Kaarten: Ecologie deel 1 (1e Bachelor Biologie Ugent) | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/164

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:48 AM on 6/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

165 Terms

1
New cards

Adaptieve radiatie

De diversificatie van een voorouderlijke groep organismen in nieuwe vormen die zijn aangepast aan specifieke omgevingsniches.

2
New cards

adaptieve zone

levenswijze, karakteristieke respons op de omgeving, waarin organismen kunnen leven (ecologische niche)

3
New cards

Allopatrische speciatie

soortvorming door geografische isolatie of migratie van de voorouder

4
New cards

allopolyploïden

Organisme met meerdere sets chromosomen afkomstig van twee of meer soorten, gevolg van hybridisatie

5
New cards

allozygoot

Heterozygoten en homozygoten die hun allelen niet van een gemeenschappelijke voorouder kregen.

6
New cards

altruïsme

vertonen van gedrag dat erop gericht is de fitness van andere individuen te verhogen ten koste van de eigen overleving en reproductief succes

7
New cards

Anagenetische speciatie

De accumulatie van relatief kleine, progressieve, evolutionaire veranderingen gedurende lange tijdsreeksen in één enkele evolutionaire lijn

8
New cards

anisogamie

Gameten met verschillende proporties

9
New cards

assortatief paren

natuurlijke selectie met een voorkeur voor bepaalde partners op basis van fenotypische kenmerken

10
New cards

Autopolyploïden

Organismen die meer dan twee chromosomensets hebben afkomstig van één enkele soort.

11
New cards

autozygoot

Wanneer een gen homozygoot is omdat het de allelen voor dat locus van een gemeenschappelijke voorouder kreeg.

12
New cards

biologisch soortconcept

Definieert soorten als kruisende populaties die reproductief geïsoleerd zijn van andere dergelijke populaties.

13
New cards

catastrofeleer

Elke nieuwe samenstelling van fossielen weerspiegelt een lokale catastrofe, die gevolgd wordt door kolonisatie van immigranten vanuit andere niet getroffen regio's.

14
New cards

Cladogenetische speciatie

Patroon waarbij twee of meer populaties van een ancestrale soort via splitsing en divergentie elk evolueren tot twee of meerdere nieuwe soorten.

15
New cards

Common-garden experimenten

Experimenten waarin individuen onder identieke omstandigheden opgekweekt worden.

16
New cards

Continentendrift

Het heel traag verschuiven van de continenten doorheen de tijd.

17
New cards

directe fitness

genen die een individu in zijn/haar nakomelingen overdraagt

18
New cards

Directionele selectie

Selectie voor één allel over andere allelen, waardoor de allelfrequenties in één richting verschuiven.

19
New cards

Disruptieve selectie

Evolutionair proces waarbij fenotypes met extreme waarden (hoog en laag) tegelijkertijd een voordeel hebben

20
New cards

Exaptaties

Evolutionaire nieuwigheid ontstaan via de graduele verfijning van bestaande structuren voor nieuwe functies.

21
New cards

Extra-paar copulaties

In monogame soorten partners van beide geslachten toch deelnemen aan heimelijke paringen met andere partners

22
New cards

Fylogenetisch soortconcept

Een soort wordt gedefinieerd als 'de kleinst diagnoseerbare, monofyletische cluster van individuen'.

23
New cards

fysiologie

wetenschap die processen in mensen, dieren en planten bestudeert

24
New cards

Gametische isolatie

Pre-zygotische barrière. Indien copulatie 'wel' plaats kan vinden, kunnen moleculaire en/of chemische verschillen tussen de soorten effectieve bevruchting verhinderen.

25
New cards

Gedrags- of seksuele isolatie

Pre-zygotische barrière. Verhindering van copulatie omdat de 'soort specifieke' gedragingen verschillen.

26
New cards

Gene flow

Genetische uitwisseling

27
New cards

Genetisch reservoir

Een 'reservoir' dat alle allelen omvat van alle verschillende genen die in een welbepaalde populatie aanwezig zijn.

