondenheid, zonder dat er genetisch verwantschap hoeft te bestaan

89
New cards

Altruïsme

De motivatie om het welzijn van anderen te verhogen

90
New cards

Egoïsme

De motivatie om het welzijn van jezelf te verhogen

91
New cards

Omstandereffect

Het feit dat aanwezigheid van anderen behulpzaamheid belemmert (al bij kleine kinderen aanwezig)

92
New cards

Verspreiding van verantwoordelijkheid

De opvatting dat anderen hun verantwoordelijkheid zullen/moeten nemen om de persoon in nood te helpen

93
New cards

Publiekgeremdheid

Een toestand waarbij we niet helpen uit vrees een slechte indruk te maken bij omstanders

94
New cards

Simpatia

De zorg voor het sociale <elzijn van anderen (typisch Spaanse en Latijns-Amerikaanse culturen)

95
New cards

Morele identiteit

De mate waarin morele aspecten een belangrijk deel van het zelfconcept vormen

96
New cards

Morele onthechting

Rechtvaardiging van slecht gedrag, waardoor iemand zichzelf nog altijd als en goed persoon ziet

97
New cards

Sociale normen

Een algemene gedragsregel die voorschrijft welk gedrag in de samenleving aanvaard wordt en welk gedrag onaanvaardbaar is

98
New cards

Gedrag bedoeld om iemand te kwetsen die niet wenst gekwetst te worden

Agressie

99
New cards

Agression questionnaire (Buss & Perry)

Meest gebruikte instrument dat de individuele verschillen in agressie meet

100
New cards

Drifttheorieën

Theorieën die ervan uitgaan dat alle gedachten, gedragingen en intenties het resultaat zijn van aangeboren driften