28
New cards

Gradualisme

Grote geologische veranderingen vormen het cumulatieve product van trage maar continue geologische processen.

29
New cards

Gradueel evolutiemodel (Gradualism model)

Paleontologisch evolutiemodel. Verondersteld het optreden van graduele evolutie van adaptieve kenmerken binnen populaties over lange tijdsperioden. Overgangsvormen zouden schaars zijn ten gevolge van de onvolledigheid van fossiele gegevens en dat enkel skeletale veranderingen weerspiegeld worden.

30
New cards

Habitat isolatie

Pre-zygotische barrière. Verhindering van copulatie omdat de twee soorten in gescheiden biotopen voorkomen.

31
New cards

Habituatie

Graduele afname in de sterkte van een respons ten gevolge van repetitieve blootstelling aan irrelevante stimuli

32
New cards

Hardy-Weinberg theorema

Nulmodel, model dat voorspelt wat zal gebeuren als er géén selectie optreedt. Theorema stelt dat de frequentie van allelen en genotypes in het genetisch reservoir van een populatie niet wijzigt tussen generaties in afwezigheid van andere krachten dan Mendeliaanse segregatie en recombinatie van allelen.

33
New cards

Homologe kenmerken

afgeleid van eenzelfde structuur in een gemeenschappelijke voorouder

34
New cards

homoplastische kenmerken

Kenmerken die er gelijkaardig uitzien ten gevolge van gelijkaardige functies, maar niet verwijzen naar een gemeenschappelijke voorgeschiedenis.

35
New cards

Hybrid breakdown

Wanneer een paring tussen twee F1 individuen toch leidt tot een F2 hybride, maar deze nakomelingen echter niet kunnen reproduceren. (vb: muilezel, lijger)

36
New cards

Hybridisatiezones

Gebieden waar divergerende soorten met elkaar in contact komen en met elkaar hybridiseren. Meestal kleiner dan parentale populaties.

37
New cards

Inclusieve selectie

De som van directe fitness en indirecte fitness.

38
New cards

Indirecte fitness

Genen die een individu 'helpt' over te dragen in de nakomelingen van zijn/haar verwanten.

39
New cards

Indirecte selectie

Type natuurlijke selectie dat inclusieve fitness verhoogt via het reproductief succes van naaste verwanten.

40
New cards

Infanticide

Doden van de aanwezige jongen in een groep wanneer deze overgenomen wordt door een nieuw mannetje of mannetjes.

41
New cards

Instinct

Aangeboren gedrag

42
New cards

Inteelt depressie

Een verlaging in fitness wegens inteelt

43
New cards

Inteeltcoëfficiënt = F

Geeft de kans weer dat een willekeurig individu uit een populatie autozygoot is. (0 < F < 1)

44
New cards

Lekgedrag

Mannetjes die op traditionele plaatsen in groepen baltsgedrag vertonen en daarbij zeer kleine territoria verdedigen tegen seksgenoten

45
New cards

Mechanische isolatie

Pre-zygotische barrière. Verhindering van copulatie omdat de respectievelijke morfologische structuren niet aan elkaar aangepast zijn.

46
New cards

Micro-evolutie

Verandering van allelfrequenties in een populatie

47
New cards

Monofyletisch

afkomstig van een gemeenschappelijke voorouder

48
New cards

Monogame soorten

Soorten waarbij elk mannetje maar met één vrouwtje paart per voortplantingsseizoen.

49
New cards

Morfologie

Tak in de biologie die de vorm en bouw van organismen bestudeert.

50
New cards

Morfologisch soortconcept

Volgens dit soortconcept worden soorten afgebakend aan de hand van structurele kenmerken.

51
New cards

Mutaties

Veranderingen in de genen van een organisme

52
New cards

Onderbroken evenwichtsmodel (Punctuated equilibrium model)

Paleontologisch evolutiemodel. Veronderstelt dat fossiele gegevens niet onvolledig zijn, maar dat ze de evolutiepatronen wel degelijk accuraat weergeven. Volgens dit model worden lange perioden van stasis onderbroken door 'korte' perioden van snelle speciatie.

53
New cards

Operationele seks ratio

De ratio van mannetjes ten opzichte van vrouwtjes die beschikbaar zijn voor paring.

54
New cards

Parental effort

De sommatie van alle parentale investeringen in alle nakomelingen die tijdens de levensloop van een individu worden gereproduceerd.

55
New cards

Polygamie

Het bevruchten van eicellen van meerdere vrouwtjes tijdens hetzelfde voorplantingsseizoen

56
New cards

Polygenisch

Kenmerk waarbij verschillende genen betrokken zijn bij de expressie.

57
New cards

Polygynandrie

Paarsysteem waar verschillende mannetjes met verschillende vrouwtjes paren.

58
New cards

Polygynie

Wanneer één vrouwtje met verschillende mannetjes paart.

59
New cards

Post-zygotische barrières

Reproductief isolerend mechanisme ná de bevruchting

60
New cards

Pre-zygotische barrières

Reproductief isolerend mechanisme vóór de bevruchting.

61
New cards

Proximate factoren

Onderliggende genetische en fysiologische processen die een bepaald gedrag veroorzaken. Hoe een bepaald gedrag tot stand komt.

62
New cards

Reactienorm (van een genotype)

De set aan fenotypen die een genotype onder verschillende omgevingscondities kan produceren

63
New cards

Rudimentaire structuren

Kenmerken uit een vroeger stadium die door evolutie overbodig zijn geworden maar nog wel zichtbaar zijn

64
New cards

Seksuele selectie

Type natuurlijke selectie, treedt in werking wanneer individuen variatie vertonen in hun vermogen om competitie te voeren voor partners.

65
New cards

Stabiliserende selectie

Intermediaire fenotypische vorm doet het beter dan de twee extremen.

66
New cards

Sympatrische speciatie

Ontstaan van een nieuwe soort binnen dezelfde geografische regio van de parentale soort.

67
New cards

Temporele isolatie

Pre-zygotische barrière. Verhindering van copulatie omdat de twee soorten op verschillende momenten reproduceren.

68
New cards

The inheritance of acquired characteristics

Principe waarmee Lamarck stelde dat veranderingen die organismen verwezenlijken tijdens hun leven kunnen doorgegeven worden aan nakomelingen in volgende generaties.

69
New cards

Ultimate factoren

Waarom een bepaald gedrag tot stand komt

70
New cards

Use and disuse

Principe waarmee Lamarck stelde dat intensief gebruikte lichaamsdelen groter en sterker worden, terwijl niet gebruikte delen een tegenovergestelde tendens vertonen.

71
New cards

Verwantschapscoëfficiënt = r

De kans dat twee individuen hetzelfde allel van een gemeenschappelijke voorouder overerven. (r = 0,5 tussen een ouder en een nakomeling)

72
New cards

(Populatie)densiteit

Het aantal individuen per oppervlakte- of volume-eenheid

73
New cards

Cascade-effecten

'Secundaire' extincties als gevolg van 'primaire' extincties. (vb: carnivoren die uitsterven omdat hun prooi uitgestorven is)

74
New cards

Declining population paradigma

Denkrichting die aandacht besteed aan manieren om patronen van populatie-afnames te detecteren, diagnoseren en remediëren.

75
New cards

Demografische stochasticiteit

Groot onderliggend mechanisme van populatie-afname. Weerspiegelt random variatie in geboorte- en sterfteratio's die door kanseffecten tot extinctie kan leiden.

76
New cards

Densiteitsafhankelijke populatieregulatie

Regulatie die optreedt wanneer de sterkte van het regulerende effect van een omgevingsparameter afhangt van de densiteit van de populatie.

77
New cards

Densiteitsonafhankelijke populatieregulatie

Regulatie die optreedt wanneer de sterkte van het regulerende effect van een omgevingsparameter niet afhangt van de densiteit van de populatie

78
New cards

Deterministisch

Geen toeval, de gevolgen kunnen afgeleid worden uit de oorzaken.

79
New cards

Dispersie

Beweging van individuen tussen verschillende populaties.

80
New cards

Draagkracht = K

Theoretische maximale populatiewaarde.

81
New cards

Ecologisch specialisatiemodel

Hypothese die stelt dat generalisten meer algemeen en wijdverbreid zullen zijn.

82
New cards

Exponentiële populatiegroei

Populatiegroei die wordt uitgezet in een typische J-vormige curve.

83
New cards

Fecunditeit

Potentiële capaciteit om nakomelingen te produceren

84
New cards

Geaggregeerde distributie

Het meest algemeen ruimtelijk distributiepatroon die ontstaat wanneer individuen geconcentreerd zijn in welbepaalde delen van de habitat.

85
New cards

Generalisten

Soorten die een brede waaier aan hulpbronnen kunnen exploiteren.

86
New cards

Genetische stochasticiteit

Groot onderliggend mechanisme van populatie-afname. Aangezien evolutie niet kan optreden in afwezigheid van genetische variatie, kan het verlies aan genetische variabiliteit aanleiding geven tot extinctie.

87
New cards

Groeiratio = r

Ratio van verandering in aantal individuen van een populatie.

88
New cards

Ideal free distribution

Wanneer individuen zich volledig vrij kunnen bewegen tussen verschillende habitats

89
New cards

Intrinsieke groeiratio = r max

Maximum ratio waarmee een populatie kan toenemen onder ideale omstandigheden (d.w.z. wanneer hulpbronnen niet limiterend zijn en de initiële densiteit laag is).

90
New cards

Iteropaar

Soorten die zich herhaaldelijk voortplanten tijdens hun levenscyclus

91
New cards

Key-factor analyse

Een benadering om de dynamiek van natuurlijke populaties te bestuderen. Onderliggende oorzaken van veranderingen in populatiegrootte worden geanalyseerd via het opstellen van levenstabellen en een retrospectieve analyse van jaarlijkse veranderingen in mortaliteit en reproductie.

92
New cards

K-geselecteerde soorten

Soorten waarbij vooral levenskenmerken worden aangetroffen die de kans op overleving maximaliseren in een omgeving waarbij het aantal individuen van een populatie zich dicht bij de draagkracht (=K) bevindt.

93
New cards

Levins' metapopulatie model

Model van metapopulatiedynamiek dat toelaat welke proportie van alle habitatvlekken bezet is op een welbepaald tijdstip als vergelijking van de kansen op extinctie en kolonisatie.

94
New cards

Limiterende factor

Een factor die een verandering in gemiddelde of evenwichtsdensiteit veroorzaakt.

95
New cards

Logistische populatiegroei

Populatiegroei die wordt uitgezet met een curve waarbij r evolueert naar 0, weergegeven door een S-vorm.

96
New cards

Lokaal Populatiemodel

Model waarin populaties ruimtelijk opgedeeld zijn in kleine, discrete deelpopulaties die onderling met elkaar verbonden zijn via uitwisseling van individuen.

97
New cards

Mainland-island model

Complexer metapopulatiemodel waarin de kans op uitsterven van de populatie in het vasteland (mainland) vrijwel wordt gereduceerd tot nul, en de kans op kolonisatie niet langer toeneemt met het aantal bezette habitatplekken, daar zo goed als alle immigranten afkomstig zijn van het vasteland.

98
New cards

Merk-hervangst

Methode om het aantal individuen in populatie te schatten

99
New cards

Metapopulatie

Een set van afzonderlijke, ruimtelijk gescheiden deelpopulaties die geschikte habitats zoals meren, woestijnoases of bosfragmenten bezetten. Elke deelpopulatie wordt hierbij gekenmerkt door specifieke demografische eigenschappen.

100
New cards

Minimum Leefbare Populatie (Minimum Viable Population (= MVP))

De populatiegrootte waarmee een populatie gedurende een welbepaalde periode met een welkbepaalde waarschijnlijkheid zal overleven.